Pelgrim Theo: Pelgrim Theo's avonturen onderweg naar Santiago de Compostela
Thu
31
May '07

Tijd voor Guggenheim

Ja hoor, daar ben ik weer. In een internetcafe met uitsluitend Marokkaanse jongens die voetbalspelletjes doen. Op z’n hollands gezegd: een klereherrie. Maar ja, even kijken wat er zoal op de site staat. is ook belangrijk.
Vandaag zijn we om 8 uur vertrokken uit de albergue in Gernika. Jim en ik hebben besloten geen modderpaden meer op te zoeken, dus we hebben de gewone weg naar Meluza genomen. Nou was dat misschien wel een verstandige beslissing,  maar, zoals zo dikwijls, geen fijne. We liepen langs de autoweg en moesten steeds wegduiken om erger te vo0rkomen. Maar“.. het was prachtig weer, dus wij dachten overmoedig en Amerikaans optimistisch dat het vandaag wel zo zou blijven. We hebben later wel een wat rustiger kleine weg genomen, maar het verkeer blijft langs je heen razen. We hielden tot dan wel schone kleren vandaag.
Om 12 uur hebben we in een tienda wat gegeten en gedronken en zijn we weer doorgegaan. Net toen ik Marnix had ge-sms’t dat het bijna voorjaar was in Baskenland, werd het bijna donker en sloeg de hagel in mijn gezicht. Noodweer binnen een halfuur!! Maar een uur later konden we weer op een terras iets drinken. Je houdt het echt niet voor mogelijk hoe snel hier het weer volkomen kan omslaan.
Maar goed, we liepen op de gewone weg, dus geen modder deze keer. Dat was voor de anderen wel anders, want die kwamen het bos uit als bavianen, vreselijk onder de modder. Om 3 uur waren we in Lezama en wat bleek?? De refugio was nog gesloten: nog geen seizoen“.. Daar stonden 8 verregende pelgrims na een dag lopen in de regen zonder onderdak. Er was wel een casa rural maar die kostte per persoon tussen € 48 en € 64 per persoon, veel te duur natuurlijk.
We hebben toen besloten dat we met de trein naar Bilbao zouden gaan en dat is ook gebeurd. Voor ik weer commentaar krijg over het openbaar vervoer: het was maar 10 kilometer, hoor!! O ja, er was ook nog een Fransman uit Nantes. Hij was in één keer van Orio naar Lezuma gelopen, dat is 56 kilometer. De hele nacht was hij doorgelopen, omdat het toch volle maan was volgens hem.
Wij waren trouwens collega’s: hij was ook marinier geweest, net als ik. Alleen was hij dat ongeveer veertig jaar en ik maar twintig maanden. Maar toch“.. Hij kende Den Helder goed omdat hij daar regelmatig geweest was. Hij noemde ook nog Hollandse namen, maar die kan ik niet herhalen want hij deed dat op z’n Frans.
Verder heb ik afscheid genomen van Jim, want die gaat door natuurlijk en ik wil hier blijven om in ieder geval het Guggenheimmuseum te kunnen bezoeken. Ik zit in een pension in de binnenstad van Bilbao en Caty zou hier meteen een misdaadverhaal van kunnen maken, want het voldoet aan alle eisen. Eeen hospìta met verdachte ogen, ik zit in een klein kamertje op de vijfde etage waar ik alle krakende trappen op moet lopen, enz., enz. Overigens is er wel een afbeelding van het schilderij van Pacasso in Gernika: een kopie als mozaïek op een muur. Ik vond het heel mooi.
Morgen wordt het dus een rustige dag. Ik hoop dat het dan tenminste even droog blijft, want op dit moment giet het weer uit de lucht. 

 

 

Wed
30
May '07

Guernica

Jim en ik hebben een gruwelijk zware ochtend gehad, het was gewoon niet leuk meer. Hoewel het nu droog is, is het overal een grote modderpoel en de paden zijn bijna onbegaanbaar. Nu denk je misschien: ”Nou ja, een beetje modder, dat loopt misschien minder lekker“?, maar laat ik jullie dan even uitleggen wat ik bedoel met modderig. Stel je voor: er is een pad, of althans, er is iets wat een pad hoort te zijn, maar dat nu een geul is waar modderwater doorheen stroomt. De kanten lopen schuin op, dus als je aan één kant loopt, glibber je met dezelfde vaart weer naar beneden. Er zit niets anders op dan wijdbeens over de geul te lopen met je linkerbeen aan de ene kant en je rechterbeen aan de andere kant. Vervolgens zet je je stok in die geul en schuifelt met stapjes van niet meer dan 20 cm vooruit. Dat doe je dan een paar honderd meter achter elkaar. Dan komt echt het moment dat je tegen elkaar zegt: ”We zijn hartstikke gek! Dit is echt geen pelgrimage meer, want als die pelgrims vroeger zo’n pad gehad hadden, waren ze er meteen mee opgehouden. We stoppen ermee, dit is geen doen“? Nou valt er weinig te stoppen, want je moet wel eerst doorlopen om ergens anders te komen natuurlijk. Dus schuifel je samen klagend, steunend en glijdend verder. Gelukkig heb ik inmiddels in het bos weer een nieuwe stok gevonden. Als een echte padvinder heb ik er de zijtakjes afgebroken en met een steen de stok een beetje glad geslepen en nu bezit ik een echte Baskische staf: kort, stevig, dik en niet mooi! 

Enfin, om een uur of twaalf komen we in een dorp aan, het zonnetje schijnt, het is droog en het terrasje lokt. Het eten smaakt voortreffelijk, de modder droogt op en zie, de twee klagende en steunende pelgrims veranderen in twee opgewekte kerels, die het helemaal zien zitten. Zo gaat dat dan. De rest van de route hebben we over de gewone weg gelopen, want we vonden dat we voor vandaag genoeg geleden hadden. Om een uur of vier arriveerden we in Guernica (Gernika, heet het hier) en kwamen terecht in een schitterende refugio met ruime douches en“ een wasmachine en droger! Kijk, zo wordt de zwoeger beloond. Wat kan een mens toch tevreden zijn met apparaten die hij thuis de gewoonste zaak van de wereld vindt. 

Als het wasje gedaan is en de voeten zijn weer schoon, wordt het tijd voor een bezoekje aan de stad. Het liep al tegen een uur of vijf en tot vooral Jim’s ongenoegen was het museum al dicht, want voor hem was het ‘midden op de dag’. Vervolgens zijn we naar het buitenmuseum gegaan, waar de ‘Heilige Eik’ staat. Onder die eik vonden in de Middeleeuwen de vergaderingen plaats van de Baskische stammen, nu is het nog maar een grote stronk. Maar ernaast hebben ze het Parlementsgebouw gebouwd. Ik vond het een beetje protserig gebouw, maar het is de trots van de Guernicanen. Iedereen zegt dat je dat beslist moet gaan zien. Wat opvallend is, is dat er echt niemand over het bombardement praat, dat door Picasso is vereeuwigd en er is ook geen enkele afbeelding van in de stad. Het schilderij zelf hangt in Madrid, maar je zou toch minstens verwachten dat je hier een reproductie zou kunnen kopen. Niets dus. Wel overal kreten als: ”Tourists, this is not Spain, this is Basque“?. Ik mag ze wel, die Basken, niets geen poeha, gewoon aardige mensen.  

Toen begon het weer te regenen en werd het tijd om de refugio op te zoeken, waar inmiddels dezelfde gasten als gisteren zijn gearriveerd, dus dat wordt vanavond weer gezellig met z’n allen eten! En daarna gaan wij pelgrims dan toch weer zeer tevreden slapen! 

 

Tue
29
May '07

Een dag zonder poncho

Hoera, een dag zonder poncho! Het is de hele dag droog gebleven, hoewel alles nog wel nat is, maar dat mag me de pret niet drukken! 

Gisteravond zijn we uitgenodigd door een meneer, die even langs kwam, een kijkje te nemen in de Baskische herenclub. Die bestaat uit twee ruimtes. In de ene ruimte staat een keuken van wel twintig meter lang en om de beurt wordt daar door een van de heren gekookt. Ze koken allemaal delicatessen van de streek en er komt geen vrouw in de keuken. In de andere ruimte eten ze dan met zijn allen. We hebben er een pilsje gedronken en daarna zijn we met zijn achten gaan eten. Allemaal pelgrims die in de piepkleine refugio zitten: een Frans stel, een Franse jongen van een jaar of vierentwintig, twee Duitse vrouwen, een Spanjaard, een Amerikaan en ik. Dus internationaal en hartstikke gezellig! 

En vanmorgen weer opgewekt, samen met Jim, op pad. Het was weer heel veel op en neer en op een gegeven moment kreeg Jim (hij is 72 jaar) last van zijn knie en ik kreeg last van mijn enkel, dus“.. werden we allebei verstandig. We hebben besloten om na 21 kilometer te stoppen in Markina. Nu hebben we daar samen een kamer genomen en ik merk dat het heel prettig is dat hij vloeiend Spaans spreekt, makkelijk voor me en hij krijgt veel meer gedaan natuurlijk. De afstanden voor vandaag en morgen zijn ook wat redelijker verdeeld op deze manier, nu moeten we morgen nog 25 kilometer ongeveer naar Guernica. In Guernica heeft Picasso zijn beroemde schilderij gemaakt van het bombardement. Tijdens de Spaanse burgeroorlog is Guernica door de Duitsers helemaal plat gebombardeerd, waarschijnlijk om te oefenen voor hun bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, onder andere op Rotterdam. Er schijnt nog een duizenden jaren oude boom te staan, die het bombardement heeft overleefd. 

Maar goed, dat is voor morgen, nu is het: modder afspoelen, kleren uitwassen, lekker eten en naar bed. O ja, in Markina is een kerk, die om het altaar heen is gebouwd. Het altaar bestaat uit drie grote voorchristelijke stenen, die door de heidenen al als altaar werden gebruikt. Nou, toen heeft men er maar een kerk omheen gebouwd. Ik was er graag even binnen gaan kijken, maar helaas was de kerk dicht. Niets aan te doen, in Spanje zijn de kerken meestal niet open. Dus de pelgrim ontbreekt het vandaag aan geestelijk voedsel, hij zal het met fysiek voedsel moeten doen. En omgekeerd lijkt me erger““.      

 

Mon
28
May '07

Anything to complain?

Nou, dat was weer een heavy dag vandaag. Tjonge, jonge, wat kan het hier tekeergaan, zeg. En het is volstrekt onvoorspelbaar. ik ging vanmorgen weg, toen was het redelijk weer, in ieder geval droog. De rest van de dag heb ik alle seizoenen weer gehad. Verschrikkelijk zware buien met storm, waarbij de regen je echt in het gezicht zwiept en je bijna niet overeind kunt blijven en vervolgens trekt de bui weg en is het stralend mooi weer. Het is wel grappig, want je kunt de buien zo aan zien komen drijven vanuit zee. Ik heb hier nog steeds zeegezichten, waarvan je alleen maar kunt dromen, zo mooi zijn die. 

Toen ik bij een betonnen hutje even stond te schuilen voor de regen, kwam Jim voorbij. Jim is een Amerikaan uit Texas, die getrouwd is met een Spaanse vrouw. Nu wonen ze afwisselend een half jaar in Spanje en een half jaar in Amerika. Hij is leraar Spaans, dus spreekt dat vloeiend. Als hij Amerikaans spreekt, praat hij net zo als die jongens in de serie ‘Bonanza’ (dit is voor de bejaarden onder jullie), komisch om te horen. Humor heeft hij ook, dus dat was wel gezellig, we hebben samen de rest van de tocht gelopen vandaag. Door de regen worden de paden natuurlijk steeds slechter en gladder, dus je glibbert en glijdt en gaat een paar keer onderuiten zit al gauw van top tot teen onder de bagger. Zelfs op mijn bril zat het vandaag. Op de momenten dat een van ons beiden onderuit gaat en in de blubber ligt, roept Jim: “?Anÿthing to complain?“? 

Maar al met al zijn we toch maar weer mooi naar Deba geglibberd en ach, als de schoenen weer schoongespoeld zijn, is alles weer gauw vergeten. Het blijft toch een fantastische tocht! 

We zitten hier nu in een piepkleine gite: er zijn maar zes bedden, drie stapelbedden aan de ene kant en drie aan de andere kant, dus dat wordt stilliggen vannacht. De weerberichten voorspellen dat het morgen iets beter wordt, dus we gaan er weer voor! Wat trouwens ook wel een grappige ervaring is, is dat het je op een gegeven moment niets meer kan schelen, al zit de modder tot in je oren. Als je toch al vies bent, is een beetje viezer niet erg meer natuurlijk. Ik verbaas me over mezelf wat dat betreft, want in het dagelijkse leven ben ik toch best een net mannetje.    

 

Sun
27
May '07

De gelukkigste stranden

Vanmorgen zei de receptionist: ”Meneer, wij hebben hier het land met de gelukkigste stranden“?. ”Nou“?, zei ik, ”dat zou je gisteren anders niet gezegd hebben“?. ”Daarom juist, je hoeft hier altijd maar twee dingen mee te nemen: je zwembroek en je poncho. Je gaat ’s morgens heerlijk in de zon liggen en dan begint het te regenen, dan hoef je alleen maar even je poncho over je zwembroek aan te trekken, want over tien minuten is het toch weer droog en schijnt de zon weer“?. En hij heeft helemaal gelijk, want vanmorgen ben ik met stralend weer vertrokken. Ik heb geweldig gelopen, de omgeving was schitterend met allemaal droomuitzichten. Gelukkig deed mijn camera het ook weer, dus was het droog. Vanmiddag heb ik de camera echter maar in mijn rugzak opgeborgen, want toen liep ik door een gierende storm, die me zowat uit mijn poncho blies, die ik aanhad tegen de gietbuien. Nou, volgens dezelfde receptionist hebben ze hier gemiddeld op 22 dagen regen per maand, hoewel hij troostend zei: Ã?n de maanden juni en juli wil het wel eens iets minder zijn.“?
Maar er staat wel iets tegenover. Vanmiddag zat ik heel hoog in de heuvels en dan zie je ergens heel diep beneden je de autoweg gaan. Je moet dus ook naar beneden, alleen loop je dan via een weg uit de Middeleeuwen, waar de stenen liggen, die ze toen als bestrating hebben neergelegd. En in die stenen zie je dan nu nog de karresporen uit die tijd staan.  Dat maakt toch indruk, het idee dat daar in de Middeleeuwen al mensen over die weg trokken, al zal het wel niet gemakkelijk zijn geweest met een kar over die stenen.
Onderweg heb ik geprobeerd mijn beltegoed op te waarderen bij een bank, maar dat is niet gelukt. Alle tabacs zijn dicht vanwege de zondag en ik weet niet of ze morgen wel open zijn. Ik heb nog maar € 3 beltegoed en die wil ik bewaren voor noodgevallen. Dus bedankt voor de sms-jes, maar dat is de reden waarom jullie even niets terughoren, of beter gezegd, zien.
Vandaag heb ik een poosje met een Frans jongen gelopen en met een ouwe Spanjaard, een zogeheten PGV. Zo noemde hij zichzelf ook. Ik zou jullie nu een dagje in het ongewisse kunnen laten wat een PGV is, maar ik vind het zelf veel te leuk om niet met jullie te delen. Heel simpel, een PGV is een ‘Peregrino Grande Vitesse’.
Hoewel het onderweg dus niet druk is, zijn de refugio’s iedere keer wel vol. Hoe dat kan, snap ik ook niet. Nu is hier een slimmerd, want die heeft naast de refugio een goedkoop hotel gebouwd. Kijk, dat getuigt nog eens van zakelijk inzicht. Daarin heb ik nu een kamer. Waar ‘hier’ is? Zarautz natuurlijk, iedereen weet toch dat dat 21,5 kilometer van San Sebastian ligt? 


Sat
26
May '07

Op de campus

Wat het weer betreft, was het een catastrofale dag en zoals elke goede preek verdeel ik het even in drie punten: vanaf mijn vertrek om 7 uur tot de middag was het heel veel regen en niet zomaar van die eenvoudige buitjes, het kwam met bakken uit de lucht. Voeg daarbij een fikse storm en een temperatuur van veertien graden. Dan betekent dat heel erg nat worden en over paden gaan, die dramatisch modderig en glad zijn. Mijn lieve zus belde me zelfs om te vragen hoe erg het was en dat ik vooral voorzichtig moet zijn, want in de omgeving Madrid schijnt alles ondergelopen te zijn. Kun je nagaan hoe slecht het weer is. Jammer is, dat ik ook niet kan filmen, want mijn camera is door alle natuurgeweld vochtig en ik krijg hem niet meer droog. Dat is punt één. 

In de refugio waar ik vannacht geslapen heb, kon je geen ontbijt krijgen, dus ging ik met een lege maag op pad met de gedachte onderweg wel iets tegen te komen. Nou, zelfs geen simpele kop koffie, laat staan een boterham en, zoals jullie ondertussen wel vermoeden, voor een pelgrim als ik is dit een zeer ernstige zaak. Dat is punt twee. Ik weet dat jullie nu onmiddellijk gaan keffen, dat ik wel erg veel met de bus of trein ga (hetgeen in dit geval volstrekt onjuist is, maar daarover straks uitleg): Ik heb mijn staf in de bus laten staan!!! Die mooie, trouwe staf, die ergens in Frankrijk op mij stond te wachten, is nu in het gunstigste geval geëindigd ergens achter in een stoffige busremise en zal nooit Santiago zien. Dat is punt drie.  Voor wie dus denkt dat het voor een pelgrim één grote, lange vakantie is: Lees het bovenstaande maar eens drie keer door. Maar, zoals in het leven ellende en plezier elkaar afwisselen en het pad over hoge bergen en door diepe dalen gaat, zo is het ook voor de pelgrim. Om een uur of waalf klaarde het weer op en deze route langs de kust is fabelachtig mooi. Er zijn allemaal baaien, waar je omheen loopt en het is dus veel omhaag en omlaag, maar als je dan weer ergens boven bent, heb je werkelijk schitterende uitzichten op de zee. Vooral met deze storm is het indrukwekkend hoe de golven dan tegen de kust slaan. In Pasaia kon je met een veerbootje door de baai naar de overkant varen. Dat leek me wel leuk om te doen. Voordat ik de boot opging was er op het pleintje waar ik stond te wachten een echte Baskische bruiloft met een muziekkorps en Baskische dansen, geweldig leuk, ik heb staan te genieten. Vervolgens voer ik de baai over voor een luttele € 0,50 en ook dat was een belevenis. Aan de andere kant van de baai moest ik toen weliswaar over steeds steiler en gladder wordende paden omhoog klauteren, maar als beloning zie je dan ineens in de diepte (om precies te zijn 280 meter, die je dan nog wel naar beneden moet) de stad San Sebastian liggen, een geweldig gezicht. Dat maakt alles wat je doet de moeite waard, dat soort beloningen. Ik moet zeggen, dat dit echt een schitterende route is, aar wel veel zwaarder dan die van vorig jaar. Het voordeel is, dat ik op veel plaatsen een doorsteek kan maken naar de route van vorig jaar, dus als het echt te gek wordt, ga ik dat doen. Het is ook een heel stille route, je komt echt bijna niemand tegen, maar dat is niet erg, want als ik straks in de buurt van Santiago kom, is er weer reuring genoeg. Zo zie je, het is allemaal toch heel anders weer dan vorig jaar en als het leven zelf: Het lijkt soms allemaal hetzelfde, maar is het niet. Een mens zou er lytisch van worden. Om dat te voorkomen ben ik maar afgedaald naar de stad en daar kwam ik om twee uur aan. Uiteraard alles gesloten en waar vind je in die grote stad een refugio?? Eerst maar weer naar de VVV en daar viel ik met mijn neus in de boter of, liever gezegd, daar stootte ik mijn neus. Er is namelijk een of ander groot congres in de stad en dat betekent: alles propvol, nergens meer een slaapplaats te bekennen, ook niet in de refugio’s, waarvan ze er trouwens maar twee hebben in de hele stad. Ik zag in gedachten al die driedelig gekostumeerde heren in een slaapzak in een refugio kruipen, leek me wel aardig. Maar het bleek toch vol te zijn met een ander soort mensen, meer zoals ik, alleen een toevlucht zoeken in een hotel was er dit keer dus niet bij. De enige mogelijkheid die er nog voor me was, was te slapen op de campus van de universiteit aan de andere kant van de stad. Daar staan gebouwen, waar studenten en docenten een kamer hebben en als die er niet zijn, worden ze in geval van nood verhuurd. Niet goedkoop, maar dat heb ik natuurlijk wel gedaan, want anderen die dat te duur vonden, werden onverbiddellijk weggestuurd zonder onderdak, omdat er echt niets was. Toen ben ik dus dat stukje met de bus gegaan met het verlies van mijn staf tot gevolg. En nu zit ik in een prachtige kamer op de campus. En opeens middenin de moderne techniek. Als je aankomt, word er een foto van je gemaakt, die komt op een pasje en als je dan bij je kamer komt, gaat de deut vanzelf open, dan word je herkend. Hoe het precies werkt, daar heb ik geen flauw idee van, maar de tegenstellng is wel grappig: aan de ene kant treuren om een staf, die in feite alleen maar een ouwe boomtak is en aan de andere kant gebruikmaken van de meest moderne snufjes! Dus nog steeds genoeg te beleven onderweg. Omdat ik niet precies weet op welk punt ik naar de route van vorig jaar terug zal keren, kan ik geen poste restante adressen opgeven, want misschien kom ik daar dus helemaal niet. Daarom lijkt het me het handigst om Santiago zelf als poste restante adres op te geven: 

M.J.den Otter
c/o POSTE RESTANTE Santiago de Compostela
SANTIAGO DE COMPOSTELA
Spanje
Vergeet niet duidelijk de afzender te vermelden!
Voor nu: gegroet gij allen, tot morgen! Theo

P.S. Een ‘special’ voor Jan van den Brink: Jan, ik hoop dat de letters nu groot genoeg zijn voor je, groeten, Gery  
 
        

   

Fri
25
May '07

In Spain

Het was vandaag tot een uur of vier erg mooi weer. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, wel tot half acht, daarna hebben we uitgebreid ontbeten, je zoon is er tenslotte niet elke dag. Daarna zijn we even naar Spanje gereden, jullie weten niet hoe snel dat gaat met een auto, om boodschappen te doen. Het duurde even voor we een supermarkt gevonden hadden, maar toen was het dan ook een hypermarché. Daar heb ik scheerzeep, tandpasta en een T-shirt gekocht, want ik ben er weer ergens een kwijtgeraakt, zeker laten liggen, en vervolgens heb ik een Spaanse sim kaart aangeschaft. 

Ik heb nu dus weer een nieuw nummer: 0034 654420584 

Ja, toen was het alweer bijna etenstijd, dus zijn we teruggereden naar Frankrijk en hebben ons in Hendaye op de boulevard geïnstalleerd met uitzicht op de Atlantische oceaan om eens even uitgebreid te eten, want een mens moet toch af en toe wat in zijn maag hebben, zeker een pelgrim met zoon natuurlijk. Het was hartstikke gezellig zo! 

Daarna naar het postkantoor, waar we sigaartjes vonden van Ton en Suzanne en een heel leuke kaart van een haan met wandelschoenen (vanwege die haan in het kippenhok natuurlijk)  

En toen heeft Marnix mij weer naar de route gebracht en is weer vertrokken om in Toulouse naar het vliegmuseum te gaan. Vervolgens gaat hij richting huis weer via Millau om daar de brug te zien (en niet die van Bommel). En voor mij lag daar weer de weg naar Spanje, maar nu lopend. Zo’n ramp was dat nu ook niet vandaag, want het was maar een kippeneindje van vijf klometer en toen was ik al in Irun. 

Dus: I am in Spain en meteen begint het verschil: ik kan pas om half negen eten en ik zit weer in een refugio waar wij wandelaars en pelgrims mopperen over het feit dat we zo laat eten. Want morgen is het weer vroeg dag voor ons. Het is lekker weer in een refugio te zijn, dat is toch heel anders. Hier ben je met perlgrims onder elkaar en in een hotel zit je tussen de zakenlui, die je dom aankijken en niet eens weten dat er een route bestaat. Dat klinkt nu wel mooi zoals ik dit zeg, maar zeer waarschijnlijk ben ik over een poosje weer doodziek van al die stinkende refugio’s en wil ik in bad liggen in een luxe hotel! Ja, zo is het leven, ook dat van een pelgrim, die vindt een warme douche ook lekkerder dan een emmer met koud water en gaatjes boven zijn hoofd!    

 

Het was vandaag tot een uur of vier erg mooi weer. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, wel tot half acht, daarna hebben we uitgebreid ontbeten, je zoon is er tenslotte niet elke dag. Daarna zijn we even naar Spanje gereden, jullie weten niet hoe snel dat gaat met een auto, om boodschappen te doen. Het duurde even voor we een supermarkt gevonden hadden, maar toen was het dan ook een hypermarché. Daar heb ik scheerzeep, tandpasta en een T-shirt gekocht, want ik ben er weer ergens een kwijtgeraakt, zeker laten liggen, en vervolgens heb ik een Spaanse sim kaart aangeschaft. 

Ik heb nu dus weer een nieuw nummer: 0034 654420584 

Ja, toen was het alweer bijna etenstijd, dus zijn we teruggereden naar Frankrijk en hebben ons in Hendaye op de boulevard geïnstalleerd met uitzicht op de Atlantische oceaan om eens even uitgebreid te eten, want een mens moet toch af en toe wat in zijn maag hebben, zeker een pelgrim met zoon natuurlijk. Het was hartstikke gezellig zo! 

Daarna naar het postkantoor, waar we sigaartjes vonden van Ton en Suzanne en een heel leuke kaart van een haan met wandelschoenen (vanwege die haan in het kippenhok natuurlijk)  

En toen heeft Marnix mij weer naar de route gebracht en is weer vertrokken om in Toulouse naar het vliegmuseum te gaan. Vervolgens gaat hij richting huis weer via Millau om daar de brug te zien (en niet die van Bommel). En voor mij lag daar weer de weg naar Spanje, maar nu lopend. Zo’n ramp was dat nu ook niet vandaag, want het was maar een kippeneindje van vijf klometer en toen was ik al in Irun. 

Dus: I am in Spain en meteen begint het verschil: ik kan pas om half negen eten en ik zit weer in een refugio waar wij wandelaars en pelgrims mopperen over het feit dat we zo laat eten. Want morgen is het weer vroeg dag voor ons. Het is lekker weer in een refugio te zijn, dat is toch heel anders. Hier ben je met perlgrims onder elkaar en in een hotel zit je tussen de zakenlui, die je dom aankijken en niet eens weten dat er een route bestaat. Dat klinkt nu wel mooi zoals ik dit zeg, maar zeer waarschijnlijk ben ik over een poosje weer doodziek van al die stinkende refugio’s en wil ik in bad liggen in een luxe hotel! Ja, zo is het leven, ook dat van een pelgrim, die vindt een warme douche ook lekkerder dan een emmer met koud water en gaatjes boven zijn hoofd!    

 

Thu
24
May '07

Bezoek

Vanmorgen vertrok ik dus voor mijn route langs de kust richting St Jean de Luz. In het begin liep de route vlak langs de kust, erg mooi. Na een tijdje week de route iets van de kust af, maar nou ja, dat kan natuurlijk. Maar toen ik steeds verder van de kust afraakte, dacht ik: ”dit kan niet goed zijn“?. Dus ben ik op een gegeven moment een andere route ingeslagen. Helaas, dat bleek ook niet de juiste route te zijn. Al met al heb ik vier uur gelopen en was toen hemelsbreed nog geen tien kilometer verder. Ja, ook dat gebeurt als je maar afwacht waar de weg je heenbrengt, het pad gaat niet altijd over rozen. Maar goed, uiteindelijk kwam ik in St Jean de Luz aan. Daar stond een aantal bussen en bij een van die bussen een stel Duitsers, die met de bus naar Urun wilden. Hoe de buschauffeur ook probeerde uit te leggen dat dat niet ging en dat ze dan in Hendaye over moesten stappen, ze begrepen er geen hout van. Dus toen ben ik er maar op afgegaan om het probleem op te lossen. Dat lukte aardig, maar toen zat ik eenmaal in die bus“““. en een kaartje naar Hendaye kostte maar € 1““. en het was toch eigenlijk ombeleefd om nu die bus weer uit te gaan. Dus ik zei tegen de buschauffeur: Nou, voor die ene euro kun je niet gaan lopen“?, waarop de man meteen vurige kolen op mijn hoofd stapelde door te zeggen: ”O jawel, hoor!“?. Maar ik dacht: ”Wat of wie let me?“? en ben de bus ingestapt om naar Hendaye te gaan. 

Onderweg ging tot mijn verbazing de telefoon. Er komen natuurlijk regelmatig sms-jes, maar een telefoon, die afgaat, maak ik niet zo vaak mee. En die kun je niet negeren of denken: ”Dat doe ik straks wel“?, zoals bij een sms bericht. Dus ik nam op en dat bleek Marnix te zijn, die uitgebreid vroeg waar ik zat en hele verhalen hield. Ik dacht net: ”Nou, die heeft de tijd“? en: ”Ik ben betrapt in de bus“?, toen hij zei: ”Laten we dan afspreken bij het station in Hendaye!!“? En ja, bij het station in Hendaye stond een bekende auto met mijn zoon erin. ik wist niet wat ik zag! Dat hebben die twee mooi bekokstoofd! Arme Geer, die gaat nu met het openbaar vervoer naar haar werk. Achteraf gezien vond ik wel dat ze rare antwoorden stuurde, als ik sms-te of ze al thuis was uit haar werk. Dan was het: ”Ik sta nu buiten en ga naar huis“? of ”Ik bel later, want ik moet eerst boodschappen doen“?, alles om te verbloemen dat ze er langer dan normaal over deed om thuis te komen. 

Dat was dus een hele leuke verrassing. We zijn met zijn tweeen naar de VVV gestapt om een hotel te zoeken en werden daar te woord gestaan door een zeer chagrijnige vrouw. Of te woord gestaan? Er werden een paar boekjes over de toonbank gesmeten met een gezicht dat zei: ”Zoek het zelf maar uit!“? Maar alla, we zitten nu in een Campanile hotel en vanavond ga ik dus ‘met een relatie’ uit eten!! 

 

Wed
23
May '07

Met de trein

Ja, ik heb weer een hotel met internet gevonden, een luxe die je niet dagelijks  vindt. Ik ben vanmorgen met een beetje lood in de schoenen vertrokken uit St.Jean Pied de Port. Dat vond ik toch wel een beetje schijterig van mezelf om met de trein te gaan. Iedereen is een beetje opgewonden voor de grote klim naar Roncevalles en ik ga op de trein staan wachten. Maar aan de andere kant ben ik in dit gezelschap bijna een crack, want ik heb vorig jaar Amsterdam – Santiago gelopen en nu zelfs Arles – Santiago. Ze vragen mij dan om raad (????) Ik sta er steeds weer een beetje van te kijken, want eerlijk gezegd kom ik  ‘s avonds toch ook niet meer kakelvers aan en of ik nu in Santiago aankom, is ook helemaal niet zeker.
Maar goed, ik ben dus vanmorgen met de trein naar Bayonne gegaan in ongeveer anderhalf uur. Heel mooie rit trouwens door de bergen. In St Jean Pied de Port heb ik een nieuwe credencial gekocht en daar in heb ik daar niet het eerste stempel laten zetten. Dat heb ik in Bayonne laten zetten in de kathedraal, waar weer eens een echt ontvangstcommite was. Ik vind dus eigenlijk dat er nu een tweede reis begint. Zo hoef ik ook niet een smoes te verzinnen, omdat ik met de trein ging. Gery zegt dat dit een echte ‘van der Reesten’ smoes is. Zou het?
In Bayonne heb ik eerst lekker een pizza gegeten op een terras in de zon en daarna ben ik gaan lopen – en dus niet met de bus – naar Biarritz. Daar ben ik nu dus. Biarritz is een badplaats met de oude glorie van een rijke badplaats voor de bourgeoisie, zoiets als Domburg vroeger bij ons. Er staan allemaal gebouwen uit de jaren twintig en alles is gericht op de badgasten, hoewel hier ook veel pelgrims langskomen, maar ja, die brengen geen geld in het laatje. Om Geer te bellen heb ik mij naar de oceaan begeven en ben daar op een muurtje gaan zitten boven rotsblokken, waar enorme golven tegenaan slaan. Een mooi gezicht en Geer hoorde de golven ruisen door de telefoon. Het wemelt hier ook van de surfers, hier schijnen de wereldkamioenschappen surfen te worden gehouden en dat kan ik me best voorstellen.
Ik had gehoord dat hiet een mooie route schijnt te lopen naar Hendaye, helemaal langs de kust. Dat lijkt me wel wat, dus ben ik hier naar de VVV gegaan. Dat was weer geweldig. Het ging ongeveer als volgt: ”Klopt het dat er hier vandaan een wandelroute langs de kust is naar Hendaye?“? ”Ja, ik geloof het wel, die schijnt wel te bestaan“?“?Heeft u misschien ook een beschrijving daarvan?“? Ëen beschrijving? Ja, die bestaat wel, geloof ik, en die hebben we geloof ik ook ooit wel gehad, maar waar die is gebleven?“? ”Nou, zoek maar niet verder, zijn er ook wegwijzers?“? ”Ja, de route zal heus wel aangegeven staan“? ”Waar moet ik dan op letten? Zijn het paaltjes of een bepaalde kleur?“? ”Ja, dat weten we niet, wij hebben de route nooit gelopen, wij nemen altijd de trein als we naar Hendaye gaan“? Heerlijke mensen!! Nou, ik zal het wel zien morgen, ik ben van plan om tot St Jean de Luz te lopen, maar of dat gaat lukken?
 

Tue
22
May '07

Even terug in St Jean Pied de Port

Vanmorgen ben ik in de mist vertrokken en het eerste stuk stuurden ze me letterlijk het bos in, waar het nog erg nat en heel erg modderig was. Het was dus een partijtje glijden en glibberen. Daarna werd het beter en om twaalf uur scheen er een heerlijk zonnetje en was het prachtig weer. Kijk, dat moeten we hebben: zalig de pelgrim op wie de zon schijnt! Om een uur of één was ik in St Jean Pied de Port, waar ik vorig jaar ook geweest ben en het was allemaal nog heel erg bekend. Het verbaasde me bijna dat mensen niet zeiden: ”Zo, ben je er weer?“? Het was er weer gezellig druk met heel veel wandelaars, dus geen pelgrims. Wat het verschil is tussen wandelaars en pelgrims?? Daar kan ik kort en duidelijk over zijn: pelgrims zijn mensen die wel zien waar de weg hen heen brengt en vooral wat de weg hen brengt. Zij rekenen niet op hulp en krijgen het dan bijna altijd. Wandelaars zijn mensen die thuis een reis hebben georganiseerd, waarbij alles al bekend is. Er is een busje dat hun bagage vervoert en om twaalf uur ’s middags komen zij langs dat busje (toevallig) en dan staat er ook een lunch voor hen klaar. Daar is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee, maar ze missen wel het belangrijkste: loslaten en maar zien wat er gebeurt. Ik heb een stempel gehaald op het pelgrimskantoor bij een vrouw van 83 jaar en die zei het als volgt: ”Dat zijn geen pelgrims, dat zijn wandelaars die op weg zijn naar de haarfohn in het hotel. Ik schrijf ze niet in en ze krijgen geen stempel“?. Ze vond het duidelijk niet tellen. Vervolgens raadde diezelfde vrouw mij dringend aan toch vooral niet naar Hendaye te gaan lopen, maar de trein te nemen. ”U hoeft het toch niet meer te bewijzen, u moet niet zo streng voor uzelf zijn“?. Nu zat ik al in een dilemma wat het volgende stuk betreft. Als ik namelijk de Grande Randonnee zou nemen, wordt dat een zeer zware tocht en in de gids wordt zelfs vermeld dat ik touwen en dergelijke mee moet nemen. Nou, dat vind ik echt te gek worden. Je moet wel leren loslaten, maar stel dat ik dat touw loslaat??! Het alternatief is dan drie dagen over asfaltwegen lopen en dat trekt me ook helemaal niet aan. Nou, deze 83-jarige mevrouw maakte een einde aan dit dilemma. Ik heb besloten morgen de trein te nemen en dan of naar Hendaye te gaan of naar Biarritz. Dat is wel wat noordelijker, maar dat lijkt me ook wel leuk om eens te zien. Ik weet niet wanneer de treinen gaan en waarheen, dus ik zie het morgen wel en handel dan naar het me uitkomt. Dat beschouw ik dan als een vrije dag, hoewel Geer zegt dat dat niet telt als vrije dag en dat ik er nog eentje bij moet nemen. Ik zal wel zien. 

Voorlopig zit ik in dezelfde gite als vorig jaar: Chemin de l’Esprit. Ik slaap op een driepersoonskamer. Ter linkerzijde word ik geflankeerd door Frans, die uit Tilburg is komen lopen, en ter rechterzijde door een Canadees. Frans had vandaag zijn vrije dag en slaapt hier nu voor de tweede nacht. Hij zei zorgelijk: ”Nou hoop ik wel dat ze vanavond een stukje vlees geven, want gisteren was het niks en ik heb trek in vlees“?, dus ik ben benieuwd. En verder liep ik vandaag Amerikaanse Pam weer tegen het lijf. Ze is nog steeds onderweg, maar heeft wel een erg zere voet. Dat komt me bekend voor, hoewel het nu wel beter met die voet van mij gaat. Alles went, zullen we maar zeggen. 

Verder heb ik mij weer een nieuwe stappenteller aangeschaft en twee paar sokken, zodat ik ook zonder fohn weer droge sokken heb. Tot drie uur vanmiddag was het schitterend weer, daarna betrok de lucht weer. Erg warm is het niet, ongeveer twintig graden. “?Echt wandelweer“?, sprak Geer wijs. Hoe kan zij dat nou weten??????? 

 

Mon
21
May '07

Droog !

Hoera, het is droog. Grijs, maar droog, alleen bovenin de bergen loop je letterlijk met je hoofd in de wolken en daar is het dan vochtig, maar niet zo dat je de poncho aan moet. Een pelgrimshand is gauw gevuld. 

Het was een pittige tocht vandaag met veel klimmen. Het was niet eens zo gek hoog, maar wel heel steil met af en toe hellingen boven de 9 %. Dus dat is klimmen en klauteren en als je dan eenmaal boven bent, ga je ook heel steil weer naar beneden. Dan krijg je ineens een heel andere houding en dat is lastig. 

Gisteravond heb ik na het eten eerst nog even op het terras gezeten en ben toen een ommetje gaan maken door het dorp. Ik heb even in de kerk gekeken, maar daar was niet veel te zien. Toen ik weer buiten kwam, zag ik bij het huis naast de kerk een vrouw met een rugzak aan de bel rukken. Nou, daar loop je dan even naar toe. Ze vraagt of ik een beetje Engels spreek en als ik ja zeg, barst ze los: ”O gelukkig, want ik ben Amerikaanse en spreek geen woord Frans! Ik ben net begonnen met lopen en ze hebben tegen me gezegd dat ik, als ik onderdak zoek, maar aan moet bellen bij het huis naast de kerk, maar dat doe ik en er doet niemand open!“? Ze was in Lourdes gestart en was in één dag van Oloron naar hier gelopen en was compleet versleten. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat ik over datzelfde stuk twee dagen heb gedaan. Dus ik heb me als een goed pelgrim over Amerikaanse Pam ontfermd. We zijn eerst maar eens op een muurtje gaan zitten om een beetje te praten en toen kwam er een auto aan met de curé erin. Die had echter weinig zin Pam liefdevol op te nemen en had allerlei excuses: de verwarming was stuk, hij had lekkage, de huishoudster was er niet omdat het zondag was, enz. Nou heb ik vaker met dat bijltje gehakt en wist dus wat ik moest doen: me nederig gedragen en blijven lullen, want Fransen zijn beleefd en zolang jij praat, lopen ze niet weg. Trouwens, dat had ook geen zin, want hij liep wel naar zijn huis, maar ik liep mee en maar blijven praten. Uiteindelijk kon hij gewoon geen nee meer zeggen, dus Pam kreeg een kamer, maar eten had hij niet. Geen punt, we spraken af dat we eerst zouden gaan eten en dan terug zouden komen. 

Waarop het volgende probleem rees: hoe we ook zochten, er was echt helemaal niets dat open was. We kwamen twee jongens tegen en vroegen waar we ergens nog iets te eten konden krijgen. De jongens hebben met ons het hele dorp rondgelopen langs alle restaurants en eetgelegenheden, maar alles zat echt potdicht. Inmiddels was het al na achten en ineens vroeg een van de jongens of we ook tevreden zouden zijn met een sandwich. Natuurlijk, als we maar iets in onze maag hadden. ”Nou, ga dan maar mee naar mijn moeder“?, zei de jongen. En zo kregen we van de moeder een sandwich met chorizo, lekker warm gemaakt in de magnetron. Die hebben we buiten genoeglijk samen op zitten eten met de eeuwige dankbaarheid van Pam. 

Toen ik vanmorgen vertrok, was het hetzelfde liedje: alles potdicht, er was nog geen brood te krijgen, dus ben ik met een lege maag vertrokken. Uiteindelijk belandde ik halverwege in een piepklein barretje, waar ik ook niets te eten kon krijgen, maar wel koffie. Dat was in ieder geval iets, dus ik aan de koffie en ondertussen weer met iedereen aan de praat natuurlijk. Over van alles en nog wat, en over de Baskische taal natuurlijk. En wat denk je? Wonderbaarlijk verscheen er ineens een sandwich en zei de patron: ”Hier, eet die maar op“?. Geweldig toch? Hij wilde er niets eens geld voor hebben, maar dat heb ik natuurlijk wel gegeven, hij moet er ook hard voor werken. 

Toen ik hier in Larceveau in het hotel (weer geen gites te bekennen) vertelde dat ik sinds gistermiddag bijna niets gegeten had, stond er in een mum van tijd weer een enorme sandwich voor mijn neus met een fles bier, een stuk Baskische taart en koffie, want een pelgrim zonder eten, dat kan natuurlijk niet. Dus jullie zien wel dat mijn charmes zorgen voor een volle maag! 

Hier in het hotel komen vanavond trouwens negentien gasten: allemaal wandelaars, die hun bagage laten vervoeren. De bagage is inmiddels al gearriveerd, de wandelaars komen nog. Daar zal ik vanavond eens een hartig woordje mee moeten spreken, want zo gaat dat niet natuurlijk! 

Gery leest me elke avond alle berichten voor als ik zelf niet kan kijken en ik geniet er ontzettend van. Heerlijk, al die commentaren! En ik was blij verrast een berichtje van Marjoleyne te krijgen, ontzettend leuk en bedankt voor de ’sokkentip’, ga ik zeker doen. Maar““. het weerbericht belooft dat het morgen beter weer wordt met meer zon en hogere temperaturen, dus we gaan eindelijk de goede kant op. Ik loop nu weer een stukje dezelfde route als vorig jaar van Le Puy en naar verwachting zal ik morgenavond in St Jean Pied de Port arriveren. Daarna wijk ik dan weer van de route af, omdat ik naar Hendaye loop. Er loopt wel een Grande Randonnee, maar ik denk niet dat ik die neem, want die gaat over de hoogste toppen van de Pyreneeën en dat is wel een beetje veel van het goede. Dus ik zoek mijn eigen weg en geen zorgen““ik vind mijn weg wel! 

 

Sun
20
May '07

Chez l’ habitant

Is het pas een week geleden dat ik meldde dat het achtentwintig graden was? Niet te geloven! Is het pas een week gelden dat ik mijn trui naar huis stuurde, omdat ik die toch niet meer nodg zou hebben? Niet te geloven en knap stom, want nu zit ik met twee T-shirts over elkaar nog te bibberen van de kou. Het blijft maar slecht weer. Je stuurt er geen hond op uit met dit weer, maar de pelgrim gaat moedig voorwaarts. Halverwege liep ik door een dorpje, toen er ineens een vrouw naar buiten kwam (een oude dit keer), die riep dat het onweerde. Nou had ik dat ook wel gehoord, maar ze riep er meteen achteraan: ”Dus moet je gauw binnenkomen, want je kunt niet buiten blijven als het onweert“?. Dus ben ik mee naar binnen gegaan en daar zaten ook drie mannen om de tafel en toen hebben we gedurende drie kwartier een zeer geanimeerd gesprek gevoerd. Te beginnen met het verhaal van een Engelse vrouw, die niet naar het weerbericht geluisterd had en dus vorig jaar in de bergen de dood gevonden had. Dat was om mij op te kikkeren. Verder hebben we uitgebreid zitten klagen over het vreselijk weer en de mannen vertelden dat de bakker in het dorp hoog in de bergen geen brood meer kon bakken vanwege het weer. Waarom nioet werd me niet goed duidelijk, maar daar ga je ook niet over zitten zeuren tijdens zo’n gesprek natuurlijk. Het had iets te maken met het water dat heel erg hoog in het stuwmeer stond. Ze gingen ook om de beurt mijn rugzak wegen om dan te kunnen zeggen: ”Wat zwaar! En moet je daar nu het hele eind mee lopen?“? Kortom, aandacht genoeg voor deze arme pelgrim. 

Vandaag ben ik gestopt in Mauleon, want toen onweerde het zo verschrikkelijk, dat ik het voor gezien hield. Nu zit ik ‘Chez l’habitant’, dat is weer een andere vorm van bed and breakfast. Je krijgt namelijk wel een bed, maar geen breakfast. Nou ja, weer eens iets anders. Iedereen zwaait hier weer naar me, terwijl ik loop. Leuk is dat. Onderweg werd ik eerst gepasseerd door twee Nederlandse fietsers en vervolgens dor een Duitser, die een eindje verder afstapte en weer terug kwam fietsen, want hij had namelijk de klompjes van Ursula gezien, die nog steeds aan mijn rugzak hangen. Grappig, ze zijn maar klein, maar vallen iedereen meteen op! 

Hier zie je overal in oude kerken benden stoelen staan en dan zijn er hele grote gaanderijen, waar banken staan. Het was me al een paar keer opgevallen, maar ik weet nu ook waarom dat zo is. Vroeger zaten namelijk de vrouwen beneden en de mannen boven. De mannen zaten braaf op de banken, maar de vrouwen brachten hun eigen stoel mee van thuis. Die dachten waarschijnlijk: ”Thuis heb ik geen tijd om te zitten, dus als ik eenmaal zit, wil ik ook lekker zitten!“? 

Volgens de weerberichten wordt het na dinsdag iets beter, dus ik houd hoop op droge sokken!!   

 

Sat
19
May '07

Louis de Funes

Regen, regen, regen. De hele morgen regende het dat het goot. Toen ik om één uur vanmiddag even stond te kijken waar ik ook alweer heen moest stoptre er een heel, heel oud vrachtautootje met een beeldschone vrouw erin, gehuld in een grote overall. Ze gooit het portier open en roept: ”Je moet naar l’ Hopital St Blaise, kom op, zitten!“? Dus zo ben ik de laatste zeven kilometer glorieus vervoerd. Nou, glorieus? Ik voelde me net Louis de Funes in die film, waarin hij met een non in een eend meerijdt, die net een dag haar rijbewijs heeft. Ik scheurde links en rechts de bochten door in een duizelingwekkend tempo, dat wil je niet weten. Maar leuk was het wel, weer een hele belevenis. Enfin, ik kwam veilig en droog aan zowaar. In l’ Hopital St Blaise stond vanaf de Middeleeuwen een opvanghuis voor pelgrims, maar nu bestaat het hele dorp uit twee hotels, vier huzen en een beauty van een kerk, echt schitterend! 

Dit is weer echt een gezellige streek. Vanmiddag zat ik in een café aan de koffie met twee mannen, van wie de een een hele dikke meneer was. Toen er nog iemand bijkwam, riep de dikkerd: ”Hier is een collega van je, die heeft hem vorig jaar gelopen“?. Inderdaad, dat klopte en we hebben gezellig staan praten, terwijl de dikke meneer steeds riep: ”Moet je nog een wijntje? Het is toch rotweer, je hoeft vandaag toch niet meer verder“?. Reuze gezellig was dat en de dikke meneer ging volgend jaar ook, riep hij. Ik keek zker bedenkelijk, want blijmoedig voegde hij eraan toe: ”Ja, met de auto natuurlijk!“? Heerlijk land, ik geniet van zulke dingen. Helaas kon ik niet filmen, want mijn camera is vochtig door al die regen en dan doet ie het niet. 

In een van die twee hotels heb ik mijn intrek genomen, want een gite is hier niet. Maar vooruit, ik heb nu avondeten, een kamer en morgenochtend een ontbijt voor € 50, dus niet al te duur. En wat dan nog? Zoals Geer altijd zegt: ”Laat de armoe de pest maar krijgen!“? 

 

Fri
18
May '07

Oloron Ste Marie

Toen ik vanmorgen vertrok, was het mistig, daarna miezerde het een beetje, om een uur of twaalf werd het droog en ook zonnig, om drie uur trok het weer dicht en nu zie ik een inktzwarte lucht, dus dat voorspelt niet veel goeds. Maar nu geeft dat niet meer, want ik ben er toch al. Om kwart over acht betrad ik ’s Heren wegen en die bleken meteen al wonderbaar. In de gids stond al dat bij regenachtig weer het pad erg modderig kon zijn en dat er daarom treden waren gemaakt op veel plaatsen. Nou, die treden waren er wel, maar als je dan met drie treden tegelijk naar beneden glibbert, heb je er niet veel aan. Na tien kilometer glibberen en glijden, vond ik het wel genoeg en ben vervolgens maar snel de ‘brede weg’ opgegaan. Dat was wel een stuk om, maar het grote voordeel was wel weer, dat er genoeg plaatsen zijn waar men zich kan laven en voederen. Dus ik heb tussen de middag een uurtje heerlijk op een terras gezeten om te eten. De mensen zijn hier zuinig, zoals we in de Pyreneeën ook al vaak hebben gemerkt. Toen ik dus om een flesje water vroeg, zeiden ze: ”Dat kunt u natuurlijk wel krijgen, hoor, maar hier is het water uit de kraan lekkerder dan Vitel, want die komen het bij ons halen. Waarom zou je het dan kopen als het voor niets uit de kraan komt?“? En inderdaad, het water was fantastisch. 

Het voordeel van die zuinigheid is wel dat ik, toen ik bij het Bureau de Tourisme op zoek ging naar een routebeschrijving van Oloron naar St Jean Pied de Port, ik een hele stapel kopieën kreeg, want het was zonde om daarvoor een hele gids te kopen! 

De Bearn is een prachtige streek en er begint hier ook weer wat meer leven te komen, het is niet zo leeg meer als de streek, waar ik hiervoor doorheen liep. Gezellig, ik heb een poosje gepraat met een Berlijner, die de tocht ook voor de tweede keer loopt en verder wordt ik weer overal door de Fransen aangesproken, die allemaal roepen: ”O, dat wil ik ook zo graag!“? ”Doen“?, roep ik dan. Het is hier heel erg groen en er zijn heel veel bloemen, echt een mooie streek is dit. 

Ik had een gite besproken, maar toen ik daar aankwam, bleek dat ik met een ander in een tweepersoonsbed moest slapen en dat werd me een beetje al dol. Dus ik heb mijn toevlucht opnieuw tot een hotel genomen en daar zit ik nu tegenover luisterrijk op een terrasje te overwegen dat het leven best meevalt, vooral omdat mijn voet lijkt op te knappen. Ik heb vandaag hele stukken gelopen zonder er zelfs maar aan te denken, dus dat is een goed teken. Alleen de laatste drie kilometer werd het gevoelig, maar ja, het waren er vandaag dan ook al met al drieëndertig! Dus de pelgrim blijft smeren met de eoline! 

Overigens zit ik nu wel in de Bearn, maar bearnaisesaus heb ik nog niet geproefd!! 

 

 

 

 

Thu
17
May '07

Iets verder dan Pau

Ja, dan vragen ze me om de plaats te noemen waar ik nu zit, maar het is iets van Artiquelouve of zoiets, ik weet het niet precies, in ieder geval iets verder dan Pau op de weg naar Oloron Ste Marie. 

Vanmorgen was het droog, vanmiddag begon het te miezeren en nu regent het! En het is koud, temeer omdat ik natte voeten heb. Je zou zeggen: Hoe komt hij aan natte voeten in die grote schoenen? Nou, dat kan ik uitleggen. Ik ben namelijk een paar sokken kwijt. Waar ze gebleven zijn? Geen flauw idee. Ik had drie paar en nu heb ik dus nog twee paar. Dat zou genoeg zijn, als het een beetje warmer en droog zou zijn. Kijk, ik stop als een keurig mens de sokken die ik aanhad, in de was en kom erachter, als ik schone sokken aan wil trekken, ik die niet meer heb. Het andere paar heb ik natuurlijk gisteren keurig gewassen en dat is nog niet droog. Dus zo kom je aan natte sokken in je schoenen en als gevolg aan natte voeten. Aangezien ik toch naar buiten moet om Gery te bellen, anders heb je hier haast geen bereik, trotseer ik deze beproeving van harte. 

Onderweg heb ik, behalve ‘mijn’ vier dames, alleen een man met een hond gezien et wie ik een praatje heb gemaakt. Deze route is erg rustig, soms is dat fijn, maar af en toe wel een beetje saai. En Geer zegt dan wel vermanend dat ik op de natuur moet letten en ondervraagt me ’s avonds welke planten en bomen ik heb gezien, maar ja, planten en bomen praten niet. Maar ja, verder was het een heerlijke dag, dus ik hb niet echt veel te klagen. Ik was al vroeg in het hotel en zag veel mensen in het restaurant dat erbij hoort. En toen kreeg ik slecht nieuws: het restaurant is namelijk vanavond gesloten en er is niets anders in dit dorp. Dus behalve die natte voeten vreesde ik al voor een andere beproeving: die van een hongerige maag. Maar gelukkig, de koks in het restaurant hebben voor mijn plezier een koude schotel gemaakt, die ik vanavond kan eten. 

Zo zie je maar dat alles weer goed komt en de weerman zegt dat het in het weekend iets beter weer wordt en minder koud, dus morgen droge sokken en ““. misschien wel een heel bescheiden zonnetje?  

 

Wed
16
May '07

Haan in het kippenhok

Gisteravond was ik dus echt de haan in het kippenhok, zo met mijn vier dames. En in het verenigingsgebouw naast het schooltje waren de majorettes aan het oefenen met van die leuke, korte rokjes, dus de dames vonden dat ik erg verwend werd. Gezellig was het wel. 

Maar vanmorgen was het even anders piepen. Toen ik vertrok, regende het en toen ik aankwam, regende het nog. En niet zomaar een beetje regen, nee, van die grote plensbuien. Ik ben maar over de weg gelopen, maar dat is wel voortdurend uitkijken geblazen. Ik moet zeggen dat de mensen wel voorzichtig rijden als ze me zien, maar als je net door de bocht bent, zien ze je pas op het laatste moment natuurlijk. Maar alles ging goed en het was maar een stuk van 17 km vandaag, dus om 12 uur was ik al in Morlaas in mijn besproken hotelletje. Het ziet er netjes uit en naast het hotel is een soort veredelde bar, waar ik tussen de middag heerlijk heb gegeten en inclusief de wijn en de koffie na was ik maar € 11 kwijt. Vanavond eet ik in het restaurant van het hotel en dat zal wel niet lukken voor dezelfde prijs. Morgenavond heb ik ook al iets besproken, dus dan ben ik ook weer onder de pannen. 

Ik smeer mijn voet dapper in met de eoline elke keer, maar volgens mij helpt het geen zak. Mijn zusjes zullen nu wel weer commentaar hebben en het commentaar morgen zal er wel niet om liegen, gevoegd bij het commentaar van Geer. Ja, er valt dan een hoop wijze raad te weerstaan. Maar zoals ik gemerkt heb, verdedigen ze me ook, zelfs als het vrouwen betreft. 

Ik begin al aardig op te schieten naar Oleron St. Marie. Daar houdt de gids op en vanaf daar moet ik dus zelf de weg gaan zoeken. Dat zal me wat worden. Ik heb wel al een goede kaart gekocht, het enige vervelende is dat daar uiteraard niet op staat waar ik kan slapen en, dat is nog erger, of ik onderweg kan eten en waar!! Ziehier het leven vol ontberingen van de pelgrim!!   

 

Tue
15
May '07

Weer een staf

Na een zeer uitgebreid Engels ontbijt, waar de vrouw des huizes en ik het erover eens waren dat de Fransen geen lekkere melk hebben en geen goede slagroom, ben ik weer met frisse moed vertrokken. Ik begon natuurlijk weer heel dapper met het vervolg van de Grande Randonnee, maar dat was echt erschrikkelijk. De weg was gewoon onbegaanbaar, binnen een mum van tijd had ik kilo’s modder aan mijn schoenen. Op een gegeven moment moest ik door een beekje met steile kanten en naar benden ging nog wel, maar weer naar boven was een hele klim en ik ben twee keer omgedonderd. Nou ja, weer eens iets anders dan over een boom heen vallen. Toen had ik echter niet alleen modder aan mijn schoenen, maar de modder zat werkelijk overal. Dus ik heb maar korte metten gemaakt met de voorgeschreven route en ben over de gewone weg verder gegaan. Lekker over het asfalt zogezegd. En dat dat een beslissing was die door St Jacob hoogstpersoonlijk werd goedgekeurd, bleek toen ik op een kruispunt overstak en tegen de paal een wondermooie staf zag staan. Die staf stond daar gewoon op mij te wachten! Een beetje korter dan die van vorig jaar, een beetje dikker, kortom, deze staf diende meegenomen te worden. Dat heb ik dus ook gedaan en zo komt een arme pelgrim aan zijn uitrusting. 

Het lopen over de weg ging uiteraard een stuk beter en sneller en zo was ik om half drie al op de plaats van bestemming. Onderdak heb ik dit keer gekregen in een schooltje naast het gemeentehuis. Het schooltje staat leeg en daar bivakkeer ik nu met 4 Franse dames, van wie er één half Spaans is en een lekkere vet accent heeft. De dames zijn verpleegsters en stonden erop mijn voet te verzorgen. En dat heb ik me graag laten aanleunen, nog wat extra gekreund natuurlijk en me lekker laten vertroetelen. Ze zagen het, geloof ik, niet al te somber in, er werd tenminste geen: ”o la la“? geroepen. Ja, dat heb je met verpleegsters natuurlijk, dat was nou weer een beetje een nadeel. De vier dames heb ik onderweg ook al een aantal keren gezien en vanmorgen nog een jonge knul, maar waar die gebleven is, weet ik niet. 

Ik zit nu in Anoye en in dit dorp is geen enkele winkel, zelfs geen bakker of epicerie. Maar voor het eten is hier wel weer een originele oplossing bedacht. Er kwam een man naar het schooltje en die maakte met een sleutel allerlei koelkasten open. We mochten daaruit kiezen wat we wilden eten en dat betalen. Vervolgens werden de uitgekozen spullen overgeheveld naar een koelkast, die open is en waar we dus in kunnen. En er is een magnetron, dus vanavond eten we met zijn allen hier. De rest van de middag ben ik trouwens druk geweest met mijn kleren wassen en mijn trui heeft nog hier en daar wat modderspatten, zag ik net. Maar vooruit maar, het mooie is al weer van mij af. De veters van mijn schoenen waren stuk en het valt lang niet mee om hier aan veters te komen. Ze hebben natuurlijk wel veters, maar niet van twee meter lang. Uiteindelijk vond ik veters van 1 meter 80 en dat is wel goed, alleen zijn het witte veters en dat staat erg charmant bij mijn bruine schoenen! Maar met die witte veters ben ik toch weer 22 kilometer verder, dus alles gaat goed. Voor morgenavond heb ik al een hotelletje geregeld, want vanwege het lange weekend is alles hier stampvol en kun je het risico niet nemen om niet te bespreken. 

Geer heeft de binnengekomen berichten aan me voorgelezen en ik geniet ervan. Heel leuk dat er een ook een berichtje van Mireille was, ik heb hele goede herinneringen aan de tijd met haar vorig jaar en jammer dat ze er nu ook niet bij is! Verder geniet ik van alle meebeleven van jullie allmaal en ook van jullie reacties. Verder vertelde Gery dat ze moppers krijgt omdat ik een poste restante adressen opgeef. In alle eerlijkheid, ik was het echt helemaal vergeten en heb Geer beloofd dat ik morgen een paar adressen op zal geven. Doe ik echt!! 

 

Mon
14
May '07

Op de Tea

Daar ben ik weer vanuit een cybercafe. Wat een water vandaag, zeg! Dit was afzien. Vanaf vanmorgen vroeg plensde het van de regen en om 12 uur had ik geen droge draad meer aan het lijf. Dus ook deze poncho is niet bestand tegen echt slecht weer. 

Ik ben niet via de route van de Grande Randonnee gegaan, want die is bijna onbegaanbaar met dit weer. Ik heb de gewone D-weg genomen, maar dat is dan weer uitkijken voor al het verkeer met die regen. Je kunt geen moment wegdromen tijdens het lopen, want dan loop je het risico van de weg gereden te worden en dat wil pelgrim Theo niet nog een tweede keer, dus opletten geblazen en steeds in de natte berm gaan staan. 

Om twee uur was ik hier al, want via de weg is de afstand natuurlijk korter. Toen wilde ik nog 7 kilometer verder lopen naar een gite,maar ik kon die mevrouw niet aan de telefoon krijgen en het leek mij een te groot risico er heen te gaan. Misschien was ze er wel helemaal niet. 

Dus ben ik weer naar het Office de Tourisme gegaan en daar hadden ze de oplossing: een bed and breakfast bij Engelsen. Daar ik zit nu dus. Het is er keurig netjes, schoon en de mensen zijn supervriendelijk. 

Maar ik moest meteen in de tuin (koud, koud, koud!!!) de TEA gebruiken met koekjes en boterhammen en allemaal toeters en bellen. Het was heel zoet allemaal. Omdat op maandagavond de hele boel hier dicht is, heeft ze aangeboden voor mij ook eten te maken. Ik ben benieuwd wat dat wordt. Brrr. 

Maar ik heb een mooie kamer met uitzicht op de tuin, waar ze vreselijk trots op zijn. Verder heb ik weinig nieuws. Met mijn voet gaat langzaam wat beter. Nu het weer nog! 

 

Sun
13
May '07

Achtentwintig graden

Het ging er vandaag lekker rustig aan toe en ik heb ook lekker gelopen. Het eerste half uur na het opstarten doet mijn voet nog pijn, maar daarna gaat het goed, dus wie doet je wat. De open plek krijgt witte randjes en het lijkt kleiner te worden, dus ik beschouw dat maar als een goed teken. Ik heb nog wel even aan het einde van de route een ommetje moeten lopen, omdat ik de weg kwijt was. Ik zag vanuit de verte de kerktoren al van Marciac, dat vandaag mijn eindpunt was, maar oen moest ik nog door een koolzaadveld. En de toren verdween achter een heuvel en dan weet je niet meer welke kant je uitgaat. Maar goed, het was maar drie kilometer om en morgen hoef ik maar een kilometer of achttien waarschjnlijk. Gisteravond hebben we gezellig zitten praten over de aard van de Hollanders. Hier in de buurt zijn een paar campings die door Hollanders zijn gekocht en het was wel komisch om daarop het commentaar te horen: ”Ja, het is er altijd wel schoon en netjes, hoor, maar je mag er niks en het eten is gewoon verschrikkelijk, overal gooien ze liters saus overheen“?. En vandaag kwam ik twee vrouwen tegen (ja, het zijn weer vrouwen, daar kan ik ook niets aan doen), die vertelden dat in hun woonplaats een Nederlandse ambassadeur woont, die niet anders doet dan protestbrieven schrijven tegen van alles en nog wat. 

Marciac is een erg leuke plaats met een groot plein en daar omheen allemaal balustrades en met achtentwintig graden is het gier prima toeven, vooral met een grote pils voor je neus. Maar de weerberichten voor morgen zijn minder: ze geven regen op. Nu wil dat niet zoveel zeggen, want aan de ene kant van de berg kan het regenen en aan de andere kant is het dan droog. Dus maar hopen dat ik morgen aan de goede kant van de berg loop“.  

 

Sat
12
May '07

Elke tien kilometer een bar

Ik heb een prachtige dag gehad vandaag. Het was stralend mooi weer en zes- à zevenentwintig graden, dus wat wil je nog meer. Om zeven uur vanmorgen trok ik de schoenen aan en ben op stap gegaan voor een wandeling van 32 kilometer. Het eerste stuk heb ik samen gelopen met een Fransman, Patrick uit Mulhouse. Die vertelde me trouwens een aardig verhaal. Hij was ook door l’Isle-Jourdain gekomen na Toulouse en had daar zijn familie ge-sms’t , waar hij zich bevond. Vervolgens kreeg hij een sms van zijn vader van 83 jaar, die meldde: ”Weet je wel dat je familie daar vandaan komt?“? Hij was hogelijk verbaasd, want hij wist daar niets van, maar het bleek dat zijn overgrootvader uit die plaats kwam. Volgens zijn vader was die daar geboren en ook gestorven. Dus hij is naar de begraafplaats gewandeld en na een half uurtje zoeken vond hij daar dus het graf van zijn overgrootvader, nog geheel intact. Wat hem het meest verbaasde, was dat het graf keurig verzorgd was en dat er zelfs bloemen bij stonden, dus hij vermoedt dat er ergens in de buurt ook nog iets als familie woont. Patrick is ambtenaar op het Ministerie van Arbeid. Alle ambtenaren hebben vakantie gekregen, omdat het verkiezingstijd is en ”dan doet de zittende minister toch niets meer“?. Mooie baan dus. 

De route was perfect, vooral omdat er dit keer keurig getimed elke 10 kilometer een bar was, waar je wat kon drinken of eten. Kijk, zo hoort het. Op weg naar een van die rustpauzes zag ik een meisje aan de kant van de weg zitten en uiteraard maak je dan een praatje en zijn we een stuk samen opgelopen tot de volgende bar. Zij was komen lopen vanuit een plaats die 80 km van München afligt naar de Oostenrijkse kant toe dan. Ze was nu elf weken onderweg en had de route vanaf Le Puy genomen. Een paar dagen is ze met een Francaise opgetrokken en ze vonden het allebei zo walgelijk druk op de pelgrimsroute vanuit Le Puy, dat ze zomaar ergens lukraak van de route zijn afgeweken en zonder de weg te weten een andere route hebben genomen. Uiteindelijk kwamen ze in Auch uit en nu liep ze dus hier. Na de koffie en de cola scheidden zich onze wegen, want zij moest wachten op een vriendin. 

Nu ben ik in een hotelletje in Motesquiou, nou ja, hotelletje? Het is meer een soort refugio, gewoon een aantal hokjes gebouwd, waar alleen pelgrims slapen en geen toeristen. Gelukkig, dit is echt veel en veel leuker. Ik zit nu in het land van d’Artagnan, een van de drie Musketiers. Het was een heerlijke dag!!   

 

Fri
11
May '07

Auch

Het was heerlijk weer toen ik vanmorgen aan de etappe begon: warm, maar niet te warm. Tussen de middag heb ik lekker buiten in het gras gezeten om mijn broodje op te eten. Verder was de route ”gezellig heuvelachtig“?, een beetje op en neer, maar dat noemen wij als doorgewinterde pelgrims ”plat“?. Het leuke is dat je steeds op je gemakje naar een andere streek wandelt en omdat het langzaam gaat, je dus ook de overgang meemaakt van de ene streek naar de andere. In de omgeving van Toulouse zijn alle huizen van rode baksteentjes gebouwd, zelfs de daken vaak en dat geeft een vrolijke aanblik natuurlijk. Hier bestaan de huizen weer uit grote blokken steen, maar de streek op zich is veel mooier, althans, dat vind ik. En je ziet de boerderijen van vorm veranderen en ook de kleuren. Ik nader nu alweer het Baskenland en dat is duidelijk te merken. 

Ik heb onderweg helemaal niemand gezien, er lopen hier duidelijk veel minder mensen. De afstand was ongeveer 34 kilometer, maar ik heb hier en daar een beetje gesmokkeld en af en toe een stukje afgesneden. Sint Jacob glimlachte daarbij vriendelijk, want die wist wat ik nog niet wist. Toen ik in Auch aankwam, kwam ik namelijk precies aan de verkeerde kant van de stad binnen en moest daardoor door de hele stad lopen. Ik wist dat hier een gite was, die bij de kerk hoorde, dus eerst maar naar de kerk. Daar was echter een grote begrafenis aan de gang en om daar nou midden tussen te gaan staan, vond ik natuurlijk te genant. Ik begreep dat de mensen even iets anders aan het hoofd hadden, ook de pastoor. Dus ben ik naar de VVV vlakbij gestapt en heb hen gevraagd waar de gite was. Die hebben mij dat keurig gewezen en dus klom ik naar de bovenstad en kwam bij de gite. Maar daar werd gemeld dat de gite vol was. Vol??? Hoe kan dat?? Ik heb onderweg geen mens gezien! Dus ik vroeg: ”Zijn er zoveel pelgrims dan?“? Nou nee, maar er was een familie aangekomen van acht personen en er kunnen er maar acht in de gite en de familie bleef twee dagen. Ja, dat zijn dus echt geen pelgrims, maar gewoon toeristen, die een uitermate goedkoop onderdak willen hebben. ‘t Moest niet mogen!! En“ het waren nog niet eens Hollanders!! 

Maar goed, er bleef me dus niets anders over dan weer een hotel en ja“.. dat was weer in de benedenstad, dus kon ik het hele eind weer naar beneden lopen. Sint Jacob kreeg volgens mij toen een zeer brede glimlach. Nu zit ik in de benedenstad in een klein straatje met allemaal toeristenwinkeltjes en dure kledingboetieks. Wel erg leuk. Auch is trouwens een leuke stad, met een boven- en benedenstad, natuurlijk een kasteel en een kerk met allemaal nauwe straatjes er omheen en een riviertje dat dwars door de stad loopt. 

Alleen het verblijf in een hotel heb ik nu wel gehad. Af en toe is dat wel prettig natuurlijk, maar de gites zijn toch veel leuker. Maar ach, nu ik zo om zeven uur nog lekker op een terrasje buitenzit en de winkelende mensen voorbij zie komen, omdat de winkels gaan sluiten, een drankje erbij heb, ach, dan valt dat toch ook weer reuze mee, nietwaar? 

 

Thu
10
May '07

Natuurlijk nog een zere voet

Ho, ho, eerst maar weer eens wat luider klagen, aangezien sommige mensen denken dat mijn voet al over is. Kijk, dat is natuurlijk niet de bedoeling, jullie moeten wel medelijden met me houden. Jullie moeten dus niet denken: ”Zijn voet is zeker over, want hij klaagt er niet meer over“?. Dit is echt fout. Jullie moeten denken: ”Wat een dappere pelgrim toch, loopt maar door met die zere voet en geen klacht komt over zijn lippen“?. Alle gekheid op een stokje, mijn voet is nog steeds niet dicht, maar dat gaat gewoon lang duren, omdat ik er elke dag mee loop. Ik voel hem wel, maar ik kan er wel weer goed mee lopen. Vooral vandaag, want het was een rustig parcours en de weg was niet al te moeilijk. Wel erg warm, toen ik vanmiddag om vier uur in Gimont aankwam, was het nog negenentwintig graden. Is het bij jullie ook zo warm (sprak hij vals, terwijl hij net gehoord heeft dat het er pijpenstelen regent en koud is). Ja kijk, als jullie geen medelijden met mijn arme voet tonen, toon ik dat niet met jullie slechte weer. Volgens mij is dit trouwens geen echte pelgrimsgedachte, maar af en toe een zondetje moet natuurlijk wel kunnen, dat houdt de spanning erin. Morgen schijnt het trouwens minder warm te worden, dus ik word meteen gestraft. 

Vandaag zag ik af en toe in de verte de Pyreneeën met nog heel veel sneeuw op de toppen. Dat is werkelijk een schitterend gezicht. Alleen is het met die Pyreneeën wel zo, dat je ze steeds ziet en dat ze dan dichtbij lijken, terwijl ze in werkelijkheid nog heel ver weg zijn. Terry is vandaag weer gaan lopen, klaagt nog over hoofdpijn, maar verder gaat het weer. Hij zit nu in Auch en is mij dus maar één dag voor, want ik hoop morgenavond daar te zijn. 

Ik zit nu weer in een hotelletje, want hier in de buurt zijn weinig andere overnachtingsmogelijkheden. Dat is wel duur, maar Geer zegt dat ik daar vorig jaar ook over liep te zeuren en dat het in Spanje goedkoper wordt. Nou, als ik de zegen van mijn eigen minister van financiën krijg, zit het wel goed.   

 

Wed
9
May '07

Toulouse

 

Ja, daar zit ik dan in een internet café in Toulouse. Met een Engels toetsenbord, dus dat gaat dan wat sneller dan met het Franse.
Vanmorgen ben ik al om zeven uur uit mijn keuken vertrokken. Gisterenavond gegeten met de curé, een geweldige vent met een grote baard, die kennelijk door zijn parochianen op handen gedragen wordt. Hij ondersteunt een project in Letland en heeft daardoor nu ook een soort huishoudster in dienst die Letse is. Ook heeft hij nog een Duitse jongen die hij als het ware opleidt in het begeleiden van mensen. Die jongen komt uit Beieren en is protestant, het meisje trouwens orthodox. Dus er zaten nogal wat verschillende geloven aan een tafel. Maar het eten was daarom niet minder lekker. De curé sluit de gite trouwens, want hij wordt overgeplaatst naar een andere plaats en er is niemand die het in Baziege van hem overneemt. Het is ook overal hetzelfde“
Goed, na mijn vertrek heb ik direct het jaagpad naast het kanaal genomen. Dat ging lekker makkelijk, want er waren geen stijgingen en afdalingen. Bovendien waren er overal bomen voor de schaduw.  Er waren wel weer heel veel fietsers en dat is echt opvallend. Nergens in Frankrijk heb ik zoveel fietsers gezien als in deze omgeving. Er zijn zelfs fietspaden in de stad. Nou moet Frankrijk toch niet gekker worden!
Overigens zag ik onderweg in het Canal du Midi nog een bootje, afkomstig uit Voorschoten. Zij waren onderweg naar Beziers. Om twee uur kwam ik in Toulouse aan. Dat was voor pelgrims vroeger en is nu ook nog steeds een hoogtepunt, te vergelijken met Vezelay en Le Puy vorig jaar. Toulouse is een heel grote stad, dus er zijn lange wegen door de buitenwijken. Op een gegeven moment liep ik bij een bouwactiviteit en vroeg of ik kon doorlopen langs het kanaal. Ja hoor, geen enkel probleem. Alleen““ er was geen wandelpad meer. Ik liep dus over een brede vierbaansweg met mijn rugzak. Zo liep ik Toulouse binnen als een generaal zonder leger. Het was toch wel een grootse binnenkomst, want mensen toeteren naar je en steken hun hand op.
Ik ben direct naar het station gelopen omdat je daar meestal de goedkopere hotels hebt. Dat klopte“. alleen staan er verdacht veel meisjes op straat die heel aardig tegen je zijn. Dus wat heb ik te klagen???
Vanmiddag heb eerst mijn stempel gehaald in de Saint Sernin, waar ik ontvangen ben met de egards die bij een pelgrim horen, dus niet als een gewone, wandelende toerist. Men weet hier nog hoe het hoort. Of is dit nu weer hoogmoed??
Enfin, ik ga hier vanavond lekker eten en ik groet jullie allemaal.
 

Tue
8
May '07

Eten met de curé

 Goed, de vaste burcht waarin ik vannacht mocht schuilen, bleek te worden beheerd door twee kapitaalkrachtige homo’s, die naar de zin van het leven zoeken bovenop de berg. Heel aardige mannen trouwens en zeer katholiek. Dus met recht het rijke, roomse leven. Het kerkje hebben ze al helemaal gerestaureerd en dit bevat nu glas-in-lood ramen, die komen uit het klooster waar ik vorige nacht geslapen heb. 

Vanmorgen ben ik weer fris op pad gegaan en tot Villefranche heb ik in de heuvels gelopen. Dat was om een uur of twaalf, dus daar heb ik eten ingeslagen en toen ben ik verder langs het Canal de Midi gelopen en dat is gewoon vlak, dus dat loopt lekker. Het enige nadeel is, dat het er vandaag wemelde van de fietsers, want Frankrijk heeft vrij, het is bevrijdingsdag hier. Dat ze fietsen is niet erg, maar er is geen Fransman die een bel op zijn fiets heeft zitten, dus ze komen uit alle hoeken en gaten en flitsen je links en rechts voorbij met een noodgang. Halverwege stopt er naast mij ineens een auto met een mevrouw achter het stuur (Ja, weer een vrouw, ik kan het ook niet helpen). Ze stapt uit, komt naar me toelopen en zegt: ”Het spijt me, ik kan u helaas niet meenemen en ik ben ook bang dat u dat toch niet wilt, maar ik moet u even een hand geven, want ik vind het zo leuk dat u dit doet“?. En vervolgens vertrok ze weer. Leuk, hè? Verder lopen in deze omgeving heel weinig mensen, op deze route lopen trouwens toch veel minder mensen dan vanuit Le Puy. 

Na zo’n dertig kilometer kuieren bij een temperatuurtje van 15 – 20 graden (en droog, wat bij jullie weer niet het geval was, ha, ha) besloot ik te stoppen in Baziege. Maar ja, vanwege de bevrijdingsdag is alles dicht, er is geen winkel open, maar ook geen restaurant of hotel. Dus dat werd weer aankloppen bij de kerk en gastvrij werd ik binnen gehaald. Ik slaap nu op een matras op de grond in de keuken van de kerk. Komisch is wel, dat midden tussen de volle en lege wijnflessen een crucifix staat. Ik vreesde even dat dit het symbool was dat ik het vanavond alleen met geestelijk voedsel moet doen, want dan komen we niet ver. Maar nee, ik eet vanavond samen met de curé en diens huishoudster, dus dat zit wel goed. 

Terjé is al door Toulouse heen, maar sms-te dat hij het niet meer zag zitten. Hij is verkouden en zijn schoenen zijn kapot, dus hij ligt in bed. Volgens mij komt dat gewoon omdat het eerste stuk van de route erg zwaar was met veel te grote afstanden per dag. Vooral omdat je net begint met lopen, vergt dat gewoon heel veel van je. Zo beschouwd is het dus maar goed dat ik een zere voet had, waardoor ik gedwongen werd wat rust te nemen en de afstanden in te korten. Het zou me trouwens niet verbazen als hij gewoon wacht tot ik weer in de buurt ben. Morgen hoop ik in Toulouse aan te komen. Een kleine pelgrim in de grote wereldse stad dus, weer eens iets anders dan in een klooster.   

Mon
7
May '07

Er zijn ook bushaltes

Vanmorgen in het hotel werd mijn ontbijt verzorgd door een mevrouw die op Moe leek, vond ik. Dat dat niet alleen uiterlijk zo was, merkte ik toen ik vertelde dat ik vandaag naar Montferrand ging lopen. Ze zei verschrikt: ”Helemaal naar Montferrand? Maar dat is ver, hoor“?. Daarna boog ze zich naar me toe en fluisterde samenzweerderig: ”Maar er zijn onderweg bushaltes, hoor, en niemand zal er iets van zeggen als je een stukje met de bus gaat“?. Toen bedacht ik weer, dat ik ook zou kunnen liften en dan net zou doen alsof ik zwaaide als er een auto stopte, maar als die dan zou vragen of ik mee kon rijden, ja, dan kon ik niet weigeren natuurlijk“?. Daar hadden we dikke pret om samen. 

Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik ben braaf gaan lopen, het hele eind, drieëndertig kilometer en onderweg echt niemand gezien. Het was koud en er stond veel wind, maar het was wel droog en volgens mij kunnen jullie dat niet zeggen vandaag! Het was op zich wel gemakkelijk lopen, langs een riviertje en een goed begaanbaar pad. Alleen aan het einde moest ik nog even een berg op, steil omhoog. Onderaan de berg lag een schooltje van één klas en dat was alles. Halverwege de berg was toen iets wat op een dorp leek, maar daar moest ik natuurlijk niet zijn. Nee, ik moest zo nodig helemaal bovenop de berg gaan logeren. En waar ik nu aanbeland ben, ik heb geen flauw idee, maar het lijkt op een soort religieuze commune of zoiets. Er is een ruïne en een heel oude kerk, daar hebben ze ook weer zoiets als vespers en lauden en metten en al die andere dingen, maar ik weet niet, er lopen hier allerlei alternatievelingen rond. Enfin, vanavond bij het eten zal ik er wel achterkomen wat dit nu precies is. In ieder geval mag er gepraat worden dit keer. En ik heb een grote kamer, leiver gezegd een soort zaal van acht bij tien meter, dus ik kan in mijn eentje wel een dansje doen. Maar dat gaat niet met mijn voet. Die is nog steeds niet over, maar ik denk elke avond, dat het er toch iets beter uitziet, dus ik houd de moed erin. De afstanden elke dag zijn hier groot, want er is onderweg geen slaapplaats en dat komt nu niet zo goed uit, want ik had liever even wat kortere stukken gelopen, maar ja, voor pelgrims worden geen lieverkoekjes gebakken, rijst met bessensap is genoeg. Deze kamer is trouwens wel erg koud, dus aan ontberingen ontbreekt het mij niet. Zo hoort het natuurlijk ook op het smalle pad. Bij Toulouse hoop ik dan ook een stukje brede weg te mogen proeven, want laten we eerlijk zijn, verleidingen horen er ook bij.  

 

Sun
6
May '07

Zwijgen

 Het was een heel bijzondere belevenis om vannacht in een klooster te slapen. Het was de eerste keer dat ik in een klooster sliep, waar je geacht werd gewoon aan alles mee te doen. Ik ben gisteravond dus eerst naar de vesper gegaan en er werd heel veel gezongen. Inderdaad kwam een monnik me om precies vijf voor acht halen voor het eten en toen heb ik de maaltijd in de refter gebruikt. Eerst alle monniken en helemaal onderaan, aan de laagste plaats aan tafel, zat ik. En er wordt gedurende de hele maaltijd gezwegen, echt gezwegen zelfs geen ”alsjeblieft“?of ”dankjewel“?. Er wordt wel vriendelijk geglimlacht en geknikt, maar er wordt geen woord gesproken. Een monnik zat aan het hoofd van de tafel en die ging voorlezen uit een tijdschrift met alle nieuwtjes, wie er zalig verklaard was en zo. We kregen soep en brood en kaas, er was genoeg en omdat het zaterdag was, kregen we ook iets extra’s, rijst met boter en een soort bessensap. Ik vond het heel bijzonder om dit mee te maken. 

Vanmorgen zat ik dus om zeven uur weer aan een zwijgend ontbijt met 63 monniken en slechts drie leken.  Maar het geestelijk voedsel had ik toen al gehad: de lauden in de kerk. Weer heel veel zingen, erg indrukwekkend.. Toen de maaltijd afgelopen was, begon de leek naast me, die al die tijd al nieuwsgierig naar me gekeken had, toch tegen me te fluisteren. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam en waar ik naar toe ging. Toen hij hoorde dat ik naar Santiago ging, fluisterde hij: ”O, geweldig, ik ben Spanjaard en St Jacob is ONZE heilige. Elk Spaans gezin moet een keer naar Santiago gegaan zijn. Ik ben er al zeven keer geweest“?. Dat vond ik nogal wat, tot bleek dat hij het al die keren per auto had gedaan. Schuldbewust zei hij ook: ”Ja, eigenlijk moet het zoals u dat doet“?. 

Bij het afscheid heb ik een fluisterend paatje gemaakt met de gastheer-monnik en hem gevraagd waarom hier eerst de Cartharen geweest zijn en later de Hugenoten. Volgens hem kwam dat omdat deze streek ver van Parijs ligt en er altijd een soort verzet is tegen Parijs. De Cartharen verzetten zich tegen Parijs en werden uitgemoord. Later werden de Hugenoten daarom ook van harte welkom geheten als een soort wraak tegen Parijs. Ik citeerde iets uit de bijbel en toen was hij helemaal verrukt. Hij kon wel merken dat ik een echte Protestant was, want anderen weten daar niets van. Hij vertelde ook nog dat dit klooster beïnvloed is door het protestantisme, omdat veel monniken van origine protestant geweest zijn en dat het klooster om die reden bekend ston om zijn zeer goede bijbelstudies, aangezien ze meer bezig  zijn met wat er in de bijbel staat dan naar Rome te luisteren. 

Toen ik de oprijlaan afliep van het klooster, kwam ik allemaal kerkgangers tegen, die me aanhielden en vroegen of ik naar Santiago ging en of ik dan voor hen wilde bidden. Hier in deze streek zijn ze er weer veel meer mee bezig dan in de streek waar ik vorige week was. Nou, na mijn vertrek mocht ik weer praten, alleen was er toen niemand meer om mee te praten, maar dat geeft niet. Ik ben nu uit de bergen, het is hier heuvelachtig zoals in Zuid-Limburg, dus het loopt makkelijker. Ik heb het rustug aan gedaan en heb zo’, twintig kilometer gelopen en nu zit ik in een Logis de France in Revel, een klein stadje, waar op zondagmiddag werkelijk niets te beleven valt. Verder kreeg ik een telefoontje van Terjé, dat ik in Toulouse niet de gids moet volgen, maar gewoon langs het kanaal moet lopen, want dat de rest allemaal onzin is. Nou, dan is het in ieder geval vlak! Tot morgen maar weer.

Sat
5
May '07

Achterin het stille klooster

…….klopte eens een pelgrim aan 

Nou, of ’s Heren zegen op mij neerdaalde vandaag, weet ik niet, maar ’s Heren regen in ieder geval wel. Althans vanmorgen. Ik loop nu weer in mijn eentje natuurlijk en eerlijk gezegd bevalt me dat ook uitstekend. En wat me nu toch weer overkwam. Om een uur of half een werd het droog, dat loopt een stuk gezelliger en ik liep op een weggetje toen er ineens een auto naast mij stopte met een vrouw erin. ”Stap gauw in“?, zei ze, ”dan gaan we eten!“?. Nou, een pelgrim moet natuurlijk blij zijn met alles dat op zijn weg komt, dus ik stap in. We reden naar haar huis, ze woont alleen en het was er een verschrikkelijke bende, maar in een mum van tijd had ze een pan spaghetti met kip klaar en verscheen er van alles op tafel, chocola en toetjes en fruit. Zulke dingen maak je echt alleen maar mee, als je alleen loopt, maar het zijn wel ontzettend leuke dingen natuurlijk. Ik heb er zo’n twee uur gegeten en gezeten en ben toen weer op mijn gemakje doorgekuierd. Mijn voet is nog steeds open, maar als ik maar blijf lopen gaat het wel. Als ik een tijd gezeten heb zoals vanmiddag, dan kost het moeite om weer om gang te komen en loop ik wel een half uur pijn te hebben. Dat is tegenwicht tegen de luxe, Jaap. 

Nu ben ik aangekomen in Encalcat en klopte deemoedig aan de deur van het klooster aan. Een prachtig klooster overigens en niet zo oud, maar honderd jaar of zo. Ik werd ontvangen door twee monniken met de woorden: ”Een pelgrim voor St Jacob sturen we nooit weg“?. Ik heb een hele ruime kamer, dus echt geen monnikscel oftewel, de monniken hebben het ook wat beter gekregen. 

Ik ben uitgenodigd voor de vesper van zes uur en kan dan binnendoor naar de kerk, ”Dan hoeft u niet helemaal om te lopen“?, zei de broeder. En dan ga ik weer naar mijn kamer en wordt om 18.55 uur opgehaald door een monnik die me gaat begeleiden naar de eetzaal en daar eet ik gezamenlijk met de monniken. Dit is weer een heel nieuwe ervaring, maar wel genieten! Ik heb vandaag maar twintig kilometer of zo gelopen en ben van plan om morgen ook zoiets te gaan lopen. Rustig aan, maar wel doorlopen, dan maar pijn in mijn poot! Ja, zoet maar, als het zo blijft, ga ik nog wel een keer een dokter of zo opzoeken! 

 

Fri
4
May '07

Twee dagen rust

Nou, er valt dit keer niet veel te melden van het front. Ik heb namelijk zitten wachten tot mijn voet dichtging en het is nog steeds koud en het regent de hele dag. Hier word ik niet vrolijk van. Mijn voet ziet er wel iets beter uit, maar hij is nog steeds niet dicht. Nou, open of niet, morgen ga ik weer lopen en dan zie ik wel hoe ver ik kom. 

Gisteravond heb ik voor een slaapplaats voor Terjé gezorgd en hebben we samen gegeten. Opvallend is dat we allebei het gevoel hebben dat het veel zwaarder is dan vorig jaar. We snappen zelf niet hoe dat komt, maar het is meer gedoe, zeggen wij. Waaruit dat gedoe dan bestaat, geen idee. Vorige keer konden we beter loslaten. 

Wat een waarheid is als een koe, is dat je je van vorig jaar vooral het laatste stuk het beste herinnert, toen we al maanden gelopen hadden. Hoe het in het begin ging, weten we niet meer eigenlijk. En ik denk voor mezelf dat het er ook mee te maken heeft dat je er nu als het ware ineens middenin ploft en er vorig jaar meer langzaam aan naar toeleefde. Eigenlijk zit ik nu gewoon te zwammen, want ik weet gewoon niet hoe het komt, maar kennelijk ben ik niet de enige die het zo ervaart. 

Nou, in ieder geval, vannacht lekker slapen en“. morgen weer verder!! 

 

Wed
2
May '07

Half om half

Gisteravond hebben we zeer uitbundig gegeten met zijn allen, het was in één woord geweldig. Dus vanmorgen na een sober ontbijt weer op pad voor een tamme wandeling (zoals wij dat noemen). Het was somber weer, maar tot 12 uur bleef het droog. Alleen moesten we door heel veel beekjes waden en dan houd je het ook niet droog. Gezien mijn arme voet heb ik besloten vandaag maar twintig kilometer te lopen tot Angles en daar de bus te nemen naar Castres. Ik heb mij dus het hoongelach van mijn medepelgrims moeten laten welgevallen, dat snappen jullie. Maar ik heb het gedragen als een man, want ik wil gewoon verder en dus geen risico’s nemen. Geer humde goedkeurend bij dit wijze besluit en mompelde al iets van: ”Dan neem je toch gewoon elke dag een stuk de bus“?, maar dat is geen zaken doen. Bovendien heb ik het weer geweldig naar mijn zin met dat geloop. 

Om ongeveer half twee was ik in Angles en toen ik geld ging pinnen (want een pelgrim komt er niet alleen met een bete broods, wat pegulanten in de achterzak is ook wat waard, een moderne pelgrim dus die met zijn tijd meegaat), kwam het meisje van de bank met twee collega’s er juist weer aan na de lunch. Kon ik mooi meteen vragen waar de bus naar Castres stopte en hoe laat die ging. ”Nou“?, zei het lieve kind toen, ”die stopt hier niet en komt hier ook niet. Er komt hier geen enkele bus“?. ”Kijk“?, dacht ik berouwvol, ”Jacob bestraft me meteen al“?, maar het bleek dat hij toch ook medelijden kon tonen, want het meiske zei tegen een van haar collega’s: ”Waar ga jij vanmiddag naar toe? Naar Rodez? Nou, dan kom je door Castres“?. En toen stond ik een half uur later in Castres, keurig afgezet in het centrum. Eerst maar op zoek naar een kamer, dus op naar de VVV. Die wisten eerst alleen maar hotels, waar de kamers 60 à 70 Euro per nacht kosten en aangezien ik twee nachten wil blijven, vond ik dat toch te gortig. Uiteindelijk vonden ze toch nog een ander hotel, het minimum voor de minima zogezegd. Ik heb een kamertje met een bed, een wastafel, een houten keukenstoel en een piepklein tafeltje. Douche en toilet zijn op de gang, maar“..ik zit midden in het centrum en betaal € 51 voor twee nachten. En nu kan ik tenminste als een echte pelgrim peinzen. Morgen kan Geer dus de website openen met: ”De vermoeide, oude pelgrim zat peinzend op zijn sobere kamertje““““““? 

Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een apotheek. Nou, het is hier nog net als vroeger, de apotheek staat vol met mensen die met zakken vol medicijnen de deur uitgaan. En als ze iets tegen je zeggen, praten ze niet gewoon, maar gaan ze tegen je fluisteren, zodat je verschrikt denkt: ”Ik zal wel een hele enge ziekte hebben“?. Dus ik zeg tegen de fluisterende apothekersassistente dat ik pelgrim ben, dat mijn voet open is en dat ik nog veel moet lopen, en vraag of ze er een zalfje of zo voor heeft. Ja, dat kon ze zo niet zeggen, ze moest het eerst zien. En dus stond pelgrim Theo in een overvolle apotheek zijn schoen en zijn sok uit te trekken onder de belangstellende blikken van de bezoekers, die nadrukkelijk deden alsof ze niets zagen. Dus zo privé is dat fluisteren nou ook weer niet. Maar toen ze mijn voet zag, was het ”O la la“? niet van de lucht en werd ik plechtstatig naar een klein kamertje geleid, want hier moest iets aan gedaan worden. Toen werd de ”docteur en pharmacie“?erbij gehaald, die zich ernstig over mijn bezwete voet boog. Kijk, dan heb je weer status, zoals het hoort. De voet werd ingesmeerd met een of andere knalrode vloeistof, want zalf erop was helemaal fout, en liefdevol verbonden met een prachtig verband. En verbazend hoeveel personeel er tijdens deze behandeling ineens even in dat kamertje moest zijn. Kijk, een paar maal is mij al verteld dat ik ”schöne beine“? heb, maar mijn voeten mogen er kennelijk ook zijn. Ik kreeg een paar dozen mee van dat spul om er op te smeren en dat alles voor € 4. Ik mocht er ook wel mee lopen, maar het zou beter zijn als mijn voet, die zojuist zo keurig was ingepakt, zoveel mogelijk blootgesteld zou worden aan de open lucht terwille van de genezing. ”Dan droogt het uit“?, zei het lieve kind, terwijl het buiten hoosde. Ik zag mijzelf morgen al de hele dag op mijn keukenstoel zitten met een voet buiten het raam vanwege die open lucht, maar dat schijnt iets anders te zijn dan buitenlucht. Ik moet er alleen maar geen sok of verband omheen doen. Dus Geer kan haar mooie begin van morgen niet vervolgen met: “““..en staarde mistroostig uit het raam naar zijn opgezwollen voet, die uit het raam bungelde“?. Maar, geloof het of niet, ik liep naar buiten (weer met sok en schoen aan natuurlijk) en het hielp meteen, ik liep stukken beter. Ik zie nu mijn familie denken: ”Ja, ja, op wie lijkt hij nu?“?, maar het is echt waar. De apotheker wist niet of één dag genoeg was om mijn voet geheel te laten herstellen, maar ik weet het wel. Morgen een rustdag, maar dan weer verder. Waarschijnlijk zie ik morgenavond Terjé en ‘mijn’ Zwitsers weer, want die zullen dan wel hier zijn. 

Vanmiddag ben ik naar het postkantoor gegaan en heb een doos naar huis gestuurd met spullen die ik niet nodig heb. En dat kost dan weer € 29 maar liefst. Gery heeft me vermanend toegesproken en gezegd dat ik nu morgen de hele dag kan nadenken over een paar Poste Restante adressen, zodat mensen een kaartje kunnen sturen. Ik beloof het!!

 

 

Tue
1
May '07

Te voet naar La Salvetat sur Agout

Het ging vandaag lekker met mij, maar met het weer allesbehalve. In de gids staat dat ik nu in een streek ben die onder invloed staat van de Atlantische Oceaan en dat heb ik geweten. Het is ook een groene streek en dan weet je het wel: regen, regen, regen! Het viel met bakken uit de hemel. Maar onder mijn poncho blijft het nog droog en de tocht was minder zwaar. Mijn voet is nog open en ik heb besloten morgen naar Angles te lopen en dan de bus te nemen naar Castres. Dat is een grote stad. Daar wandel ik dus naar een apotheek en neem een dagje rust, zodat het voetje kan genezen. Op deze manier gaat het niet dicht; ’s morgens is het beter, maar als ik er dan weer mee ga lopen, gaat het weer open. Wat ben ik toch verstandig!! Laat mij maar gaan. 

Toen ik La Salvetat naderde en mijn hotel moest zoeken, dacht ik wijs dat het wel in het centrum zou zijn. Dus ik bestijg de berg zo’n anderhalve kilometer naar het centrum, maar kon het niet vinden. Maar eens vragen aan een paar jongens. Nou nee, dan zat ik echt helemaal verkeerd, ik moest weer naar beneden, de brug over en aan de andere kant weer omhoog en dan na een kilometer of twee was het hotel. Dus ik daal weer af, steek de brug over en stijg aan de andere kant weer op. Lopen, lopen, lopen. Na twee kilomerter: niets, na drie kilometer niets, na vier kilometer nog niets. En maar regenen ondertussen. Het land werd leger en leger, dus ik dacht: ”Dit kan niet goed zijn“?. Ik had een klein eindje terug iemand in zijn tuin zien staan, dus daar maar eens vragen. Ik wilde de man net aanspreken, toen naast mij een auto stopte“““. met een van de Zwitsers erin. Zij hadden in het dorp een pizza gegeten en toen ook de weg gevraagd, waarop een vriendelijke man had gezegd: ”Mik die rugzakken maar in de auto, ik breng jullie wel even, want het is nog een heel eind“?. Onderweg zagen ze mij lopen, zijn doorgereden naar het hotel en toen is een van de Zwitsers weer met de man mee terug gereden om mij op te halen. En toen werd ik dus ook vorstelijk in de auto tot de deur van het hotel gereden. Het bleek inderdaad nog verder te liggen en het was zeker een kilometer of zeven buiten het dorp. 

En nu zit ik weer prinsheerlijk in een ”Logis de France“?. Dat kan ik echt niet helpen, want de gite was vol, daar konden maar zes personen in. Het is dus pure overmacht, een kamer voor Terjé en mij, een warme douche en lekker eten vanavond. Maar ja, een pelgrim moet met alles tevreden zijn toch?? 

Volgens het weerbericht hier blijft het regenen voorlopig, wees blij dat ik hier ben, want nu hebben jullie het droog. Je weet: Als ik ergens kom, gaat het er regenen, zelfs in de woestijn!