Het is alweer langer dan een maand geleden dat ik in Santiago de Compostela ben aangekomen. De kruitdampen zijn inmiddels weer opgetrokken en het leven herneemt weer zijn normale gang. Het is zoals het is, maar ik heb nog wel een beetje ‘heimwee’ naar die mooie weken. Want dat waren het in ieder geval.
Maar ja, thuisgekomen zit er toch niets anders op dan je rugzak weer opruimen. Tenminste, zo zou het moeten. Maar eerlijk gezegd staat hij er nog steeds. Ik heb het wasgoed er natuurlijk wel uitgehaald, maar verder staat hij als het ware nog klaar om weer te vertrekken. Niet dat ik dat doe natuurlijk, je moet verstandig zijn.
Die rugzak is voor mij gedurende nu 5 camino’s naar Santiago een symbool geworden. Daar zit alles in dat echt nodig is. En hoewel hij best zwaar kan zijn, voelt het gewoon lekker op mijn rug. Wat zou Freud daarvan zeggen?
Kortom, het was weer een geweldige ervaring. En het leuke is dat elke tocht weer zo heel anders is. Niet alleen omdat de routes allemaal verschillend zijn natuurlijk. Maar op deze laatste camino, de Via de la Plata, was de sfeer weer heel anders dan bijvoorbeeld op de Camino Frances. Er waren veel minder refugio’s, dus je ziet elke avond weer dezelfde mensen met wie je dan toch een soort band opbouwt. Deze route was ook minder ‘spiritueel’, als ik het zo mag zeggen. Je komt Santiago pas echt tegen als je in Galicië bent. Voor die tijd, vanaf Sevilla, zijn het vooral de Romeinen die hun sporen hebben achtergelaten.
Als je de Camino Frances loopt, kom je vooral de Middeleeuwen tegen. De meeste verhalen onderweg zijn in die tijd ontstaan. Op de Via de la Plata gaat de geschiedenis veel verder terug. Daar gaat het over de Phoeniciërs, Grieken, Romeinen en Visigoten. En natuurlijk ook over de Moren, die geweldige dingen hebben achtergelaten. Niet alleen in hun bouwwerken, maar ook in de taal en de cultuur.
Om maar niets te vergeten (hoe zou ik dat kunnen) ben ik weer een film aan het monteren. In de komende tijd zal ik daarvan weer korte stukken op internet zetten. Op de startpagina van deze site zie je een link naar EveryTrail. Daar staat de hele route al op een kaart. Van tijd tot tijd zal ik daar stukjes film bij zetten, zodat het een geheel wordt. Ik hoop dat jullie daar ook met plezier naar zullen kijken.
In ieder geval iedereen ontzettend bedankt voor alle reacties en commentaar. Het is altijd weer leuk te merken dat zoveel mensen die dagelijkse stukjes lezen.
Of er nog een volgende camino komt………?
Ik weet dat echt nog niet. Ik heb dit jaar met heel veel genoegen en nagenoeg zonder problemen gelopen. Maar ja, hoe dat volgend jaar zal zijn? De camino heeft mij geleerd niet teveel vooruit te kijken. Mireille Verplancke uit Gent had in 2006 al als motto op de camino: ‘loslaten en toelaten’. En zo is het in Zaandam ook……. denk ik.
Dus voor iedereen, wandelaar of geen wandelaar, pelgrim of geen pelgrim…… BUEN CAMINO
Pelgrim Theo
routekaartje
De eigenaresse van het hostal in Ponte de Ulla spreekt goed Duits omdat zij in Duitsland gewoond heeft. Zij vertelde hoe het dorp veranderd is door de aanleg van een autoweg en de bouw van een heel hoog viaduct voor de TGV naar Madrid over het dal.
Daarna ben ik op pad gegaan voor de allerlaatste etappe naar Santiago. Dat geeft toch een wat vreemd gevoel. Ik ben blij dat Gery er is en dat alles toch eigenlijk heel goed is verlopen. Maar ja, het is wel weer zo goed als voorbij.
Het weer past daarbij, grijs en nevelig. Vijf km na vertrek ben ik nog even binnengelopen in de albergue van Santaguino, een heel mooi en modern gebouw met een restaurant op loopafstand. Dus het verhaal dat er niets te krijgen of te kopen is, valt wel mee.
Daarna is het eigenlijk rechttoe rechtaan naar Santiago lopen. Het was maar 22 km vandaag. Door eucalyptus bossen natuurlijk en door gehuchten, echt zoals Galicië is.
Om half twee loop ik het plein voor de kathedraal op. Toch weer een emotioneel moment en ik had me nog wel zo voorgenomen het nu nuchter te beleven. Het was immers al de vijfde keer. Toch schoot er weer een brok in mijn keel toen Gery ineens opdook. Je bent dan toch een aantal weken op pad geweest naar dit doel en als het dan zover is, beleef ik dat toch als een goed moment.
Toch ook even stiekum gekeken of Jacobus op de kerk even goedkeurend knikte. Volgens mij was het zo……
Want zoals je het voelt, zo is het!
Zo, moeder is gearriveerd in Santiago. De reis is goed gegaan, alleen moet je er wel aan wennen dat op de Spaanse autoweg niets is, zelfs geen plekje waar je gewoon even kunt stoppen. Als je moet tanken of iets wilt eten of drinken, moet je de weg af naar een plaats die in de buurt ligt. Op de autoweg staat wel keurig aangegeven met een bord dat in die plaats van alles is: tankstation, restaurant, hotel, enz., maar als je er bent, moet je verder maar zien hoe je die zaken vindt, want vervolgens staat er niets meer aangegeven.
Maar goed, in Santiago is alles nog zoals het hoort en het wachten is nu op de aankomst van Theo, vanmiddag om een uur of twee.
routekaartje
Zo, op zondagmorgen met heel mooi weer ging ik na een goed ontbijt weer op pad. Ik had even wat moeite om de weg te vinden naar de route, maar met behulp van de GPS van Marnix heb ik mijn weg weer gevonden. In Bandeira heb ik even koffie gedronken en nog een heerlijke zumma de naranja natural gescoord. Dat is vers uitgeperst sinaasappelsap en dat drink je nergens zo lekker als in Spanje. Daarvoor alleen al zou je een camino lopen….
Daarna werd het weer steeds dreigender en wilde ik toch wel ergens onder dak zijn. Aan een groep padvinders heb ik gevraagd waar het dichtstbijzijnde hostal te vinden was (schande natuurlijk, want zij liepen met hun tentjes te zeulen). Dat was gelukkig op de route in Ponte Ulla.
Toen ik daar net binnen was, begon het te regenen. Het hostal is duidelijk bekend bij de pelgrims, want er zijn ook Duitsers (die zijn overal trouwens), een Fransman en een Nederlander uit Teteringen. Gelukkig heeft het hostal ook een restaurant, want verder is er niets te eten in Ponte Ulla.
routekaartje
Na een heel koude nacht ben ik vroeg uit Castro Dozon vertrokken zonder ontbijt, maar met een halve liter drinkyoghurt, dus toch wat in de maag. De eerste kilometers waren langs een mooie autoweg zonder auto’s. Het was zaterdagmorgen en er was nauwelijks verkeer te bekennen. Dan ga je toch wat minder oplettend lopen, denk ik, met als gevolg dat ik minstens 2 km verkeerd gelopen ben. In eerste instantie denk je: “Het duurt wel lang voor ik weer gele pijlen zie”. Daarna kijk je nog eens in je gidsje en denkt dat het wel goed zit. Maar uiteindelijk moet je toch voor jezelf bekennen dat het niet goed zit en dat je terug moet. En dat is erg, want ik moest toen weer klimmen wat ik eerst gedaald was. Een uur gelopen zonder een meter winst.
Maar goed, toen ik de weg weer te pakken had ging het van een leien dakje. Mooi weer en snel een bar met koffie daarna. Alhoewel er steeds weer een stukje langs de autoweg liep, was het toch wel een mooie route met op het laatst nog een schitterende Romeinse brug over een riviertje met een mooie waterval. Dat verwacht je niet zo dicht bij een verkeersweg.
Nu ben ik in Sidella en dat is een saaie stad. Eigenlijk heb ik daar niets gezien wat me opviel. Ik heb wel gegeten in een restaurant waar de voetbalfinale Manchester – Barcelona gespeeld werd. Dat was wel leuk. De tent zat natuurlijk vol met Spanjaarden die eigenlijk niet heel erg voor Barcelona waren, maar ja, je moet toch kiezen. Aan de tafel voor me zaten dames voor me die bij het eerste doelpunt van Barcelona een T-shirt aantrokken van Barcelona. Toen Manchester daarna een doelpunt maakte, trokken ze het weer uit. Maar uiteindelijk kwam het toch allemaal weer goed voor ze.
Ik heb trouwens onderwijl toch goed gegeten, hoor.
routekaartje
Vanmorgen ben ik om 7 uur opgestaan om weer op weg te gaan. Toen had ik nog geen ontbijt natuurlijk, maar dat had ik wel na 9 km in Ocera. En wat voor ontbijt! Een grote beker koffie met melk, geroosterd brood met zelfgemaakte jam en zelfgemaakte honing. Een grote pot met daarbij de woorden: “Eet maar flink, hoor, het is gezond!” Dat heb ik me natuurlijk geen twee keer laten zeggen en het was zo lekker dat ik vroeg of ik nog een ontbijt kon krijgen. Toen was het ijs helemaal gebroken en aangezien ik het klooster wilde bezoeken, beloofde ze me te waarschuwen. Want de volgende bezichtiging was om 11 uur en als er niemand is, lopen ze weer weg.
Dat deed ze dus ook keurig en inderdaad was ik in het begin de enige bezoeker. Het meisje dat de rondleidster was, zei verschrikt: “O, u bent buitenlander, uit welk land?” Toen ik zei dat ik uit Nederland kwam, was het nog erger, want ja, ze sprak echt geen Nederlands. Ik vroeg of ze wel Engels sprak. Ja, dat had ze wel geleerd, maar ze sprak het niet. Dat hebben ze hier allemaal, ze hebben bijna allemaal Engels geleerd, maar ze durven het niet te gebruiken. Nou, ze moest wel, dus ze begon dapper in het Engels en deed het prima. Tot er halverwege een paar Spaanse dames bij kwamen, toen raakte ze compleet in de war. Ik zei: “Doe het maar in het Spaans, als ik vragen heb, stel ik die wel”. Dat was een opluchting en af en toe verstond ik er best iets van. Er was een ruimte in het klooster waar op het plafond allemaal namen stonden in de stenen en volgens mij vertelde ze dat dat grafzerken waren, die ze nuttig gebruikt hadden. Toen ik vroeg of ik dit goed begrepen had, zei ze opgetogen: “O, maar u spreekt ook Spaans!” En ook de Spaanse dames barstten in gejuich uit.
Het is een mooi klooster en het is gesticht door een Duitser die de camino had gelopen. Op de terugweg naar huis is hij daar gebleven en heeft het klooster gesticht. Hij is nooit meer naar Duitsland teruggekeerd en later heilig verklaard, omdat hij net als Mozes op een steen had geslagen en toen is daar water uit gekomen.
Na mijn bezoek aan het klooster heb ik nog 11 km over een beetje moeilijk pad gelopen met veel rollende stenen. Nu zit ik in Castro Dozon in een herberg met een zwembad zelfs. Dat is me nog nooit overkomen. Vanmiddag is het wel lekker warm geworden, maar vanochtend was het zo koud dat ik een jas heb aan gedaan.
O ja, hier zijn ook twee broers uit België, die ik mijn probleem van de draaiende molens heb voorgelegd. Ik zei dat ik speciaal deze camino was gaan lopen omdat Don Quichot hier tegen windmolens had gevochten, maar dat ik tot nu toe geen enkele molen had gezien. Zij vroegen zich af of het nou belangrijk was welke kant de wieken op draaien. “Absoluut onbelangrijk”, zei ik, “maar ik wil het gewoon weten”. Het gevolg was dat ze zich eveneens over dit probleem bogen, want: “Je kunt beter hierover nadenken dan over je belasting”.
routekaartje
Gery zit in een hotel met internet en kan dus de website bijwerken.
Vanmorgen heb ik op mijn gemak ontbeten met een luxe ontbijt, kan ik wel zeggen. Maar ja, toen ging ik pas om 8 uur weg en was dus weer de laatste. Eerst de stad uit en toen ging het meteen steil omhoog, heel steil zelfs. Ik stak vandaag 3 rivieren over die in Portugal uitkomen en die ik dus vorig jaar ook ben overgestoken: de Douro, de Taag en de Minho. Nu ben ik echt in Galicië.
Kastelen hebben ze hier niet, ik denk dat dat komt omdat ze nooit zelfstandig zijn geweest, maar altijd overheerst door anderen.
Ik zit nu in Cea in een hele mooie refugio. Het is een authentieke Galicische boerderij. Meestal betekent ‘authentiek’ ook een beetje smoezelig, maar hier is het keurig schoon ook nog.
Er is een soort balkon, waar nu mijn wasje te drogen hangt en daarop staat ook een horreos: een soort stenen of houten optrekje op palen, waarin de mais bewaard wordt. Claudine is hier ook en een van de Koreanen, dus ik ben vanavond niet alleen.
Middenin het dorp staat wel een soort kerktoren, maar zonder kerk erbij en er staat ook geen kruis op. De toren staat op 4 poten en daaronder bevindt zich een bron, waar alle inwoners hun drinkwater komen halen. Het leidingwater wordt alleen gebruikt voor de schoonmaak en de was. Er is wel een kerk, maar die is wel 5 km buiten het dorp, waarom dat is weet ik ook niet.
Morgen ga ik een omweg van 9 km maken omdat ik een Cisterciënzer klooster wil bezoeken, dat erg mooi schijnt te zijn. Ik hoop dat ik een rondleiding krijg. Je kunt er ook slapen, maar dat ga ik niet doen, ik loop nog even door. Het kan nu nog tenslotte.
Hier even een berichtje van het thuisfront. De camino van Theo is al bijna weer voorbij.
Morgenmiddag vertrek ik met de auto om hem op te gaan halen. Ik heb ruim de tijd genomen, omdat ik geen zin heb om me het ongans te rijden. Ik wil niet zo vroeg ‘s morgens vertrekken, tussen de middag een poosje stoppen en ‘s avonds niet te laat weer ophouden.
Theo komt pas maandagmiddag aan, dus ik heb alle tijd.
De berichten op de website zullen dus wel enige vertraging oplopen, want ik weet niet of ik overal een computer kan vinden en of ik dan nog zin heb er iets op te zetten. Maar dat houden jullie dan wel te goed.
Ik weet ook niet precies wanneer we terugkomen. Misschien gaat Theo nog door naar Fisterra, misschien ook niet en de terugreis willen we ook kalm aan doen, zodat Theo weer een beetje kan wennen aan het ‘gewone’, dagelijkse leven.
Dus lieve mensen, bedankt voor jullie belangstelling, het was weer erg leuk om jullie reacties te lezen.
Tot gauw!!
Gery
Ja, eigenlijk heb ik vandaag niet veel te vertellen. Gek is dat, eigenlijk is een vrije dag helemaal niet zo fijn. Je bent zo gewend om te gaan lopen en nu loop je voor je gevoel een beetje doelloos in het rond.
Gisteravond heb ik aan de receptioniste van het hotel gevraagd naar een restaurant. Ze mocht eigenlijk geen adres geven, want het is uiteraard de bedoeling dat je in het restaurant van het hotel gaat eten, maar toen ik zei dat ik dat ‘s middags al gedaan had, kreeg ik toch stiekem een adres. Ik moet zeggen, een prima adres, want ik heb er heerlijk gegeten.
Verder heb ik de kerk bekeken. Die lijkt wel wat op die van Santiago, ik heb het idee dat hier net zo’n soort rivaliteit is als tussen Amsterdam en Rotterdam. Wat de een heeft, moet de ander dus mooier hebben.
Maar vooral het portaal van de kerk is erg mooi.
En ik ging met het treintje naar de warmwaterbaden. In dat treintje zaten welgeteld ook nog 6 andere pelgrims. Dus ik zei: “Wat krijgen we nou? Wordt hier niet meer gelopen?” Nou nee, iedereen was erg tevreden om zittend de stad te bekijken. Niet dat het treinreisje erg veel te zien gaf en er was ook geen commentaar bij, zodat je niet wist waar je aan voorbij reed.
Maar de warmwaterbaden zijn wel leuk om eens te zien. Het water is tussen 60 en 65 graden, de stoom komt eraf. Het was 32 graden, dus waarom je dan met je voeten in warm water moet zitten is me een raadsel, maar vooral oude mensen doen dat toch.
Het was vandaag dan wel mooi weer, maar nu is er een verschrikkelijke onweersbui en morgen schijnt het wel 10 graden kouder te worden. Het schijnt ook wel erg warm te zijn in deze streek voor de tijd van het jaar. Van mij mag het wel warm blijven, maar Gery juichte. Die zit niet op warm weer hier te wachten.
Morgen gelukkig weer lopen…
routekaartje
Vanmorgen in alle rust opgestaan en ontbeten. Ik had niet zo’n haast vandaag. Ik vertrok dan ook pas om 8 uur en daarom heb ik onderweg niemand van mijn medepelgrims gezien. Die liepen allemaal voor me uit.
In het begin waren er een paar lastige stukken met veel losse stenen, maar daarna was het een keurige asfaltweg die naar beneden liep. Niet te steil, dus dat liep lekker.
Het is goed te merken dat ik nu weer in Galicië ben. Het grote verschil met Andalusië is wel, dat in je in Andalusië hele stukken liep waar echt helemaal niets was, zelfs niet aan de horizon en dat er nu wel weer elke 5 km een dorp is of iets wat daarvoor door moet gaan. Nu zie ik in de verte altijd wel een huis of toren. Dat is echt opvallend. Het heeft allebei zijn charme. Voordeel is nu wel, dat ik onderweg weer ergens kan koffiedrinken of iets eten.
In Ourense kwam ik eerst voorbij 2 hotels zonder een enkele ster, maar die zagen er zo armoedig uit, dat ik daar geen zin in had. Tenslotte blijf ik hier 2 nachten, dus een beetje comfort mag ik wel hebben. Nu kwam ik voorbij dit hotel, dat echt midden in de stad ligt en er goed uitzag. Goed, blijkt dit dus een 4-sterrenhotel te zijn. Ja, ‘t is hollen of stilstaan met mij. Ik werd met egards ontvangen en het feit dat ik al 900 km heb gelopen maakt in zo’n hotel natuurlijk nog indruk. De meeste gasten komen uiteraard per auto.
Ik heb heerlijk gegeten. Buiten op een terras met een verukkelijke salade, lekker stuk vlees, fruit toe en overgoten met een halve fles fantastische Rioja. Ja, een mens moet zijn vochtgehalte toch op peil houden, nietwaar? Nu hoor ik jullie mompelen dat dat ook met water kan. Dat heb ik voorzien, dus ik heb ook een fles water gedronken, hoor. Maar als je me nu vraagt wat lekkerder is, weet ik het wel.
Ik heb verder nog niets van de stad gezien, daar heb ik morgen de hele dag de tijd voor. Na het eten heb ik gewoon lui een dutje gedaan. Lekker, hoor!
Nu is het bijna 6 uur, dus de middag begint. Ik ga mijn wasje doen en dan naar buiten om naar de ‘parade’ te kijken. Dat blijft leuk om te zien. Zo tegen een uur of 6 komt iedereen zijn huis uit, keurig gekleed en dan gaan ze met zijn allen over straat lopen. Hier in de stad gebeurt dat, maar ook in de meest petieterige dorpjes.
Ik heb nog een paar dagen te gaa, maar merk dat ik al een beetje aan het afscheid nemen ben. Het eind komt angstwekkend dichtbij……..
routekaartje
De Pool op onze kamer heeft inderdaad verschrikkelijk gesnurkt, niet normaal gewoon. Tot overmaat van ramp ging een van de Koreanen toen ook nog in zijn slaap liggen praten. Ik zag de een na de ander met zijn kussen onder zijn arm uit de kamer verdwijnen en uiteindelijk heb ik ook mijn matras en deken gepakt en ben op de gang gaan slapen. Nou was dat ook geen onverdeeld genoegen, want bij elke beweging ging het licht aan. De anderen hadden een bank veroverd in de zitkamer, maar ook daar ging het licht aan bij elke beweging. Kortom, de enige twee die voortreffelijk geslapen hebben, zijn de Pool zelf en de Koreaan.
Om 6 uur was ik daarom al uit bed en voor zevenen al op weg. Eerst zijn we naar het dorp gelopen om de sleutel weer weg te brengen, toen naar de bar om te ontbijten. Die was nog dicht, dus dan maar gaan wandelen. De eerste 4 km gingen over de asfaltweg, dus dat liep gemakkelijk.
Maar toen werden we door de gele pijlen de bergen in gejaagd en dat stuk was ontzettend zwaar. Drie uur lang over rollende stenen en rotsblokken en dan ook nog klimmen van 600 naar 1100 meter, ik geef het je te doen. Het was nog niet zo zwaar als in de Pyreneeën, maar het kwam er wel dichtbij. Gelukkig werden we boven op de berg beloond met een wondermooi uitzicht.
Daarna ging het naar beneden tot we gelukkig een bar vonden. Toen we binnenkwamen kreeg iedereen een viltstift en een Jakobsschelp. Op de Jakobsschelp moest je je naam en de datum zetten. De barman hing die vervolgens op. De hele bar hangt dus propvol met Jakobsschelpen met namen en data, ze zitten zelfs tegen het plafond. Erg leuk, alleen de Fransen vroegen zich natuurlijk meteen af wie alle inhoud opgegeten had.
Het was een mooie route, alleen werd het wel erg warm. In Vilar de Barrio hebben we iets gegeten. Ik had geen zin om daar te stoppen, dan zit je weer een hele middag te niksen, want er is niets te zien daar. Dus ben ik maar weer verder gekuierd tot Xunqueira de Ambia. Eerst kwam ik terecht in de albergue, daar was nog een bed voor mij. Toen ik ging betalen, heb ik gevraagd of er ergens een hotel was, want ik wil niet het risico lopen vannacht weer uit de slaap gehouden te worden. Er was geen hotel, maar wel een Bed & Breakfast. Die heeft ze gebeld en die zijn me na een half uurtje op komen halen, dus ik hoefde niet eens meer te lopen.
Om half 8 ga ik eerst naar de mis en de Bed & Breakfast zit naast het restaurant waar alle pelgrims vanavond eten, dus ik zit niet alleen, maar… ik slaap vannacht wel alleen!!
Het begint al erg op te schieten. Ik heb het uitgerekend, morgen ga ik tot Ourense en daar blijf ik een dag en als alles goed gaat, sta ik over precies een week weer op het plein voor de kathedraal in Santiago de Compostela. Gery begint al aanstalten te maken, zij wil met de auto komen en er 3 dagen over doen en dan kunnen we daarna op ons gemak samen de terugreis doen en misschien een paar dagen ergens blijven, als we iets leuks tegenkomen.
Op die manier kan ik vast weer een beetje aan het ‘gewone’ leven wennen.
routekaartje
Jazeker, pelgrim Theo, de ouwe baas, heeft vandaag een fors eind gelopen, meer dan 35 km. Om 7 uur stond deze jongen alweer buiten, in de ijzige koude en een dikke mist. Dat jullie niet denken dat het elke dag maar zonneschijn rondom is, zie je. Het was echt steenkoud en dat duurde bijna 3 uur. Ik bedoel maar, dan lees ik in mijn gids dat ik een prachtige route loop met mooie uitzichten en weet ik wat allemaal meer, maar ik zie alleen maar mist. Het enige voordeel was dat de route bestraat was, zo liep je tenminste wel goed, anders zou je nog verdwalen ook.
Zo, genoeg geklaagd, want na ruim tweeëneenhalf uur, brak de zon door. Ineens was het weer warm en kon ik eindelijk zien waar ik nou eigenlijk liep. En ik moet zeggen, het klopte wel wat er in mijn gids staat. Het was inderdaad erg mooi, overal bloemen en bloeiende hei, mooie uitzichten met diep beneden me uitzicht op het stuwmeer.
Halverwege belandden we in Campobecerros en daar was zowaar een bar. Het zag er weliswaar niet zo erg schoon uit, maar alle pelgrims storten zich op de bar. Het was inderdaad niet schoon en de koffie was ook niet best, maar alla, geen gemopper. Na dit oponthoud liepen we weer welgemoed verder en na 200 meter gelopen te hebben, kwamen we….. bij een bar die er erg netjes en schoon uitzag. Maar ja, toen gingen we niet nog een keer koffiedrinken natuurlijk. Het kan wel op, al is het lekker.
Na dit dorp werd het landschap ineens heel anders: veel bossen, we daalden heel ver naar beneden en het was er doodstil. Er heerste absolute stilte, alleen hoorde je soms heel in de verte het ruisen van een watervalletje of beekje, zelfs de wind was gaan liggen. En steeds had je zicht op de valleien beneden je. Voor iemand als ik, die regelmatig door de uiterst platte Wormer wandel, waar je honderd keer opzij moet voor auto’s, motoren en brommers, was het echt heel mooi.
Het laatste stuk ging vrij steil naar beneden en over een asfaltweg. Dat is niet fijn, want dan loop je steeds met knikkende knieën jezelf tegen te houden. En je bent natuurlijk toch niet kakelvers meer na zo’n eind.
Maar goed, Laza wenkte aan de horizon en als je gewoon doorloopt, kom je er vanzelf. Er was geen hostal te bekennen, dus dan maar de albergue. Daarvoor moesten we ons melden in een soort gebouwtje van de BB, Rode Kruis, een soort gezondheidscentrumpje of zo. We werden ingeschreven en kregen toen allemaal een sleutel mee van de kamer. Vervolgens was het nog een eind lopen, maar aan de rand van het sportterrein wachtte ons toen een splinternieuwe albergue. Heel erg mooi en heel erg netjes. Er zijn een stuk of 5 kamers met in elke kamer 4 bedden en er is zelfs een apart dames- en herentoilet. We zitten dus op sjiek.
We vormen zo langzamerhand weer een echte club, omdat je elkaar elke avond weer ziet. Claudine is er weer, het Italiaanse stel en de Engelsman, van wie ik nu ook de naam weet: Michel. Van de Koreanen snap ik niets. Af en toe duikt er ineens weer iemand op, nadat je ze een hele tijd niet gezien hebt. Ook het ruziemakend stel is weer present. Het zijn trouwens geen Duitsers, maar Oostenrijkers uit Tirol. Of ze hebben knetterende ruzie, of het is lachen, gieren, brullen. Ik houd me maar een beetje afzijdig.
Vanavond slaap ik weer met onze snurkende Pool op dezelfde kamer, dus we krijgen weer een nachtconcert!
routekaartje
Gisteravond heb ik gegeten met onze Engelsman, van wie ik ook de naam niet weet en de Française, van wie ik inmiddels wel de naam weet. Ze heet Claudine en komt uit La Rochelle. Het eten was gezellig. Ik heb ook nog met een paar Italianen gesproken en ook dat is weer ander volk. Ze kunnen het Spaans wel verstaan, maar doen alsof het een of ander vreemdsoortig dialect is, ‘een boers dialect’. Ze voelen zich ver boven Spanje verheven en vinden dat zij de beschaving hebben gebracht. In Italië zijn ook grote wandelroutes, onder andere van Engeland naar Rome, maar daar vinden ze het te duur.
Vanmorgen om 7 uur liep ik alweer op straat. Eerst ging ik naar beneden, een diep dal in en dan voel je het al aankomen. Als je zo ver naar beneden gaat, moet je ook weer een keer omhoog natuurlijk. En dat klopte, nauwelijks was ik de rivier overgestoken of het ging steil omhoog en dat werd 3 uur achter elkaar klimmen. Toen was ik op de top en dit keer was alles zoals het hoort: een prachtig uitzicht en echt bovenop de berg staan. Daar ging ik ook de grens over van Castilië naar Galicië, de laatste provincie op mijn reis. Het enige nadeel was dat er niets te eten of te drinken was.
Dus dan maar weer uit hoger sferen afgedaald naar beneden en na 12 km was er een Spa-hotel, een schitterend hotel even buiten een dorp. Daar kon ik dan eindelijk een lekker ontbijt verorberen, al was het inmiddels 12 uur geworden. Maar dat geeft niet, want de lunch is toch pas om een uur of 2, dus dan kan je best om 12 uur nog ontbijten. En het smaakte des te lekkerder, omdat ik er zolang op had moeten wachten. Bovendien sprak het meisje dat bediende een mondje Frans. Ze durfde eigenlijk niet, maar toen ze eenmaal bezig was, ging het best goed.
De rest van de route ging door heidevelden met overal weer schitterende bloemen. De hei bloeide al, maar het is volgens mij wel een ander soort dan bij ons. Het was een prachtig gezicht. En nu zit ik dan in A Gudina. Ik kwam eerst bij een hostal, maar dat zag er zo armoedig uit, dat ik ben doorgelopen naar de albergue. Voordat ik er was, haalde ik Claudine in en toen we bij de albergue kwamen was de Engelsman er ook al, dus iedereen is weer op de bestemming. Er was nog net 1 bed voor mij. Het is druk, er zijn zo’n 25 bedden en die zijn allemaal nu al bezet en er moeten nog mensen komen. Dit dorp is iets groter dan de doorsneedorpen, er zijn wel 5 bars, dus we zullen niet van de honger omkomen.
Morgen wordt het weer een lange tocht, we moeten ongeveer 36 km lopen naar de volgende plaats. Dus dat wordt even aanpoten.
Ik moet nu nog ruim 200 km en dan ben ik in Santiago. Waarom gaat het eigenlijk zo snel??
routekaartje
Er was voor vandaag heel veel regen voorspeld, dus ik was van plan om tot Padornelo te lopen bovenop de berg en daar in een hotel te gaan. Het zou vandaag klimmen worden.
Ik vertrok vanochtend gelukkig bij droog weer, dus hup, de berg op. De eerste 12 km was het alleen klimmen geblazen, maar het viel me erg mee. Het ging meestal geleidelijk omhoog met maar af en toe een paar echte ‘colletjes’. Het laatste stuk naar boven liep ik samen met de Française, van wie ik nog steeds de naam niet weet en ik vergeet het steeds te vragen.
En dan zie je weer eens dat je je van veel dingen een verkeerde voorstelling maakt. Ik had gedacht dat ik eindelijk op de top aan zou komen en dan een fraai uitzicht zou hebben of zo. Nou, we hebben er niets van gemerkt, alleen ontdekten we dat we naar beneden liepen en niet meer omhoog. Zo zie je maar weer. In een bar onderweg hebben we een boccadillo gegeten en iets gedronken.
Toen ik bij het hotel kwam, zag ik dat het hotel op een parkeerplaats stond voor vrachtauto’s en verder was er niets in de wijde omtrek. Het was pas 1 uur en ik zag er tegenop daar de hele middag te moeten zitten.
Ja, wat doe je dan? Je besluit gewoon door te lopen. Tenslotte was het nog steeds droog. In de gids stond dat ik nu een stuk weg zou krijgen dat zelfs bij droog weer bijna altijd onder water staat en ik had niet zo’n zin meer om weer door allerlei beekjes te waden en waarschijnlijk ook nog door de regen, dus ik heb vervolgens 9 km over de gewone weg gelopen. Achteraf gezien was dat ook niet nodig geweest, want ik heb zegge en schrijve 1 buitje gehad, waarbij ik voor de zekerheid mijn poncho heb aangetrokken, maar eigenlijk was zelfs dat niet nodig.
Ik kreeg vandaag dus de ene wijze les na de andere. Je kunt van alles verwachten, maar het loopt toch allemaal anders dan verwacht. Soms valt het dan mee en ja, soms valt het dan ook tegen.
Nu zit ik in Lubian. Het dorp is niet groot, maar er is wel een winkel en dat is heel wat in dit verlaten deel van Spanje. Er is ook een refugio, maar ik heb gekozen voor een kamer in een pension. Of pension? De baas van de bar verhuurt een paar kamers boven de bar. Ik moet zeggen dat de kamer er mooi uitziet en heel erg schoon is.
Op deze camino lopen nog steeds naar verhouding vrij veel mensen. Niet zoveel als op de camino Frances uiteraard, maar hoe verder ik naar het noorden kom, hoe drukker het wordt. Er lopen altijd wel mensen honderd meter voor of achter je. En het zal vanaf Ourense nog wel drukker worden, want dan is het ongeveer honderd kilometer voor Santiago, dus dan stromen de Spanjaarden weer in.
Je kunt ook merken dat we hoe langer hoe dichter bij Galicië zijn, de huizen worden ineens anders en rondom de begraafplaatsen zie je weer de muurtjes met punten zoals in Galicië. In de bar beneden zijn uiteraard tapkranen voor de verschillende soorten bier, maar er is ook een tapkraan voor cider. De cider lijkt niet echt op de Franse cider, deze is veel bitterder. Maar je kunt dus een ‘tapcidertje’ bestellen en dat kun je verder nergens.
Onze Engelse vriend uit Oxford vertelde dat hij gisteravond in een restaurant bijzonder goed gegeten heeft. Hij had zich netjes aangekleed voor de gelegenheid en zat aan tafel zijn verslag in een boekje te schrijven. Vermoedelijk dacht het personeel toen dat hij een soort controleur was, want alles werd hem aangedragen. Hij kreeg de ene heerlijkheid na de andere aangeboden. Alweer: het is vaak niet wat het lijkt.
Al met al heb ik er vandaag weer 30 km opzitten. Ik had niet zoveel vertrouwen in mijn schoenmaker in Salamanca, maar ten onrechte: de zool zit nog steeds vast onder mijn schoen.
Dus het blijkt maar weer eens: de camino is vertrouwen hebben en gewoon maar zien wat er op je afkomt.
Na deze wijze woorden ga ik nu naar de refugio om even te kijken wie daar vandaag zoal aangekomen zijn.
Het routekaartje is gecombineerd met het routekaartje van 20 mei
Nog even terug naar gisteren. Ik heb me dit keer negatief verbaasd over deze plaats. Toen ik aankwam, zaten er een heleboel vrouwen voor de deur op straat, zoals ze hier veel doen. Ik liep te zoeken naar de albergue, maar de weg wijzen….ho maar. Gisteravond ben ik naar de mis geweest, die werd gewoon afgeraffeld en 10 minuten later stond ik weer buiten. Ik heb dit echt nooit eerder meegemaakt, dit was weer een geheel nieuwe ervaring.
In de albergue zat een Pool, die ging gisteravond biddend de mis in en kwam er biddend weer uit. Een echt vrome Pool dus. Vannacht sliep hij de ‘slaap der gerusten’ en deed dat zo luidruchtig dat de hele albergue ervan daverde. Wat kon die man snurken!! Vanochtend om kwart voor 6 was hij wakker, stond op en ging zijn spullen inpakken. Iedereen probeerde nog wat te slapen, de Pool kon in het donker niets zien, had zo’n lamp bij zich, die je op je voorhoofd kunt dragen en vond dat een goed idee om zichzelf bij te lichten. Iedere keer als hij zijn hoofd bewoog, ging er een soort schijnwerper door de zaal.
Nog iets aardigs: Gisteravond kwam een Duits stel zeer luid ruziemakend de albergue binnen, ze scholden elkaar voor alles en nog wat uit. Nou, dat kan natuurlijk altijd gebeuren, dus we keken dat zo’n beetje aan. Op een gegeven moment is de ruzie kennelijk bijgelegd, want vanmorgen lagen ze lepeltje-lepeltje tegen elkaar te kirren. Tot ze opstonden…. toen barstte de ruzie in alle hevigheid weer los. Je beleeft wel een hoop in zo’n albergue dus.
Maar goed, vanmorgen heb ik dit dorp voorgoed verlaten en ik zal er niet meer terugkeren. Geloof het of niet, maar er liep een man zijn hondje uit te laten en zelfs dat hondje deed lelijk tegen me.
Het pad vandaag was ontzettend slecht, omdat het vannacht heel erg hard geregend heeft. Grote plassen, heel veel modder. Het werd dus soppen in het water, vastzuigen in de modder en uitglijden over gladde stenen. Ik meld dit even voor het geval jullie denken dat het leven van een pelgrim alleen maar uit zonneschijn bestaat.
Ik had wel een troost: onderweg kon ik wel 2 keer koffiedrinken dit keer. Toen ik de koffie ophad en verder ging, kwamen de Française en de Engelsman net aan. Ik dacht dat ze ver voor me uit liepen, maar ze bleken achter me te lopen. Verder heb ik ze niet meer gezien.
De hele dag heeft er regen en slecht weer gedreigd, maar ik ben droog overgekomen. Een boer onderweg zei dat het om 1 uur zou gaan regenen. Het werd 2 uur, maar nu bulkt het weer uit de lucht. Zoals jullie weten, wilde ik een goed hotel. Ongeveer 1,5 km voor Puebla de Sanabria zag ik een hotel, dat er goed uitzag, maar ik wilde toch wat meer in het centrum. En nu leerde ik weer een wijze les, het gaat altijd anders dan volgens je mooie planning. Ik kwam namelijk een paar politieagenten tegen en vroeg hen naar een goed hotel. Eerst dachten ze dat ik een hotel voor pelgrims zocht, maar ik heb ze duidelijk gemaakt dat dat niet de bedoeling was. O, ik wilde een 3- of 4-sterrenhotel? Nou, ze wisten een prima hotel voor me. Als ik even een kwartiertje rechtdoor liep, kwam ik er vanzelf. Ja, ja.
Ik was even vergeten dat, als een Spanjaard vertelt hoeveel tijd iets kost, hij altijd rekent alsof je met de auto bent. Dus ik liep en liep en liep, heb het kasteel van de stad aan alle kanten gezien en kwam uiteindelijk aan in het hotel, dat………. 4 km buiten de stad ligt!!
Maar het is een mooi hotel en er zit een goed restaurant bij, dus ik heb mijn zin. Een mooie badkamer met ligbad, daar ben ik eerst eens drie kwartier in gaan liggen. Eerlijk gezegd hadden ze het bad niet zo handig ingericht, want als je aan de ene kant ging zitten zat je op de stop van de afvoer en als je aan de andere kant ging zitten, zat je met de kraan in je nek. Maar ik nam dat voor lief, want ik moest en zou natuurlijk in bad.
Het was heerlijk en vannacht slaap ik zonder gesnurk. Misschien met mijn eigen gesnurk, maar dat hoor ik toch niet.
routekaartje
Vanmorgen vertrok ik om kwart over zeven zonder ontbijt, maar met de overtuiging dat er na 3 km een bar zou zijn waar ik ontbijt kon krijgen. Nou, die bar was er ook na 3 km, alleen was hij wel dicht. Het gevolg was dat ik daarna nog 16 km heb moeten lopen zonder eten of drinken (nou ja, alleen water). Nou gaan jullie natuurlijk zeggen dat ik ook iets mee had moeten nemen. En ja, daar hebben jullie ook gelijk in. Alleen, dat had ik nou eenmaal niet gedaan.
Pas om 12 uur, toen ik in Rionegro was, was er een bar open. Die mensen hebben zich heel erg uitgesloofd om iets lekkers voor me te maken en waren heel erg vriendelijk. Ze zeiden ook dat ik in die plaats in de albergue kon gaan slapen. Die albergue wordt daar sinds de Middeleeuwen door een soort herengilde beheerd. Die hebben dat toen op zich genomen en dat is altijd in dezelfde handen gebleven.
Ik vond het echter nog te vroeg om nu al te stoppen, dus ben toch maar niet naar deze albergue gegaan. Had ik het maar wel gedaan………..
De laatste 9 km ging ik door een fantastisch landschap, een soort heidegebied. De hei bloeit uiteraard nog niet, maar wel de brem en een soort lavendel en heel veel andere bloemen. Schitterend gewoon.
Ongeveer 2 km voor mijn bestemming van vandaag, de plaats Mombruey, zie ik aan de kant van de weg een hotel. Ik wil vandaag weer in een hotel, maar eigenlijk liever in het centrum, dus ik loop nog even door. In het centrum is een hotel met een bar ernaast en volgens de eigenaar van de bar is het hotel gesloten. Verdere keus is er niet, dus er zit niets anders op dan weer 2 km terug te lopen naar het eerste hotel. Daar aangekomen zegt men dat het hotel vol is. Dus weer 2 km teruggelopen en dan blijft als enige slaapgelegenheid de albergue over. Niets aan te doen.
De albergue is echt verschrikkelijk, zo heb ik ze zelden gezien en ik heb er inmiddels toch heel wat gezien. Er staan 11 bedden opgepropt in een ruimte en dan is er 1 douche voor iedereen en die is zo smerig dat ik er niet met blote voeten in ga staan. Dus vanavond ga ik slapen met de capuchon van mijn slaapzak over mijn hoofd.
Ik geloof trouwens niet dat de beide hotels vol en dicht zijn. De mensen hier zijn niet vriendelijk en dat ben ik in heel Spanje niet tegengekomen. Er was er wel eens eentje niet zo vriendelijk, maar niet allemaal. Kortom,ik vind het gewoon een onsympathieke plaats en ik kom hier nooit meer!!
Zo, dit is gezegd en nu ga ik even de andere kant belichten: mijn medepelgrims zijn wel erg aardig en leuk. Eerst sprak ik met een Française, die al geprobeerd had elders in de omgeving een hotel te zoeken, maar dat is 30 km verderop. Zij vindt het ook vies hier, dus dat is vast gedeelde smart. Bovendien fluisterde ze me in het oor, dat ze met een van de andere pelgrims al eens in een albergue heeft geslapen en dat die zo verschrikkelijk snurkt, dat het de hele nacht door de zaal buldert! Dus dat kan gezellig worden vannacht.
Toen ik even naar de bar in het dorp ging, ontmoette ik een Engelsman uit Oxford en samen hebben wij toen een ‘goed gesprek’ gehad over het feit dat wij, toen we nog werkten, altijd in luxe hotels hebben gebivakkeerd en dat gewoon vonden, dus niet beseft hebben hoe we het hadden getroffen. Nu in onze albergue dromen we van zulke hotels. We hebben er iedere keer nog een schepje bovenop gedaan natuurlijk. Zei de één: “Ja en zo’n mooie douche met warm water en zo lekker schoon”, dan kwam de ander met: “En van die prachtige witte handdoeken, die je niet eens zelf hoeft te wassen”. We hebben vreselijk gelachen. De Engelsman zei vastberaden: “Morgen slaap ik in een hotel, ‘t kan me niet schelen wat het kost, ik wil een hotel!!” Hij wist niet of er überhaupt een hotel is in Puebla de Sanaria, de plaats waar we morgen hopen te zijn.
Gery heeft even voor me op internet gekeken en…. hoera, er zijn wel 4 hotels, waaronder een Parador. Het moet dus goed komen morgen……. morgen gaat deze pelgrim in weelde baden! Alleen eerst nog even 30 km lopen.
routekaartje
Zo, vandaag heb ik het luie zweet er wel uit gelopen, maar liefst 35 km. Grappig, toen ik in het begin een keer 30 km heb gelopen, was ik behoorlijk kapot, nu na 35 km heb ik daar veel minder last van. Ik heb de hele weg alleen gelopen, tot aan Santa Croya de Tera waren er steeds nog pelgrims voor en achter me, maar daarna heb ik niemand meer gezien. De rest is natuurlijk daar gebleven. Maar ik wilde de zaak wat verdelen, morgen ben ik van plan om 26 km te lopen en dan hoop ik in Mombuey weer een hotel te vinden. Soms is het wat lastig, omdat ik 10 of 15 km te weinig vind en dan worden het er dus bijna 30.
Ik ben de hele dag bang geweest dat het zou gaan regenen en onweren en ik heb ook wel bliksemflitsen en donkere luchten gezien, maar toch is het al die tijd droog gebleven.
Om 5 uur was ik in Calzadilla de Tera. Ik kon de albergue eerst niet vinden, maar zag een meneer op een bankje zitten aan wie ik de weg heb gevraagd. De albergue? O ja, die wist hij wel, hij liep wel even met me mee. Wij liepen dus gezamenlijk richting albergue, toen hij een kennis tegenkwam. Ja, die wist ook wel waar de albergue was en liep ook even mee. Vervolgens kwam er nog een mannetje bij en toen nog één. En zo liep ik als een minister met zijn gevolg door het dorp met 4 Spaans-sprekende ouwe mannetjes, waarbij mijn bijdrage tot het gesprek zich beperkte tot: “Si,si”en “No, no”. Bij de albergue aangekomen, moesten ze ook even mee naar binnen natuurlijk, waar de hele gemeente lag te slapen…
Nou, de hele gemeente? Dit is, denk ik, wel de allereenvoudigste albergue die ik in al die jaren ben tegengekomen. Er zijn 6 bedden, 1 douche en verder is er niets. Dus geen keuken, geen plek om ergens te gaan zitten. Het hele gedoe rond albergues en refugio’s ligt nogal ingewikkeld. Aan de ene kant is elke gemeente verplicht onderdak te bieden, aan de andere kant voelen hotels en pensions het als concurrentie, vooral als er veel voorzieningen zijn. Er schijnt zo hier en daar nogal een flinke strijd tussen die beide te bestaan. Wel logisch ook, want hoe de mensen hier hun brood mee moeten verdienen… dat zal echt geen vetpot zijn.
De burgemeester van het dorp is de beheerder van de albergue. Wie het eerst komt en de deur op slot vindt (wat maar zelden het geval schijnt te zijn) haalt de sleutel bij de burgemeester. In de gang staat een busje,waar je een vrijwillige bijdrage in kan stoppen.
Het dorp zelf is ook niet groot, maar er is een bakker en er is een soort kruidenierswinkel, die tegelijk van alles verkoopt. Daar ben ik heen gegaan om iets voor het eten vanavond in te slaan en de juffrouw die in de winkel stond, bleek Frans te kunnen spreken. Ik moest dus iets hebben waarbij ik geen keuken nodig had en binnen de kortste keren had ze voor mij een voedselpakket samengesteld, ik hoefde er zelf niets aan te doen: serranoham, een stuk kaas, 4 bekertjes met rijstepap. Vervolgens kreeg ik de opdracht om bij de bakker een brood te gaan halen en werd er door haar een tekeningetje gemaakt hoe ik de bakker kon vinden. Dat is toch aardig?
Van Ton en Suzanne kreeg ik een sms-je dat ze het steentje dat ik in 2006 bij het Cruz de Ferro heb neergelegd, niet konden terugvinden. Dat verbaast me niets, het geeft ook niet, ik weet dat het ergens ligt.
routekaartje
De refugio was vannacht overvol, er sliepen zelfs mensen in de gangen en op de vloer in het café. Om kwart over zes was iedereen wakker vanmorgen en er werd hard gedraafd door iedereen. Onnodig, want de bar ging pas om kwart over zeven open. De helft vertrok zonder ontbijt, maar ik wist dat er de eerste 20 km niets zou komen, dus heb netjes gewacht. Uiteindelijk was ik de laatste die vertrok.
In mijn gidsje stond dat ik na de Romeinse brug linksaf kon gaan als het mooi weer was, maar rechtdoor moest lopen als het regende. Nou, het was mooi weer, dus ik ben linksaf gegaan na de brug. Dat was een schitterende route, ik heb genoten. Ik liep langs de rivier en door een kloof. Prachtig gewoon. Maar inderdaad moet je daar niet lopen als het regent, want dan worden al die stenen spekglad en loop je de kans je benen te breken. Maar nu was het fantastisch.
Toen ik uit de kloof kwam was er helaas geen enkele pijl meer te vinden. Gelukkig maar, dat ik gisteren terug ben gegaan om mijn gidsje op te halen, want nu redde het mij. Daarin stond namelijk dat ik langs een ruïne moest lopen en ja, die ruïne stond er en toen vond ik de pijlen weer terug. Zo zie je maar, zonder gids verdwaalt de pelgrim.
Daarna volgden weer de lange rechte wegen. Ik nader het einde van het plateau, in de verte zie ik veel hogere heuvels. Vanmorgen was er geen wind, vanmiddag weer wel, maar nu is hij weer gaan liggen.
Ik ben steeds naar het noorden gelopen, maar nu ben ik linksaf geslagen naar het westen. Vanaf Sevilla heb ik de zon steeds rechts achter mij gehad met als gevolg dat mijn rechterarm bruiner is dan mijn linkerarm. Met mijn linkerhand hield ik steeds mijn stok vast en nu is daar mijn elleboog bruin, de rest niet. Vanaf vandaag komt de zon echter van links, zodat mijn linkerarm nu bij kan kleuren. Ja, een mens gaat op alles letten als hij zo in zijn eentje loopt te wandelen.
Ik loop wel in mijn eentje, maar ik kom wel steeds mensen tegen. Ik kwam vandaag alleen geen bekenden tegen tot het moment dat ik Tabara binnenliep. Toen hoorde ik ineens een luid geschreeuw achter me: dat was een van de Koreanen. Waar de anderen gebleven zijn, weet ik niet, daarover had hij een heel verhaal, waarvan ik niets begreep.
Hij had in de refugio van Zamora zijn oplader vergeten en zijn notitieboekje. Margritte heeft die aan een fietser meegegeven en die was het hem komen brengen, dus hij was opgetogen.
Ik zit hier in Tabara in een hotel. Nou moet je je daar niet te veel van voorstellen, ik heb een kamer, douche en wc zijn op de gang. Ik ben net wezen douchen en kwam tot de ontdekking dat je precies 1 minuut warm water hebt, daarna wordt het koud. Ik moest me dus afspoelen onder een koude douche en als het water eerst warm is, lijkt het daarna nog veel kouder. Maar goed, voor dat alles betaal ik ook maar € 16, dus dan valt er niets te mopperen.
Het hotel zit vol met pelgrims, die zal ik straks wel ontmoeten aan tafel. Ik kan al om 8 uur eten, alles is hier op pelgrims berekend. Volgens mij is dat het enige dat voor de mensen hier nog wat geld in het laatje brengt.
Veel mensen lopen stevig door, ze draven over de camino. Ze hollen natuurlijk niet echt, maar ze lopen wel 40, 50 km op een dag. Dat is niets voor mij, daar houd ik niet van, ik kom er toch wel. Voor mij is het meer: eigenlijk liever morgen dan vandaag. Toch heb ik nu al ruim 650 km gelopen. De voetjes zijn nog steeds prima, de zool van mijn schoen zit vast, ik heb nog 10 sigaren en ik geniet nog steeds van elke dag!
routekaartje
Gisteravond heb ik nog een beetje rondgekeuteld en toen ben ik vroeg naar bed gegaan. Dat doet iedereen hier. Ik sliep in een wat luidruchtige omgeving met veel gesnurk, maar ik vrees dat ik ook daaraan meedoe, tenslotte hoor je jezelf niet.
Er was maar 1 wasbak, dus ik ben vroeg opgestaan, een yoghurtje gegeten en om 10 voor 7 stapte ik de deur uit naar het café, anderhalve km verderop, want ik wist dat dat om 7 uur openging. Dat was het ook toen ik aankwam, ik voel in mijn broekzak en denk: “Ik mis mijn gidsje. Zeker in mijn rugzak gestopt, want ik heb nog gekeken of ik alles wel had.” Dus ik leeg mijn rugzak tot op de bodem…… geen gidsje. Zonder dat ding gaat het niet, dus ik heb de hele rugzak weer ingeladen en weer anderhalve km terug naar de refugio. Ik kijk onder mijn deken……. en ja, daar lag-ie. Allez, dus maar weer op naar het café om eindelijk mijn ontbijt te nuttigen. Ik maak een praatje met een Hollands stel daar en zodoende ga ik pas om 8 uur echt op weg.
Goed, ik loop het dorp uit, volg de gele pijlen, kom aan de oever van een stuwmeer en dan wijst de gele pijl …. rechtstreeks het water in. Er is geen weg meer te bekennen, die staat geheel onder water. Dus voor de tweede keer keer ik op mijn schreden terug en loop dan maar naar de verkeersweg. Daar is gelukkig een brug over het stuwmeer heen, dus de brug over gewandeld en waarachtig, toen kon ik eindelijk weer goed aan de wandel.
Het waren weer kilometerslange, rechte wegen. Ik loop hier op een plateau met wat glooiingen, dus het is heuveltje op, heuveltje af. Het weer was prettig, ca 20 graden en een straf windje. Het schijnt in deze streek altijd te waaien. Ik loop weer alleen, al kom ik wel steeds dezelfde mensen tegen, die ik ‘s avonds ook weer in de refugio zie, dus het is beslist geen eenzame route. Deze camino is weer heel anders dan de andere: veel drukker dan de Camino Portugues; wel veel bezienswaardigheden, maar niet in verband met St. Jacob, dus geen echte pelgrimsroute zoals de Camino Frances. Zo zie je, mensen die denken dat het saai is om elk jaar naar Santiago te lopen vergissen zich, het is iedere keer anders. En iedere keer weer leuk!
Onderweg was er zowaar een café in Riego del Camino, waar ik tussen de middag een boccadillo en een cola heb verorberd, omdat ik niet zeker wist of ik later nog gelegenheid zou hebben om te eten.
Om half drie was ik in Granja de Moreruela, mijn bestemming voor vandaag. Ik viel met mijn neus in de boter, want er was net een processie aan de gang, dus een drukte van belang.
Bij de refugio is ook een café, dus daar heb ik gegeten samen met een Hollands stel en 3 Spanjaarden. In het café zat ook het ‘maagdenkoor’, dat in de processie had meegelopen, te eten. Ongelooflijk wat een herrie dat weer was, ze schreeuwden uit volle borst. En wij schreeuwden mee, want anders kon je elkaar niet verstaan. Om je de waarheid te zeggen waren de ‘maagden’ nogal bejaard!
Goed, na het eten het gewone ritueel: scheren, douchen, wassen en mijn wasje ophangen en nu zit ik buiten te wachten tot mijn was weer droog is. Uiteraard met een sigaartje erbij, onder een strakblauwe lucht en uit de wind, want die is nog steeds stevig en fris.
Morgen kom ik op een ander route terecht, de Mozarabische Jacobsroute. Ik ben benieuwd of het daar ook weer anders is. We zullen zien!
routekaartje
Je kunt jezelf wijsmaken dat je ‘los’ bent van alles en dat je alles even achter je hebt gelaten, maar je nationaliteit laat zich niet verloochenen. Dat is leuk om te constateren.
Margritte als Zwitserse heeft zich grondig voorbereid op haar taak als gastvrouw in de refugio. Dat wil zeggen: ze weet nu waar de apotheken zijn, waar goedkope supermarkten te vinden zijn en vanmorgen liep ze met me mee tot aan de eerste gele pijl, zodat ze dat ook wist.
Van Jacques, de Franse gastheer van de refugio, moesten we gisteravond bijna alle restaurants langs voor we ergens naar binnen mochten: de een was te duur, de ander niet goed, de derde had ook weer iets, enz.
Een Hollands stel dat ik vanmiddag ontmoette, had ergens een kamer gehuurd, maar kwam erachter dat die € 50 moest kosten, dus ze hadden snel de rugzakken weer gepakt en slapen nu hier in de albergue. En ik, als Hollander, ga wel in een goed hotel als het kan (naar de aard van mijn moeder), maar vind het diep in mijn hart toch een beetje ‘te’. Het zit gewoon in je genen.
Goed, na deze overdenking weer ‘ter zake’: ik merk dat ik door mijn zusje weer op het rechte pad wordt geholpen met haar opmerking: “Tenslotte hoor je op een pelgrimstocht kerken te bezoeken”. Helemaal waar natuurlijk, en ik heb ze echt niet allemaal overgeslagen, maar ja, druk, druk, druk. En een dag ‘rusten’ wil ik nog even uitstellen. Maar lieve zus, ik heb in Zamora de kerk bezichtigd. Alleen heb ik niet zoveel kunnen filmen, want het mocht eigenlijk niet, dus ik heb het stiekem gedaan. Is dat nou een beetje Katholiek of een beetje Zeeuws: Het mag eigenlijk niet, maar je doet het stiekem toch. Dat bevalt me wel.
Zamora is trouwens een heel erg leuke stad: alle kerken zijn Middeleeuws en veel woonhuizen stammen uit de Romantiek en de jaren ’20: rechte lijnen en zachte kleurtjes. Vooral het contrast is erg leuk.
We hebben even gekeken in de refugio waar Margritte gaat werken. Een mooie refugio met zelfs een kantoor met ‘managementstoel’, zo’n draaistoel. Jacques zei: “Ik heb het nooit tot manager geschopt, maar nu ben ik er één, kijk maar naar mijn stoel”.
Daarna zijn we dus met zijn drieën gaan eten en dat was heel erg gezellig. Zij hebben inmiddels zoveel pelgrims langs zien komen en daarover kunnen ze veel vertellen, want elke pelgrim is weer anders natuurlijk. De avond vloog voorbij en hoe het kwam dat de 3 flessen wijn, die we kregen, ineens leeg waren weet ik ook niet.
Maar de wijn was ‘medicinaal’ bedoeld, namelijk als middel tegen slapeloosheid. Wat ik al vreesde, gebeurde: het was groot feest voor mijn deur. En Spanjaarden zijn erg leuke mensen, maar ze maken een ongelooflijke herrie. En als je dan wat wijn hebt gedronken, slaap je er makkelijker doorheen. Tenslotte moet je elke ochtend fit wakker worden.
Dat heb ik dus vanochtend ook gedaan en als ontbijt heb ik churros gegeten. Dat zijn een soort langwerpige oliebollen, ze smaken ook zo. Dat was weer een geheel nieuwe ervaring, oliebollen op je nuchtere maag. Die eten ze hier bij de koffie en dan soppen ze ze ook nog in de koffie. Daar heb ik me maar niet aan gewaagd.
Bij de eerste gele pijl ging Margritte terug en ik ben verder gelopen, weer over hele lange, kaarsrechte wegen, heuveltje op en heuveltje af. Ik hoor en lees van Ton en Suzanne dat ze onderweg steeds koffie drinken, maar daar is hier geen sprake van, want onderweg is er niets. Ook daar wen je aan. Ik had uitgerekend dat ik tussen 12 uur en 1 uur in Montamarra zou arriveren en ik kwam er aan om half 1. Keurig dus. Snel mijn wasje doen, douchen en scheren en dan naar het dorp om te eten. Ik heb dit keer heerlijk gegeten: vooraf 2 soorten pasta en 2 soorten kaas, een vorstelijke biefstuk met goeie patat en een puddinkje met dubbel slagroom toe. Dus Theo kan er weer even tegen.
En dan vanmiddag in het zonnetje een lekker sigaartje in de tuin van de albergue, wie doet je wat! Het was wel een beetje frisjes en af en toe wat wolken, dus ik heb Gery op de buienradar laten kijken, maar het belooft de komende dagen droog te blijven.
O ja, even een berichtje voor Jinze: je moet je proefschrift in het Spaans vertalen, want hier maken ze een zooitje van de bermen. Twee keer maaien? Ze doen het niet eens 1 keer per 10 jaar volgens mij! Er ligt hier dus een heel terrein braak voor je.
routekaartje
Vandaag heb ik niet zoveel beleefd, dat wil zeggen, ik heb gelopen en gelopen en vind dat nog steeds prima. Gery vertelde dat veel mensen tegen haar zeggen dat ze het een hele prestatie vinden, maar dat is het niet, vind ik, want het is leuk. Volgens Gery ben ik nu een echte Calvinist: als het leuk is, is het dus geen prestatie.
Maar hoe dan ook, de voeten doen het goed, het humeur is in orde, het weer is lekker, dus er valt niets te klagen.
Ik ben om 7 uur vertrokken vanmorgen en was, met de pauzes meegerekend, om kwart voor drie in Zamora. Ik heb dus stevig doorgelopen. Na die 32 km was ik wel blij dat ik er was, ik vind die afstand wel een beetje de limiet voor mij om het leuk te houden.
Een paar dagen geleden was het land hier ‘woest en ledig’, maar nu is het landschap helemaal veranderd. Het gebied, waar ik nu loop, is helemaal gecultiveerd en is landbouwgebied. Ik heb over grote vlaktes gelopen op hele rechte wegen. Het is wel wat afwisselender dan de Meseta op de Camino Frances, al lijkt het er in de verte wel een beetje op.
Na aankomst in Zamora ben ik eerst maar eens gaan eten en heb toen mijn hostal opgezocht, waar Margritte al een kamer voor mij had geregeld. Wat een luxe, hè? Ik heb vanuit mijn kamer het zicht op de Plaza Mayor en wat ik zie, vervult mij met vrees: ik zie namelijk een berg muziekinstrumenten en versterkers die opgesteld worden. Ik ben bang dat ik vannacht weer van een feest ga genieten. Nou ja, dat zien we dan wel weer.
Vanavond ga ik eten met Margritte en waarschijnlijk de gastheer van de albergue hier die voor het laatst is. Dus dat is gezellig.
Zamora is een wondermooie stad, te vergelijken met Braga in Portugal, waar ik vorig jaar was. Alles is Middeleeuws, de bijnaam van de stad is: ‘Het museum van de Romantiek” en er staan wel 23 kerken, geloof ik.
Dus nu ga ik eerst eens iets bekijken, anders zie ik er niets van en ik wil in ieder geval de kathedraal zien.
Morgen wandel ik weer verder.
routekaartje
Zo, eerst even antwoord op de vragen: Ik heb nog sigaren, de voorraad is een beetje aangevuld. De schoenzolen zitten nog vast. En over te langzaam gaan: er zijn mensen die maar 6 weken de tijd hebben, maar daar hoor ik niet bij!!
De voeten doen het ook uitstekend: ik heb geen open plekken en geen blaren.
Het heeft vannacht inderdaad heel erg geonweerd, maar vanmorgen was het weer droog, een paar wolken, maar verder zon. Dat was dan ook eigenlijk het enige voordeel vandaag. Ik liep alleen en dat geeft natuurlijk helemaal niets, als ik toevallig ook niet het allersaaiste stuk van de route tot nu toe had gelopen. Het was gewoon geen leuke route, alleen de eerste 3 km gingen niet langs de autoweg. Niet dat het op die weg zo druk is, maar het loopt gewoon niet leuk. Hele stukken moest ik zelfs over de vluchtstrook lopen.
Goed, daarom niet getreurd, ik ben nu gearriveerd in een dorp met de weidse naam El Cubo de la Tierra del Vino. Nou, ik moet zeggen, de naam van het dorp is groter dan het dorp zelf. Ik kon zelfs geen kerk vinden. In het centrum van het dorp is een heel groot plein, het heet dan ook de Plaza Majore. Op dat plein hoort natuurlijk een kerk te staan, maar er staat alleen een heel groot gemeentehuis, verder niets.
Die kerk zat me niet lekker, want elk dorp heeft een kerk, dus ik ben op speurtocht gegaan en heb uiteindelijk de kerk gevonden, maar aan de rand van het dorp. Dat is wel curieus. Als beloning voor mijn zoektocht mocht ik constateren dat het wegkruis een pelgrim bevat en dat de onderkant van de kerk vol zit met Jacobsschelpen. Dus Jacob heeft het weer een beetje goed gemaakt.
Er is 1 restaurant, waar ik vanmiddag gegeten heb. Kijk, je moet het ruim zien als ik praat over een restaurant: er is wel een menukaart met een heleboel gerechten, maar die gerechten zijn er niet. Er is 1 menu en daarmee klaar. Een groter nadeel is echter dat ze zo snel zijn met bedienen, terwijl ik geen haast had.
Enfin, ik heb vanmiddag lekker buiten gezeten in de tuin van de albergue, terwijl mijn wasje vrolijk droogwapperde.
Het loopt nu tegen zes uur en opeens stromen de pelgrims binnen: er is een Nederlands stel, de Fransen zijn er weer, er zijn 3 fietsers en een stel, van wie ik de nationaliteit nog niet weet omdat ze er net aankomen, maar ik gok op Engelsen.
Vanavond ga ik niet in het restaurantje eten, want twee keer hetzelfde menu is wat veel van het goede. De kruidenier zal nu zo langzamerhand wel open zijn na de middagrust (Gery dacht dat hij om deze tijd dicht zou gaan), dus ik ga iets te eten voor vanavond inslaan. Dan eet ik vanavond dus gewoon in de albergue.
Bovendien ga ik wat fruit en zo kopen, want morgen zal ik onderweg ook niet zoveel tegenkomen. En om die beide ongeduldige pelgrims daar op de camino Frances een plezier te doen: ik ga morgen 32 km lopen!! Dus wat mopperen jullie nou? Onthaasten, jongelui, onthaasten!
routekaartje
Gisteren was het gezellig met Rina en Andries. We hebben champagne (Spaanse) gedronken en vervolgens hebben we gezamenlijk de kathedraal bezichtigd. Daarna zijn zij weer op de bus gestapt naar de camping.
Gisteravond hebben we met zijn zessen gegeten: het Australische stel, het Oostenrijkse stel, Margritte en ik. Een soort afscheidsdinertje, want het Oostenrijkse stel blijft een paar dagen in Salamanca, de Australiërs nog een dag en Margritte blijft eerst nog een dag in Salamanca, daarna gaat ze met de bus naar Zamorra, want daar gaat zij drie weken gastvrouw spelen in de albergue. Eerst gaat ze dan een dag vanuit Zamora verder lopen en de stad Zamora verkennen, anders kan ze de mensen niet goed voorlichten, vindt ze. Ja, je bent van degelijke Zwitserse makelij of niet. We hebben afgesproken vrijdag samen te eten. De Koreanen zijn een dag verder, want die zijn niet in Salamanca gebleven, dus ineens is het stil op de camino.
Alleen het Franse stel, Daniel en Josine, is er nog. Ik moet zeggen, het is best weer even wennen.
Vlak na Salamanca ben ik even verkeerd gelopen en moest ergens dwars doorsteken, dat was dus 3 km extra, maar verder ging het gezwind over hele lange rechte wegen, steeds maar rechtdoor, dus verdwalen was er niet meer bij.
Om half twee had ik de 23 km achter de kiezen, hoewel me dat moeilijk lijkt, kilometers achter de kiezen te hebben. Liever gezegd: die waren onder mijn zolen doorgegaan en ik zit nu in het hostal in Calzada de Valdunciel. Dit is een heel klein dorp, maar Europa heeft weer lustig geïnvesteerd: ze hebben een groot sportcentrum en een grote bibliotheek, waar je gratis kunt internetten.
Vanavond eet ik hier in het hostal. Daar heb ik vanmiddag ook gegeten, want dat is de enige gelegenheid hier. Nu zit ik lekker op het dorpsplein op een bankje een pilsje te drinken in het zonnetje, maar ik zie in de verte een enorme onweersbui in de lucht hangen, dus erg lang zal het niet meer duren of ik word nat. Het was voorspeld voor vandaag, maar ik heb er geen last van gehad onderweg. Voor de rest van de week wordt ook mooi weer voorspeld, dus ik zit goed!
Ik kon vandaag uitslapen tot 8 uur, maar ik was om half zeven al wakker vanwege de herrie op straat. Eigen schuld, de eigenaar van het hotel had ons gewaarschuwd. We konden ook een kamer aan de achterkant krijgen, maar we dachten: “Ach, zo’n straatje is heus wel rustig”. Niet gerekend op toeters, vuilniswagens, schoonmaakwagens en zo.
Na het ontbijt wilden we met het treintje door de stad. We hebben een half uur zitten wachten, maar het treintje kwam niet. Dus dan maar eerst de kerk bekijken. Of kerk? Er staan 2 kathedralen vlak naast elkaar, een oude en een ‘nieuwe’, de toren van de nieuwe is gebouwd in de oude kathedraal. Heel bijzonder.
Iemand in de kathedraal vertelde dat je op dinsdagochtend gratis op het dak van de kerken mocht lopen, dus dat hebben we meteen gedaan. Je moest door de toren omhoog en daar hebben ze een soort wandelroute over de daken gemaakt. Het was heel erg leuk, je kon heel Salamanca en omgeving aan je voeten zien liggen. Af en toe ging je naar binnen en dan kon je de kerken van bovenaf zien.
Daarna hebben we het ‘huis van de schelpen’ aan de buitenkant bezichtigd. Daar heeft een koopman gewoond die er zo trots op was dat hij tot de orde van Santiago behoorde, dat hij wel 200 schelpen aan zijn huis heeft laten beeldhouwen. Heel curieus.
Ja, en toen was het tijd voor een lichte lunch na de zware maaltijd van gisteren. Toen hadden we namelijk trek in biefstuk en we kregen toch een lap op ons bord, daar kon een weeshuis van eten.
We hebben even gekeken waar de albergue van Salamanca was, die ziet er ook goed uit trouwens. Daar hebben we een tijdje staan praten met een Engelsman die er een paar weken gastheer was geweest en nu over een paar dagen weer verder ging met de camino.
Uiteindelijk is het toch gelukt om in het treintje te raken en een rondje door de oude stad te rijden, maar aangezien het hotel midden in de oude stad staat, zagen we niet veel nieuws.
Daarna zaten we op ons gemak buiten, Margritte wilde in haar dagboek schrijven en ik wilde ansichten gaan schrijven, maar wie kwamen daar aan lopen? Janine en Manuelo, onze Oostenrijkers. Zo leuk, ik dacht dat we hen niet meer zouden zien, maar dan staan ze toch ineens weer voor je neus. Dat werd dus weer een gezellige boel en…. geen tijd om kaarten te schrijven.
O ja, ik heb in 2 internetcafé’ s geprobeerd om mijn routekaartjes te versturen, maar beide keren kon ik geen verbinding tot stand brengen tussen de GPS en de PC. Gisteren ben ik een keer gevallen en de GPS met mij, dus ik ben bang dat er iets mis is. Ik heb zelfs Marnix nog gebeld, maar die wist natuurlijk vanuit de verte ook geen oplossing. Jullie zullen de kaartjes dus niet meer zien. Als ik weer thuis ben, zetten we ze er nog wel op, als het lukt. Hij neemt nog wel de routes op, dus ik bewaar alles zuinig.
Gery belde net dat Andries en Rina me proberen te bereiken, maar geen verbinding krijgen. Zij schijnen hier in Salamanca op de camping te staa. Dus heb ik hen maar gebeld en kreeg ze meteen te pakken. Zij nemen de bus en we zien elkaar straks hier op het plein. Dus ik ga nu op wacht staan.
routekaartje
Een heerlijke wandeling gemaakt van 25 km in schitterend weer: niet te warm, niet te koud, lekker windje. Wat wil een mens nog meer?
Onderweg zagen we de 2 Fransen die onze kamers gepikt hadden. Dat hebben we ze wel even laten weten natuurlijk: “Pas op met Fransen, ze stelen je kamer!”
Dan kom je over de heuvels en ziet ineens Salamanca in de verte liggen.
En zoals het hoort, trok na een paar uur dan weer Don Theo over de Romeinse brug met zijn legioenen, bestaande uit 1 persoon, Salamanca binnen.
Een mijlpaal (of op zijn Spaans millenario) op de Camino de la Plata, omdat ik hier ongeveer op de helft van de route ben.
Om dit te vieren eerst maar onderdak gezocht en gevonden in hotel Emperatriz op 50 meter afstand van het centrale plein, dus perfect. We hebben voor de deur gegeten buiten op het terras. Het menu van de dag was prima, maar de wijn erbij niet zo lekker, dus hebben we een andere wijn besteld. Naast ons zaten 4 Belgen die met de camper op reis waren en die wilden uiteraard alles van onze reis weten. “Nou”, zei de een, “maar u gaat toch ook nog wel met uw vrouwtje op vakantie?” Gery vond dit een zeer goede opmerking.
Het was erg gezellig en pas om kwart voor vijf rolden we van tafel.
Toen moest ik nog alles doen: mijn wasje, onder de douche, scheren. Druk, druk, druk weer.
Toen de receptioniste wakker werd uit haar siësta, heb ik haar gevraagd waar ik een schoenmaker kon vinden. Dat heeft ze me uitgelegd, maar uiteraard vond ik het niet, wel ergens anders.
Het hulpje van de schoenmaker heeft in Zürich gewoond en dus kon ik in het Duits mijn probleem uitleggen. De schoenmaker sloeg meteen aan het lijmen, dus ik kon erop wachten. Ik heb ook de lijm gekocht, die hij gebruikte en toen ze hoorden dat ik een pelgrim was, hoefde ik niets te betalen. Super toch? Ik heb maar € 10 gegeven voor haar kindje dat daar in de kinderwagen lag en dat mocht uiteindelijk.
Morgen heb ik een vrije dag om Salamanca te bekijken. Het lijkt me een prachtige stad. En dus kan ik vanavond op de Spaanse tijd, een uur of tien, gaan eten, want ik kan morgen uitslapen. Het ontbijt wordt pas vanaf 9 uur geserveerd. Dus ik kan er niets aan doen dat ik niet vroeger uit bed ga!
routekaartje
Gisteravond hebben we vooraf voor de zekerheid maar in de bar hier in het dorp heerlijke Spaanse ham gegeten met een goed flesje wijn erbij. Aldus gesterkt keerden we terug naar onze refugio, deze is in het huis van de pastoor. Om 8 uur zijn we naar de mis gegaan in het kerkje. ‘Onze’ pastoor deed alles zelf, hij had geen misdienaars, wat ik wel verfrissend vond. Na de preek moesten alle pelgrims naar voren komen en de armen om elkaar heen slaan. Zo gaf hij ons vervolgens de pelgrimszegen, daarna zong de gemeente een pelgrimslied voor ons. Althans, dat neem ik maar aan, want ik hoorde vaak “Santiago”, ik versta er uiteraard niets van. Toen de mis afgelopen was, kregen we van heel veel mensen een hand. Het klinkt misschien wel softy, maar het doet je echt wel wat.
Terug in de herberg bleek het eten op tafel te staan. Volgens ons was het de rest van de paella die we ‘s morgens onderweg in een of ander sociaal centrum hebben gezien. We hebben daar koffie gedronken en daar was een aantal vrouwen bezig enorme paella’s te maken. We vroegen ons al af waar dat heen zou gaan. Maar vooruit, we hebben er toch maar een hapje van genomen. De Koreanen zongen weer een vrolijk lied en halverwege kwam een vrouwelijke dokter binnen. Ze werkt op de intensive care op Majorca en loopt elke dag gemiddeld 50 km!!! Ze stapte binnen of ze even een blokje om was geweest en schoof gezellig mee aan voor de paella.
De nacht was af en toe wat onrustig, want een van de Koreanen blijkt in zijn slaap te praten. Hele verhalen hoorden we aan, uiteraard onverstaanbaar. Af en toe kwam hun ‘juf’ uit bed en zei iets tegen hem, dan ging het weer een half uurtje goed en dan begon hij weer. Vanmorgen heeft hij uitgebreid bij iedereen zijn excuses gemaakt. Dat is natuurlijk helemaal niet nodig, want zo gaat dat nou eenmaal als je met meer mensen in een ruimte slaapt: de een zucht, de ander snurkt, enz.
Vanmorgen om half 8 zijn we weer vertrokken en koud dat het was…. verschrikkelijk. Als ik handschoenen bij me had gehad, zou ik ze hebben aangetrokken. Gestadig zijn we omhoog geklommen en om half twaalf waren we op de top! Behalve een schitterend uitzicht was er niet zoveel, een aantal windmolens en een bescheiden kruis. We vonden echter een beschut plekje uit de wind, in de zon, met rotsblokken waarop we konden zitten en uitzicht op het dal. Daar wat kaas gegeten, iets met noten erin, een sinaasappeltje en ja, dan is het leven erg goed.
Daarna zijn we weer afgedaald. Hert eerste stuk was een mooie weg, maar de laatste 15 km ging over een asfaltweg. Dat is ook wel mooi, maar veel eentoniger. Het was vrij vlak en overal enorme boerderijen met heel veel land erbij. Voor mij was die asfaltweg wel goed, want mijn schoenzool was weer los.
Na 28 km waren we dan bij de refugio in San Pedro de Rozados. Aan de overkant van de refugio staat een villa, daar kan je kamers huren. Margritte had daar vanmorgen kamers besproken. Ze is jarenlang reisleider geweest, dus vandaar dat het organiseren van dit soort zaken haar in het bloed zit en eerlijk gezegd vind ik het wel gemakkelijk. Ze loopt maar tot Zamosa, dus daarna moet ik het weer alleen uitzoeken, nu profiteer ik er even van.
Maar goed, toen we dus bij de villa aankwamen was die op slot. Een telefoontje naar de eigenaar, die zei dat de sleutel onder de mat lag. Wij zoeken, maar mooi geen sleutel! Dus we hebben onze rugzakken eerst maar neergezet bij de refugio aan de overkant, waar onze Koreanen vertelden dat de kamers in de villa door 2 Fransen waren bezet, die de sleutel hadden gevonden.
We zijn eerst maar gaan eten in de bar in het dorp. Toen bleek dat deze ook kamers verhuurt. Dus nu hebben we een mooie kamer en nog € 2 goedkoper dan in de villa. En…..onze was wordt voor ons gedaan. Wat een luxe.
Het is nog steeds genieten elke dag! Ik kan helaas geen kaartjes op de website zetten, want internet hier….. wat moet je ermee. Dus dat ga ik in Salamanca wel doen, en natuurlijk mijn schoen laten plakken.
routekaartje
Ik denk dat jullie geen flauw idee hebben hoe eenzaam dit gebied hier is. Ik verbaas me elke dag weer over het verschil met wat ik gewend ben thuis. En toch liepen hier tijden geleden al Romeinen rond, getuige de vele mijlstenen langs de route vandaag. Het leken wel kilometerpalen, zoveel waren het er.
Uit een weiland naast het pad vlogen ineens, toen wij er langs liepen, wel 20 ooievaars tegelijk omhoog. Wat nou, weinig ooievaars? Hier zijn er bijna net zoveel als bij ons ganzen, krijg ik de indruk.
Verder was het een mooie route vandaag, met veel uitzichten. Onderweg kregen we een flinke bui, verder bleef het droog. Als het hier regent, sneeuwt het in de bergen, dus daar zie je weer meer sneeuw liggen, een mooi gezicht. De weg liep wel omhoog, maar niet zo steil, meer geleidelijk aan.
Precies op het moment dat we de refugio in Fuenterroble de Salvatierra bereikten, barstte er weer een felle bui los. Het zijn heel heftige buien hier en daartussen schijnt de zon wel gelukkig, maar het is gewoon koud. Als de zon weg is, is het maar 12, 13 graden. En ik heb natuurlijk geen trui bij me. Trouwens, bijna niemand heeft een trui bij zich, want iedereen heeft op mooi weer gerekend.
De refugio hier is een bijzondere. De albergue wordt geleid door de pastoor en die heeft een stel helpers om zich heen verzameld, allemaal alternatievelingen. In het gastenboek staat dan ook dat er hier een heel speciale sfeer hangt. Dat is misschien ook zo, maar er moet me toch iets van het hart:
Waarom moeten bijzondere en alternatieve herbergen altijd ook een beetje vies zijn? En een klein beetje luxe mag toch ook wel? Denk niet dat het hier slecht is of zo, maar het valt me gewoon op.
De Koreanen zijn er ook weer, hebben een set voor acupunctuur bij zich en steken nu bij iedereen die maar wil de naalden erin. Ze wilden mij ook behandelen, maar ik zei: “Ik heb niks, ik ben veel te jong” “Hoe oud dan?” Zodra ik dan “67 jaar” zeg, beginnen ze te buigen als knipmessen. Het zijn echt een stel komedianten, geweldig gewoon. Een van hen is een vrouw, die onderwijzeres is op een basisschool. Soms is het net of ze met haar klasje uit is. Als ze het te gek maken, roept ze hen tot de orde en is het afgelopen.
Kijk, zulke dingen maak je niet mee als je in een hotel gaat slapen. Als pelgrim leef je dus voortdurend met een dilemma: in een hotel slapen met comfort, maar geen andere pelgrims ontmoeten of in een refugio slapen met andere pelgrims, maar geen confort.
Margritte en ik hebben nu maar besloten dat we 1 op de 3 nachten wel in een hotel mogen slapen. Met andere woorden: Als we in Salamanca zijn, waar we maandag hopen aan te komen, gaan we in een hotel. Ik wil er in ieder geval een dag blijven en aangezien je geen 2 nachten achter elkaar in dezelfde refugio mag blijven, moet ik dus wel in een hotel. Goeie smoes, hè?!!
Vanavond kunnen we hier in de refugio paella eten. Nou heb ik eens een blik in de keuken geworpen en vond de paella er niet zo geweldig uitzien. Eens kijken of ik de anderen mee kan lokken naar de bar hier vlakbij, waar je ander eten kunt krijgen. Maar als ik moet kiezen tussen paella eten met zijn allen of in mijn eentje in de bar, dan wordt het natuurlijk de paella. Dan eet ik maar iets minder. Trouwens, mijn buikje is geheel verdwenen, ik ben een slanke pelgrim geworden. Jammer alleen dat dat buikje er vanzelf weer aangroeit als ik een paar weken thuis ben.
routekaartje
Vandaag hoefde ik maar 12 km te lopen, dus het kon allemaal rustig aan. Eerst ging de route vrij steil omhoog, toen daalde hij via een mooie route met mijlstenen naar beneden naar de rivier. Er hoefden geen schoenen uit dit keer, want er lag een stenen brug uit 1798. Daarna was het weer flink klimmen geblazen tot Calzada de Bejar toe.
Om 12 uur waren we gearriveerd in de refugio. Een mooie refugio en vooral het uitzicht hier vandaan op de bergen is schitterend. Nou ja, kijk zelf maar…
Het weer is wat winderig en er zijn wat wolken. Maar de wolken worden afgewisseld met de zon en het is 23 graden, dus prima weer, mijn wasje is alweer bijna droog.
Calzada de Bejar is een piepklein dorp met maar een paar huizen. De hoofdweg is niet bestraat, zo af en toe een keitje en dat is het dan. De vrouwen zitten ‘s middags gezellig voor het huis. Ik wist niet dat dit nog bestond. Geweldig om dit weer mee te maken. Er gebeurt eigenlijk niks, toch kom je niet uitgekeken.
Op de kerktoren is een ooievaarsnest en daarin een jong ooievaartje dat nog niet kan vliegen. Een van de ouders vliegt dan weg om eten te halen voor het jong. Als hij (of zij) terugkomt, kleppert de ander luidruchtig. Dan wisselen zij elkaar af en vliegt de ander eruit. Dat is nou emancipatie. Ik heb me laten vertellen dat de ouders, als ze vinden dat het jong oud genoeg is om te vliegen, ze hem (of haar) gewoon het nest uit mikken en dat hij dan niet meer terug mag komen.
De hele middag zaten we met zijn tweeën, maar nu begint het vol te lopen. Eerst de fietsers, die ons vertellen dat ze de Koreanen en de Oostenrijkers hebben zien lopen en dat die er ook weer aankomen.
Wat de sigaartjes betreft, ik heb 5 kleine Havanna’s op de kop weten te tikken. Prima dus. Maar mijn La Paz sigaartjes kan ik nog nergens vinden en dat terwijl ik in het verleden er duizenden naar Spanje heb vervoerd. Maar ik ben al blij dat ik deze heb en in Salamanca zal wel een sigarenwinkel zijn.
Er gaat hier nu een luid gejuich op, want de Koreanen zijn gearriveerd. Dus dat kan weer een gezellige boel worden….
routekaartje
Het idee van mijn beide zussen om een postelastiek om mijn schoen te doen is zo gek nog niet, want mijn zool is weer losgegaan. In Salamanca toch maar eens een schoenmaker opzoeken, denk ik.
Vanmorgen stond ik om half 7 naast mijn bed en na het wassen, ontbijten en zo stapten we om half 8 naar buiten. Het eerste stuk moesten we het zonder pijlen doen, aangezien we gisteren het laatste stukje van de officiële route zijn afgeweken. Nadat we een stuk gelopen hadden kwamen we bij een rivier, waar we met onze schoenen aan echt niet door konden. Het water stond veel te hoog en de stroom was snel. Dus er zat niets anders op dan de schoenen maar weer uit te doen. Margritte op blote voeten, ik de crocs aan en zo zijn we naar de overkant gekrabbeld.
Aan de overkant vonden we vrij snel de route weer en konden we weer achter de gele pijlen aan. Rechts van me liggen de bergen met de toppen in de sneeuw. Nu liggen ze rechts, maar ik moet er wel overheen, dus dat wordt klimmen. Volgens de gids gaan we tot 1200 meter hoogte. Nou ja, ik zit nu al op 600 meter, dus op de helft zullen we maar denken.
De laatste 10 km liepen we op een heel smal strookje langs de autoroute, dus dat was niet echt leuk. Om een uur of twee waren we in Banos de Montemayor en vervolgens moesten we wachten tot om 4 uur de albergue openging. Geen nood, in die tussentijd kun je mooi eten. Banos de Montemayor is een echte toeristenplaats, een soort Spa, met thermen en zo. Het ziet eruit als een rijke plaats. Dat is weer eens iets anders dan de stille Spaanse dorpen, waar we steeds terecht kwamen. Er zijn ook heel veel hotels en restaurants. In het eerste restaurant werden we zo grof behandeld, dat we eruit zijn gelopen. Als er geen eerbied meer is voor ons pelgrims, waar blijven we dan?
Toen zijn we naar een hostal gegaan en hebben daar goed gegeten. Na het eten maakte de baas een praatje met ons, en meldde toen dat wij ook bij hem konden slapen. Voor € 28 gaf hij een kamer, een diner vanavond en een ontbijt morgenochtend. Het klonk aanlokkelijk, maar onze rugzakken stonden al bij de albergue, dus wij zijn netjes weer terug gewandeld. De gastheer van de albergue vroeg of we al gegeten hadden en waar. “In Hotel Solara”, zeiden wij. “O, dan hebben ze jullie zeker wel gevraagd of jullie daar wilden slapen en een leuk aanbod gedaan?” “Klopt”, zeiden wij. Toen bleek dat er hooggaande ruzie is tussen de albergue en de hotels, want de hotels willen de albergue weg hebben vanwege oneerlijke concurrentie.
“Ja”, zei onze gastheer, “toen het goed ging, wilden ze absoluut geen pelgrims hebben, dat was te min, maar nu is het crisis en nu zijn alle pelgrims ineens hartelijk welkom”.
Jullie zien dat er naar onze gunst wordt gedongen. Je zou er hoogmoedig van worden, maar dat mag natuurlijk niet als pelgrim zijnde.
Overigens hebben we hier een prima kamer, geen stapelbedden, zelfs een kast voor je kleren, een mooie zitkamer en een tuin, waar we de was kunnen drogen. En dat alles voor € 10, dus we zijn best tevreden.
Ik heb gewassen, mijn zool weer geplakt, nu ga ik even naar de apotheek om tandpasta en zonnebrand of zo te halen, want ik heb weer bulten van de zon. Druk, druk, druk dus, straks maar gauw weer even uitrusten in het zonnetje op het terras of in de tuin. En dan is het alweer bijna etenstijd en is er alweer een dag voorbij.
routekaartje
routekaartje
Eerst even iets rechtzetten: Marguerite schrijf je niet zo, maar als Margritte.
Tot onze vreugde arriveerden gisteren toch nog Janine, Manuelo en de Italiaan. Weliswaar doodmoe en kapot, maar ze waren er. Alleen was er hier geen plaats meer. Toen mochten ze in de hal op de banken slapen en ze hebben heerlijk geslapen, zeiden ze vanmorgen.
We hebben gisteravond een uiterst plezierige avond gehad met onze Koreanen en veel gelachen. Ik werd herhaaldelijk op de schouders geslagen, omdat ik de oudste was en er nog zo gezond uitzie. Een van de Koreanen heeft het eten voor ons allemaal betaald, want “Ik heb toch een creditcard”, riep hij. Manuelo heeft toen ook nog eens de orujo na het eten betaald, want die zei weer: “Ik hoef het eten nu toch niet te betalen, dus het kan eraf”.
Vanmorgen heb ik een tijdje gelopen met een van de Koreanen en gezellig gepraat. Zeg nou zelf, wanneer kom je op zo’n ontspannen manier met Koreanen in aanraking? Dit is echt geweldig leuk.
We hadden vandaag de keus tussen 14 km lopen of 42 km. Ja, 14 km vonden we te kort en 42 km te lang. Margritte en ik zijn toen in plaats van via Oliva de Plasencia te gaan rechtdoor gelopen tot Caparra. Dat was ongeveer 21 km en Caparra is een ruïne van een Romeinse stad, dus dat leek ons wel leuk. We hadden een hotel besproken in Javille aan de Route Nationale en de baas van het hotel zou ons bij de ruïne op komen halen, maar dat kon om half één of anders pas weer om 4 uur.
Het was een verschrikkelijk mooie route, net een droomwereld. Niet de eenvoudigste route, want er waren steeds beekjes die je over moest steken. Dan moet je van de ene steen op de andere stappen en dat gaat lang niet altijd makkelijk, want die stenen liggen uiteraard niet keurig op een rijtje en lekker vlak, maar soms wiebelen ze of zijn glad en kost het moeite om je evenwicht te bewaren. Je zit niet te wachten op een valpartij, want ten eerste is dan alles van top tot teen smerig, maar ten tweede kom je met een rugzak om niet zo makkelijk overeind. Ik heb altijd gedacht dat de provincie Extramaduro, waar ik nu ben, zo droog was, maar dat is dus helemaal niet waar. Net zo min als het idee dat ik had dat het in dit gebied zou wemelen van Spaanse molens, het is tenslotte het gebied van Don Quichotte. Nou, ik heb er nog niet één gezien, alleen een namaakmolen. Zo zie je maar weer, van al die zaken zoals je je ze voorstelt, klopt vaak in werkelijkheid niet veel.
Gelukkig zijn alle oversteken goed verlopen en liep ik stukken over de Canadas Reales. Dat is een pad van stroken van ongeveer 75 m breed met goed onderhouden gras en het valt onder bescherming van de koning. Die weg loopt van Noord-Spanje helemaal tot Zuid-Spanje en dient om de kuddes te vervoeren van Noord naar Zuid en omgekeerd. Toen ik de Camino Frances liep, zat ik aan het andere einde van dit pad, ben er toen dwars overgestoken en nu loop ik er dus gedeeltes van.
Uiteindelijk haalden we het niet om om half één bij de ruïnes te zijn, maar wij dachten dat er genoeg te zien zou zijn en iets te eten, zodat het snel 4 uur zou worden. Dat viel wel wat tegen. De ruïnes waren wel mooi, er stonden nog een paar bogen en verder zag je het stratenplan zoals dat was en de omtrekken van de huizen, maar we waren er toch betrekkelijk snel uitgekeken. Er was wel een soort museumpje, maar daar waren alleen 2 frisdrankautomaten en dat was het dan. Om daar een paar uur te blijven hangen, leek ons nou niet zo geweldig. We besloten dus nog maar een stukje te gaan lopen en eens te zien of er geen auto langs zou komen die ons een stukje mee kon nemen. Nou, met de tweede auto was het al raak, we konden meerijden tot de Route National. Dat is het voordeel als er een vrouw bij is, voor mij stoppen ze niet zo gauw.
Toen zijn we langs de Route National gaan lopen tot Margritte op het idee kwam de baas van het hotel te bellen om te zeggen dat hij ons dus niet bij de ruïnes op hoefde te halen. Wat wij stiekem hoopten, gebeurde, de baas zei: “O, ik kom jullie daar wel even ophalen”. Achteraf gelukkig, want het bleek dat we nog wel 10 km hadden moeten lopen. Zo zie je maar weer, het komt altijd weer goed als je pelgrim bent.
Overigens heeft deze pelgrimsroute van alle routes die ik gelopen heb, het minst met St. Jacob te maken. Af en toe kom je wel iets van hem tegen of een kerk die naar hem genoemd is, maar verder heel weinig verwijzingen zoals op de andere camino’s. Ik heb ook nog bijna geen Spanjaarden gezien, alleen ‘vreemdelingen’.
Ik heb slechts 1 probleempje: ik heb nog maar 1 sigaar. Ik rook er elke dag eentje, de weg naar Salamanca is nog lang en ik vrees dat ik pas daar sigaren kan kopen. Al mijn medereizigers kijken met mij of ze sigarenwinkels tegenkomen, maar helaas. Het anti-rookbeleid is hier nog veel strenger dan in Nederland met het gevolg dat een heleboel sigarenwinkeltjes, die je vroeger in elk gehucht had, over de kop zijn gegaan.
Ik weet dat de niet-rokers onder jullie dit geen probleem zullen vinden, maar de liefhebbers van een goesde sigaar leven vast wel met mij mee. Enfin, vanavond maar weer eens in het hotel proberen of er iets is, dat wil soms nog wel lukken.
routekaartje
Vanmorgen zijn we weer met frisse moed gaan lopen. Het was een erg mooie route, maar het ging vandaag niet zonder enige strubbeling.
Op een gegeven ogenblik liepen we op een weg langs het kanaal. In de gids stond dat we dan na 800 meter scherp rechtsaf moesten. Dus wij lopen, lopen, lopen. Na 800 meter echter was er alleen een afslag naar een boerderij, maar geen pijlen of iets wat ons de weg wees. Dus zijn wij maar verder gelopen. Dus weer lopen, lopen, lopen. Die weg eindigde op een boerderij, dus weer een stuk terug en een andere weg ingeslagen. Maar voor mijn gevoel gingen we toen precies de verkeerde kant uit. “Dit klopt niet”, constateerden wij en dus weer teruglopen. We zijn de hele weg langs het kanaal weer teruggelopen en eindigden in een soort ‘opstopping’ van pelgrims die ook allemaal de weg kwijt waren, wel een stuk of tien. Niemand wist het meer….
Een paar mensen, waaronder Janine, Manuelo en de Italiaan gingen toch maar een weg in waarvan ze dachten dat het de goede zou kunnen zijn, maar die hebben we tot op heden nog niet zien verschijnen….
Marguerite kwam toen op het slimme idee de refugio in Galisteo te bellen en hen het probleem voor te leggen en de weg te vragen. “O”, zeiden ze daar, “dit maken we bijna elke dag mee. Jullie moeten daar namelijk over het land van een boer en die boer vindt dat niet leuk, dus die verzet de pijlen of haalt ze gewoon weg. Maar hij moet jullie toelaten.” Dat is de allereerste keer op alle camino’s dat ik dit meemaak.
Enfin, wij wederom op onze schreden teruggekeerd en nu vastberaden rechtsaf geslagen. En ja, daar stond de boer met een grote zeis in de hand nors naar ons te kijken. Vervolgens begon hij ons uit te leggen dat wij helemaal verkeerd waren en dat dit echt niet de goede camino was, enz., enz. Maar wij wisten inmiddels beter en met fier opgeheven hoofd, echt een pelgrim waardig, schreden wij vastberaden voort, dan wel niet over ‘s Heren wegen, maar over dat van de boer. Het zou nu wel aardig zijn te kunnen melden dat de boer ons bedreigde met de zeis en wij moedig weerstand boden, maar de werkelijkheid is dat hij ons verder met rust liet en we gewoon door konden lopen.
Door dit gedoe hebben wij wel een flink aantal kilometers voor niets gelopen, dus toen wij in Galisteo aankwamen zijn we eerst maar gaan lunchen. De baas van de bar daar sprak vrij goed Nederlands, omdat hij 30 jaar in Eindhoven heeft gewerkt. Hij liet dat dan ook graag nog even horen.
Galisteo is trouwens wel een aardige plaats, het is helemaal omringd door een Moorse muur, die nog intact is en binnen die muren zijn allemaal nauwe straatjes.
Na deze lunch besloten wij aan de verleiding om eens een stukje op 4 wielen te doen in plaats van op 2 voeten toe te geven. Het spijt me dit te moeten bekennen, maar wij hebben toen een taxi genomen naar Carcaboso, omdat wij daar een kamer hadden besproken en geen zin meer hadden om nog eens 10 km te lopen.
Dus nu zitten we hier weer prinsheerlijk. De zool van mijn schoen heeft weer losgelaten, dus nu heb ik er een hele tube lijm ingespoten en staat mijn bed erop. We zullen zien of hij nu beter blijft zitten, anders moet ik nog naar een schoenmaker.
En nu maar afwachten of we Janine, Manuelo en onze Italiaan aan de horizon zien verschijnen……
routekaartje
Ik geef toe, het was niet slim! Vanmorgen ben ik bijtijds opgestaan, was als een van de eersten aan het ontbijt, maar er was alleen maar koude koffie. Getver! Komt de Italiaanse pelgrim binnen, zeg ik: “Er is alleen koude koffie, hoor!” “Waarom?”, zegt hij, “je zet het toch gewoon in de magnetron?” Had ik dus gewoon niet aan gedacht!!! Goed, daar ben ik dus de hele dag mee gepest.
Afijn, toch maar vertrokken en het was weer een prachtige route. Ik verbaas me er iedere keer nog over dat je zo ver kunt kijken en dat je heel soms een dorp in de verte ziet, maar meestal niet. Dat vind ik iedere keer weer een sensatie. Af en toe loop ik dan zo’n hoog Romeins bruggetje over, het is echt geweldig.
Marguerite en ik lopen meestal niet samen, want zij loopt veel en veel harder dan ik. Meestal wacht ze dan weer ergens waar we koffie kunnen drinken (warme dit keer!) of kunnen lunchen en dat doen we dan voor de gezelligheid samen.
Vroeg in de middag was ik in de aubergue in Grimaldo. Ik bevind me nu in het gezelschap van 2 Duitse dames, 1 Spanjaard, Zwitserse Marguerite, Nederlandse Anita, Oostenrijkse Janine en Manuelo, 2 Australiërs, 1 Italiaan en 6 Koreanen. Dat is zo grappig, die Koreanen zijn kleine mannetjes, ze dragen kleine rugzakken, die volgens mij bijna leeg zijn en ze lopen heel snel met kleine stappen. Een van hen heeft een vlag bij zich van de camino en iedereen moet daar zijn naam opzetten en het land van herkomst. Geinig is dat.
Het dorp bestaat uit een stuk of 5 huizen, de albergue en bijbehorende bar. Tussen de middag hebben we met zijn vijven in die bar gegeten. Hier kun je net zoveel wijn drinken als je wilt, dat zit bij de prijs van het eten inbegrepen. Ze zetten vandaag 3 flessen wijn op tafel, geen beste trouwens. Manuelo was zo slim om 1 fles meteen onder de tafel te zetten, want tussen de middag met z’n vijven 3 flessen is toch wat veel. Nu hebben we vanavond ook nog iets te drinken. “Na 3 glazen wordt de wijn vanzelf lekker”, zegt Manuelo.
Ik mag Marguerite graag een beetje pesten, omdat ze een echte regeltante is en me steeds ‘overhoort’ over kurkeiken, steeneiken en wat er zoal meer is. Ze weet trouwens ontzettend veel en spreekt maar liefst 6 talen. Nu heeft Marguerite aan Anita gevraagd of alle Hollandse mannen net zo plagerig zijn als ik. En de Oostenrijkers noemen me tegenwoordig ‘Don Theo’, omdat ik elke dag na gedane wandeling een grote sigaar rook.
Maar Janine heeft wel voor mij gewassen (jawel, we hebben alweer een wasmachine) zodat ik het alleen maar op hoef te hangen.
De zool van mijn rechterschoen heeft losgelaten. Ik had de lijm nog bij me, die ik vorig jaar gekocht heb voor hetzelfde euvel, dus ik heb vanmiddag onder het toeziend oog, wijze adviezen en de zegen van allen zitten plakken. Nu staat-ie te drogen onder een gasfles, dus ik ben benieuwd.
O ja, van de 2 Duitse vriendinnen is er eentje hopeloos verliefd geworden op de Spanjaard en laat dat duidelijk merken ook. Ze lopen de hele dag te knuffelen en dat is voor de nog ‘loslopende’ vriendin natuurlijk niet echt leuk. Dus wij hebben ons met zijn allen over haar ontfermd.
Jullie zien, de stemming zit erin!
Gery vertelde dat een buurman bij haar was komen informeren hoe het met de ‘landloper’ ging. Marnix was van mening dat ik deze camino weinig filosofische wijsheden debiteer en dat het meer ‘leve de lol’ is.
Kijk, dat kan ik natuurlijk niet op me laten zitten, dus hier komt-ie:
“Of je nu een pelgrimerende landloper bent of een landlopende pelgrim, het blijft om het even, leuk is het!”
routekaartje
Zo, vandaag een stevige tippel gemaakt van 25 km. Vanmorgen toen we vertrokken, waren overal gitzwarte luchten en geen snippertje zon, dus we verwachtten het allerergste. Maar onderweg werd het weer steeds beter en uiteindelijk bleek het gewoon ideaal weer om te lopen: niet te warm, niet te koud.
De tocht ging door een adembenemend mooi gebied. We liepen op een plateau en aan beide kanten keek je in de diepte en je kon heel ver weg zien. Vanuit de verte kon je het stuwmeer in de Taag zien en Canaveral 40 km verderop zag je aan de horizon. Het landschap is golvend en overal grazen kuddes. Het was fantastisch!
Elke camino is anders. Deze Camino de la Plata is weer heel anders dan de Camino Portugues van vorig jaar. Deze camino is drukker wat pelgrims betreft, het land is veel ruiger, het weer veel wisselender, de afstanden per dag zijn langer. De plaatsen liggen veel verder uit elkaar. Vorig jaar vond ik het land soms eenzaam en verlaten, maar nu is het nog veel eenzamer. Er zijn hele stukken waar je geen dorpen ziet, niet in de nabijheid, maar ook niet in de verte. Dat is weer een bijzondere gewaarwording, want in Nederland zie je altijd wel een dorp of kerktoren in de verte. Het is niet zo dat de ene camino mooier is dan de ander, juist omdat elke Camino totaal anders is en ze niet met elkaar zijn te vergelijken.
Het is op deze Camino dan wel drukker, maar van het clubje pelgrims dat er was, is alleen Marguerite nog over, dus moet ik nu weer nieuwe kennissen opdoen. Dat gaat meestal vanzelf, je komt elkaar weer tegen in de albergue of refugio en iedereen deelt zijn belevenissen met de rest, en iedereen praat met iedereen. Ook dat is bijzonder.
Ik zit hier nu in een albergue, een betrekkelijk nieuw gebouw, maar het allermooiste is het uitzicht. Het gebouw staat op een heuvel en ik heb uitzicht op een heel groot stuwmeer in de Taag met allemaal kleine eilandjes erin en zo.
Voor het geval dat jullie nu denken: “Wat is hij lyrisch”, even terug naar de praktische voordelen van deze albergue: Je kunt je eten meenemen en hier opwarmen in de magnetron of in een gewone oven en…. er is een wasmachine. Per kamer hebben we de wasjes bij elkaar gedaan en zo draait mijn wasje lustig in het rond, terwijl ik met Maguerite en de beheerster op het terras van de albergue een fles wijn soldaat maak en mijn sigaartje rook.
Zo is het wel uit te houden toch?
routekaartje
Gisteravond regende het zo verschrikkelijk hard en waren de weersvooruitzichten zo slecht, dat Marguerite en ik besloten vandaag niet te gaan lopen, maar de bus te nemen naar Canaveral en dit stuk dan maar over te slaan. Marguerite reserveerde meteen kordaat een kamer daar. De bus vertrok pas om 13 uur, dus we konden uitslapen. Dat hebben we ook gedaan.
Om 9 uur zaten we dus aan het ontbijt op ons gemak, keken naar buiten, waar het nog droog was. We keken elkaar eens aan, zeiden tegen elkaar: “Toch wel jammer, dan zien we het stuwmeer van Tajo ook niet” en besloten vervolgens toch maar te gaan lopen, tenslotte hoeven we maar 11 km.
Dus de kamer weer afgebeld en op weg.
Er waren heel veel donkere wolken en regelmatig trokken wij uit voorzorg onze jassen aan, maar dat was niet nodig geweest, het is namelijk de hele weg droog gebleven en het is nu nog droog. Zo zie je maar, vertrouw de buienradar niet!
Om kwart voor 2 waren we in de refugio in Casar de Caceres, maar daar was het zo’n verschrikkelijk smerig zooitje, daar wil je hond nog niet slapen. Dus we zijn nog een paar kilometer doorgelopen naar de N 630 en daar vonden we een goed hotel. Ik heb nu een heerlijke kamer met badkamer.
Ik heb tussen de middag heerlijk gegeten met een fles wijn van € 8 erbij …..uit de kunst! En zo’n prijsje vind je niet in een Nederlands restaurant. Ik heb nog een restje voor vanavond.
Verder is hier echt helemaal niets te beleven dan een beetje zitten, dus ja…. dan moet ik vanavond maar weer gaan eten. Zielig, hè?!!!
Ik heb nu zo langzamerhand stevige wandelbenen gekweekt en het buikje slankt lekker af. Met mijn voeten gaat het ook prima. Ik heb een blaar gehad op het kleine teentje van mijn rechtervoet. Dat plekje is nu een beetje gevoelig, maar als ik er een pleister opplak, voel ik er niets meer van!
Kortom, het gaat lekker en ik heb het weer uitstekend naar mijn zin.
routekaartje
Sta ik er niet mooi op? Douglas heeft deze foto gemaakt gisteravond tijdens het eten. We hebben erg veel plezier gehad. Marguerite en ik hebben samen een toneelstukje gedaan over het feit dat wij de hele winter iedereen die het maar horen wil, vervelen met onze dia’s, films en verhalen over de Camino en hoe de mensen dan reageren. “Ja”, zei Marguerite, “dan heb ik 40 km gelopen en dan vragen ze of er dan geen bus reed” “Dan zie ik bij de honderdste dia hoe de mensen gaan geeuwen, maar dat kan me niks schelen, ik roep gewoon: “Volgende dia”, ze moeten het doorstaan of ze willen of niet”, enz. Dat herkenden we allemaal, dus dat was lachen. Buiten was ondertussen weer feest. Er werd een voorstelling gegeven over Sint Joris die de draak versloeg en dat ging met veel geluid gepaard. Sint Joris is de beschermheilige van Caceres.
Vanmorgen heb ik dus een taxi genomen terug naar Valdesalor en daar heb ik uitgebreid op mijn dooie gemak zitten ontbijten. Op een gegeven moment zag ik donkere wolken aan komen drijven, dus toen ben ik maar snel gaan wandelen. Het was maar 12 km, om half 12 begon het te regenen en om 12 uur was ik alweer in Caceres. Om half een was het alweer droog.
En daar was het ook vandaag weer een vrije dag ter ere van de naamdag van Sint Joris. Er was een soort parade voor het stadhuis met de burgemeester pontificaal middenin. Plotseling gingen toen de balkondeuren van het gemeentehuis open en verschenen er herauten die wild met vlaggen stonden te zwaaien. Iedereen genoot!
Na het eten ben ik de stad gaan bekijken. Caceres is een prachtige Middeleeuwse stad, in 300 zijn de Westgoten begonnen met de bouw van de eerste kerk. Toen de Moren hier heersten, werd van de kerk een moskee gemaakt, maar later is de stad weer door de Katholieken heroverd.
Verder heb ik een lekker dutje gedaan tot Marguerite en Silvia meldden dat ik mijn was bij hen op het balkon kon hangen. Dus tegelijk het sein om weer op te staan en lekker buiten een sigaartje te roken. Overal hoor je hier het geklepper van de ooievaars. Het wemelt er hier van, op alle kerken, op hoge gebouwen, enz. Volgens de mensen hier gaan ze ook niet meer weg om ergens anders te overwinteren.
Ik heb gewoon een blouse met korte mouwen aan, maar de Spanjaarden lopen in vest, trui of jas, want ‘het is koud’, dat wil zeggen 22 graden. Je ziet nu precies wie de toeristen zijn. Die zijn hier niet zo gek veel, want de provincie Extramadura is een beetje een ondergeschoven kindje, zoiets als Noordoost Groningen bij ons. Ze stellen het nog echt op prijs als je de streek komt bezoeken.
Wat ik ook elke dag weer een feest vind om te zien en wat je in elke plaats tegenkomt, is wat ik bij mezelf noem: ‘de parade’. Om een uur of zes komt de plaats tot leven en verschijnt iedereen in zijn mooiste kleren, de mannen keurig in het pak, de vrouwen in hun mooiste jurk en elegant met hun waaier zwaaiend. Dan wordt er door de straten gelopen, praatjes gemaakt, enz. Leuk om te zien is dat.
Douglas is vandaag met de bus verder gegaan, Silvia gaat morgen naar huis, dus dan blijven Marguerite en ik over. Ik zie net het Nederlandse stel uit Steenderen lopen, dus op de een of andere manier kom je elkaar steeds weer tegen!
Ik wens jullie morgen een leuke Koninginnedag!
routekaartje
Gisteravond heb ik een indrukwekkende mis bijgewoond in het klooster. Bij de mis was uiteraard een officiële pastoor, maar ook de patiënten van de psychiatrische inrichting, waarvan een aantal ook daadwerkelijk bijdroegen aan de mis. Als je dan het enthousiasme ziet, waarmee de mensen bezig zijn. Ik vond het ontroerend en indrukwekkend. Heel goed om mee te mogen maken.
Het was vandaag een stevig stuk wandelen tot Valdesalor: 27,5 km. We liepen met zijn vieren: de Zwitserse Marguerite, nog een Zwitserse van wie me de naam nu even is ontschoten, Douglas en ik. Maar het was prachtig weer, zo’n 28 graden en de route was ook schitterend. Het landschap is heel wijd, het lijkt een beetje op een Amerikaanse prairie, maar omdat het nog vroeg in het jaar is, is alles groen en staan er ontzettend veel bloemen. We zagen ook nog een groep gieren en ooievaars met van alles en nog wat in hun bek, want die zijn druk bezig met nesten bouwen.
We liepen weer over een Romeinse weg met de originele bruggetjes nog en originele milliaria, dat zijn Romeinse mijlpalen. Behalve dat het aantal mijlen naar de dichtstbijgelegen grotere plaats erop staat, staat er ook de naam van de keizer op onder wiens bewind de weg is aangelegd.
We ontmoetten ook weer de 3 Fransen, maar die lopen gigantisch hard en veel, wel 40 km op een dag. Gisteren waren ze rechtstreeks vanuit Merida gelopen (daar heb ik 2 dagen over gedaan) en vandaag liepen ze door naar Caceres. Nou, wij niet, wij hebben volgens plan in Valdesalor een taxi genomen naar Caceres, een vrij grote stad, groter dan ik verwacht had.
Bij het binnengaan van de stad kwamen we langs een Spaanse molen, die niet draaide en dat gaf me de gelegenheid mijn medepelgrims mijn ‘molenprobleem’ voor te leggen. Ik zal het jullie ook even uitleggen, wellicht weet iemand het antwoord:
In Nederland draaien de moderne windmolens met de klok mee, maar de originele , oude molens draaien tegen de klok in. Mijn ‘probleem’ is nu: Is daar een reden voor en is dat in andere landen ook zo? Draaien daar de molens ook tegen de klok in? Ik vraag me dit al de hele winter af, want ik wist niet meer welke kant de Spaanse molens op draaien. Nu heb ik nog geen molen zien draaien, tijd dus om dit op tafel te leggen.
Het was geweldig, want nu is het een ‘hot item’ en vraagt iedereen zich af welke kant de molens in zijn of haar land op draaien. Jullie zien dus dat hier ernstige gesprekken worden gevoerd. We hebben het er maar druk mee.
Mijn hotel is eenvoudig, er is een wastafel op de kamer, maar die geeft alleen koud water. Ik heb nog niet alles bekeken, hoop wel dat er op de gang een douche en toilet is. Nou ja, daarom niet getreurd.
Morgen neem ik weer een taxi terug naar Valdesalor en ga daar vandaan weer naar Caceres lopen. Ik heb deze kamer voor 2 nachten, dus ik kan morgen met een bijna lege rugzak op stap. Bovendien is het maar 12 km. Dus het zal morgen geen ‘lijdende pelgrim’ zijn die over de Spaanse wegen huppelt!
routekaartje
Vandaag heb ik de hele dag samen gelopen met Douglas, de Canadees. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, dus dat is wel lekker. Het was een prachtige tocht door een schitterend natuurgebied met kurkeiken en steeneiken. De eikels van die steeneiken worden opgevreten door de varkens. Men zegt dat ze hierdoor van die goeie ham leveren! Er schijnen ook heel veel roofvogels te zitten, maar ja, daar heb ik niet veel verstand van, dus die soorten kan ik niet uit elkaar houden. Onderweg zag ik soms voor of achter me de mensen, met wie ik vannacht in Aljucen heb geslapen. Vaak lopen we natuurlijk dezelfde afstanden ongeveer, met uitzondering van de fietsers. Vooral na aankomst is dat gezellig.
Onderweg kwamen we voorbij een kruis, dat officieel het kruis van ‘San Juan’ heet, maar door iedereen betiteld wordt als het kruis van ‘Niño muerto’, het dode jongetje. Het wordt zo genoemd omdat er op de naamdag van San Juan een jongetje door de wolven is opgegeten. Wij vroegen ons af waarom dat jongetje zo ver van huis was, maar dat vertelt het verhaal uiteraard niet.
Ik slaap dit keer in een klooster. Aangezien de broeders hier van een siësta houden, gaat de poort op slot van half drie tot half vijf. Wie binnen is, kan dus niet naar buiten en wie buiten is, kan er niet in.
Om half acht vanavond kunnen we hier eten en dan gaat om 9 uur weer de poort dicht tot morgenochtend 7 uur.
Eerst vond ik dat wel wat overdreven streng, maar in het klooster is een psychiatrische inrichting, waar ongeveer 75 mensen door de broeders verzorgd worden. Dan is het ook wel logisch dat de regels wat streng zijn, anders wordt het een bende natuurlijk. Overigens betalen de broeders dat uit eigen middelen, ze krijgen geen geld van de staat of zo.
Nu moet ik even iets opbiechten. Er is hier maar 1 kamertje, verder een slaapzaal met bedden. Slinks heb ik het toen op snurken gegooid en ….. nu heb ik dat kamertje! Dus de list werkte voortreffelijk.
Morgen wandel ik 26 km naar Valdesalor. Naar Aldea del Cano is maar 15 km en dat vind ik te weinig. Bovendien schijn je daar op een betonnen vloer van het stadion te moeten slapen en daar ben ik te luxe voor geworden. In Valdesalor zijn echter maar 4 slaapplaatsen of zo, dus nu hebben we met onze Duitse vriendinnen afgesproken dat we daar op elkaar wachten en dan gezamenlijk een taxi nemen naar Caceres. Daar hebben de dames al een kamer voor me besproken, dus dat komt helemaal goed. De dag daarna laat ik me dan wel weer terugbrengen om alsnog de 12 km van Valdesalor naar Caceres te gaan lopen.
Ziehier de vindingrijkheid van de pelgrim.
routekaartje
Goed, geen Caesar dan, maar vandaag liep ik wel als een vorst over de weg. Petje op, korte broek, sigaartje erbij en dan ook nog in een schitterende omgeving. Nou, dan heeft een mens toch niets meer te klagen. Het enige was dat ik wel 7 café’s heb gepasseerd die allemaal dicht waren, maar ook daarvoor kwam een oplossing.
Ik kwam langs een stuwmeer dat nog door de Romeinen is gebouwd. Dat waren toch knappe koppen, hoor. Ze haalden het water uit het meer en dat ging dan via een aquaduct naar Merida, zodat ze daar volop water hadden. Je zou het systeem zo weer in gebruik kunnen stellen, alleen het aquaduct is niet meer te gebruiken, daarvan zijn alleen nog resten. Op die resten broeden nu de ooievaars, ik heb wel 10 nesten gezien.
Bijna aan het einde van het stuwmeer stond aan de kant van de weg een Nederlandse camper, dus ik zei netjes: “Goeiemorgen”. Nou, een en al verbazing natuurlijk en meteen een praatje. Het waren mensen uit Breskens en ik kreeg meteen koffie en een croissantje, dus ik had helemaal geen café meer nodig. We hebben gezellig een half uurtje zitten praten en voor ik verder ging, heb ik ze op de film gezet. Mevrouw haalde de protestvlag van West Zeeuws-Vlaanderen erbij, die moest ook op de film. Zeeuws-Vlaanderen protesteert, want de inwoners willen niet meer betalen voor de tunnel. Dus dat was even plezierig.
Om half een was ik in Aljucen, een dorp waar echt helemaal niets is. De enige winkel gaat om 1 uur dicht en verder is er nog 1 restaurantje of eigenlijk meer een bar. Ik zit nu in een albergue, de enige slaapgelegenheid. Hotels zijn weliswaar confortabeler, maar het leuke van een albergue is wel dat je veel andere pelgrims ziet. We ouwehoeren wat af in allerlei talen. Er is een Fransman, Spanjaard, Duitser, Canadees, Oostenrijker, Hollander, enz. De Oostenrijkse spreekt vloeiend Spaans, dus die is steeds de klos als de rest iets wil. De Canadees is een advocaat die net met pensioen is, zijn vrouw gaat binnenkort met pensioen. Ze hebben een huis in Montpellier en bivakkeren een half jaar in Frankrijk en een half jaar in Canada. In zijn familie zitten ik weet niet hoeveel nationaliteiten, zelfs een Hollandse: Bloemsma.
Overigens is dit een keurig schone albergue en….de douche was lekker warm. Want daarover zijn wij, pelgrims uit alle landen, het samen eens: het ergste wat je kan overkomen is dat je ergens aankomt en dat de douche dan koud is! Ik geef toe, in Brussel praten ze over andere Europese problemen, maar op het gebied van warme of koude douches sluiten de rijen zich hier en zijn wij allen één!
routekaartje
Gisteravond hebben we eerst gezellig zitten borrelen met een aantal pelgrims en daarna heb ik gegeten met een Duitser, een meisje uit Geneve, een Spanjaard en ik, dus ik moest allerlei talen door elkaar spreken. De Spanjaard is de man die een beetje Frans spreekt, hij heeft 6 omleidingen gehad en rookt als een ketter. Dat mag natuurlijk niet van de dokter, maar “de dokter is nu ver weg en ik ben hier” is zijn filosofie.
Vanmorgen bij het ontbijt heb ik al mijn charmes in de strijd gegooid bij het meisje dat bediende. Ik zei dat ik elke dag wel een engel tegenkwam zoals zij nu. Ze smolt helemaal weg en ik kreeg een extra kuipje roomboter en daar was het me om begonnen!
Toen ben ik gaan lopen en zag de zon opkomen, dat was een erg mooi gezicht. Ook vandaag was het weer een kaarsrechte weg, kilometer na kilometer, eindeloos. Na 16 km kwam ik aan in Merida over een 600 meter lange, oude Romeinse brug. Ik voelde me net Caesar Theodoris aan het hoofd van zijn legioenen. Aan de overkant van de brug is dan nog een muur met een poort van de Moren.
Merida is echt een schitterende stad, in het centrum zijn nog een Romeins theater, amfitheater, een Romeinse triomfboog. Heel erg mooi.
Als je eens nagaat wie hier allemaal gezeten hebben: eerst de Iberiers, toen de Romeinen, daarna West-Goten, de Moren en uiteindelijk de Katholieke koningen, dan zie je hoeveel verschillende culturen dat waren en iedereen liet wel iets van de eigen cultuur achter.
De weg mag dan soms wel mooi, maar wat saai zijn, de plaatsen waar je komt maken heel veel goed.
Ik heb trouwens tot nu toe op de Camino de la Plata nog geen Sint Jacob gezien. Ik loop over een oude Romeinse weg en zie ook veel dingen van de Romeinen, dus die hebben het hier gewonnen van de Katholieken. Volgens insiders begint het na Salamanca pas een echte Sint Jacobsroute te worden, dus eigenlijk ‘doe’ ik nu ook verschillende culturen in één route.
Omdat ik al om 12 uur gearriveerd ben, heb ik vanmiddag al een stuk van de stad bekeken. Vervolgens weer terug naar mijn hotel voor de dagelijkse beslommeringen: wasje, rugzak inpakken, etc. en nu ga ik straks nog even een kerk bekijken en dan zullen de andere pelgrims inmiddels ook wel weer de stad indruppelen. Die slapen in de refugio, maar die ligt een eind buiten de stad en ik wilde de stad zien, dus heb weer luxe voor een hotel gekozen. Ja, de welvaart sluipt bij mij binnen!!
routekaartje
Gisteravond heb ik in het hotel gegeten en naast me zat een stel uit Emmerich, dus ‘we waren buren’, vonden ze.
Het was erg gezellig, alleen was de man erg ongerust dat we in de volgende plaats, Torremejia, geen slaapplaats zouden hebben, want volgens zijn gidsje was er maar 1 hotel. En zoals een Duitser betaamt: als het in het gidsje staat, is het zo, daar doe je niets bij of af. Van schrik heeft hij de hele avond op zijn ipod zitten zoeken, maar ja, hoe hij ook zocht, daar kwam geen hotel bij.
Vanmorgen was ik om half zeven weer op, nadat ik lekker door de disco heen heb geslapen. Dat stelde niet veel voor, dus daar heb ik geen last van gehad. Volgens het weerbericht was het vandaag mooi weer. Aangezien je in het hotel niet kan ontbijten, dacht ik: “Dat doe ik onderweg wel in een café”, stapte welgemoed zonder regenkleding naar buiten…… waar het werkelijk hoosde van de regen. Ik had geen zin om nou alles weer af te laden om mijn regenkleding aan te doen, maar was dus wel alweer kleddernat toen ik in het café kwam. Daar stond de tv aan en kwam juist het weerbericht. Voorspelling: “Vandaag overal droog en zonnig”. Het hele café joelde, want iedereen was kletsnat.
Maar na een half uurtje lopen werd het zowaar droog, het bleef eerst nog wat donker, maar na een poosje was hij er dan toch weer….DE ZON. Poncho uit, petje op. Nou begint het weer ergens op te lijken! En het is de hele dag mooi weer gebleven, precies goed, zonnetje, niet te warm, niet te koud, fris windje. Dus daar liep weer een tevreden pelgrim over de weg. Nou, liep??? Dat was het niet helemaal de eerste 4 km. In de gids stond dat het eerste stuk glad, glibberig en plakkerig was. Ik geloof niet alles wat er in de gids staat, maar het was erg glad, glibberig en plakkerig. Binnen de kortste keren zag ik er niet meer uit, overal modder. Maar alle pelgrims die ik ontmoette onderweg, zagen er even verschrikkelijk uit. Ik heb een poosje gesproken met een Nederlands stel uit Steenderen, dat ook in Sevilla vertrokken is en dezelfde route loopt, maar zij nemen tussendoor veel meer dagen vrij.
Enfin, na die eerste 4 km werd de weg stukken beter, dus heel prettig om op te wandelen. Het was een kaarsrechte weg de volgende 20 km, met onderweg geen enkele plek waar je water kon tappen, geen huis, geen dorp, geen bomen, niets!
“Kijk”, dacht ik toen, “als je dit stuk moet lopen als het 35 graden is, ga je dus helemaal kapot hier”. Als je een paar dagen in de regen loopt, vergeet je gauw hoe warm het vorig jaar was. Toen liep ik te snakken naar een buitje.
Om kwart over twee arriveerde ik in het hotel in Torremejia. Volgens de gids een eenvoudig hotel, ik zou zeggen ‘zeer eenvoudig’, maar ik heb wat ik nodig heb.
Voor een terrasje is het nog iets te fris, maar als het weer verder zo blijft, ben ik dik tevreden en hoor je mij niet meer klagen.
routekaartje
Laat ik beginnen met jullie een indruk te geven hoe ik er vandaag bijliep, dan hoeven we het verder niet meer over het weer te hebben.
Bij vertrek moest de poncho al aan, om een uur of tien zat mijn broek tot aan de knieën onder de modder en een kilo slijk onder de zolen van mijn schoenen, want dat spul blijft plakken. Zo liep ik ook hele stukken door nat zand. Daar zak je een beetje in weg en dat loopt dus moeilijk. Zo, nou weten jullie waarom ik de buienradar niet meer geloof.
Alle pelgrims die ik onderweg ontmoet zien er net zo uit als ik en iedereen is koud tot op het bot, dus er worden heel wat grappen gemaakt om de moed erin te houden. Ik ben een stukje met een Spanjaard uit Tarragona opgelopen. Die sprak aardig Frans, want hij kent Catalaans en dat lijkt wel wat op Frans. Dus dat was gezellig. Er was een koffiestop in Los Santos de Maimona, althans volgens de gids, maar ja, het is zaterdag en ook nog Heilige Week, dus alles was gesloten.
Jullie denken nu misschien: “Wat een klaagzangen over het weer” en dat is natuurlijk ook niet leuk, maar als ik dan eenmaal weer in een hotel ben, lekker gedoucht heb en dus weer warm en schoon ben, is het leven weer helemaal prima en heb ik het alweer uitstekend naar mijn zin. Gery meende op te moeten merken dat ik nu ook thuis op mijn zonnebed had kunnen liggen en ik mag van haar zo naar huis komen als ik het niet meer leuk vind. Dat weet ik en ik had het vandaag zo koud dat ik wel een half uur onder de hete douche heb gestaan, maar terug om op mijn zonnebedje te liggen?? Mooi niet!!
Om even over tweeën was ik in Villafranca de los Barros en ja hoor, toen ik de stad inliep werd de regen minder en nu is het droog.
Ik was op zoek naar onderdak en zag een paar mannen die buiten een sigaretje stonden te roken, dus vroeg waar ergens onderdak was. Nou, dan moest ik maar even de bar in gaan, want die hadden een lijst met overnachtingsplaatsen. Ik stapte naar binnen en daar stond mijn Spanjaard uit Tarragona weer. Die had net een pension gereserveerd, dus ik ben met hem meegelopen in de hoop dat er misschien nog een plaatsje voor mij ook was.
Helaas ving ik bot, maar ze hadden wel een ander adres, een hotel in de stad. Dus ik weer terug de stad in naar het hotel, maar daar wilden ze me eerst niet hebben. Ja, toen ben ik me maar een beetje op zijn Spaans aan gaan stellen, dat ik zo moe was en zo koud, ach, ach, ach. “Ja, maar we willen geen gasten, want vanavond om 12 uur begint hier een grote disco-avond en dat wordt te lawaaiig”. Nou, ik heb plechtig verklaard dat dat me niet kon schelen en dat ik niet zou klagen en toen mocht ik blijven.
Ik heb tenslotte vorig jaar ook al met dat bijltje gehakt en ook al slaap ik waarschijnlijk slecht, ik heb een bed en kan dan in ieder geval lekker liggen.
In de cafetaria van het hotel heb ik een lekkere schotel gegeten met van alles en nog wat voor € 6, dus ik ben weer helemaal boven Theo! Vanavond probeer ik dan vroeg te gaan slapen, zodat ik al een goede tuk gedaan heb voor het lawaai losbreekt. Morgen heb ik 27 km voor de boeg. Het zal wel weer regenen, maar ik blijf hopen………….
routekaartje
De refugio, waarin ik vannacht heb geslapen, zit in een oud klooster en daarin is ook een informatiecentrum over een heel beroemde Spaanse schilder van religieuze onderwerpen: Francesco de Zurbaran. Die is in Fuento de Cantos geboren, vandaar dus dat centrum.
Gisteravond heb ik gezellig gegeten met 2 Duitse dames, terwijl buiten de processie aan de gang was. Onder het eten begon het weer gigantisch te regenen, zodat de hele processie de kerk in vluchtte.
Ja, de regen is nog niet uit de lucht, merkte ik vandaag.
Het eerste stukje was het zowaar droog, maar na een uur gingen de hemelsluizen weer wijd open. Ik ben een stuk opgelopen met een Zwitser, die liep een eindje voor me uit en begon ineens wild met zijn armen te zwaaien en te wenken. Ik dacht: “Wat zou er zijn?”, maar het bleek dat hij voor een beek stond, waarvan mijn gids meldde dat er in de zomer misschien nog wel eens een beetje water onderin kon staan. Nou, als dat allemaal voor de zomer nog op moet drogen, mag de zon wel heel hard schijnen, want het was gewoon een brede kolkende rivier geworden, waar je met geen mogelijkheid doorheen kon, ook niet met je schoenen uit. Op datzelfde moment verschenen er aan de overkant ineens een paar pelgrims die wezen dat er een eind verderop een brug was. Dus sopten wij een kilometer in de regen door hoog, zeer nat gras en dan is een kilometer best lang. Maar zowaar, er was een brug, waar we overheen konden. Alleen waren er aan de overkant geen mooie gele pijlen, omdat we uiteraard van de route waren afgeweken. Het gevolg was dat we hopeloos zijn verdwaald en net zolang hebben rondgelopen tot we op een grote weg kwamen. Om verdere dwaaltochten te voorkomen, hebben we vervolgens die weg maar aangehouden. Minder mooi, maar wel de kortste en dat is wel zo prettig met dit weer, want nu loop je echt niet voor de lol.
Het werd echter wel prettiger. Op een gegeven moment, ongeveer 8 km voor Zafra, moest ik linksaf en opeens rijdt er een gigantische BMW naast me, die een eindje verder stopt en terug komt rijden. De man stapt uit en vraagt waar ik naar toe moet. Ik meld hem: “Eerst naar Pueblo de Sancho Perez en dan nog door naar Zafra”. Hij hoort natuurlijk dat ik geen Spanjaard ben en vraagt of ik Duits versta. Vervolgens begint hij in keurig Duits tegen me te praten. Hij heeft een opleiding gevolgd in Noord-Duitsland en spreekt goed Duits. Hij vertelt dat ze in die tijd uit gingen naar Sappemeer (of all places in the world). “Nou, stap maar in, je kunt meerijden tot Pueblo”, zegt hij en dat doe ik. Lekker even droog zitten. We zitten zo gezellig te praten, dat hij in Pueblo zegt: “Nou, ik vind het leuk om weer eens Duits te kunnen spreken, dat doe ik nooit meer, dus ik breng je wel even naar Zafra”. Ik heb dat aanbod dankbaar aanvaard en zodoende werd deze zielige, arme pelgrim dit keer door een fraaie BMW voor de deur van mijn hotel afgezet!!
In het hotel bleek mijn kamer nog niet klaar te zijn, maar ik kreeg een pilsje en tapas aangeboden aan de bar, dus dat was geen probleem. Toen moest ik nog eten, het was inmiddels al half vier, dus ik dacht: “Er zal wel niet veel meer te krijgen zijn”, maar nee, er was gewoon nog van alles en om 4 uur stapten nog mensen binnen om …. te lunchen.
Gisteren had ik een praatje met een advocaat die Engels sprak en die zei dat Spanje echt erg moet veranderen en meer Europees moet gaan denken. “Als Europa aan het werk is, gaan wij slapen”, zei hij en vertelde vervolgens dat hij hoog opgeleide sollicitanten krijgt met alle kennis die nodig is tot het moment waarop hij vraagt of ze Engels spreken. De meesten moeten dan afhaken.
Hij heeft natuurlijk gelijk, maar aan de andere kant, in Portugal spreken ze wel meer talen, maar daar gaat het nog slechter.
Ik geloof het nog niet, maar volgens de buienradar schijnt het morgen iets minder te regenen. Ik hoop dat we de goede kant opgaan!
routekaartje
Ik heb gisteravond een luisterrijke avond gehad. In Zafra was een processie. Er stonden een heleboel mensen aan de kant van de weg en ik vroeg hoe laat de processie begon: om half negen. Nou, daar kon ik wel even op wachten. Maar het werd half negen…niets te zien…het werd negen uur….niets te zien…het werd kwart over negen….niets te zien. Ik vroeg aan de jongen die naast me stond en een beetje Engels sprak: “Hoe laat is het in Spanje half negen?” Dikke pret natuurlijk en de jongen dacht dat het misschien wel morgenochtend om half negen zou kunnen zijn. Maar nee, om half tien was de processie dan toch in aantocht. Allemaal figuren in het wit gehuld met een witte puntmuts op en een masker voor, precies de Ku Klux Klan van vroeger. Allemaal devoot een kaarsje dragend, meest jonge meisjes, maar als die dan een vriendje of vriendinnetje zagen ging hup het masker af en de puntmuts Door de ene straat werd Maria gedragen en vanuit een andere straat kwam eenzelfde stoet met Jezus en die ontmoetten elkaar precies op het kruispunt waar ik stond. En daarbij was er heel luide, heel erg luide muziek. En iedereen stort zich er met hart en ziel in en staat te genieten. Ik vond het geweldig. Dicht bij mij stonden een paar vrouwen tegen de muur van een huis geleund. Alle huizen zijn hier wit en dat had afgegeven zodat ze allemaal een witte rug hadden. Ik zei dat ze nu allemaal “heilige witte maagden” waren (die bestaat hier namelijk) en toen kon ik niet meer stuk.
Het gevolg was wel dat ik om half elf nog moest gaan eten. Thuis zou ik dan al bedwaarts gaan. Maar goed, uiteindelijk ben ik toch in bed beland en heb heerlijk geslapen.
Vanmorgen heb ik om 10 uur de bus terug genomen naar Monesterio om de route te vervolgen. Alsof de duvel ermee speelde, begon het weer te regenen en heeft het de hele dag gestortregend!! Kijk, dan wil je een brave pelgrim zijn en dan word je zo beloond. Had ik het maar niet gedaan.
Het was erg jammer dat het zo regende, want op zich was het een prachtige route, echt door de middle of nowhere, Hier liggen de dorpen erg ver uit elkaar en het land is leeg en ruim. Geen dorpen is niet zo erg, maar geen dorpen betekent ook geen café’s en dat is minder leuk, want met dit weer ga je ook niet ergens even op een bankje zitten. Ik kwam op een gegeven moment een Oostenrijks stel tegen, dat onder een boom stond te schuilen. “Ik wil terug”, zei het meisje, “want hij heeft wel regenkleding, maar ik niet. Dan geeft hij het wel aan mij, maar nou wordt hij drijfnat”. Voordat jullie nu gaan roepen wie er dan ook zo stom is om geen regenkleding mee te nemen, even het volgende. Het meisje had op internet gekeken en geconstateerd dat er in Spanje in april maar 2 mm regen valt. Aangezien iedereen haar ernstig had gewaarschuwd zo weinig mogelijk mee te nemen, dacht ze: “Nou, voor die paar buitjes hoef ik geen regenkleding mee te nemen”. Mis dus.
Maar ik had dit ook niet verwacht, want in alle gidsjes heb ik gelezen dat het hier zo heet is, wel 50 graden in de zomer en overal werd gewaarschuwd, dat je een dubbele hoeveelheid water mee moet nemen, omdat er onderweg niets is. Nou, die dubbele hoeveelheid water kwam rechtstreeks uit de hemel vallen, ik heb geen slok gedronken!
De route liep door een aantal beken, die door al het water zijn veranderd in kolkende rivieren. Als ze niet te diep zijn, kun je er met schoenen aan doorheen, maar ik heb vandaag ook een paar keer aan de ene kant mijn schoenen en sokken uit moeten trekken. Dan mijn onontbeerlijke crocs aan, door de beek waden, aan de andere kant afdrogen en de schoenen weer aan. Op de weg zoek je de droogste plekken om te lopen. Dat is in het midden of helemaal aan de zijkanten. Alleen is daar ook een hoop modder, dus iedere keer glibber je weer naar beneden de plas in.
Ik liep dus te ploeteren en te sjouwen en te glijden, toen er eerst twee honden uit het bos kwamen en vervolgens een man, voorzover ik begreep een herder, hij had het steeds over ‘pastore’. Die vroeg waar ik heen moest en toen ik dat zei, zei hij: “Nou, dan moet je nog 2 uur!”
Ach ziet, welk een ontberingen komt deze pelgrim tegen op zijn pad!
Maar als troost zit ik nu hier in Fuente de Cantos in een schitterende refugio. Geen stapelbedden, er staan heerlijke banken om lekker te kunnen zitten, morgenochtend is er ontbijt en… voor een € 1 kun je de was in de wasmachine doen en voor nog een euro ook nog in de droger. Wat een weelde!!
Natuurlijk is het leuker als het mooi weer is en droog, maar ik heb het nog steeds en weer fantastisch naar mijn zin!
Vanmorgen bij het opstaan kletterde de regen tegen de ruiten en gutste het water door de straten. Dus dat werd de bus. Ik had zodoende alle tijd om toilet te maken, maar helaas, het fonteintje zat verstopt en dat was zo vies, dat ik mijn tanden niet heb gepoetst en me niet heb geschoren. In de stromende regen naar de bus. Die kwam keurig op half elf aan, Guido en ik stapten in en……….. het werd droog en er scheen zelfs een zonnetje. Dat zul je nu altijd zien. Maar onderweg betrok het alweer en begonnen er weer buien te vallen. We kwamen langs een stuk grond, zo groot als twee voetbalvelden, vol met zonnepanelen. Ja, hier loont het de moeite om zoiets neer te zetten met al die zon. Die zon heeft vandaag verder niet geschenen en er zijn heel wat donkere luchten voorbijgetrokken, maar met de regen viel het eigenlijk nog mee. Achteraf gezien had ik best wel kunnen gaan lopen, maar ja, achteraf…..
De bus deed er niet lang over, na een half uurtje stonden we in Zafra. Zafra is een middelgrote stad met kasteel, kerk, etc. We zijn maar begonnen met een hotel te zoeken en dat viel nog niet mee. Het loopt tegen Pasen, dus het is erg druk. Eigenlijk wilden we in de Parador gaan slapen (zoiets als het Amstelhotel), maar dat leek ons misschien toch iets te prijzig. De pelgrims dienen eenvoudig te blijven. Uiteindelijk hebben we nu een hotel in het centrum van de stad, met bad, tv op de kamer en een goed restaurant erbij voor € 21. Als je nagaat dat het zooitje van gisteren € 20 kostte, is dit een zeer keurige prijs.
Ja, toen was het alweer tijd om een hapje te eten en terwijl ik dat zat te doen, kwamen er allemaal pelgrims langs, dus er zijn er genoeg op deze route. Daarna heb ik een internetcafé opgezocht, maar ik kon helaas geen kaartjes opsturen, want er zat geen aansluiting voor mijn snoertje. Ik kon alleen mailen.
Het is nu kwart over vier en ik zit in een parkje dat geheel leeg is. Er is echt helemaal niemand te zien. Iedereen ligt op bed. Om 5 uur zie je dan voorzichtig weer wat beweging komen en om 6 uur gaan de winkels weer open en begint het leven weer. Dat is wel grappig, maar het gevolg is dat ik me dan ‘s middags wel een beetje loop te vervelen. Gek is dat, ik wil altijd graag een vrije dag hebben, maar als ik die dan heb, denk ik: ” Ik had best kunnen gaan lopen”. Ik heb in dit hotel voor 2 nachten geboekt, dus de bedoeling is dat ik hier morgen ook blijf. Ik weet nog niet goed wat mijn plannen zijn verder, terug of doorlopen, dat hangt helemaal van het weer af.
Maar goed ik doe het ook maar even op zijn Spaans………. morgen zie ik wel verder!!
routekaartje
Gisteravond heb ik een pizza gegeten in een cafetaria en vervolgens heb ik in een prima bed zo heerlijk geslapen, dat ik me vanmorgen zelfs een beetje verslapen heb. Ik werd pas om 10 voor 7 wakker. Na een ontbijt in een café was ik dan toch om 8 uur weer op weg.
Ik stak vandaag de grens over van Andalusië naar Extramaduro. Daar moet je nou niet zo licht over denken en je schouders ophalen: “Nou ja, van de ene provincie naar de andere, wat stelt dat nu voor”, want zo eenvoudig is het nu ook weer niet. De grens wordt gevormd door een rivier en daar staat nog de ruïne van een groot kasteel, dat daar gebouwd is om de grens te bewaken. En er staan natuurlijk ook borden zodat je goed weet waar je bent.
Na deze ‘grens’ heb ik over een oude Romeinse weg gelopen, zo’n 10 km lang. Ik ben en blijf lyrisch over die oude Romeinen, ze hebben gewoon een fantastische weg aangelegd; het loopt ook nu nog heel makkelijk en vlot. Het enige minpunt was, dat uit de donkere wolken die ik al een tijdje had zien hangen, nu water begon te vallen. Nou, water?? Zeg maar gerust hoosbuien. Mijn fraaie jack blijft van binnen gelukkig wel droog, maar de poncho, die ik daar overheen heb en over mijn rugzak, is zo lek als een mandje, dus alles wordt toch heel erg nat. Het water loopt dan langs je broekpijpen en je schoenen en dat is echt geen lekker gevoel. Tot overmaat werd de weg na die fraaie Romeinse weg ook wat minder, ik moest de autoweg oversteken en liep vervolgens over een strook, waarbij ik de autoweg aan mijn ene kant had en aan de andere kant de provinciale weg.
Vlak voor mijn volgende overnachtingsplaats Monesterio had ik volgens mijn gidsje een prachtig uitzicht op het kasteel van Monesterio, maar helaas, ik heb er niets van gezien, want het was mistig en het regende pijpestelen.
In Monesterio vond ik een hotelletje, ik heb een piepklein kamertje en een heel kleine douche, waar het douchegordijn aan je lichaam blijft plakken en de tegeltjes zo hier en daar wat loslaten, maar dat mag me de pret niet drukken. Vooral niet, toen ik bij binnenkomst Guido, de Zwitser zag zitten. We hebben dus samen gegeten. Morgen gaat hij weer met de bus. Hij doet het om en om, de ene dag met de bus, de andere dag lopen, want, zo zegt hij: “Dan merken ze straks in Santiago niet, dat ik met de bus ben gegaan, want ik heb toch elke dag van elke plaats een stempel”. Geweldig toch? Opgewekt zegt hij dan ook nog: “Ik ben Evangelisch, dus dan mag het wel!”
De rest van de dag is het verschrikkelijk weer geweest. Het regent gigantisch, het water golft echt door de straten. En het is gewoon koud! Ik ben er al op uit geweest om een trui te kopen, maar ze hebben er alleen maar met korte mouwen, dus daar heb ik niets aan. En alle geplande festiviteiten van de Semana Santa zijn afgelast vanwege het slechte weer, dus Spanje is droevig gestemd.
Kijk, ik hoopte dat het dit jaar niet zo warm zo zijn als vorig jaar, maar dit hoeft nou ook weer niet. Gery meende dan ook nog te moeten melden dat het bij jullie heerlijk weer is, drorog en zonnig en temperaturen boven 20 graden. Dat had ze nou niet moeten zeggen!
Maar ondanks het slechte weer heb ik het weer gigantisch naar mijn zin. Vanavond hebben we met zijn vieren gegeten: Guido, een Duitser uit Frankfurt, een Fransman en ik. We hebben heel veel gelachen en een ontzettend gezellige avond gehad.
Het weerbericht voor de komende dagen voorspelt ook niet veel goeds en de tocht van morgen zou via allerlei beken gaan. Dat vind ik toch een beetje te gek worden, dan loop je alleen maar te soppen en door de modder te sjouwen en daar voel ik niet veel voor. Dus na overleg heb ik besloten om me morgen bij Guido te voegen en de bus te nemen naar Zafra. Dat is een grotere plaats en daar wil ik dan een of twee dagen blijven. Als het weer dan opknapt, neem ik de bus weer terug en ga alsnog vanaf Monesterio lopen. Anders kijk ik wel wat ik doe. Met dit beestenweer is het lopen haast geen doen en tenslotte doe ik dit voor de lol!!
routekaartje
routekaartje
Het was ook vandaag van Almaden de la Plata naar El Real de la Jara (mooie namen, hè) maar een kort stuk, zodat ik aan het begin van de middag al in El Real arriveerde. Onderweg was er helaas weer geen uitspanning voor de koffie. Dat is wel jammer, want vandaag had ik alle tijd natuurlijk. Aan de ene kant is het prettig als je ergens vroeg bent, dan kun je alles op je gemak doen. Maar in El Real is niet veel te zien, dus dan duurt de middag lang. Zo zie je, een pelgrim heeft altijd wel iets om over te klagen.
Ik was van plan om naar de herberg te gaan, omdat de refugio ver buiten het dorp ligt. Toen ik het dorp inkwam, kwam er vanuit de tegenovergestelde richting de Zwitserse pelgrim. Dus ik vroeg waar hij sliep. “In Carmen”, zei hij, dus daar heb ik toen ook maar onderdak gezocht en gevonden. Het is een soort Bed & Breakfast, maar hier in Spanje, althans in ieder geval in deze streek, krijg je geen ontbijt, alleen een Bed. Nou, dat geeft niet, morgenochtend zoek ik wel een café voor het ontbijt.
Vanmiddag ben ik op zoek geweest naar een internetcafé of iets dergelijks. Er zou iets moeten zijn in het kantoor van de VVV, maar toen ik daar aankwam, was het gesloten en op de deur hing een briefje dat het weer open zou zijn van 17.00-19.00 uur. Het zag er wel erg verlaten uit.
En ja, ook om vijf uur was er geen teken van leven, dus geen internet. Ik ben er zelfs voor naar de politie gegaan, zoveel heb ik er voor over om jullie commentaar te lezen, maar daar deelden ze me mee, dat er weliswaar bij het VVV kantoor een gelegenheid was…. geweest, maar helaas, het VVV-kantoor was al sinds enige tijd gesloten!! Wel grappig dat zo’n briefje er dan blijft hangen!
Ik ben naar het kasteel van het dorp gelopen om dat te bezichtigen. Er waren overal fraaie borden ‘met dank aan Europa’ voor het restaureren van het kasteel. Inderdaad ja, er waren foto’s van een bouwval en wat ik zag was een keurig gerestaureerd kasteel. Alleen was het van binnen volstrekt leeg, dus de bezichtiging was snel voorbij. En ook historisch gezien betekent het niets, dus als echte Hollander vroeg ik me toch af of dit nou geen weggegooid geld is??
Nou, toen had ik alles wel gezien in het dorp. Morgen schijn ik in een iets groter dorp terecht te komen, dus ik ben benieuwd. Ik heb hier wel een Deense ontmoet, die een jaar in Amsterdam heeft gewoond. Ze had op school Duits geleerd en dacht dat dat ook wel bijna Nederlands was. Maar het enige dat ze in het Nederlands goed heeft leren uitspreken, is “Koffie verkeerd”. “Daar kun je in Holland overal mee terecht”, zei ze.
De boodschappen voor morgen zijn binnen: yoghurt, fruit, water. Ik geloof dat ik iets teveel heb ingeslagen, want het weegt nogal. Dus mocht ik vanavond geen eetgelegenheid vinden, dan heb ik noodvoorraad.
routekaartje
Vorig jaar heb ik vanwege de zere voeten wel gebruik gemaakt van een taxi als de afstand te groot was, maar vandaag was ik het niet, maar mijn collega’s.
Er zaten er gisteren een stuk of 28 in Castilblanco en volgens mij hebben van die 28 alleen ik en nog iemand de gehele route gelopen en de rest liet zich in ieder geval de eerste 14 km per taxi vervoeren. Die eerste 14 km gingen namelijk langs de autoweg. Niet dat het er nou zo druk is op zondag, maar na een aantal kilometers heb je die witte streep in het midden wel zo’n beetje gezien. En je komt door geen enkel dorp of iets waar leven te bespeuren is, zodat ik het voor de lunch moest doen met een paar yoghurtjes en een paar bananen. Het leek wel afzien.
Als beloning ging de route daarna door een schitterend natuurgebied, echt heel erg mooi. Omdat het voorjaar is, staan alle struiken te bloeien als een gek, prachtig gewoon en het ruikt dan ook erg lekker. Met mijn voeten gaat het tot nu toe prima, ze zijn na afloop wel moe, maar ik heb nergens open plekken of zo zoals vorig jaar. Dat komt natuurlijk ook omdat het veel minder warm is. Het is echt heerlijk weer, zo ‘n 30 graden ongeveer. Gelukkig, want er zijn hier niet veel bossen, alleen zie je af en toe olijfbomen of kurkeiken, maar die staan allemaal wijd uit elkaar, zodat je niet veel schaduw hebt.
Enfin, een uurtje of 6 en 31 km later zit ik nu samen met de Zwitser in een Bed & Breakfast in Almaden de la Plata. Bij aankomst moest ik mijn paspoort afgeven, dat werd in een kluis gestopt met de woorden dat ik die morgenochtend weer terug zou krijgen.
Vervolgens werd medegedeeld dat als er morgenochtend niemand was, ik de sleutel maar ergens neer moest leggen. Ik begon me al zorgen te maken hoe ik dan weer aan mijn paspoort moest zien te komen, maar dat bleek niet nodig.
Ik ben eerst iets gaan eten en na het eten ging ik de kamer betalen en plotseling kreeg ik toen ook mijn paspoort weer terug. Ik snap er niets van, maar ja, ik spreek natuurlijk ook geen Spaans, dus kan ik het niet navragen.
Na het eten douchen, een dutje en kijken of ik wat boodschappen kon doen, maar alles is dicht , dus straks wordt het weer yoghurt en iets vaags dat ik nog in mijn rugzak heb, maar niet weet wat het is. Ik zal wel zien, geen man overboord. Straks maar eens even in conclaaf met de Zwitser aan de bar, dan zullen we dat probleem even oplossen.
routekaartje
Het was vandaag maar een korte tocht van 18 km. Het enige nadeel was dat er nergens een café of iets was waar je even een kop koffie kunt drinken. Er was zelfs geen kraan onderweg om water te tappen. Maar tegen de tijd dat ik dacht: “Ik ben het even zat, wil ergens zitten”, was ik er al. Het was een prachtige route en het weer is fantastisch. Lekker warm, maar niet te warm.
Vlak voor het dorp Castilblanco de los Arroyos kwam ik langs een mooi hotelletje, dus daar ben ik gestopt. Ik kan in het hotel wel ontbijten, maar er is geen restaurant bij. Maar dat is als volgt georganiseerd, althans zo merkte ik, want ik had geen flauw idee wat er gebeurde. Ik zat namelijk op het terras een pilsje te drinken, toen er een auto stopte. Nou, dat kon mij natuurlijk niet schelen, tot de barman naar buiten kwam en me gebaarde dat ik in moest stappen. Ik mocht nog wel even mijn pilsje rustig opdrinken, de chauffeur wachtte wel.
De chauffeur bleek een student te zijn die een beetje Engels sprak, het bleek dat hij mij naar het restaurant bracht een eindje verderop. Dat restaurant is ook van de eigenaar van het hotel, maar aangezien het hotel niet helemaal in het centrum van het dorp staat, leek het hem meer op te leveren als het restaurant wel middenin het dorp stond, dus zodoende.
Ik heb er heerlijk zitten eten, terwijl ‘mijn’ chauffeur in de hal keurig wachtte tot ik klaar was en hij me weer terug naar het hotel kon brengen. Na het eten wilde ik nog een kop koffie nemen in het restaurant, maar dat kon niet, dat moest ik nou weer in het hotel doen. Is het niet geweldig?? Ik vind dit soort dingen fantastisch!
Bij terugkomst zat er aan de bar in het hotel in zijn hemd met een Santiagopet op een Zwitserse pelgrim, niet zo heel jong meer en daar heb ik heel gezellig een tijd mee zitten ouwehoeren. Gisteren is hij per taxi gereden van Sevilla naar Guillena, want hij had geen zin om de stad uit te lopen. Vandaag heeft hij dus dezelfde afstand als ik gelopen, dus morgen wordt het weer tijd om een taxi te nemen, vindt hij. Ik zei quasi streng dat dat niet kon, want ‘dat een pelgrim moet lijden’, maar hij vindt dat hij in zijn leven genoeg geleden heeft, nou hoeft het niet meer.
Hij slaapt hier in het hotel, want alleen als het echt helemaal niet anders kan, gaat hij in een albergue slapen. “Daar heb ik geen zin in en ik doe geen dingen meer waar ik geen zin in heb” Heerlijk toch?
“Op onze leeftijd hoef je jezelf niet meer te bewijzen”, sprak hij wijs. Kijk, de eerste filosofische uitspraak heb ik dus al binnen.
Ik geniet enorm en verbaas me erover dat ik, als ik thuis ben, niet eens goed besef hoe leuk het wel is onderweg, nog veel leuker als je thuis denkt. Geer vond deze opmerking iets minder geslaagd, begreep ik.
Nu ga ik op zoek naar een internetcafé, want ik hoor dat de website weer goed is.
routekaartje
Laat ik nou in mijn onnozelheid gedacht hebben dat het alleen in Sevilla de Semana Santa (Heilige week) zou zijn. Nee dus, dat is in heel Spanje het geval. En wat bij ons de Stille week is, is het hier allebehalve: het is een week van feest en vrij zijn, de Spanjaarden hebben een korte vakantie. Dus het is druk en dat is ook te merken aan het aantal pelgrims. Ik loop dus niet alleen dit keer.
Vanmorgen ben ik om half negen aan mijn eerste echte wandeldag begonnen en het is me goed bevallen. De temperatuur was net boven 30 graden, dus eigenlijk wel ideaal. Er was alleen een gedeelte, waar het erg open en vlak was met geen enkele boom, dus dat was wel even puffen geblazen. Verder was het gedeeltelijk zwaar bewolkt, morgen schijnt het ook nog warm te zijn, maar daarna wordt er regen voorspeld. Nou is het hier wel zo dat men, als er drie druppels vallen, dit al een fikse regenbui noemt, maar ik ben vandaag een beek overgestoken, waarbij ik mij over een pad van pallets in het water een weg moest banen, dus dat geeft toch te denken……
Maar voorlopig zit ik nu hier in Guillena op een bankje op het pleintje in het dorp een sigaartje te roken, dus dat is goed vol te houden. Guillena is een dorp met alleen maar witte huizen, erg leuk en je ziet het al van 10 km ver liggen. Maar vervolgens lijkt het dan wel of het dorp niet dichterbij komt.
Vanwege de drukte kon ik niet meer in de refugio, want die was al vol, maar er is hier nog een hotelletje. Daar heb ik een kamer kunnen bemachtigen met airco, een badkamertje en vol pension en dat alles voor € 36, dus wie doet je wat. Inmiddels zit dit hotel nu ook vol met pelgrims, dus dat is wel gezellig. Ik heb een pilsje zitten drinken met Guido, een Duitser van 72 jaar! Hij is pas gaan wandelen toen hij 65 was en loopt nu de camino ook voor de vijfde keer. Nou en ik ben nog geen 72…………
Ik sprak natuurlijk Duits met hem, maar toen ik vertelde dat ik in Zaandam woon, ging er ineens een ander hoofd omhoog van een mevrouw, die enthousiast riep dat we dan bijna buren zijn. Dat was Irma Dekker uit Haarlem. Zij dacht in eerste instantie dat ik ook een Duitser was.
Dus ik heb op mijn eerste dag al meer mensen ontmoet dan vorig jaar in een week. Wel gezellig, hoor.
Het lopen ging goed, mijn voeten voel ik niet, maar de afstand was ook maar 23 km. Keurig voor zo’ n eerste dag.
En morgen is het ook niet erg ver, alleen schijn je de eerste 15 km niet aan water te kunnen komen, dus ik moet nog even een fles water gaan scoren.
Zo, het is weer lekker warm, zo’n 32 graden. “Maar het is nog geen zomer”, zeggen ze hier. Ik vertel dan dat Gery nog de kachel aan heeft en dan zij er weer overheen met: “Wij hebben hier helemaal geen kachel!”
Ik moet wel weer even wennen aan de Spanjaarden. Gisteren in het vliegtuig ook, daar was ineens een stormachtig geweld tussen 3 Spanjaarden, stewardess erbij. Ik versta natuurlijk niet wat ze zeggen, maar ineens was het over en ging iedereen weer blij en tevreden rond zitten kijken. Het ging waarschijnlijk over niets dus.
Vanmorgen ben ik eerst naar de kathedraal gegaan. Die is immens groot en ik weet niet of ik hem nou eigenlijk mooi vind of niet, hij is wat blokkendozerig, anders dan de gotische kerken in Frankrijk. En binnen vind je echt op de schilderijen de meest bloederige taferelen. Er is bijvoorbeeld een afbeelding van de kruisiging waar het bloed bijna vanaf druipt. Maar dat is ook weer zo tegenstrijdig, want tegelijkertijd hoor je dan dat Sevilla zo mooi gebleven is, omdat de stad niet verwoest is. De Moren zaten in de stad, de Katholieken belegerden de stad en samen gooiden ze het toen op een akkoordje. De Moren mochten nog een paar maanden blijven of naar Marokko gaan en dan konden ze ongehinderd vertrekken zonder bloedvergieten of verwoestingen.
De meeste moskeeën zijn vervolgens veranderd in katholieke kerken, maar een paar moskeeën zijn gebleven voor de Moren die er nog woonden, die moesten toch ook iets hebben. Zo zie je, het lijkt allemaal even bloeddorstig, maar uiteindelijk valt het allemaal mee. Het gaat meer om het lawaai, lijkt het wel.
In de kathedraal heb ik me een ongeluk gezocht naar een plaats waar ik een stempel kon vinden. Uiteindelijk bleek er een administratiekantoortje ergens in een hoek bij een ingang, die geen ingang meer was, te zijn waar ik mijn eerste stempel heb veroverd. Vervolgens heb ik even gekeken naar de route om de stad uit te komen morgen en vond zegge en schrijve 1 bordje met schelp dat de weg wees.
In de binnenstad zijn heel erg nauwe straatjes. Er mogen wel personenauto’s rijden, maar het is geen doen, je riskeert je leven als je er doorheen loopt. Als er een auto aankomt zie je iedere lopende voorbijganger ook geroutineerd een portiek induiken. Binnen de gebouwen zijn er dan vaak erg mooie binnentuinen, want aan de buitenkant is er natuurlijk geen plaats voor.
Na de koffie heb ik een citytour gedaan met de bus. Dat was wel leuk, maar ook een beetje nep, want in de binnenstad kwam je niet, daar kon geen bus rijden. Maar alla, je kunt niet alles hebben.
Als troost ben ik toen maar gaan eten in een goed restaurant, waar ik heerlijk in de airco zat. Ik kreeg het menu voor mijn neus en bestelde, zoals het hoort, een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht. Toen ik de bestelling opgaf, zei het meisje: “Nee, dat is veel te veel, hoor!” Ik dacht dat het nogal meeviel, toch vrij normaal: iets vooraf, iets toe en een hoofdgerecht, maar ze deelde mee, dat de porties nogal groot waren. Dus ik kreeg 2 gerechten en dan moest ik daarna maar zien of ik nog een toetje wilde. Nou, ze kreeg helemaal gelijk, want zowel van het voorgerecht als het hoofdgerecht moest ik iets laten staan en het toetje kon er helemaal niet meer bij.
Ze vroeg hoe lang ik in Sevilla bleef en toen ik vertelde dat ik morgen naar Santiago vertrek, vroeg ze: “Gaat u vliegen of met de bus?” ” Lopen”, zei ik en toen had je de reactie moeten zien: ” Lopen???? Echt lopen???? Dat is veel te ver. Wij gaan ook allemaal naar Santiago, maar we gaan natuurlijk met de bus. Lopen is echt veel te ver, dat kan helemaal niet!”
Toen kon ik het niet laten om te vertellen dat ik ook een keer vanuit Amsterdam naar Santiago ben gelopen en toen was het “oh” en “ah” geroep helemaal niet meer van de lucht. Ze was de enige die Engels sprak, maar moest het toen toch echt even aan de rest van het personeel vertellen. En toen begreep iedereen waarom ik zoveel eten had besteld!!! Dat had ik dan wel nodig natuurlijk.
In een rommelwinkeltje heb ik een wandelstok gekocht. Mooi hoor, van glasfiber en je kunt hem in- en uitschuiven, maar mijn bostak was mooier, aan deze moet ik nog wennen. Misschien kom ik onderweg ergens weer eens een mooie bostak tegen, dan ruil ik hem weer in.
Ik merk dat ik nog een beetje gehaast ben. Ik kan natuurlijk uren ergens gaan zitten als ik dat wil, maar denk toch, als ik de koffie op heb, dat ik weer verder moet. Morgenochtend vertrek ik echt voor de eerste kilometers, dus het onthaasten kan dan beginnen!
Ja, veel valt er nog niet te vertellen natuurlijk. Vanmorgen om 4 uur het bed uit en naar Schiphol. Ik had mijn stok niet ingepakt, maar voorzien van etiket en zo. Allereerst verbazing bij de incheckbalie: “Moet die stok ook mee?” Vervolgens moest ik er mee naar de speciale bagage, maar dat moest mijn rigzak ook, dus dat was geen punt. Ook daar dezelfde verbazing: “Moet die tak mee?” Ik zei streng: “Ja en je moet er goed op passen”. Dat heeft niet geholpen.
Om half 10 was ik in Barcelona en daar moest ik 4,5 uur wachten voor ik in kon checken voor Sevilla. En 4,5 uur wachten op een vliegveld is heel, heel erg lang. Je loopt eens een beetje, je leest een beetje, je eet iets, je hangt een beetje in een stoel en je zit te barsten van de slaap. Maar de tijd komt niet om.
In Barcelona was het trouwens zwaar bewolkt, dus ik begon al te denken dat ik beter een trui mee had kunnen nemen in plaats van zonnebrand.
Maar gelukkig, toen ik uiteindelijk om half vijf in Sevilla arriveerde, scheen de zon volop en het is 32 graden. Helaas bleek mijn stok de tocht niet te hebben overleefd. Hij is in tweeën gebroken en nu heb ik alleen nog maar de bovenste helft. Ik had hem dus, achteraf gezien, beter weer helemaal goed in kunnen pakken. Het is wel jammer, die stok is zo trouw met me mee gegaan, maar vooruit, niets aan te doen.
Met de taxi ben ik naar het hotel gegaan, waar de receptioniste zei, dat 32 graden nog wel ging: “Het is nog geen zomer”, zei ze. Ik sloeg meteen terug dat ik vanmorgen met 4 graden vertrokken was (een beetje overdrijven mocht wel, vond ik) en dat maakte de gewenste indruk.
Het is een mooi hotel, staat in een heel nauw straatje. Vanuit mijn kamer kijk ik uit op een patio vol met bloemen en een fonteintje. Daar wordt morgenochtend het ontbijt geserveerd. Dat gaat dus wel lukken.
Nu ga ik eerst een dutje doen, want daar ben ik wel even aan toe. Morgenochtend wil ik om half negen bij de mis zijn om vervolgens een stempel te bemachtigen en de rest van de dag ga ik dan Sevilla bekijken en proberen een goede stok te bemachtigen, want die heb ik natuurlijk wel nodig. En dan begint vrijdag de echte Camino!
De kogel is door de kerk!!! Na veel wikken en wegen hebben Gery en ik vanmorgen besloten dat ik toch nog een keer een pelgrimstocht ga maken. Deze keer is het de zogeheten “VIA DE LA PLATA”. Vertaald is dat de Zilverroute. Wikipedia schrijft daar in het kort het volgende over:
Camino Mozárabe en Via de La Plata
Ook bekend als de zilverroute of de weg. De Via de La Plata (ooit een Romeinse weg die Itálica en Asturica Augusta verbond) begint in Sevilla, van waaruit het naar het noorden gaat naar Zamora via Cáceres en Salamanca. Hij wordt veel minder gebruikt dan de Franse route en zelfs minder dan de noordelijke route. Na Zamora is er een keuze. De eerste route loopt westwaarts en loopt via Ourense naar Santiago. De andere route loopt naar het noorden naar Astorga van waaruit de pelgrims naar het westen kunnen via de Franse route, de Camino Francés naar Santiago.
De Camino Mozárabe-route loopt van Granada door Córdoba en komt later samen met de Via de La Plata in Mérida.
Alhoewel de voorbereiding misschien niet heel degelijk was, verheug ik me er toch heel erg op. Ik heb ontdekt dat elke tocht weer heel anders is. En ik kijk uit naar wat deze reis me weer zal brengen. Ik heb erg lang geaarzeld want ik dacht dat het na vier keer wel eens genoeg zou zijn. Voor Gery betekent het natuurlijk toch weer heel lang alleen zijn. Maar we hebben een en ander goed doorgepraat en met dit resultaat dus. Blij, blij blij!!!
Woensdagmorgen om 7.20 uur vertrek ik van Schiphol en dan arriveer ik om 16.30 uur in Sevilla met een overstap in Barcelona. In eerste instantie was ik van plan in Cadiz te beginnen, maar omdat het volgende week in Sevilla enorm druk zal zijn in verband met de Semana Santa (Heilige Week), heb ik dat idee maar laten vallen. Ik ga dus vanaf Sevilla meteen aan de wandel. Wel ben ik van plan 1 dag in Sevilla rond te kijken. Tenslotte ben ik er nog nooit geweest en het schijnt een heel mooie stad te zijn.
Dus dan vrijdag echt aan de wandel. Volgens mijn gidsje is de weg naar Santiago de Compostela via Ourense 977 km. Normaal gesproken kan ik dat dus in ca 6 tot 7 weken doen. Maar ik ben vast van plan me niet te haasten, dus hou me niet aan die periode. Als dan alles goed gaat, komt Gery me weer in Santiago ophalen.
Het thuisfront gaar weer voor de website zorgen, dus dat is in goede handen. Ik hoop dat jullie ook een beetje kunnen genieten van mijn wandeling. Ik verheug me er bijzonder op.
Vaya con Dios en Ultreia






1 Comment »