Pelgrim Theo: Pelgrim Theo's avonturen onderweg naar Santiago de Compostela
Sun
2
Apr '06

Informatie

In Galicie, het Keltenland ten noorden van Portugal, ligt niet ver van de Atlantische kust de oude pelgrimsstad Santiago de Compostela. Van oudsher wordt hier de leerling van Christus, Jacobus de Meerdere, vereerd. Uit de vondst van Friese munten is komen vast te staan, dat in de negende en tiende eeuw pelgrims uit onze landen zijn vertrokken naar het vermeende graf van Sint Jacob (in het Spaans: Sant Iago). Sindsdien is de stroom pelgrims nooit meer opgehouden, ondanks reformatie en revolutie, opstand en oorlog. Op het hoogtepunt van de faam van Santiago, in de twaalfde eeuw van onze jaartelling, trokken jaarlijks een half miljoen pelgrims naar de stad. Op een West-Europese bevolking van zo’n vijftig miljoen betekende dat 1 procent! In de loop der eeuwen raakte het pelgrimeren naar Santiago heel geleidelijk in onbruik .
Het dieptepunt lag in de eerste helft van de 20e eeuw, toen nog maar een enkeling van buiten Spanje de tocht ondernam. Na de tweede wereldoorlog is het tij langzaam gekeerd. In 1993 kwamen bijna 100.000 mensen in Santiago aan, na minimaal 100 km te voet of 300 km per fiets te hebben afgelegd. Dat jaar was een zogenaamd ‘Heilig Jaar’, omdat het naamfeest van Sint Jacob (25 juli), op een zondag viel. In 1999, het volgende Heilig Jaar, waren dat ruim 150.000 mensen. In 2004, het meest recente Heilig Jaar, zijn in totaal 179.944 pelgrims in Santiago de Compostela aangekomen!!  

(Overgenomen van de website van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob)  

Va, Pèlerin, va!

Pelgrimsgedicht 1

Va, pèlerin, poursuis ta quête

Va sur ton chemin, que rien ne t’ arrête!

Prends ta part de soleil, et part de poussière,

le coeur en éveil, oublie l’ éphémère!

Tout est néant, rien n’ est vrai que l’ amour.

N’ attache pas ton coeur à ce qui se passe!

Ne dis pas: j’ ai réussi, je suis payé de ma peine.

Ne te repose pas dans tes oeuvres, elles vont te juger

Garde en ton coeur la parole:

Voilà ton trésor!

Pelgrim

    Pelgrim, ‘t is slechts je voetspoor

    dat een weg is en niets meer

    Pelgrim, er zijn geen wegen

    De weg ontstaat bij het gaan

     
    Pelerin

    Le chant des pèlerins de Compostelle

    Tous les matins nous prenons le chemin
    Tous les matins nous allons plus loin
    Jour après jour la route nous appelle
    C’ est la voie de Compostelle

    Ultreia, ultreia
    et susceia
    Deus adjuva nos

    Chemin de terre et chemin de foi
    Voie millénaire de l’ Europe
    La voie lactée de Charlemagne
    C’ est le chemin de tous les Jacquets

    Ultreia, ultreia
    et susceia
    Deus adjuva nos

    Et tout là-bas au bout du continent
    Messire Jacques nous attend
    Depuis toujours son sourire fixe
    le soleil qui meurt à Finistère

    Ultreia, ultreia
    et susceia
    Deus adjuva nos

    Accueil pelerins

    Bénédiction des pèlerins

    Dieu tout puissant, tu ne cesses de montrer ta bonté à ceux qui t’aiment et te laisses trouver par ceux qui te cherchent, sois favorable à ton Pèlerin qui part sur le chemin de Compostelle et dirige ses pas selon ta volonté. Sois pour lui l’ombrage dans la chaleur dus jour, abri dans les intempéries, lumière dans l’obscurité de la nuit, soulagement dans la fatigue, afin qu’il parvienne dans la joie au tombeau de l’apotre Jacques.

    Jacobsschelp 1

    Pelgrim, wie roept je?
    Stof, slijk, zon en regen,
    is de weg van Santiago
    duizenden pelgrims
    en reeds meer dan duizend jaar.

    Pelgrim, wie roept je?
    Welke geheime kracht trekt je?
    Niet het veld van de sterren,
    niet de grote kathedralen.
    Niet het verwoeste Navarra,
    noch de wijn van de Rioja,
    noch de schelpdieren van Galicië,
    noch de Castiliaanse landerijen.

    Pelgrim, wie roept je?
    Welke geheime kracht trekt je?
    Niet de mensen van de weg,
    noch de volksgebruiken.
    Noch de geschiedenis en de cultuur,
    noch de haan van Calzada,
    noch het paleis van Gaudi,
    noch het kasteel van Ponferrada.

    Dat alles zie ik in het voorbijgaan,
    het is een vreugde dit alles te zien,
    maar de stem die mij roept
    voel ik veel dieper.

    (deze tekst staat op de muur van een fabriekshal in Najera)  

    cruz de ferro

    Toen de stilte brak in zijn hoofd
    onder druk van de wereld die
    hijzelf had toegelaten, strikte hij
    op een ochtend zijn schoenen,
    zocht naar woorden voor een afscheid
    en vertrok zonder nog iets te zeggen
    op weg naar een beeld
    waar hem verlossing scheen,
    naar een veld
    ver weg onder sterren.
    Maanden schreef hij met de afdruk
    van zijn voeten, zijn naam in de huid
    van oude wegen. Trok stofsporen
    als een web tussen stad en stad
    op weg naar zijn doel.
    En op de telmaat van zijn passen
    formuleerde hij zorgvuldig
    de vragen die hij stellen zou
    als zijn tocht was afgelegd.
    Aan de sterren zou hij de woorden
    vragen om te beschrijven wat zijn hart
    niet meer zeggen kon,
    aan de vier winden de gedachten
    die hij zelf niet vormen kon
    en de rotsen aan het einde van zijn reis
    zou hij smeken hem zijn eigen weg te duiden
    die hij was kwijtgeraakt

    Maar toen hij knielde
    na een tocht van maanden
    voor de poorten van zijn doel
    hadden zon en wind
    en stof en regen
    al zijn vragen uitgewist.
    De woorden van zijn hart
    had hij een halve weg terug
    al gelezen in de dans
    van vonken
    boven een avondvuur,
    zijn verstarde gedachten
    waren nooit zo helder
    verwoord als door elke zucht
    van zijn eigen ademtocht
    bij elke pas die hij naar hier had gezet
    en zijn toekomstweg stond geschreven
    in de lijnen van
    een kiezelsteen die hij
    weken eerder al had geraapt
    bij de monding van een rivier.

    Toen hij knielde
    op een Spaans veld onder de sterren
    hadden zijn vingers
    alle antwoorden al gelezen
    telkens als zij streken
    als een stille mantra
    over de ribbels van de schelp
    om zijn hals
    en geklonken in het ruisen
    van de kalme zee in haar holte
    waar hij naar had geluisterd
    op stille avonden
    in andere velden onder
    andere hemels van sterren.

    Beeld Pelgrim

    Wie waarlijk leeft heeft in zijn hart

    een onvernietigbare veer, een stille kracht,

    die iedere weerstand tart.

    Noem ons haar naam.

    Spreek uit en leer wat sterker is dan ramp en smart.

    Geen naam, geen leer, alleen de wil

    sterker te zijn dan leed en tijd.

    Aanvaard uw taak, volvoer haar stil,

    Heb lief en hoop en wees bereid…..  

Comments Off

Comments are closed.