Het is nu al weer bijna 2 maanden geleden dat ik op de Cabo Fisterre ben aangekomen. Dat was op 1 juli. De kruitdampen van de terugkomst zijn inmiddels wel opgetrokken en al snel nam het ‘gewone’ leven weer alle tijd in. De laatste week van de tocht heb ik veel postadressen en e-mail adressen uitgewisseld met mijn ‘camino-familie’, dat wil zeggen met de mensen waarmee ik vooral de laatste tijd veel ben opgetrokken. Dat was trouwens een kenmerkend verschil met mijn tocht van 2006. Dit jaar ben ik veel meer met andere mensen bezig geweest. Alhoewel het op de Camino del Norte veel rustiger is in vergelijking met de Camino Frances, ga je intensiever met iedereen om. Er ontstaan heuse vriendschappen die niet meteen vervlogen zijn na aankomst in Santiago. Ik krijg nu bijvoorbeeld nog steeds post en e-mails van mensen met wie ik gelopen heb. Ook kreeg ik een CD vol met foto’s van het Duitse stel uit Stuttgart. Jullie weten nog wel: degenen die mijn klompjes hebben laten liggen op straat en die mij later nieuwe (Spaanse) klompjes gegeven hebben.
Wat ernstiger is, is het feit dat iedereen ook mijn film zo snel mogelijk wil hebben, want daar staat iedereen natuurlijk ook op. Maar aangezien ik ca 6 uur videofilm heb opgenomen, is het een behoorlijke opgave daarvan een acceptabele versie van ongeveer een uur te maken. En je zult het altijd zien: op het cruciale moment haperde ook mijn computer. Dus alles zat tegen. Gelukkig heb ik Marnix. Hij heeft mij gered door een nieuwe brander te monteren en zijn vader weer een lesje computertechniek bij te brengen. De film is nu af, maar is wel 1 uur en 50 minuten geworden. Het ging niet anders. Door het maken van die film blijf je natuurlijk wel steeds bezig met het Camino-gebeuren: het blijft in je hoofd zitten.
Vorig jaar heeft iemand mij gezegd dat de Camino uit 3 delen bestaat:
1) de voorbereiding die wel een jaar kan duren,
2) de camino zelf, die enkele maanden duurt en
3) het afkicken en dat kan wel 2 jaar duren.
Hij heeft gelijk, denk ik.
Alleen, ik heb de oplossing gevonden: gewoon plannen maken voor een volgende wandeling. Want het is geweldig om te doen. Jullie hebben het zelf gelezen, denk ik. Elke dag is er wel iets om over te praten. Elke dag zijn er ervaringen met mensen of gedachten waar je dan weer heel lang over kunt ‘bomen’.
Kortom: als de omstandigheden het toelaten, zou ik graag nog een keer de pelgrimstocht maken. Want zoals een ander zei: “Met wat voor idee je ook mag vertrekken: sportief, spiritueel of historisch, iedereen komt als pelgrim aan”. En dat verschilt dan weliswaar ook per individu, maar het is wel de waarheid.
Dus: ieder zijn eigen camino.
Nogmaals heel erg bedankt voor alle inspiratie van jullie kant door middel van reacties op de site, door post onderweg en door sms-jes. Het maakte de tocht alleen maar waardevoller.
Het ga jullie goed en ik hou je op de hoogte van een eventuele volgende tocht.
Vaje con Dios
Pelgrim Theo
Gisteravond hebben we gegeten met Felix, de Schot. Hij is jarig geweest en dat hebben we gevierd met een goede fles wijn in plaats van de huiswijn. Hij voelde zich net de Engelse koningin, zei hij, met een officiële vejaardag en een ambtelijke verjaardag. Hij is altijd dominee geweest van de Prebyteriaanse kerk tot zijn pensioen. Nu is hij 73 jaar en zei 3 weken geleden dat dit de laatste keer is.
Vanmorgen regende het toen we weggingen, maar vanmiddag werd het droog. We hebben het heel rustig aan gedaan vandaag, lekker gegeten tussen de middag. Het is zo mooi: bij Cee kom je dan uit de bergen en dan zie je ineens de zee liggen, geweldig is dat. En vervolgens loop je de kust langs en zie je al van ver de vuurtoren op de kaap. Omdat we vrij laat waren, kwamen veel mensen alweer naar beneden en het leek wel of we audiëntie hielden: we hebben bijna iedereen weer ontmoet vandaag. Ook dat is geweldig! Net kwamen we ook Felix weer tegen, die nu van plan is veranderd, want hij is de volgende tocht al aan het voorbereiden. Zo zie je, het verveelt nooit.
De aankomst op Cap Fisterra is even indrukwekkend en emotioneel als de vorige keer. Het is groots gewoon!!
En hier houdt onze tocht dus op: we kunnen niet verder! Ook dat geeft een heel dubbel gevoel: blij omdat je het (weer) gehaald hebt en melancholiek omdat het echt voorbij is en het leven van alledag weer wacht. Fijn om alle lieve mensen weer te zien, die zo hebben meegeleefd en op de website hebben geschreven. Dat was geweldig, dank jullie allemaal! Maar een andere waarheid is ook dat we niet echt verlangen naar het gewone leven. Maar ja, zo is het leven.
Dus vanaf de kaap, waar een stevige wind staat, maar het zicht heel helder, een lieve groet aan iedereen en het allerbeste gewenst met gezondheid en geluk.
Wij trekken nu ons windjack aan om ons te wapenen tegen de koude en dalen 2 km af naar het hotel. We hebben daar een kamer met uitzicht op zee, dus wat wil je nog meer. Morgen gaan we aan het strand liggen, als het tenminste mooi weer is, anders zien we wel en daarna wacht ons de thuisreis! Au revoir!!
Ja, ik had gisteren natuurlijk niet op moeten scheppen over het prachtige weer, want Jacobus dacht bij zichzelf: “Wacht maar”.
Het begon gisteravond al. Er sliepen 2 Italiaanse vrouwen bij ons op de kamer en een van die vrouwen ging nog even plassen voor het slapen gaan. Ze stapte dus kordaat de gang in en er klonken onmiddellijk luide kreten: de hele gang stond onder water. Het stroomde de kamers al in. En dan zie je duidelijk het verschil in nationaliteiten: Spanje, Frankrijk en Italië stormden de gang op, renden door elkaar heen, al roepend: “Oooo, wat een water”, keerden zich om en doken weer het bed in. En wie stonden dus te ruimen en te dweilen en te redderen?? Juist, Duitsland en Nederland!
Enfin, warm water was er gisteravond al niet meer en toen we vanmorgen om 6 uur opstonden, was er ook geen elektriciteit meer. Dus we moesten alles in het donker doen, we konden geen ontbijt maken of een kop thee zetten. Kortom, het was armoe troef.
Om 7 uur vertrokken we en toen we buiten kwamen, vielen de eerste druppels. Die druppels werden ordinaire regen en die regen hield vervolgens de hele dag niet meer op. Het is geen moment meer droog geweest. Vanwege de groene poncho heeft pelgrim Theo de lieflijke bijnaam ‘Wandelende tak’toegevoegd gekregen en, of het nu regent of niet, als je gewoon doorloopt, kom je er vanzelf. Er is een vrouw, die de hele dag loopt te zeggen, dat haar rugzak veel te zwaar is, dat schijnt ze al die tijd al te doen. Dus ze klaagt en klaagt…; tot het moment dat wij allemaal moe beginnen te worden en het tempo wat vertragen. Dan lijkt ze een oppepper te krijgen, want dan zet ze me toch de pas erin. Ze stormt ons allemaal voorbij, onze ‘stormy Mary’.
Bij de aankomst in Olveiroa bleek de refugio zo vol, dat we een plaats toegewezen kregen in de paardenstal. De paarden waren er weliswaar niet, maar verder was er ook niet veel. Maar ja, eenvoud siert de pelgrim. Alhoewel? Toen we aan de overkant iets gingen drinken in een bar, bleken daar 3 kamers beschikbaar. Dus was het snel besloten: rugzakken weer ophalen en hup, naar de kamer. Je hoeft nou ook weer niet eenvoudiger te zijn dan nodig is tenslotte. Morgen naar Fisterra!
Gisteravond zijn we met zijn tienen uit eten gegaan en het eten was net zo slecht als het gezellig was, allebei heel erg. We hebben adressen uitgewisseld en ik heb aan diverse mensen de film beloofd als hij klaar is. Toen we ‘s avonds om half twaalf uit het restaurant kwamen, was dezelfde groep als vorig jaar op het plein voor de kathedraal en het was weer een groot feest. Wat een sfeer!! Iedereen zingt mee en geniet!!
Vanmorgen zijn we eerst een aantal foto’s gaan nemen voor de kathedraal, je kent dat wel: Marianne voor de kathedraal, ik voor de kathedraal, wij samen voor de kathedraal, enz. enz. Vervolgens zijn we, ik met een dikke sigaar in het hoofd (cadeautje van Marianne omdat ik in Santiago aangekomen ben), weer lekker gaan lopen. Heerlijk weer. Ik bedoel: het was weer heerlijk en het was ook heerlijk weer. Gaandeweg ging dus de jas uit en de pijpen van de broek.
Ik kwam weer door de bossen, die vorig jaar net verbrand waren. De verbrande bomen staan er nog net zo bij, maar de grond is nu bedekt met varens en het is opeens een heel ander landschap.
We hebben lekker gelopen en dit is toch ook wel een heel mooie route, alleen was het duidelijk dat we nu weer op de populaire camino zitten, want het was gigantisch druk. Zo druk dat de refugio in Negreira, waar we zouden overnachten, al vol was toen we aankwamen. Er was alleen nog een kamer vrij voor gehandicapten. Daar mochten we onze rugzakken even neerzetten en een douche nemen en daarna moesten we eruit en werd de deur weer afgesloten. We moesten vervolgens tot vanavond 8 uur wachten en als er dan nog geen gehandicapte was, mochten we er weer in. Nou, er kwam geen gehandicapte voorbij dus we mochten er weer in.
Maar de refugio is overvol, de vloer ligt ook helemaal vol met matrasjes en slaapzakken en zelfs de tuin ligt vol met mensen. Maar dat deert niet, want het is nu 9 uur ‘s avonds en ik zit heerlijk te luieren in de zon. Sta mij toe dat ik dat een keer herhaal, want ik hoorde Gery iets mompelen over: “De hele dag regen” en “16 graden” en zo. Ik vind het echt zielig voor jullie, hoor!! Maar dat neemt niet weg dat wij er hier nog even van genieten en als het weer zo blijft, kunnen we dan toch nog op de valreep misschien een keertje zonnen op het strand??? Laten we Jacobus maar niet verzoeken. Onderweg hebben we al boodschappen gedaan en een Duitser heeft vanavond voor ons gekookt, wat een luxe, hè? Nee, laat pelgrim Theo maar schuiven!
Hier ben ik weer, nu vanuit het internetcafé dat ik nog ken van vorig jaar. Gisteravond hebben we goed gegeten. Omdat we in Santiago zijn, bestond het menu uiteraard uit vis. Bij toeval zaten er 2 dames achter ons die ook Nederlands spraken en die hoorden ons ook natuurlijk. Dan kom je na het eten aan de praat. Zij bleken in de Pyreneeën te wonen. Zij vroegen toen aan Marianne of die ook ‘die tocht’ gelopen had. Je weet wel, die met die vieze herbergen met vlooien en ongedierte. Marianne verbergt zich dan altijd een beetje en zei natuurlijk alleen maar dat ze die tocht inderdaad gelopen had. Omdat mij dat veel te bescheiden was, heb ik toen ook een duit in het zakje gedaan door te zeggen dat Marianne begin april vertrokken was uit Nederland en inmiddels bijna 3000 km gelopen had.
Kijk, dan krijg je tenminste reacties waar je iets mee kunt. De ene mevrouw riep luidkeels: “Oh, geweldig!! Ik heb nog nooit zo iemand ontmoet. En nu zit ik er zomaar mee te eten!”. Marianne ging ervan blozen en voor één keer zweeg ze minstens 30 seconden. En dat zegt iets voor degenen die haar kennnen. Maar alle gekheid op een stokje, het was erg leuk.
Vanmorgen hebben we uitgeslapen en op ons dooie gemak ontbeten. Marianne wilde wachten tot haar de thee en croissants op bed werden aangereikt, maar zover gaan we natuurlijk niet als pelgrims. Daarna hebben we de foto´s van Marianne op een dvd gezet en toen was het alweer tijd voor de pelgrimsmis van 12 uur. Deze was soberder dan vorig jaar, maar omdat je dan al je collega-pelgrims weer ziet, is het toch erg leuk. Marianne werd ‘incognito’ ook genoemd. “A pie, uno de Holanda”. Dat kan alleen Marianne maar zijn dus.
Na de mis zijn we naar het station gegaan om de trein te bespreken. Morgen gaan we weer lopen naar Fisterra. We stappen op dinsdag 3 juli op de trein en arriveren in Rotterdam/Amsterdam in de loop van de ochtend van 4 juli.
Vanavond hebben we afgesproken met de hele groep die we nu zoveel kilometers kennen.
Tot slot moet ik ook nog iets vermelden dat mij nou weer hevig liet blozen. We hadden in een restaurantje het een en ander gedronken en zo op het terras, dus op een gegeven moment zei ik: “Ik ga plassen en betalen en dan gaan we” Nou, dat plassen ging wel goed en toen ik weer van het toilet kwam, heb ik de juffrouw achter de bar vriendelijk goedendag gezegd en ben totaal vergeten dat ik nog moest betalen. Dus wij weer op stap en 50 meter verder werd ik door de juffrouw op de schouder getikt. Nou, ik kon wel in een doosje, zo genant was dat. Ze geloofde gelukkig dat ik het echt vergeten was, maar toch….. En dan ook nog een pelgrim……
Gelukkig staat hier iets positiefs tegenover: de mevrouw van het hotel waar we een paar nachten geleden illegaal geslapen hebben en toen € 50 achter hebben gelaten, zei tegen onze Schot, dat ze hiermee het geloof in de pelgrims teruggekregen had.
Het is gewoon waar: een pelgrimstocht is net het leven: je doet iets goed, je doet iets fout, soms is het zwoegen, soms is het feesten. Vandaag was het dus feesten, het is heel leuk, omdat je nu weer iedereen tegenkomt die je onderweg al eens hebt ontmoet en omdat iedereen natuurlijk tevreden en gelukkig is omdat het einddoel is bereikt.
Morgen gaan we weer op weg naar ons volgende einddoel. Ultreya!
Zie ons hier zitten, heel tevreden op een terrasje middenin Santiago. We zijn er!! In de stad van Sint Jacobus! Mijn huispsychologe wilde natuurlijk weten wat voor gevoel het was dit keer. Nou, ik moet zeggen: het is hetzelfde gevoel als vorig jaar. Je weet nu natuurlijk hoe het eruitziet en waar je terechtkomt, maar als je het plein voor de kathedraal oploopt is dat toch weer een intens tevreden gevoel. Ik ben aan het eind van de reis gekomen met een lekker leeg hoofd en ben super relaxed. Het loslaten is me deze reis, geloof ik, makkelijker afgegaan dan vorig jaar.
We zijn vanaf het plein door de Porte de Gloria de kathedraal binnen gegaan, dit moment van glorie mochten we toch wel hebben. In de kathedraal mochten we niet meer ons hand op de pilaar leggen, want de pilaar is aan restauratie toe (kun je nagaan hoeveel handen daar zijn neergelegd op een pilaar van zowat een meter in de omtrek). Maar we zijn uiteraard wel achter het beeld van Sint Jacobus langs gelopen en hebben onze handen op zijn schouders gelegd. Via de crypte van Jacobus zijn we aan de andere kant de kerk weer uitgelopen naar het pelgrimsbureau. Vorig jaar heb ik daar bijna twee uur op de trap gestaan met steeds een treetje hoger, zo druk was het, maar nu konden we zo doorlopen om onze compostela te bemachtigen.
En nu zitten wij dus innig tevreden met een grote pils op het terrasje naast het restaurant, waar Marnix en Gery vorig jaar voor een godsvermogen kreeft hebben gegeten, omdat dat het enige woord was dat ze verstonden. Het is het mooiste weer van de wereld, volop zon en een lekker windje. En wij kijken trots naar onze compostela natuurlijk, wat dacht je. Ik blijk trouwens in het Latijn nu anders te heten dan vorig jaar, iets met Matheum is het dit keer. Marianne zei al: ”Als je volgend jaar een derde krijgt met weer een andere naam, moet je een klacht indienen!“?
We slapen in een hotel op 100 meter van het pelgrimsbureau en nog geen 500 meter van de kathedraal af, middenin het oude centrum. Dat hebben we ook verdiend, vinden we. En vanavond gaan we uit eten zoals het hoort: uitgebreid. Met alles erop en eraan, ze noemen me tenslotte niet voor niets ”driesterrenpelgrim“? hier! Maar dat hebben we natuurlijk ook echt verdiend!!
Morgen doen we niets: een beetje uitslapen, foto’s op dvd laten zetten, naar het postkantoor, naar het station om een trein te bespreken, kaarsjes branden en natuurlijk om 12 uur naar de mis.
Overmorgen gaan we dan op weg voor het laatste stuk: Cap Fisterra .
Gisteravond was het onmogelijk om Gery te bereiken, er was geen bereik voor mijn mobiele telefoon, dus helaas.. Ik ga het vandaag goedmaken.
In Baamonde hebben we ’s avonds gegeten bij een echte dichter, Een dichter die eruitzag, zoals dat bij een dichter hoort: baard, warrige haardos. Het eten was matig, maar het was wel oergezellig. Manfred was helemaal in de stemming en zong eerst een speciaal lied voor Marianne: ”Mariandl – andl – andl“? en vervolgens de bananenbootsong voor mij: ”Theo – The- the e-e- o“? en iedereen zong genoeglijk mee. De dichter droeg vervolgens een van zijn gedichten voor over de Camino, dus de avond kon niet meer stuk.
Gisterochtend was het om zes uur al opstaan, want er wachtte een lange wandeling. Om zeven uur wilden we gaan ontbijten, maar toen bleek de poort van de refugio nog op slot te zijn. Aangezien er niemand aanwezig was, hebben we zelf maar lopen zoeken naar de sleutel en die ook gevonden. Toen we buiten kwamen, reed er net een wit autootje voorbij en tot mijn verbazing ging Marianne daar ineens heftig tegen de ruit staan tikken. Ze had gezien dat er brood in die auto lag en logischerwijs de conclusie getrokken dat dat dus een bakker moest zijn. Aangezien in de gids stond dat er op de hele route niets te krijgen was, was dat zogezegd onze redding. We kochten dus brood en gelukkig maar, want het bleek te kloppen: de rest van de dag was er niets meer te vinden. En de dag was in totaal 42 kilometer lang berg op, berg af. Maar dat gaf niet, want het was een verpletterend mooie route! Een stuk door de bossen en een stuk over bloeiende heide. Schitterend gewoon! En geloof het of niet, maar het landschap verleidde ons tot het zingen van: ”Op de grote, stille heide“?, toen daar om de bocht als klapstuk een herder met schapen verscheen. ‘t Is toch ook wonderbaarlijk.
Nadat we de laatste erg steile berg beklommen hadden, arriveerden we in de refugio van het klooster van Sobrado dos Monxos. Tegenover de refugio staat een hotel en even zeiden we tegen elkaar dat dat hotel toch wellicht aangenamer was dan een refugio, maar allez, niet zo kinderachtig zijn, maar deze verleiding weerstaan, dus gewoon in de refugio slapen. Daar ontmoetten we ook weer een aantal mensen, die we onderweg ook een paar keer ontmoet hebben, maar die we verderop ‘verloren’ waren, dus dat was een leuk weerzien. Zij waren stukken met bus en trein gegaan en zo kwam de hele pelgrimsfamilie elkaar weer tegen. Rugzakken neergezet, slaapzakken uitgerold en vervolgens naar de vesper met zijn allen. De vesper viel ons tegen, erg vlak en kaal. Na de vesper zijn we met zijn vijven een halve kilometer gaan lopen (zo’n half kilometertje kan er echt nog wel bij) om te gaan eten. In het restaurant voegde zich nog een echte Schot bij ons gezelschap, met ontzettend veel gevoel voor humor, dus de stemming was weer prima.
Maar ja, ook aan samen eten komt een eind en dus liepen we na het eten weer de halve kilometer terug. ‘t Was inmiddels half elf, dus bedtijd. Jawel, dat hadden we gedacht! Toen we bij de refugio kwamen, was daar alles donker en“ de deur op slot! Nou, daar sta je dan met zijn allen. Flink hard op de deur kloppen, overal rondlopen om te zien of we ergens naar binnen konden“.. alles bleef donker en stil. In het dorp op zoek naar iemand die ons binnen zou kunnen laten, maar het hele dorp was eveneens donker en stil. Wat nu?? En koud dat het was, niet te geloven! Die arme Manfred liep nog in zijn korte broek. De mogelijkheid dat we de nacht op straat zullen moeten doorbrengen is ook niet iets waar je warm van wordt. Dan komt dit keer de verlossing van Schotse zijde. De Schot zegt: ”Nou, ik slaap in het hotel hier tegenover in een appartement en daar staan nog meer bedden, dus kom maar mee!“? En hij heeft tenminste de sleutel meegekregen. Dus zijn wij als hondjes achter hem aangegaan met zijn vijven en in zijn appartement waren nog twee bedden en een bank, dus dat was alvast plaats voor drie van de vijf verdoolden. Ergens op de gang staat een deur open en wat zien wij daar? Nog zo’n appartement en dat is zo te zien leeg. Wat doe je dan?? Onze Duitse pelgrim zegt eerbiedig: ”Lieber Jacobus, danke, danke!“? en wij denken terug aan het moment van twijfel van vanmiddag: hotel of refugio. Het is dus volkomen duidelijk: dit kan niet anders dan een vingerwijzing van Jacobus zijn!
En zo slapen wij de hele nacht vorstelijk in een bed in een hotel, dat zelfs niet weet dat wij er zijn! Met andere woorden: één legaal persoon en vijf illegalen! Er is echt niemand te zien, ook vanochtend was er niemand te bekennnen. Dus we hebben € 50 achtergelaten als dank en zijn de weg weer overgestoken naar de refugio waar onze rugzakken nog braaf stonden te staan en onze slaapzakken nog keurig uitgerold lagen te wachten.
Tanden poetsen en weer braaf aan de wandel. Marianne wist een stukje dat we af konden snijden. Dat hebben we gedaan met als gevolg dat we verder hebben gelopen dan verwacht, dus na de dag van 42 kilometer gisteren hadden we vandaag een dag van 33 kilometer, ook niet mis. Tussen de middag hebben we heerlijk gegeten in een restaurant, waar grote lappen vlees boven een echt houtvuur werden geroosterd.
Zo zijn wij vanavond gearriveerd in A Brea Cerceda en wie nu op de kaart kijkt, ziet het: Morgen arriveren we, als alles goed gaat, in Santiago!! Zijn we nu blij? Natuurlijk – natuurlijk niet. Het is alweer een heel dubbel gevoel: geweldig om het weer gehaald te hebben en wat jammer dat het weer voorbij is!
We zijn van plan om een dag of twee in Santiago te blijven in een pension en niet in de refugio van 180 bedden, en dan “.. toch maar lopend door naar Fisterra!
Kijk Caty, ik heb er nog één: ‘k Moet dwa-a-len, ‘k moet dwa-a-len op bergen en in da-a-len. Want dat hebben we vandaag gedaan. We zijn wel vroeg opgestaan, maar hebben zitten treuzelen aan het ontbijt. Geer zegt dat ik niet over ‘treuzelen’ moet praten, maar over ‘onthaasten’, dat staat sjieker.
Maar goed, na het onthaasten dan, liepen wij in het mooiste weer van de wereld, met af en toe een fris windje, door Galicië zoals het hoort te zijn, met overal bloemen die staan te bloeien. Geweldig is dat. Ze zijn hier overal autowegen aan het aanleggen met als gevolg dat er zo hier en daar wat borden verdwenen zijn. Verder ben ik van de kaart van Spanje, die ik heb, ‘afgelopen’ en bovendien lopen we voortdurend te kletsen. Dus het kon niet uitblijven: we zijn vandaag drie keer verdwaald. Dat is niet erg, dan moet je gewoon ergens de weg vragen, zou je denken. Dat doen we natuurlijk ook, maar dat valt echt niet mee. Niet omdat de mensen ons de weg niet willen wijzen, integendeel, ze zijn ontzettend behulpzaam. Zo behulpzaam dat, als je de weg vraagt naar het dichtstbijzijnde dorp, ze zich onmiddellijk in een enorm lang verhaal storten, vergezeld van grote armzwaaien alsof ze de route van het begin tot het einde even uit zullen leggen, alleen zijn wij inmiddels de weg allang weer kwijt natuurlijk.
Vanmorgen ging het als volgt: Wij vroegen de weg, iedereen sprak door elkaar en trachtte ons iets duidelijk te maken, tot er een oude vrouw van minstens tachtig jaar bij kwam staan, die meteen korte metten maakte. Kordaat nam ze het heft in handen of liever gezegd, zij hief de wandelstaf, wees ons dat we moesten volgen en stapte vervolgens in zo’n straf tempo, dat wij daar u tegen kunnen zeggen. Al babbelend en van alles vertellend over Galicië, spurtte ze zo’n twee kilometer lang voor ons uit, en wij liepen dus echt als drie kleine kleutertjes achter haar aan. Maar na die twee kilometer waren we wel weer op de goede weg en zagen we tot onze geruststelling de gele pijlen weer. Geweldig leuk zijn dit soort belevenissen steeds weer.
Tussen de middag hebben we gepicknickt op een Middeleeuwse brug, in het zonnetje, ik herhaal het nog maar even, aangezien ik net gehoord heb dat het bij jullie veel regent. Het was bij ons zo lekker, dat we uitgebreid op de leistenen rand van de brug konden zonnebaden. Zo kon het dus gebeuren dat we als eersten zijn vertrokken en bijna als laatsten aankwamen in Baamonde. Iedereen was ons ondertussen voorbijgelopen.
De refugio hier in Baamonde bestaat uit twee hokken zonder ramen. Dat leek ons niets, maar boven was een zolder, die in ieder geval wat ruimer is. Dus besloten wij om eerst maar eens een terrasje op te zoeken in de hoop dat die twee hokken straks vol zouden zijn en wij dus op de bovenverdieping terecht zouden komen. Ja, het was dus noodzaak, dat terras in de zon, dat snappen jullie. Uiteindelijk werd het een beetje frisjes in de wind en bleek ons snode plan volledig geslaagd. We slapen nu in een gebouwtje in de tuin en hebben alle ruimte om ons heen die je maar kunt wensen.
Manfred is een superslanke man, die ongelooflijke hoeveelheden kan eten. Alles wat Marianne en ik overhouden, eet hij dan nog even op en als het helemaal niet meer gaat, worden de karbonaadjes de volgende dag onderweg door hem verorberd. Maar hij heeft geen grammetje vet teveel. Wij doen hem dit niet na.
Morgen proberen we het klooster van Sobrado dos Monxes te bereiken, dat schijnt een bijzonderheid te zijn en dat is goed voor ons geestelijk voer, dan kan ik daar weer ”Waarheen pelgrims“? zingen, nu ik de woorden heb. Of het gaat lukken, weten we nog niet, want het is een stief kwartierke lopen!
Gery is gisteravond wezen zeilen en ja, dan komt er niets op de website, dus dan nu maar een dubbele aflevering.
We hebben gistermiddag een schitterende route gelopen, niet te geloven zo mooi, het was gewoon sensationeel. We liepen door een dal met overal dorpjes en overal bloemen, waar je ook keek, het was echt fantastisch!! Op een gegeven moment gingen we het dal weer uit en was het weer klimmen. Na een paar honderd meter klimmen zagen we ineens middenin de struiken een oude bestelwagen uit de jaren vijftig staan met daarop een grote gele pijl, die ons de weg wees naar Santiago. Hoe dat ding er ooit gekomen is, mag Jacobus weten, want er is helemaal geen weg, Grappig was het wel.
Volgens de gids was er geen slaapgelegenheid in Gonda, maar toen we er aankwamen, zagen we een spiksplinternieuwe refugio voor onze ogen oprijzen. Hij was pas twee dagen open en het plastic zat nog om de matrassen, zo hagelnieuw was alles. Kortom, een vijfsterren pelgrimsherberg. Marianne kwam op het idee een cadeautje te kopen voor de opening van de nieuwe refugio, dus wij naar het dorp. Veel was er niet, maar we belandden in een winkeltje, dat half schoenmakerij, half een kruising tussen Piet Goudt en Anna Tas was (dit even voor de Barendrechters onder ons). Marianne heeft meteen nieuwe hakken onder haar schoenen laten zetten vanwege die schoenmakerij en we hebben er een gastenboek gekocht voor de refugio en er iets in geschreven. De schoenmaker sprak uiteraard geen woord ‘buiten de deur’, maar zijn kleindochter was er om met de kassa te leren omgaan en ”zij heeft Engels geleerd“?, zei opa trots. Het arme kind durfde eerst geen woord te zeggen, maar goed, we begonnen een praatje en langzamerhand was de eerste schrik voorbij en begon ze een beetje te babbelen. Ze gloeide van trots dat het haar lukte en opa gloeide niet minder van trots op zijn ‘internationale’ kleindochter natuurlijk.
Met mijn voet gaat het weer beter, dankzij de pleisters van Marianne. Marianne is antroposofisch verpleegster, dus jullie snappen dat ik haar daarmee in de maling neem en roep dat het onzin is. Alleen vroeg ze nu of ik wist wat voor pleisters het waren en waar ze van gemaakt werden. Ja, ik rook al onraad en ik had het natuurlijk kunnen weten: de pleisters bleken gemaakt van algen! Nu kan ik natuurlijk net gaan doen alsof het nog steeds onzin is, maar ja, ik moet toegeven dat de pleisters wel erg goed helpen. Zo zie je maar, je weet het maar nooit. Maar ik ben natuurlijk niet op pelgrimstocht om mijn geloof (of zoals hier ongeloof) aan het wankelen te brengen, dus hoe moet ik dat nu oplossen?
Alle gekheid op een stokje, ik heb het nog steeds geweldig naar mijn zin hier.
Vanmorgen zijn we om negen uur weer vertrokken en ik had last van mijn darmen (sprak hij keurig). Marianne kwam meteen met de kamille aandraven, maar ik kan natuurlijk niet in alles toegeven, dus dat heb ik manmoedig geweigerd en een rol ordinaire kaakjes gekocht. Die hielpen ook gelukkig, zodat mij letterlijk en figuurlijk een al te grote afgang bespaard werd. De route was weer prachtig vandaag, dit gedeelte van de route is mooier dan de camino del Norte. Nu was het vandaag schitterend weer en dat werkt natuurlijk ook behoorlijk mee.
Corrie, het klopt wat je schrijft over de diensten van vorig jaar en het pelgrimslied, op deze route vind je dat helemaal niet. Je merkt hier niet veel van enige spiritualiteit; hier gaat het meer om de sportiviteit, geloof ik. De pelgrimstocht is zogezegd meer ‘werelds’. Marianne en Manfred lopen ook de hele dag van die luchthartige, wereldse aria’s te galmen. Om daartegen enig serieus tegenwicht te bieden, heb ik maar als goed Gereformeerde het lied: ”Waarheen pelgrims, waarheen gaat gij?“?, aangeheven met mijn sonore bariton, maar ten eerste kon men deze sonore bariton niet waarderen en ten tweede wist ik alle woorden niet meer van dit lied en Geer was er niet om mij voor te zeggen. Je ziet, ik heb mijn best gedaan, maar tevergeefs.
We zitten nu weer veilig in de refugio van Villalba. De was is gedaan, er wordt voor mij gekookt, dus wat wil je nog meer? Het is nog geen 125 kilometer meer naar Santiago, dus het schiet op. Vind ik dit leuk? Ja en nee. Voordat ik weg ging, heb ik tegen Gery gezegd dat dit de laatste keer was en dat zeg ik nu nog wel, maar““.. nou sprak ik weer iemand die van Florence via Rome naar Assisi gelopen is en onderweg alles heeft bekeken. De vraag is nu: Is dat minder leuk dan thuis in de Almanak zitten? Ik vrees het antwoord daarop te weten“..
Hier dan weer een bericht direct vanuit een internetcafé. Ik begin er ervaring in te krijgen. Bedankt iedereen voor de commentaren, we genieten er elke keer geweldig van. Gisteren hebben we zelf iets gemaakt in de refugio om te eten. We hadden geen zin meer in het menu del dia. Dus we hebben pizza’s gekocht en die opgewarmd in de enige pan die in de keuken stond. Een blikje asperges erbij dat we niet open konden krijgen en dus geheel vernielden om toch de inhoud te bereiken. Iedereen heeft zich er meer bemoeid met als gevolg dat ook iedereen mee moest eten natuurlijk. Kortom, het lijkt in zo n refugio soms wel een groot gezin, waarvan iedereen dan overigens wel een andere taal spreekt. In de refugio van vanavond bijvoorbeeld zitten een Oostenrijker, twee Brazilianen, twee Hollanders en een Duitser.
Vanmorgen zijn we heel vroeg opgestaan en om zeven uur waren we al op pad. Eerst moesten we nog langs de plaatselijke politie om onze credential te laten afstempelen. Daar werden we pas om 8 uur geholpen door drie stoere agenten. Er werd ernstig op onze credentials gestudeerd en natuurlijk werden ze uitgebreid besproken, maar dat kunnen wij niet echt verstaan. Daarna kregen we een plattegrond van de stad Ribadeo waarop getekend was hoe we de stad moesten uitlopen. Prima geregeld dus. Trouwens, het is te merken dat we in het thuisland van de heilige Jacobus zijn aangekomen, want alles is hier perfect geregeld. De aanwijzingen langs de route zijn heel duidelijk en op elke monolith staat, behalve de richting, ook de afstand tot Santiago aangegeven. Van hier is het nog 175 km. Alle refugio’s in Galicië zijn ook gratis. Het weer was redelijk goed. Een enkel buitje, maar ook zon van tijd tot tijd, dus wij klagen niet.
Onderweg zaten wij op een bankje voor een kerkje iets te eten en wij zagen een eindje verderop een vrouw met een wandelstok drentelen. Zij stond duidelijk te wachten tot we langs zouden komen. Toen dat te lang duurde, kwam ze naar beneden en begon het gesprek. Eerst informeerde ze waar we vandaan kwamen en al heel snel kwam de aap uit de mouw: ze wilde vertellen wat zij had. Als wij het goed begrepen had ze een nieuwe heup gekregen. Marianne weet dan altijd wel een medische term die in alle talen hetzelfde is en het gesprek verliep tot volle tevredenheid van de mevrouw. Er kwam geen eind aan haar verhaal, en dat was kennelijk ook de bedoeling. Dat gebeurt regelmatig; de mensen zijn heel erg aardig.
Tussen de middag kwamen we langs een refugio waar drie andere pelgrims al gestopt waren. Omdat we die kenden, hebben we daar gegeten en gerust. Het was een heel mooie refugio. Daarna was het nog twee uurtjes naar Vilanova de Lourenza, waar we nu zijn en ook deze refugio is naar volle tevredenheid. We hebben een lange tocht gemaakt, het was hoog, maar het ging prima, we hadden er eigenlijk geen erg in dat we bijna dertig kilometer hebben gelopen. De omgeving is hier weer heel anders, maar ook erg mooi.
We hebben weer zelf eten gekocht en gegeten in de refugio. Daarna zijn Manfred en Marianne naar de kerk geweest en ik heb afgewassen en ben naar het internetcafé gelopen.
Morgen hebben we 28 km voor de boeg met nogal wat bergen. We zijn van plan weer vroeg te vertrekken, want er is halverwege een mooie stad te bezoeken. Verder overwegen we een uitstapje naar Lugo te maken als we daar toch in de buurt zijn. Blijft ook nog de vraag of we naar Fisterra gaan na de aankomst in Santiago. Al die dingen moeten we nu weer onder ogen zien. Jullie horen nog het resultaat van deze overwegingen.
Hallo, daar ben ik weer in een cybercafe. Gisteravond hebben we met zijn vieren gegeten in een restaurant, weer een ‘menu del dia’. Dat is een vast menu dat in bijna alle restaurants langs de route aangeprezen wordt. Alleen, als je dat vier weken gegeten hebt, is de aardigheid er wel af. Altijd hetzelfde en we willen nu wel eens iets anders eten.
Overigens was het wel gezellig met Manfred, Ruth uit Zwitserland en wij tweeën. Deze ‘oude’ man ging natuurlijk, zoals het hoort, op tijd naar bed, maar met zoveel ‘jongelui’ om me heen gaat die vlieger niet op kennelijk. Om elf uur werd ik van bed gelicht om voor de deur een groepsfoto te maken. Toen was het hier nog klaarlichte dag,omdat wij zoveel westelijker zitten dan jullie. Er was een prachtige zonsondergang.
Vanmorgen om half negen zijn we weer vertrokken (jawel, we hebben dus uitgeslapen). Heel dom hebben we geen ontbijt gescoord bij vertrek, omdat wij dachten dat we snel in Ribadeo zouden aankomen, waar wij een vakantiedag zouden nemen. Helaas, onderweg was niets, maar dan ook niets te koop. Dus scoorde ik mijn eerste kop koffie pas na de middag, toen we al in de albergue waren aangekomen.
De route was echter fantastisch mooi. We hebben vlak langs de kliffen gewandeld met mooi weer en wel een sterke wind. Als het hier maar droog is, is het echt genieten en dan weet je waarvoor je het doet. Het was de laatste dag aan de kust; nu hebben we eindelijk die kust gezien zoals wij die ons hadden voorgesteld. Iedereen heeft het erover, dat we veel te weinig echt langs de zee hebben gelopen.
Toen wij de brug (800 meter) naar Ribadeo op zouden lopen, bleek die voor wandelaars verboden omdat er werkzaamheden waren. Goede raad was duur. Wat te doen?? We moesten toch naar de overkant. Toen heeft Marianne (mooie vrouw als zij is) als lokeend gefungeerd. Zij vroeg automobilisten of wij mee mochten rijden over de brug. En binnen 2 minuten had zij drie auto’s gevonden. Dus Manfred in de eerste, ik in de tweede en Marianne in de derde auto. Ik voelde mij wel een beetje net zoals in de sketch waar een mooie vrouw gaat liften terwijl de vriend achter een boom wacht. Maar het werkt wel!!!Gelukkig.
We kwamen wel aan de verkeerde kant Ribadeo binnen en hadden wat problemen om de refugio te vinden. Uiteindelijk kwamen wij daar om half drie binnen.
Omdat het onze ‘vrije’ dag is, zijn we meteen de stad in gegaan om de telefoon op te waarderen. Marianne heeft haar vader gebeld en omdat wij langs een kapper kwamen, zijn we daar ook maar naar binnen gelopen.
Morgen zijn wij dus de deftigste pelgrims van de Camino del Norte, want daar starten wij nu echt mee. In Galicië wandelen wij nu richting Arzua en vervolgens Santiago. Er zitten nog heel lange etappes bij, maar die willen we anders verdelen.
Jullie zien wel dat wij hier heel druk bezig zijn met onze organisatie. Dus: druk druk druk““!!
Overigens hoeft Jan van de Brink niet ongerust te zijn dat de aankomst in Santiago een afgang zal worden. In de eerste plaats omdat het onderweg zijn fascinerend is, en Santiago slechts het doel. In de tweede plaats omdat de aankomst zoveel voldoening geeft als kroon op de inspanningen van onderweg. Ik ben dan wel een beetje te vroeg voor de naamdag van St. Jacobus op 25 juli, maar dat komt dan wel weer een andere keer.
Gisteravond was er een jongen met een gitaar en toen hebben we allemaal luidkeels liedjes uit de jaren zestig gezongen, oergezellig. We sliepen in een oud schooltje, dat vijftig meter van de snelweg afstond, zodat je de hele nacht het gevoel had dat er zo een tankauto binnen zou rijden of zo. Kortom, erg rustig was het niet, dus vandaar waren we vanmorgen al om zes uur uit de veren en om zeven uur gingen we op weg.
Tot half negen was het droog, toen begon het te regenen, Nou, regenen?? Het regende zo verschrikkelijk hard dat onze poncho’s het niet aankonden en onze schoenen vol stonden met water. Het was echt verschrikkelijk. Om 11 uur regende het nog steeds zo hard en toen we een hotel zagen, zijn we daar maar snel heen gerend, hoe nat we ook waren. Daar was men weer erg aardig, we mochten alles uittrekken (nou ja, niet alles natuurlijk), zodat we weer een beetje konden opdrogen. We hebben daar wel anderhalf uur gezeten en zowaar, om half één werd het droog. Dus snel de schoenen weer aan en op weg. En geloof het of niet, maar om één uur liepen we in de korte broek!! Zo gaat dat hier. Ik weet dat het in Normandië ook zo snel van weer kan wisselen, maar zo erg als hier is het daar niet.
Als de zon dan weer schijnt, word je al gauw overmoedig en dat moet je als pelgrim natuurlijk niet doen. We spraken namelijk af snel door te lopen naar de refugio, zodat we dan vanmiddag toch aan het strand konden liggen. Overigens hebben we vandaag keurig en vroom de route gevolgd, we waren helemaal bereid het smalle pad tot het einde toe te bewandelen. Maar nu stuurde de gids ons voortdurend de Route National op, we zijn dus vandaag gewoon de brede weg opgejaagd! Daar konden we echt niets aan doen.
Maar goed, we kwamen in Tapia en bij de refugio en“““.. uiteraard kwamen er toen wolken voor de zon en zelfs een buitje. Het mag dus gewoon niet, dat strand. De refugio staat heel hoog op de klippen en vandaar kijk je zo op zee. Zo’n schitterend uitzicht hebben we nog nooit gehad. We zitten hier met zijn twaalven en er zijn weer veel landen vertegenwoordigd: Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Kroatie en Nederland, dus er wordt weer gekoeterwaalst in alle talen.
Volgens een gids is de provincie waar we in lopen, een van de best georganiseerde provincies, waar alles goed aangegeven is. Nou, mooi niet, het is een zootje en de route is gewoon slecht aangegeven en slecht onderhouden, zoals een andere gids dan weer zegt. Ja, nu we er bijna uit zijn, zetten ze ineens gele pijlen van twee meter hoog neer, kunst!
Manfred is ook weer aangekomen, maar hij is kapot en heeft zere voeten. Trouwens, mijn voet is ook weer open, er is iets met die schoen dat niet klopt, hoewel bij iedereen de kwaaltjes komen nu. Maar ja, morgen overschrijden we de tweehonderd kilometergrens, dus we schieten ook al hard op, helaas!
De route was erg slecht aangegeven vandaag, het eerste stuk was al een drama; een bijna onbegaanbaar pad, dus we besloten al snel maar een stukje langs de zee te lopen. Overigens, in tegenstelling tot wat iedereen van tevoren dacht, lopen we helemaal niet zo vaak langs de zee, want je hebt iedere keer weliswaar een baai, maar daar moet je dan wel omheen en dan loop je meestal in de bossen en meestal over modderige paden. Na een tijdje was het lopen langs de zee weer afgelopen en toen zijn we maar van het smalle pad afgeweken en hebben vandaag de brede weg genomen, Dat loopt een stuk makkelijker. Het weer is vandaag redelijk goed geweest, dus we mogen niet mopperen.
Waar we vandaag wel een beetje over mogen mopperen, is het eten. Onderweg kwamen we langs een piepklein Spar-winkeltje, waar we sinaasappelen hebben gekocht. Toen zagen we kleine zwarte pakjes geitenkaas (althans dat dachten we). Dat leek ons erg lekker, dus we kochten er twee. Dat leek ons echter een beetje weinig, dus dan maar vier genomen. En om onderweg niet te hoeven denken: ”Heerlijk, waarom hebben we er niet meer genomen“?, namen we er zes. Je moet tenslotte op alles voorbereid zijn. Een eindje verder besloten we om meteen maar zo’n heerlijk geitenkaasje te verorberen, Dus we maakten de eerste twee pakjes open. Wat er in zat, viel uit elkaar en leek op van alles, behalve op geitenkaas. Nou moet je onderweg natuurlijk niet gaan lopen zeuren of kritisch over geitenkaas gaan zitten doen, dus we namen gewoon een lekkere hap. We waren het allebei roerend eens: wat het was, weten we niet, waar het naar smaakt, weten we ook niet, in ieder geval niet naar geitenkaas, maar het leek voor ons nog het meest op een soort bruine suiker. Niet echt lekker, niet echt erg vies. Tot we hier in Pinera, waar we vannacht overnachten, een Braziliaanse tegen het lijf lopen en zij weet wat het is. Het is varkensvet met een laagje suiker! Hadden we dat nou maar nooit geweten, we werden nog posthuum misselijk.
In de refugio, waar we vannacht slapen, zijn bedden en er is een douche. Dat is het dan, nergens iets om te koken. Dus op naar de dichtstbijzijnde winkel en nu doen wij ons maal met (oud) brood, een plakje ham, een flesje bier en een flesje yoki drink. Dit is dus wat je noemt een echte karige pelgrimsmaaltijd. Gelukkig is Manfred ook weer bij ons, dus gedrieën dragen wij ons kruis““ Nou ja, ik overdrijf natuurlijk weer schromelijk, eigenlijk is het best wel te eten, hoor! En als ik denk aan al die arme sloebers, die nu maar elke dag naar hun werk moeten en in de file staan, sorry, ik wil echt niet met jullie ruilen!
Willem, je krijgt echt een kaart van me. De postzegels heb ik al, alleen de kaart nog niet. Die ga ik kopen en je kaart komt eraan, zodat je weer de groeten aan me kunt doen!!
We hebben gisteravond inderdaad heerlijk gegeten bij de Portugezen, alleen waren we de twee enige bezoekers en dat was wel jammer,maar ja, met dit slechte weer gaat er niemand aan het strand eten natuurlijk. Maar vanmorgen na het ontbijt bij dezelfde Portugezen zag het weer er weer een stuk beter uit, dus we gingen welgemoed op weg. In de gids werd ons de officiële Jacobsroute sterk afgeraden, omdat het pad heel moeilijk te vinden is, de kans op verdwalen dus groot en het pad bovendien erg overwoekerd schijnt te zijn. Dus hebben we maar de Route National genomen en dat ging prima, tot bleek dat deze weg zonder enige waarschuwing overging in de autoweg en we dus tot onze schrik ineens op de autoroute bleken te wandelen. Dat was niet geheel de bedoeling, dus snel terug en het talud af, wat niet meevalt met je rugzak en toen een tunneltje door onder de autoroute naar de andere kant, want we moesten een stuk teruglopen. Aan de andere kant het talud weer opgekrabbeld, wat helemaal niet meevalt met je rugzak en toen moesten we weer een eind over de vluchtstrook terug. Nou wandelen we natuurlijk wel snel, maar om dan maar over de snelweg te gaan lopen, is wel wat overdreven. Marianne ging uitgebreid op de vangrail zitten, want ze wilde nu ook wel eens ‘bermtoerist’ zijn, maar het ging pijpestelen regenen, dus dan is het leven van een bermtoerist ook niet leuk meer.
Het blijft ons verbazen dat het weer hier zo snel wisselt. Zo schijnt de zon en zo regent het, we hebben vandaag wel zo’n vijf keer poncho aan, poncho uit gedaan. Vanmorgen ook, het hoosde zo erg dat we in een tunneltje hebben staan schuilen en het water gewoon in golven het tunneltje inliep. Dat duurt dan een minuut of tien, dan wordt het droog en schijnt meteen de zon. Overal zie je dan de damp opstijgen en tegelijk zie je in de verte de volgende bui aankomen. Ze zeggen hier dat het weer niet normaal is, maar als ik zo naar de natuur hier kijk, dan geloof ik dat niet zo erg. Het is wel erg mooi hier, heel groen (en dat komt meestal niet van de droogte) en overal staan orchideeën, sinaasappel- en citroenbomen. Je kunt de citroenen zo van de grond oprapen. Ik geniet hier echt reusachtig. Onderweg hebben we uitgebreid staan praten met twee Duitsers. Zij kwamen uit Keulen en riepen dus opgetogen: ”O, dan zijn we buren“?. De een had een huisje in Oostkapelle, dus die sprak een beetje Nederlands. Het blijft geweldig leuk om zoveel verschillende mensen van zoveel verschillende nationaliteiten te ontmoeten. Maar ja, staan praten brengt je niet verder natuurlijk en Canero, ons einddoel van vandaag, was verder weg dan we verwacht hadden, dus het was een uur of zes toen we aankwamen.
Alweer een dag voorbij, wat gaat het toch vlug allemaal, nog een paar dagen en we verlaten de kust. We zijn nog wel van plan om voor of in Ribadero nog een rustdag in te plannen, want ja, dat strand blijft toch lokken““ We zullen toch wel één keer aan het strand kunnen liggen, één keertje maar?
Overigens valt het me op, dat Marianne’s familie op het ogenblik meer commentaar levert dan de mijne…….
Het is maar een wenk!
Toen we vanmorgen opstonden, was het stralend weer, dus de korte broek aan, petje op en op weg! Onderweg hebben we een ontbijtje gescoord en na een kilometer of zes zaten we aan de koffie in Cudillero. Vanwege het schitterende weer besloten we ad hoc tot een rustdag, want ik wilde toch wel eens één keertje aan het strand liggen. Manfred liep door, wij gingen naar de VVV om te vragen waar het dichtstbijzijnde strand was. Dat was nog een kilometer of vijf lopen.
Terwijl we erheen liepen, begon het te betrekken en kwam er bewoking en toen we het strand van Concha de Artedo opliepen, begon het te regenen!! Ik ben nog wel even in het water geweest tot aan mijn kuiten, hoewel Marianne beweert dat mijn kuiten dan wel opmerkelijk laag zitten, maar zij is er helemaal niet in geweest. Zij wist namelijk al hoe koud het water is! Het is ongelooflijk hoe snel het weer om kan slaan hier. Nu zitten we in een warme trui op een terras en Marianne heeft blauwe nagels van de kou. Ze ziet steeds hoopvol een ”manshemd“? blauwe lucht en dan wordt het mooier weer volgens haar, maar ik zie er nog niets van.
We ziten hier in een vissershaven met maar een huis of zes en vier daarvan zijn restaurant of pension. Wij zitten in een pension met uitzicht op zee, dus dat is in ieder geval nog iets, kunnen we inslapen bij het geruis der branding. Toen we een stempel gingen halen, zat een oude vrouw iets te broddelen en toen Marianne vroeg wat ze nu eigenlijk aan het maken was, kreeg ze een hoedje cadeau voor haar kleinzoon. De mensen zijn echt superaardig hier ook weer.
Het is wel grappig dit uitzicht, want nu zien we kinderen die staan te vissen en allemaal vissen aan een touwtje hebben geregen. Morgen wacht ons een zware tocht, want we stijgen naar zo’n duizend meter. Maar dat zien we morgen dan wel weer, eerst gaan we eten in een restaurant waar twee Portugezen de scepter zwaaien en zij hebben ons een heerlijk maal beloofd.
De baas in de herberg heette Leclerc en was volgens eigen zeggen van origine Nederlander. ”Ja“?, zei Marianne, ”u heeft de blauwe ogen van mijn vader“? en de man smolt ter plekke. Hij liep met ons mee om een goed restaurant aan te wijzen en we kregen zelfs de sleutel mee, zodat we later dan tien uur terug mochten komen. Nou, we hebben voortreffelijk gegeten en we waren liederlijk laat terug, pas om half twaalf. We wilden vanmorgen vroeg weg, maar door allerlei ditjes en datjes was het toch al negen uur toen we de stad uitliepen. Ik zei: ”Ik ga eerst nog even geld pinnen, want ik weet niet wanneer we weer iets tegenkomen“?. Jawel, dat kun je makkelijk zeggen, maar hoe ik ook zocht, ik kon nergens mijn bankpasje meer vinden. Die heb ik naar alle waarschijnlijkheid gisteren in de pinautomaat laten zitten. Jullie snappen dat ik me het apelazerus schrok. Gauw een sms-je naar Geer dat ze het pasje moest laten blokkeren. Die belde al meteen terug om te vragen of ik nu zonder geld zit de rest van de tocht, want de creditcard ligt thuis. Gelukkig vond ik in mijn portemonnee nog de giropas van Gery’s rekening en hoe het kan, weet ik ook niet want ik gebruik dat ding nooit“.ik wist mijn pincode!! Gery heeft toen meteen mijn pasje laten blokkeren, dus gelukkig is alles opgelost, maar de schrik schiet je wel even goed in de benen natuurlijk. “?Alles loslaten“? is dan wel de kreet, maar als je je pasje dus loslaat, wordt het erg moeilijk. Deze pelgrim eindigde dus bijna in de goot, bedelend om een stukje brood en een glas water. Maar, om een beetje in stijl te blijven: ik ben nu op weg op kosten van mijn eigen barmhartige Samaritaanse. Zo zie je, het komt wel weer goed!
We hadden vandaag harde tegenwind en dat valt echt niet mee met een rugzak op je rug. Je bent net een zeilboot en wordt alle kanten opgeblazen. Bovendien liepen we een stukje verkeerd (uiteraard!!) en Marianne houdt niet van teruglopen, dus hebben we de weg gevraagd aan een voorbijganger. De man is vervolgens wel 5 kilometer met ons mee gelopen om ons de weg te wijzen. Aardige mensen hier! Aardige mensen en een prachtige omgeving. We hebben vanwege het feit dat we een beetje verdwaald waren, een heel eind langs de Route National gelopen en dat is nooit zo prettig, want de Spanjaarden gebruiken die als racebaan en je moet dus heel goed opletten, maar we hadden af en toe hele mooie uitzichten op zee. Het is hier echt heel erg mooi! Nu zitten we knusjes in een hotel in Muros de Nalon. De plaats zelf ligt een beetje het binnenland in, maar vanuit de plaats loopt een klein weggetje naar de kust en aan het einde van dat weggetje staat ons hotel. Vlak aan zee dus. Het kan slechter!
Manfred heeft uitgerekend dat het nog maar ongeveer 300 kilometer is tot Santiago. Dat vervult ons met zorg………
Eerst hebben we uitgeslapen vandaag, daarna uitgebreid ontbeten in de jeugdherberg. Het regende heel erg hard, geen weer om al te gaan lopen, dus hebben Manfred, Marianne en ik de bus genomen naar het centrum. Marianne moest naar het postkantoor, Manfred moest ook iets doen, het werd een beetje droog, dus hebben we wat rondgelummeld in het centrum. Toen begon het weer loeihard te regenen, dus zijn we maar iets gaan eten. Maar het bleef regenen en dan is een stad ook niet leuk, dus we besloten om kwart over twaalf toch maar op stap te gaan. Onderweg hebben we alle leuke plekjes, restaurantjes, stranden en pubs opgenoemd, waar we hadden kunnen zitten als we een vrije dag genomen hadden en als het niet zo zou regenen. Maar ja“.. met die regen““ Dus we liepen maar door en toen we dus net buiten de stad waren, werd het droog en prachtig weer!! Ja, dan ga je niet meer terug natuurlijk.
Onderweg kwamen we langs een bakker, maar die had alleen hele grote broden te koop, waar we niets aan hadden. Nou ja, niets aan te doen en we liepen alweer verder toen de bakker riep: ”Nee, wacht even“? en toen kregen we gratis een soort cake. Geweldig aardig. Trouwens, de mensen zijn hier erg aardig, ze hebben veel belangstelling, wijzen je de weg en zijn erg vriendelijk. We kwamen ook twee Hollanders tegen en die begonnen bijna te applaudiseren toen ze hoorden dat Marianne helemaal uit Holland was komen lopen. Ze zeiden: ”We hebben wel steeds die schelpen gezien en we hebben geprobeerd die te volgen, maar er was geen pad!“?”Jawel“?, zeiden we, ”dat is het pad“?. Kijk, dat zijn glorieuze momenten voor een pelgrim, nietwaar?
Manfred doet alles tegelijk: lopen, praten, schrijven, fotograferen. Als hij gele pijlen ziet, drukt hij op de startknop en gaat er als een pijl uit de boog vandoor, vliegt de berg op met enorme snelheid, tot hij ineens geen gele pijlen meer ziet en dan slaat de paniek toe en is hij bang te verdwalen. Hij was ook erg boos, omdat in zijn gids stond dat het een makkelijke en lichte wandeling was en dat bleek het dus niet te zijn!! Ja, die gidsen weet wat, de Duitse en Spaanse gidsen verschillen nogal eens van mening. In de gids stond dat we in Aviles, ons einddoel voor vandaag, in de herberg moesten zijn, die knalgeel geschilderd is. In de gids van Marianne staat er zelfs een foto van. Echt knalgeel. Dus wij in Aviles zoeken en zoeken en zoeken naar die knalgele herberg. Niets te zien tot we bij de herberg uiteindelijk belandden, die““ hardblauw bleek te zijn. Kijk, dat kun je niet maken als herberg natuurlijk. Het is te begrijpen dat je wel eens een ander kleurtje wilt, maar dat doe je natuurlijk niet zonder alle gidsen ter wereld een nieuwe foto te sturen. Dit is misleiding van de pelgrim en dat is zeer ernstig.
Nu is het weer tijd voor broekspijpen wassen, een hapje eten en dan lekker slapen, want morgen is het weer vroeg dag, het is niet alle dagen feest.
Het was vandaag redelijk weer. Vanmorgen zag het er erg dreigend uit, maar het klaarde steeds meer op. We hebben vandaag een heel lange route gelopen, ruim 35 kilometer. We zijn om half acht al vertrokken en de weg was moeilijk en zwaar. We moesten hele hoge bergen over en die waren erg steil. We gingen zogezegd nou niet als een hinde de berg op, het was meer strompelen. We zagen onderweg wel hindes trouwens, die staken vlak voor ons ineens recht de weg over. Dat is natuurlijk prachtig om te zien. Als je dan eindelijk boven op de top van zo’n berg bent, zie je heel diep beneden je een dorpje liggen en dan weet je dat je daar weer naar af moet dalen. En achter dat dorpje zie je dan weer een heuvelrug, waarvan je weet dat je die daarna weer op moet. Het was dus met recht vandaag: “?Op bergen en in dalen“?. Maar hoe hoog de berg ook is, hoe diep het dal, uiteindelijk bereikten we een restaurantje vlak voor Gijon. Daar zijn we eerst maar eens neergestreken om iets te drinken. Er was net een eindexamenfeest met drie meisjes verkleed als flamingodanseressen, dus we vielen met ons neus in de boter. Nadat we daar een tijdje gezeten hadden, hebben we meteen maar gevraagd of we ook iets konden eten en dat kon. Dus toen zaten we, voor Spaanse begrippen achterlijk vroeg, aan tafel. Het eten was heerlijk, daar knapt een mens van op en dan verdwijnt de moeheid uit je benen. Aangezien er dan weer iets anders in de benen zakt, hebben wij ons na het eten de laatste kilometer door een taxi naar de jeugdherberg laten vervoeren, dus daar kwamen we glorieus voorrijden. Ook wel eens leuk voor een keer toch?
Onderweg hebben we ook de afslag gezien die over de picos de Europa leidt. Daar moet je dus doorheen met kompas en touwen, enz. Met andere woorden: dat is echt bergbeklimmen. We hebben besloten (althans ik, Marianne had dat thuis al besloten) dat niet te gaan wagen, maar langs de kust verder te gaan. Het kan ook te gek worden.
Net toen dat wijze besluit gevallen was, stopte er een auto naast ons met een oude baas erin, die ons luidkeels begon te vertellen dat we die afslag moesten nemen naar de picos. Wat doe je dan laf? Juist, je doet gewoon of je niets van hem verstaat. Dus hij begon steeds meer te overtuigen en wij deden steeds meer alsof we helemaal niets begrepen van wat hij zei. Na een tijdje zag hij er kennelijk geen heil meer in, want hij stopte ermee, en haalde uit zijn zak toen voor ons ““. snoepjes. Die kregen we toen maar, zoals je kinderen zoethoudt. Dat was wel erg leuk.
Zo is er elke dag wel iets. Onze Duitse Manfred loopt heel erg hard, wij noemen hem de ”vliegende Duitser“? (aangezien ik nou in de bergen niet echt een vliegende Hollander ben, is dit wel een mooi alternatief). Hij loopt heel hard, maar vervolgens rust hij heel lang, dus dan halen wij hem weer in en zit hij heerlijk rustig aan de kant van de weg te schrijven.
Tot Ribadeo lopen we nog langs de kust, daarna gaan we het binnenland in voor het laatste stuk. Het begint alweer op te schieten.
Vanmorgen begon de pret al vroeg. Marianne had limonade in haar fles gedaan voor onderweg en“die fles ontplofte. De limonade spoot er gewoon met enorme kracht uit. Gelukkig had ze de tegenwoordigheid van geest om snel uit het open raam te richten, zodat voorbijgangers een fontein van limonade naar buiten zagen komen. Dat was lachen natuurlijk.
Verder wilden we naar een prehistorisch kerkje, waar bijzondere wandschilderingen zijn. Zoals veel kerken in Spanje was ook deze dicht, maar geen nood, Marianne belde gewoon bij de buurvrouw aan en laat die nou de sleutel hebben!. Dus konden we het kerkje inclusief de wandschilderingen uitgebreid bewonderen.
Verder hebben we vandaag lekker gewandeld. We zijn vertrokken met prachtig weer, onderweg werd het herfst en nu is het voorjaar, dus we hadden weer vele mogelijkheden vandaag.
Hartelijk dank voor alle commentaren. Als we ze zelf niet kunnen zien, leest Gery ze ’s avonds voor en zet ons verhaal dan weer op de website. Corrie, dank voor het gedicht en uiteraard is het prima als je op de website schrijft. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Wan ook dat leer ik hier weer: het is heerlijk om af en toe alleen te lopen, dat doen we ook, maar het is ook heerlijk om met andere mensen te zijn en te kunnen vertellen, lachen, eten, enz. We beginnen elkaar allemaal een beetje beter te kennen nu, omdat we elkaar natuurlijk regelmatig weer tegenkomen en dat is gewoon erg leuk. Vanavond was Manfred de laatste en werd met applaus begroet toen hij binnenkwam. Kortom, ook op deze camino kun je niet alles alleen doen en heb je elkaar nodig! (sprak hij wijs)
We zitten nu in Sebrayo, een piepklein gehucht in de gemeente Villaviciosa. Het gehucht is zo klein, dat er zelfs geen kerk is, dus kleiner kan eigenlijk niet. Dat er geen kerk is, is tot daar aan toe, maar er is ook geen restaurant of bar, zelfs geen winkel. We hebben dus boodschappen gedaan in een soort rijdend winkeltje en moeten zelf ons eten klaarmaken. Nu is dat geen punt, als we tenminste pannen zouden hebben“. Want die zijn er niet in de kleine refugio, waar we nu zitten. Zelfs geen glas. De kunst is nu om eieren te bakken op een soort bakplaat; ik sta nu met mijn ene hand aan de telefoon en met de andere hand tracht ik een spiegelei te fabriceren. Erg hard gaat het niet, maar alla, een pelgrim moet zich kunnen redden. We zitten hier met een Frans stel, dat we al eerder hebben ontmoet, een Hongaar, een Duitser en twee Hollanders, dus we houden ons gezamenlijk ijverig bezig met een verenigd Europa! En dat zonder Brussel. Helemaal niet nodig, al dat gedoe, gewoon allemaal de camino lopen!!
Heb ik al verteld dat ik een poosje geleden mijn Hollandse klompjes verloren ben? Zo niet, dan weten jullie het nu. Ik vond dat wel erg jammer, maar helaas, niets aan te doen. Teruglopen heeft weinig zin, want je vindt ze nooit meer terug. Groot was dan ook de verbazing toen het Duitse stel, dat ik al eerder gezien had op de pont (die van ”bekocht“?) een paar dagen geleden aan me vroeg of ik soms klompjes verloren was, want ze hadden onderweg klompjes langs de weg zien liggen en aangezien ik uit Holland kwam“.. ”Hadden we ze nou maar meegenomen“?, zeiden ze, ”wat jammer“?. Nou ja, er zijn ergere dingen. Gisteravond ontmoetten we ze weer en toen kreeg ik een pakje van ze, waar Spaanse klompjes in zaten. Leuk, hè?
Het eten gisteravond was slecht, dus maar op tijd naar bed. Midden in de nacht, toen iedereen in diepe rust was, om een uur of vier ineens een hels kabaal: een groep Italianen, ladderzat, die met veel herrie binnenkwamen, op alle deuren klopten, kortom, Italie arriveerde! Ergernis alom natuurlijk, ik hoorde ook al geluiden uit het bed boven me en ineens zag ik een paar benen voorbij zwiepen en stormde Marianne als een ware Jeanne d’ Arc op de Italianen af om hen duidelijk te maken wat ze ervan vond. En dat begrepen ze!!
In Llanes is een heel mooi kunstwerk: daar hebben ze de basaltblokken die langs het strand liggen, geschilderd in allerlei kleuren. Dat is echt de moeite waard om te zien, heel vrolijk, ook al regende het.
Trouwens, vandaag was de allermooiste dag die ik tot nu toe in Spanje gehad heb: prachtig weer, een schitterende route, in één woord geweldig! Vanmorgen was ik met Hans uit Hamburg vooruit gelopen en Marianne en de andere Duitser, Manfred, kwamen achter ons aan, dachten we, maar haalden ons maar niet in, terwijll ze toch veel harder lopen. We liepen al langzamer, dronken iets op een terrasje, liepen weer een stuk, dronken weer koffie, maar in geen velden of wegen waren Manfred en Marianne te bekennen. Pas tegen de middag kwamen ze ons achterop. Wat bleek? Ze waren weer drie kilometer teruggelopen, omdat Marianne haar stok vergeten was. Ze merkte daarover filosofisch op: ”De hele weg zegt iedereen dat ik alles los moet laten, maar alles wat ik loslaat, heb ik vervolgens nodig!“?. Dat klopt, want zonder stok begin je hier echt niets. Verder hebben we ons beziggehouden met het opzeggen van het gedicht ”De tuinman en de dood“?, want Marianne moest dat natuurlijk vroeger ook op school leren. Marianne vond ook nog dat je erbij moest staan, want dat moest op haar examen ook. We kenden het niet meer helemaal, maar aangezien we toch filosofisch bezig waren, vonden we dat dit gedicht over de camino ging: Hoe ver je ook wegloopt, je kunt het lot toch niet vermijden.
Jullie zien, het is niet alleen eten en drinken en lachen, we hebben het ook nog wel eens ergens over. Maar nu even niet, want we zitten nu in Ribadesella, in een hotel op honderd meter afstand van het strand. Ja, dat is ons lot vandaag, daar doe je niets aan!
Je hebt hier met recht alle seizoenen op een dag: We vrtrokken vanmorgen met een grijze lucht. Eerst was het droog, vervolgens hadden we twee uur regen, daarna werd het stralend weer, om drie uur kwamen er weer wolken en werd het donkerder en nu regent het weer en is het koud. Ja, zo gaat dat, waar is nou die Spaanse zon?
Gisteravond hebben we in het hotel gegeten. Dat kon pas vanaf negen uur, dus toen het negen uur was, wie zaten er toen het eerst aan tafel? Juist ja, wij natuurlijk, verder was er geen hond. ”Nou ja“?, dachten we toen, ”dan maar stil, als we maar kunnen eten“?. Om tien uur kwamen de volgende gasten pas binnen en toen wij om kwart over elf vertrokken, kwamen er nog steeds mensen binnen om te gaan eten! Dat is wel wat anders dan om zes uur aan de boerenkool.
We waren vanmorgen trouwens binnen dertig seconden de weg al kwijt, dat is wel een record. Vanuit het hotel zijn we namelijk rechtsaf geslagen, omdat we in het centrum pas af moesten slaan. Het bleek dat het hotel het centrum al was, zodat we gewoon recht over hadden kunnen steken. Maar alla, verder ging alles voorspoedig en omdat Marianne veel harder loopt dan ik, had die in Llanes al kennisgemaakt met een jongen, die Spaans, Enges en Nederlands sprak, toen ik aankwam. We hebben een tijd met die jongen staan praten en waren zodoende te laat voor het Bureau de Tourisme, dat was al gesloten, maar gelukkig hebben we weer een refugio gevonden, zodat we vannacht weer onder de pannen zijn. Vanavond eten we daar met twee Duitsers.
Verder valt er over vandaag geen nieuws te vermelden, behalve dat de picos de Europa weer wat dichterbij komt““
Gisteravond hebben we ontzettend gezellig gegeten met alle pelgrims en de gastheren/vrouwen. Dat was erg leuk en we hebben heerlijk geslapen want we lagen met zijn tienen op een slaapzaal van veertig, dus dat was lekker rustig. Vanmorgen was het afscheid ook heel anders dan anders. Een Duitse pelgrim en de gastvrouw zongen samen een lied en dat klonk echt heel mooi. Elke dag is er wel zoiets, dat anders is dan anders, dat maakt een tocht als deze zo prachtig. Toen we vertrokken, was het heel vochtig en klam, ik hoor van Gery dat het bij jullie ook zo is trouwens. Na een tijdje had Marianne een sanitaire stop nodig. Nou is dat niet iets om over naar huis te schrijven natuurlijk, want dat komt vaker voor op een dag. Ik loop dan kalmpjes door, want zij loopt veel harder dan ik en haalt me met gemak in. Alleen vandaag liep dat even anders. Ik ging steeds langzamer lopen, maar geen Marianne te bekennen. Ik heb een poosje aan de kant van de weg zitten wachten, maar al wie verscheen, geen Marianne. Teruglopen heeft ook weinig zin, want ik had geen flauw idee waar ze gebleven was en welke weg ze genomen had. Dus dan maar doorlopen en kijken of ik haar vanavond weer zag. Dus ik liep en liep en liep““ Na ruim een uur zie ik voor me uit ineens een pelgrim lopen. ”Hé, waar komt die nou vandaan?“?, dacht ik nog, toen ik zag dat het Marianne was. Dus ik riep haar, ze keek om en ook haar mond viel open, want ze had mij ook niet meer verwacht. Ze roept nu dat ze de ‘Spaanse’ weg genomen heeft, omdat ze een Spaanse gids heeft. Nou, hoe het kan, weet ik ook niet, maar het was wel zot.
Tot een uur of één werd het mooi weer, daarna begon het te betrekken en aangezien we graag voor de regen binnen wilde zijn, besloten we te stoppen in de jeugdherberg van Colombres. Helaas zat de jeugdherberg helemaal vol, zodat we door moesten lopen. Het werd steeds donkerder en donkerder, maar we haalden net een hotelletje in la Franca. Dus nu hebben we een kamer met bad, al is het dan een bad voor Pygmeeën volgens Marianne en buiten regent en onweert het van jewelste.
Vanuit het raam van mijn kamer heb ik uitzicht op de Picos de Europa en net als vorig jaar hef ik mijn ogen op naar de berg met enige onrust, want ik zie nog heel veel sneeuw op de toppen liggen, veel meer dan in de Pyreneeën. Iedereen roept wel dat we daar langs lopen, maar ik ben er niet gerust op. Enfin, zover zijn we nog niet, morgen eerst naar Llanez, een badplaats, en daar wil ik nou eens aan het strand liggen!
Nou, de vesper gisteravond sloeg nergens op, daar waren we het allemaal over eens: een stelletje ongeïnteresseerde mannen, die zaten te gapen en op hun horloge te kijken. Ze konden nog niet eens zingen ook! Om over deze teleurstelling heen te komen, zijn we maar gaan eten in het restaurant vlakbij het klooster. Daar schoof een Spanjaard bij ons aan tafel, die 53 kilometer gelopen had! Hij zag de lucht voor groene kool aan, maar door het charmante gezelschap van Marianne kwam hij weer geheel tot leven. Hij bood haar een drankje aan, die ze meteen stevig achterover sloeg en ik, arme, kreeg het laatste restje! Nog een flesje wijn erbij en voor je er erg in hebt, is het ineens half twaalf. Ja, toen moesten we via een sluiproute weer zien dat we in het klooster kwamen, want alles zat al potdicht
En ja, toen moesten we vanmorgen natuurlijk even uitslapen, zo gaat dat dan, maar om half negen waren we weer op weg. We hebben expres een omweg genomen dit keer, omdat we hadden gelezen dat het zo’n mooie route was, waar je de zee geen moment uit het oog verloor. Nou, dat wil je natuurlijk wel beleven, al die prachtige uitzichten op zee. Helaas, helaas, het was hartstikke mistig. De zee was er wel, we hoorden hem ook steeds, maar we zagen hem dus niet! Het is de hele dag mistig gebleven en nu trekt het pas een beetje op, maar nu zijn we al lang weer waar we zijn wilden, in San Vicente de la Braquera. Onderweg hebben we tussen de middag op een bankje kaas en brood gegeten uit Marianne’s ‘tas voor moeilijke tijden’. Marianne moest dus haar soep missen, wantr die vraagt in elke bar en elk restaurant: ”Suppa, por favor“?
We zijn trouwens door allerlei leuke plaatsjes gekomen en hebben onderweg zelfs een huis gezien dat door Gaudi was gebouwd, erg mooi. Er was een restaurant in, dat schijnt erg goed te zijn, maar het zal ook wel wat kosten waarschijnlijk, want in een huis van Gaudi zal Jan Modaal wel niet wonen.
San Vicente de la Barquera is ook een leuke toeristenplaats met veel nauwe straatjes, heel leuk. Het is hier echt leuk. Onderweg naar het terras, want we hebben elkaar een biertje beloofd, komen we langs een trap, waar aan de kant een paar ouwe damesschoenen staan, elke schoen met een plantje erin. Komisch hè? Er staan hier trouwens overal bloemen. We slapen vanavond met zijn tienen in een mooie albergue, waar we morgenochtend zelfs kunnen ontbijten en dat kom je niet vaak tegen!
Jullie zien dat het allemaal goed gaat hier en we het prima naar ons zin hebben. Thuisfront, hartelijk dank voor jullie leuke en lieve berichten, blijf gezond en allemaal de groeten van Marianne ook, ik heb haar verteld dat ze in de thuisblijversfamilie is opgenomen. Tot de volgende keer!
Allereerst iedereen bedankt voor het (trouwe) commentaar en het meeleven, dat is en blijft geweldig. Leuk ook een berichtje van de dochter van mijn mede-pelgrim, dat heb ik uiteraard voorgelezen en we zijn zeer tevreden over de belangstelling. Geweldig bedankt allemaal en“ ga zo door!! Het was een hele mooie route vandaag en we hadden schitterend weer, vooral vanmorgen. Vanmiddag werd het heiig en dan zie je niet zo ver meer, maar het was een uitstekende dag. Mijn voet is nog steeds keurig dicht. Marianne heeft hem afgeplakt met leukoplast vanmorgen en dat heeft de hele dag keurig gezeten en ik heb geen centje pijn gehad. Maar opdat jullie niet zullen denken dat het een pleziertochtje is (dat denken jullie toch al vanwege die bussen en treinen natuurlijk) heb ik nu een andere kwaal bedacht: Ik kreeg overal jeuk en daarna blaasjes, die open gaan. Ik heb nog even gedacht aan de vlooien van vorig jaar, maar volgens Marianne was het een zonne-allergie. Verbazingwekkend bij de weinige zon die er tot nu toe geweest is, maar in de apotheek zeiden ze ook meteen dat het dat was. Zo zie je maar hoe wonderlijk de wegen van een pelgrim zijn: het ene jaar loop je constant in de zon en heb je nergens last van, het andere jaar krijg je iets bij de eerste zonnestralen.
Over wonderlijke wegen gesproken: onze redeneringen zijn soms net zo krom als de wegen. Vanmiddag zijn we een stuk verkeerd gelopen en werden staande gehouden door een echtpaar, dat ons met veel armgezwaai vertelde dat we niet op de camino liepen en dat we dus verkeerd waren gelopen. Dus dat werd omdraaien en teruglopen. Later hebben we toen maar een stukje afgesneden ”omdat we toch al te veel hadden gelopen“?. Al met al hebben we zo’n vijfentwintig kilometer gelopen, dus toch een respectabele afstand. Onderweg zijn we door een heel leuk Middeleeuws dorp gelopen, Santillana del Mar. Dat is ook wel leuk, elke plaats heet hier ”aan zee“?, maar we zien de zee overdag helemaal niet vaak, omdat we toch meer in het binnenland zitten. Eigenlijk zou de plaats dus ”Santillana-Binnen“? moeten heten, zoals wij Nederlanders dat eerlijk doen. Maar dat mag me de pret niet drukken, als we heel hoog zittern, zien we de zee, dus je moet het gewoon ruim zien. De mensen zijn in deze omgeving weer een stuk opener en bereid tot een praatje. Er staan hier allemaal kleine ronde gebouwtjes en toen we een boer zagen, hebben we gevraagd waar die voor dienden. Toen stond in een mum van tijd de hele boerenfamilie om ons heen. Ik kreeg een nieuwe stok van hem, want hij vond mijn oude niet goed genoeg en we begrepen dat die gebouwtjes dienen voor de opslag van mais. Er zitten ook allemaal gaten in om door te laten waaien. Uiteraard heb ik gewoon mijn eigen staf gehouden, die mag mij blijven vertroosten!
We zijn vandaag geëindigd in het klooster in Cobreces, waar we ontvangen werden door een stokoude broeder, die amper meer de trapjes op en af kon. We slapen in een gebouwtje op het terrein van het klooster en we hebben per land een kamer: Frankrijk, Duitsland, Nederland en Amerika is ook weer zojuist gearriveerd. Regelmatig zie ik nu weer dezelfde pelgrims en dat is gezellig. Nu is het bijna zeven uur en tijd voor de vesper. Daar gaan we met zijn allen naar toe en dan samen eten in een restaurant. Dat wordt nog opschieten, want we moeten om half tien binnen zijn!!
Gisteravond hebben we dus zelf eten gemaakt, paella. Bij het klaarmaken bleek dat er nog rijst bij moest en dat hadden we natuurlijk vergeten te kopen. Dus wij keken in de keuken of er ergens rijst te bekennen was. Een Spanjaard vond toen een zakje, zei: ”Hier is rijst“? en strooide vervolgens behulpzaam drie handen rijst bij de paella. Alleen bleek de rijst geen rijst, maar zeezout te zijn!! We hebben driftig gespoeld en gespoeld en toen was het nog best lekker, alleen wel een beetje erg zout.
De baas van de refugio was een soort generaal, hij leek wel een gevangenisdirecteur. Om half elf kwam hij hoogstpersoonlijk het licht uitdraaien. Uit met de pret en slapen!! Er zat een of ander spul in de matras, ik weet niet wat het was, maar als je je omdraaide of een been verlegde, gaf dat een knal alsof het onweerde. Als je met meer mensen op een kamer ligt, geeft dat dus een heleboel knallen, want iedereen draait wel. Zodoende deed niemand een oog dicht en was het dit keer een barre nacht.
Maar vanmorgen hebben we eerst heerlijk ontbeten in een cafetaria en zijn toen om negen uur op pad gegaan. En het weer is subliem!! Heerlijk zonnig, een feest om daar op je gemak bij te wandelen. De ´gevangenisdirecteur´had ons verteld dat er tussen tien over negen en tien voor half tien een trein over de spoorbrug reed, maar omstreeks die tijd was er echt nog niets van een spoorbrug te bekennen. Al met al was het over tienen toen we de spoorbrug in zicht kregen en toen we er vlakbij waren“““ kwam er dus een trein aan. Nou, die machinist was duidelijk gewend dat er vaak pelgrims over de brug liepen, want hij reed heel langzaam en toeterde en zwaaide gezellig toen hij zag dat ik stond te filmen. Daarna hebben wij de wandeling over de spoorbrug gewaagd. Het is wel grappig, want overal staan weliswaar borden dat het ten strengste verboden is over de spoorbrug te lopen, maar alle gele Jacobspijlen wijzen wel de weg naar de brug en erna ook weer keurig gele Jacobspijlen die je de verdere weg wijzen. En er loopt een keurig voetpad over de brug.
De brug heeft ons wel 7 kilometer omweg bespaard, zo hadden we tijd om tussen de middag eens lekker te eten. We kwamen om half een in een klein restaurantje, waar we iets hebben gedronken en gevraagd of we een sandwich konden kopen of zoiets. Nou, dat kon niet, daar begonnen ze niet aan, dat was veel te weinig. Dus we werden vriendelijk gevraagd tot één uur te wachten, want dan kwam het menu van de dag. Nou, daar kun je geen nee tegen zeggen natuurlijk. Om precies één uur en geen seconde eerder kwam het eten op tafel en was het restaurantje ook plotseling helemaal vol. We hebben er heerlijk gegeten, dat sterkte ons voor de rest van de wandeling. Toen Marianne vervolgens nog een weggetje vond waardoor we nog eens 2 kilometer bespaarden, was dat helemaal kat-in ´t-bakkie en kwamen we na 21 kilometer lopen in de refugio in Polanco aan. Het is een piepkleine refugio, er zijn nu 2 Duitsers, een Oostenrijker en wij en het laatste bed dat er nog is wordt bezet door een Fransman, die er nu net aan komt lopen, terwijl wij buiten heerlijk in de zon op een bankje voor de refugio zitten. Ach, wat kan het leven goed zijn!! Ook omdat nu, dankzij de wonderpleisters van Marianne, het wondje op mijn voet weer dicht is. Ik ben benieuwd hoe dat morgen gaat!
Hallo, daar ben ik weer vanuit Santander. Het was mooi weer vandaag en na een uitgebreid ontbijt zijn Marianne en ik weer op stap gegaan. Vandaag hoefden we niet zo ver en bovendien hadden we als afwisseling een boottochtje over de baai naar Santander. Dat is altijd weer leuk om te doen.
Gisteravond hebben we luxe gegeten in een goed restaurant van de posada waar we hebben geslapen. Vanmorgen hebben we eens uitgeslapen en gingen dus pas om 9 uur weg. Marianne was haar drinkfles vergeten en is nog terug gegaan om hem weer op te halen. Maar zij loopt over het algemeen toch sneller dan ik en heeft mij dan ook binnen een uur al weer ingehaald.
We hebben weer de autoweg genomen omdat het officiële Sint Jacobspad zulke idiote slingers maakt. Hoewel er wel dreigende wolken waren, is het droog gebleven en was het vanmiddag zelfs zonnig. Dat doet een pelgrim goed, want we hebben in Santander op het strand een pizza kunnen eten.
Nu zijn we in de albergue van Santander en morgen moeten we een route volgen van 34 km. Maar….. men zegt dat we, als we over een spoorbrug gaan (WAT OVERIGENS STRENG VERBODEN IS), we dan 7 km kunnen afsnijden. Dus dat is wat we gaan doen natuurlijk…………….
Maar nu gaan we eerst boodschappen doen, want we koken zelf vanavond, dus dat zal wat worden.
Gisteravond hebben we gegeten in een bar bij de Albergue, met een Frans stel. Toen het eten op tafel kwam, zag het er niet erg lekker uit en als je het Franse stel daarnaar zag kijken“. dat was alleen al dikke pret. Ze gingen ook meteen vertellen dat ze op de televisie gezien hadden dat ze ergens in Spanje toch heus wel lekker schenen te koken. Het eten was ook niet lekker, maar ik dacht: ”Niet zeuren, gewoon je bord leeg eten“? Maar toen kwam de kokkin uit de keuken en ging recht tegenover me aan de bar zitten met een schort aan, zo verschrikkelijk vuil en smerig dat je misselijk werd van het zien alleen al en dan daarbij te bedenken dat ze met dat schort aan ons eten had staan koken“. Nou, dat was genoeg om alle eetlust te doen vergaan. Dus we hebben niet veel gegeten, maar wel erg veel gelachen met zijn vieren.
Vanmorgen om acht uur vertrokken zonder ontbijt. Dat gaf niet, want ik ben nu met een pelgrimse op stap, die zo zuinig is dat ze drie dagen lang haar brood bewaart ”voor het geval dat“?. Met een heleboel kaas erop om het zacht te krijgen is het heus wel te doen, hoor! Ik heb trouwens bij vertrek overmoedig mijn poncho in de rugzak gestopt, dus“. regende het na een kwartier pijpestelen!! Maar later werd het tenminste wel weer droog, dus dit is winst.
Na een uur of twee kwamen we bij een bar voor de koffie en de baas van de bar vond het geweldig dat we langskwamen, hij voelde zich erg vereerd. Leuk is dat. De kok kwam ook speciaal ervoor binnen en““. had een brandschoon schort aan. Dat viel ons meteen op natuurlijk!
Bij Laredo moesten we op de pont wachten, die ons over de baai zou zetten. Marianne meende de boot al aan te zien komen, want ze zag de brug van het schip al. Intussen hadden we mooi de tijd om aan een Duits stel, dat ook stond te wachten, te vragen wat nu in vredesnaam ”bekocht“? betekende. Ik heb namelijk een Duitse gids en daar staat in dat er in een of andere albergue voor ons bekocht wordt. ”Het is heel vreemd Duits“?, zei het stel, ”maar het betekent dat er gekookt wordt.“? Ik weet zeker dat, als ik dat op school opgeschreven zou hebben, het fout gerekend was. Inmiddels was het schip ons genaderd, alleen bleek het niet de pont te zijn. Die kwam daarachter: een piepklein notendopje, dat aanlegde op het strand en de loopplank vervolgens gewoon op het strand schoof. Wij moesten dus eerst nog een stuk over het strand baggeren om te kunnen inschepen. Maar we werden keurig overgezet en kwamen in Santona aan. Daarna was het heel lang lopen op zoek naar de albergue waar voor ons ”bekocht“? zou worden. Het werd later en later, we liepen langs een grote weg en zagen ineens aan de kant van de weg een hostal. Wat doe je dan? Juist, je geeft de rugzak aan Maarten om maar eens een variant te gebruiken en betreedt het hostal. Daar hebben we nu een kamer met bad, douche, zeep, shampoo, alles !!! Wat een luxe. En.. er wordt ook hier voor ons ”bekocht“?.
Het was een lange dag, want we kwamen pas om half zeven hier in Bareyo aan en waren al om acht uur weggegaan, maar het was wel een mooie dag. Morgen hopen we Santander te bereiken.
Marianne is wijkverpleegster en die heeft gisteravond mijn voet verzorgd met een pleister met een soort kussentje en folie daaroverheen en dat alles ademt. Ik heb de hele dag geen last van mijn voet gehad, want het is door de schoenen natuurlijk wel weer open gegaan. Dus onderweg de apotheek weer eens opzoeken om deze ‘wonderpleisters’ aan te schaffen. Ja, als pelgrim kun je het maar druk hebben! Het was tot in de middag stralend weer vandaag en dat kwam goed uit, want we hebben een heel eind langs het strand gelopen. Dat was wel lekker bij een hele rustige zee. De stranden lagen dan ook vol zonaanbidders en dat is dan wel komisch als je daar doorheen sjouwt met je rugzak en grote schoenen. Dan heb je bekijks!!
Vanmorgen hebben Marianne en ik besloten samen te lopen en geen modderpaden te nemen, maar over de begaande wegen te gaan. Eerlijk gezegd is dat ons uitstekend bevallen.
Nu is het ineens weer een stuk kouder en ik zie donkere wolken, maar het regent nog niet en we zijn in ieder geval al in de albergue van Guriezo, dus vandaag blijven we droog. En morgen? Dat zien we dan wel weer.
Voorlopig heb ik andere zorgen, want ik ben ergens mijn wasmiddel vergeten. Zo zie je, ook een dag als pelgrim heeft zijn eigen zorgen, het leven is zo eenvoudig nog niet. Jullie lachen hierom natuurlijk, maar ja, jullie fietsen nu even naar de supermarkt om nieuw wasmiddel te halen en dat kan ik toevallig niet. En jullie kunnen denken: ”Nou, dan was ik een dag later“?, want jullie hebben nog een kast vol kleren, maar ik niet, althans niet hier. Dus eigenlijk hebben jullie helemaal geen zorgen en ik wel.
Ach, kon ik het altijd maar zo zien!!
De wonderen zijn de wereld nog niet uit, want, nu geheel ingesteld op regen en modder, gebeurde het volgende: Vanmorgen een heel klein miezertje en vanaf een uur of elf kurkdroog en stralend weer en nu zit ik met mijn blote voeten op een luie stoel in het zonnetje voor mijn albergue en““ het schijnt morgen nog iets beter te worden.
Vandaag was het dus een uiterst comfortabele dag, niet in het minst omdat ze hier schijnen te begrijpen wat een pelgrim toekomt. Bij Getxo moest ik de rivier oversteken en daar hebben ze een soort zweefbrug gebouwd. Het is een heel hoge brug, waaraan aan hele dikke kabels een soort spoorwegwagons hangen en daar gaat alles in: auto’s, fietsen en wandelaars. Het is net een kabelbaan, maar dan met hele grote cabines. Je doet zelf niets en je zweeft als het ware over het water. Ik voelde me net Petrus. Maar toen ik dit naar Geer sms-te, kreeg ik meteen te horen, dat zij dan wel Martha was, aangezien zij met de stofzuiger door de kamer zweefde. Ach ja, de één heeft dit, de ander dat! Toen ik aan de overkant kwam, was de pret nog niet voorbij. Je komt natuurlijk aan de overkant van de rivier aan, die laag ligt en moet dan een heel eind naar boven. Laten ze daar nu keurig rollende voetpaden voor aangelegd hebben, net zoiets als op Schiphol. Je gaat er op staan en komt riant boven. Toen daarna nog een zeer goed begaanbaar wandelpad volgde van ruim twaalf kilometer kon mijn dag uiteraard niet meer stuk en ben ik van pure vreugde maar een stukje verder gelopen dan ik oorspronkelijk van plan was, maar het ging ook zo lekker!
Nu zit ik dus vorstelijk voor de albergue in Pobena, samen met Marianne uit Barchem, die hier ook net binnen kwam lopen. We zijn de enige twee gasten hier en ik hoor nu de centrifuge draaien, waarin mijn wasje zit, dus het is pure luxe vandaag. Ik zag trouwens in het gastenboek dat Jim hier gisteren geslapen heeft, dus dat was wel grappig, die zit dus ook nog op schema.
Ik heb vandaag ook een stuk langs het strand gelopen, dat loopt best lastig, maar is wel erg mooi natuurlijk. Je ziet hier de vloed echt als een razende opkomen, dat gaat bliksemsnel, omdat het verschil tussen eb en vloed ook veel groter is dan in Nederland. Je moet dus goed opletten, anders loop je ineens te pootjebaaien en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Kortom, pelgrim Theo is in zijn hum vandaag!
Het Guggenheim museum is in één woord fantastisch! Niet alleen dat er erg veel moois binnen te bewonderen valt, maar het gebouw zelf is gewoon het aller-, allermooist. Behalve de vloer, die geen enkele drempel heeft, is niets recht, het is adembenemend indrukwekkend en groots. Ik vind het geweldig dat ik dit nu met eigen ogen heb gezien, alleen dit al maakt de hele reis weer ruimschooits de moeite waard, al zou ik verder niets meer zien. Even voor Arij: de pup, die we deze winter tijdens onze cursus op een dia hebben gezien, heb ik nu in het echt mogen bewonderen en het is echt heel erg mooi, al die bloemen. Kortom, een waar hoogtepunt. Buiten heb ik mezelf op de video gezet en Gery zal proberen of ze de link op de website kan krijgen. Op zich stelt het niets voor, hoor, maar ik vond het wel grappig om te doen.
http://www.by-cam.com/byCam/SvVideo.do?id=en&nv=119EFAJ16
Bilbao is verder trouwens ook een leuke stad, overal muziek op straat en vanavond ergens op een plein een concert. Ik ben op zoek geweest naar het internetcafé, waar ik gisteren geweest ben, maar kan het niet meer terugvinden. Straks ga ik op zoek naar een kaart van de streek, want al die modderige paden heb ik nu wel gezien en als alternatief alleen de hoofdwegen is ook geen pretje, dus als ik wat landelijke wegen kan vinden, die toch redelijk begaanbaar zijn, neem ik die. De rest van ‘onze’ groep pelgrims is vandaag doorgelopen, dus die zal ik wel niet meer zien. Het zij zo! Maar ik heb er absoluut geen spijt van dat ik deze dag heb ingelast, ik had hem niet graag willen missen!! Nu heb ik vandaag de hele dag op mijn plastic schoentjes gelopen in plaats van op mijn wandelschoenen en “. nu is het wondje helemaal dicht. Er zal toch wel iets in die wandelschoenen zitten, wat niet helemaal klopt. Morgen zal het dus wel weer open gaan, maar alla, er zijn ergere dingen. Ik blijf hopen op een beetje droog weer, maar ja, iedereen zegt dat het hier gewoon heel erg veel regent, dus ik leg me er maar bij neer en pas mijn route er op aan. Alles sal reg kom!! O ja, gisteren ben ik ook nog door een plaats gekomen die Bolivar heet, dat was ik nog vergeten te vertellen. Niet lachen, maar daar is de bet-, bet-, betovergrootvader van Simon Bolivar geboren, de grote Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder. Dus daar is men erg trots op. Tegen Bolivar mag je trouwens ook Bolibar zeggen, want in het Baskisch is de v hetzelfde als de b. Dat maakt het er nou niet echt makkelijker op. Het Baskisch is echt een heel eigen taal en heeft geen enkele connectie met enige andere taal. Men vermoedt dat het oorspronkelijk uit Afrika komt, maar ook dat is helemaal niet zeker. Intrigerend is het wel, dat taaltje, als ik een plaatsnaam op zijn Baskisch uitdpreek, wordt er aan alle kanten goedkeurend naar me geknikt. Zo hoort het!!
Ja hoor, daar ben ik weer. In een internetcafe met uitsluitend Marokkaanse jongens die voetbalspelletjes doen. Op z’n hollands gezegd: een klereherrie. Maar ja, even kijken wat er zoal op de site staat. is ook belangrijk.
Vandaag zijn we om 8 uur vertrokken uit de albergue in Gernika. Jim en ik hebben besloten geen modderpaden meer op te zoeken, dus we hebben de gewone weg naar Meluza genomen. Nou was dat misschien wel een verstandige beslissing, maar, zoals zo dikwijls, geen fijne. We liepen langs de autoweg en moesten steeds wegduiken om erger te vo0rkomen. Maar“.. het was prachtig weer, dus wij dachten overmoedig en Amerikaans optimistisch dat het vandaag wel zo zou blijven. We hebben later wel een wat rustiger kleine weg genomen, maar het verkeer blijft langs je heen razen. We hielden tot dan wel schone kleren vandaag.
Om 12 uur hebben we in een tienda wat gegeten en gedronken en zijn we weer doorgegaan. Net toen ik Marnix had ge-sms’t dat het bijna voorjaar was in Baskenland, werd het bijna donker en sloeg de hagel in mijn gezicht. Noodweer binnen een halfuur!! Maar een uur later konden we weer op een terras iets drinken. Je houdt het echt niet voor mogelijk hoe snel hier het weer volkomen kan omslaan.
Maar goed, we liepen op de gewone weg, dus geen modder deze keer. Dat was voor de anderen wel anders, want die kwamen het bos uit als bavianen, vreselijk onder de modder. Om 3 uur waren we in Lezama en wat bleek?? De refugio was nog gesloten: nog geen seizoen“.. Daar stonden 8 verregende pelgrims na een dag lopen in de regen zonder onderdak. Er was wel een casa rural maar die kostte per persoon tussen € 48 en € 64 per persoon, veel te duur natuurlijk.
We hebben toen besloten dat we met de trein naar Bilbao zouden gaan en dat is ook gebeurd. Voor ik weer commentaar krijg over het openbaar vervoer: het was maar 10 kilometer, hoor!! O ja, er was ook nog een Fransman uit Nantes. Hij was in één keer van Orio naar Lezuma gelopen, dat is 56 kilometer. De hele nacht was hij doorgelopen, omdat het toch volle maan was volgens hem.
Wij waren trouwens collega’s: hij was ook marinier geweest, net als ik. Alleen was hij dat ongeveer veertig jaar en ik maar twintig maanden. Maar toch“.. Hij kende Den Helder goed omdat hij daar regelmatig geweest was. Hij noemde ook nog Hollandse namen, maar die kan ik niet herhalen want hij deed dat op z’n Frans.
Verder heb ik afscheid genomen van Jim, want die gaat door natuurlijk en ik wil hier blijven om in ieder geval het Guggenheimmuseum te kunnen bezoeken. Ik zit in een pension in de binnenstad van Bilbao en Caty zou hier meteen een misdaadverhaal van kunnen maken, want het voldoet aan alle eisen. Eeen hospìta met verdachte ogen, ik zit in een klein kamertje op de vijfde etage waar ik alle krakende trappen op moet lopen, enz., enz. Overigens is er wel een afbeelding van het schilderij van Pacasso in Gernika: een kopie als mozaïek op een muur. Ik vond het heel mooi.
Morgen wordt het dus een rustige dag. Ik hoop dat het dan tenminste even droog blijft, want op dit moment giet het weer uit de lucht.
Jim en ik hebben een gruwelijk zware ochtend gehad, het was gewoon niet leuk meer. Hoewel het nu droog is, is het overal een grote modderpoel en de paden zijn bijna onbegaanbaar. Nu denk je misschien: ”Nou ja, een beetje modder, dat loopt misschien minder lekker“?, maar laat ik jullie dan even uitleggen wat ik bedoel met modderig. Stel je voor: er is een pad, of althans, er is iets wat een pad hoort te zijn, maar dat nu een geul is waar modderwater doorheen stroomt. De kanten lopen schuin op, dus als je aan één kant loopt, glibber je met dezelfde vaart weer naar beneden. Er zit niets anders op dan wijdbeens over de geul te lopen met je linkerbeen aan de ene kant en je rechterbeen aan de andere kant. Vervolgens zet je je stok in die geul en schuifelt met stapjes van niet meer dan 20 cm vooruit. Dat doe je dan een paar honderd meter achter elkaar. Dan komt echt het moment dat je tegen elkaar zegt: ”We zijn hartstikke gek! Dit is echt geen pelgrimage meer, want als die pelgrims vroeger zo’n pad gehad hadden, waren ze er meteen mee opgehouden. We stoppen ermee, dit is geen doen“? Nou valt er weinig te stoppen, want je moet wel eerst doorlopen om ergens anders te komen natuurlijk. Dus schuifel je samen klagend, steunend en glijdend verder. Gelukkig heb ik inmiddels in het bos weer een nieuwe stok gevonden. Als een echte padvinder heb ik er de zijtakjes afgebroken en met een steen de stok een beetje glad geslepen en nu bezit ik een echte Baskische staf: kort, stevig, dik en niet mooi!
Enfin, om een uur of twaalf komen we in een dorp aan, het zonnetje schijnt, het is droog en het terrasje lokt. Het eten smaakt voortreffelijk, de modder droogt op en zie, de twee klagende en steunende pelgrims veranderen in twee opgewekte kerels, die het helemaal zien zitten. Zo gaat dat dan. De rest van de route hebben we over de gewone weg gelopen, want we vonden dat we voor vandaag genoeg geleden hadden. Om een uur of vier arriveerden we in Guernica (Gernika, heet het hier) en kwamen terecht in een schitterende refugio met ruime douches en“ een wasmachine en droger! Kijk, zo wordt de zwoeger beloond. Wat kan een mens toch tevreden zijn met apparaten die hij thuis de gewoonste zaak van de wereld vindt.
Als het wasje gedaan is en de voeten zijn weer schoon, wordt het tijd voor een bezoekje aan de stad. Het liep al tegen een uur of vijf en tot vooral Jim’s ongenoegen was het museum al dicht, want voor hem was het ‘midden op de dag’. Vervolgens zijn we naar het buitenmuseum gegaan, waar de ‘Heilige Eik’ staat. Onder die eik vonden in de Middeleeuwen de vergaderingen plaats van de Baskische stammen, nu is het nog maar een grote stronk. Maar ernaast hebben ze het Parlementsgebouw gebouwd. Ik vond het een beetje protserig gebouw, maar het is de trots van de Guernicanen. Iedereen zegt dat je dat beslist moet gaan zien. Wat opvallend is, is dat er echt niemand over het bombardement praat, dat door Picasso is vereeuwigd en er is ook geen enkele afbeelding van in de stad. Het schilderij zelf hangt in Madrid, maar je zou toch minstens verwachten dat je hier een reproductie zou kunnen kopen. Niets dus. Wel overal kreten als: ”Tourists, this is not Spain, this is Basque“?. Ik mag ze wel, die Basken, niets geen poeha, gewoon aardige mensen.
Toen begon het weer te regenen en werd het tijd om de refugio op te zoeken, waar inmiddels dezelfde gasten als gisteren zijn gearriveerd, dus dat wordt vanavond weer gezellig met z’n allen eten! En daarna gaan wij pelgrims dan toch weer zeer tevreden slapen!
Hoera, een dag zonder poncho! Het is de hele dag droog gebleven, hoewel alles nog wel nat is, maar dat mag me de pret niet drukken!
Gisteravond zijn we uitgenodigd door een meneer, die even langs kwam, een kijkje te nemen in de Baskische herenclub. Die bestaat uit twee ruimtes. In de ene ruimte staat een keuken van wel twintig meter lang en om de beurt wordt daar door een van de heren gekookt. Ze koken allemaal delicatessen van de streek en er komt geen vrouw in de keuken. In de andere ruimte eten ze dan met zijn allen. We hebben er een pilsje gedronken en daarna zijn we met zijn achten gaan eten. Allemaal pelgrims die in de piepkleine refugio zitten: een Frans stel, een Franse jongen van een jaar of vierentwintig, twee Duitse vrouwen, een Spanjaard, een Amerikaan en ik. Dus internationaal en hartstikke gezellig!
En vanmorgen weer opgewekt, samen met Jim, op pad. Het was weer heel veel op en neer en op een gegeven moment kreeg Jim (hij is 72 jaar) last van zijn knie en ik kreeg last van mijn enkel, dus“.. werden we allebei verstandig. We hebben besloten om na 21 kilometer te stoppen in Markina. Nu hebben we daar samen een kamer genomen en ik merk dat het heel prettig is dat hij vloeiend Spaans spreekt, makkelijk voor me en hij krijgt veel meer gedaan natuurlijk. De afstanden voor vandaag en morgen zijn ook wat redelijker verdeeld op deze manier, nu moeten we morgen nog 25 kilometer ongeveer naar Guernica. In Guernica heeft Picasso zijn beroemde schilderij gemaakt van het bombardement. Tijdens de Spaanse burgeroorlog is Guernica door de Duitsers helemaal plat gebombardeerd, waarschijnlijk om te oefenen voor hun bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, onder andere op Rotterdam. Er schijnt nog een duizenden jaren oude boom te staan, die het bombardement heeft overleefd.
Maar goed, dat is voor morgen, nu is het: modder afspoelen, kleren uitwassen, lekker eten en naar bed. O ja, in Markina is een kerk, die om het altaar heen is gebouwd. Het altaar bestaat uit drie grote voorchristelijke stenen, die door de heidenen al als altaar werden gebruikt. Nou, toen heeft men er maar een kerk omheen gebouwd. Ik was er graag even binnen gaan kijken, maar helaas was de kerk dicht. Niets aan te doen, in Spanje zijn de kerken meestal niet open. Dus de pelgrim ontbreekt het vandaag aan geestelijk voedsel, hij zal het met fysiek voedsel moeten doen. En omgekeerd lijkt me erger““.
Nou, dat was weer een heavy dag vandaag. Tjonge, jonge, wat kan het hier tekeergaan, zeg. En het is volstrekt onvoorspelbaar. ik ging vanmorgen weg, toen was het redelijk weer, in ieder geval droog. De rest van de dag heb ik alle seizoenen weer gehad. Verschrikkelijk zware buien met storm, waarbij de regen je echt in het gezicht zwiept en je bijna niet overeind kunt blijven en vervolgens trekt de bui weg en is het stralend mooi weer. Het is wel grappig, want je kunt de buien zo aan zien komen drijven vanuit zee. Ik heb hier nog steeds zeegezichten, waarvan je alleen maar kunt dromen, zo mooi zijn die.
Toen ik bij een betonnen hutje even stond te schuilen voor de regen, kwam Jim voorbij. Jim is een Amerikaan uit Texas, die getrouwd is met een Spaanse vrouw. Nu wonen ze afwisselend een half jaar in Spanje en een half jaar in Amerika. Hij is leraar Spaans, dus spreekt dat vloeiend. Als hij Amerikaans spreekt, praat hij net zo als die jongens in de serie ‘Bonanza’ (dit is voor de bejaarden onder jullie), komisch om te horen. Humor heeft hij ook, dus dat was wel gezellig, we hebben samen de rest van de tocht gelopen vandaag. Door de regen worden de paden natuurlijk steeds slechter en gladder, dus je glibbert en glijdt en gaat een paar keer onderuiten zit al gauw van top tot teen onder de bagger. Zelfs op mijn bril zat het vandaag. Op de momenten dat een van ons beiden onderuit gaat en in de blubber ligt, roept Jim: “?Anÿthing to complain?“?
Maar al met al zijn we toch maar weer mooi naar Deba geglibberd en ach, als de schoenen weer schoongespoeld zijn, is alles weer gauw vergeten. Het blijft toch een fantastische tocht!
We zitten hier nu in een piepkleine gite: er zijn maar zes bedden, drie stapelbedden aan de ene kant en drie aan de andere kant, dus dat wordt stilliggen vannacht. De weerberichten voorspellen dat het morgen iets beter wordt, dus we gaan er weer voor! Wat trouwens ook wel een grappige ervaring is, is dat het je op een gegeven moment niets meer kan schelen, al zit de modder tot in je oren. Als je toch al vies bent, is een beetje viezer niet erg meer natuurlijk. Ik verbaas me over mezelf wat dat betreft, want in het dagelijkse leven ben ik toch best een net mannetje.
Vanmorgen zei de receptionist: ”Meneer, wij hebben hier het land met de gelukkigste stranden“?. ”Nou“?, zei ik, ”dat zou je gisteren anders niet gezegd hebben“?. ”Daarom juist, je hoeft hier altijd maar twee dingen mee te nemen: je zwembroek en je poncho. Je gaat ’s morgens heerlijk in de zon liggen en dan begint het te regenen, dan hoef je alleen maar even je poncho over je zwembroek aan te trekken, want over tien minuten is het toch weer droog en schijnt de zon weer“?. En hij heeft helemaal gelijk, want vanmorgen ben ik met stralend weer vertrokken. Ik heb geweldig gelopen, de omgeving was schitterend met allemaal droomuitzichten. Gelukkig deed mijn camera het ook weer, dus was het droog. Vanmiddag heb ik de camera echter maar in mijn rugzak opgeborgen, want toen liep ik door een gierende storm, die me zowat uit mijn poncho blies, die ik aanhad tegen de gietbuien. Nou, volgens dezelfde receptionist hebben ze hier gemiddeld op 22 dagen regen per maand, hoewel hij troostend zei: Ã?n de maanden juni en juli wil het wel eens iets minder zijn.“?
Maar er staat wel iets tegenover. Vanmiddag zat ik heel hoog in de heuvels en dan zie je ergens heel diep beneden je de autoweg gaan. Je moet dus ook naar beneden, alleen loop je dan via een weg uit de Middeleeuwen, waar de stenen liggen, die ze toen als bestrating hebben neergelegd. En in die stenen zie je dan nu nog de karresporen uit die tijd staan. Dat maakt toch indruk, het idee dat daar in de Middeleeuwen al mensen over die weg trokken, al zal het wel niet gemakkelijk zijn geweest met een kar over die stenen.
Onderweg heb ik geprobeerd mijn beltegoed op te waarderen bij een bank, maar dat is niet gelukt. Alle tabacs zijn dicht vanwege de zondag en ik weet niet of ze morgen wel open zijn. Ik heb nog maar € 3 beltegoed en die wil ik bewaren voor noodgevallen. Dus bedankt voor de sms-jes, maar dat is de reden waarom jullie even niets terughoren, of beter gezegd, zien.
Vandaag heb ik een poosje met een Frans jongen gelopen en met een ouwe Spanjaard, een zogeheten PGV. Zo noemde hij zichzelf ook. Ik zou jullie nu een dagje in het ongewisse kunnen laten wat een PGV is, maar ik vind het zelf veel te leuk om niet met jullie te delen. Heel simpel, een PGV is een ‘Peregrino Grande Vitesse’.
Hoewel het onderweg dus niet druk is, zijn de refugio’s iedere keer wel vol. Hoe dat kan, snap ik ook niet. Nu is hier een slimmerd, want die heeft naast de refugio een goedkoop hotel gebouwd. Kijk, dat getuigt nog eens van zakelijk inzicht. Daarin heb ik nu een kamer. Waar ‘hier’ is? Zarautz natuurlijk, iedereen weet toch dat dat 21,5 kilometer van San Sebastian ligt?
Wat het weer betreft, was het een catastrofale dag en zoals elke goede preek verdeel ik het even in drie punten: vanaf mijn vertrek om 7 uur tot de middag was het heel veel regen en niet zomaar van die eenvoudige buitjes, het kwam met bakken uit de lucht. Voeg daarbij een fikse storm en een temperatuur van veertien graden. Dan betekent dat heel erg nat worden en over paden gaan, die dramatisch modderig en glad zijn. Mijn lieve zus belde me zelfs om te vragen hoe erg het was en dat ik vooral voorzichtig moet zijn, want in de omgeving Madrid schijnt alles ondergelopen te zijn. Kun je nagaan hoe slecht het weer is. Jammer is, dat ik ook niet kan filmen, want mijn camera is door alle natuurgeweld vochtig en ik krijg hem niet meer droog. Dat is punt één.
In de refugio waar ik vannacht geslapen heb, kon je geen ontbijt krijgen, dus ging ik met een lege maag op pad met de gedachte onderweg wel iets tegen te komen. Nou, zelfs geen simpele kop koffie, laat staan een boterham en, zoals jullie ondertussen wel vermoeden, voor een pelgrim als ik is dit een zeer ernstige zaak. Dat is punt twee. Ik weet dat jullie nu onmiddellijk gaan keffen, dat ik wel erg veel met de bus of trein ga (hetgeen in dit geval volstrekt onjuist is, maar daarover straks uitleg): Ik heb mijn staf in de bus laten staan!!! Die mooie, trouwe staf, die ergens in Frankrijk op mij stond te wachten, is nu in het gunstigste geval geëindigd ergens achter in een stoffige busremise en zal nooit Santiago zien. Dat is punt drie. Voor wie dus denkt dat het voor een pelgrim één grote, lange vakantie is: Lees het bovenstaande maar eens drie keer door. Maar, zoals in het leven ellende en plezier elkaar afwisselen en het pad over hoge bergen en door diepe dalen gaat, zo is het ook voor de pelgrim. Om een uur of waalf klaarde het weer op en deze route langs de kust is fabelachtig mooi. Er zijn allemaal baaien, waar je omheen loopt en het is dus veel omhaag en omlaag, maar als je dan weer ergens boven bent, heb je werkelijk schitterende uitzichten op de zee. Vooral met deze storm is het indrukwekkend hoe de golven dan tegen de kust slaan. In Pasaia kon je met een veerbootje door de baai naar de overkant varen. Dat leek me wel leuk om te doen. Voordat ik de boot opging was er op het pleintje waar ik stond te wachten een echte Baskische bruiloft met een muziekkorps en Baskische dansen, geweldig leuk, ik heb staan te genieten. Vervolgens voer ik de baai over voor een luttele € 0,50 en ook dat was een belevenis. Aan de andere kant van de baai moest ik toen weliswaar over steeds steiler en gladder wordende paden omhoog klauteren, maar als beloning zie je dan ineens in de diepte (om precies te zijn 280 meter, die je dan nog wel naar beneden moet) de stad San Sebastian liggen, een geweldig gezicht. Dat maakt alles wat je doet de moeite waard, dat soort beloningen. Ik moet zeggen, dat dit echt een schitterende route is, aar wel veel zwaarder dan die van vorig jaar. Het voordeel is, dat ik op veel plaatsen een doorsteek kan maken naar de route van vorig jaar, dus als het echt te gek wordt, ga ik dat doen. Het is ook een heel stille route, je komt echt bijna niemand tegen, maar dat is niet erg, want als ik straks in de buurt van Santiago kom, is er weer reuring genoeg. Zo zie je, het is allemaal toch heel anders weer dan vorig jaar en als het leven zelf: Het lijkt soms allemaal hetzelfde, maar is het niet. Een mens zou er lytisch van worden. Om dat te voorkomen ben ik maar afgedaald naar de stad en daar kwam ik om twee uur aan. Uiteraard alles gesloten en waar vind je in die grote stad een refugio?? Eerst maar weer naar de VVV en daar viel ik met mijn neus in de boter of, liever gezegd, daar stootte ik mijn neus. Er is namelijk een of ander groot congres in de stad en dat betekent: alles propvol, nergens meer een slaapplaats te bekennen, ook niet in de refugio’s, waarvan ze er trouwens maar twee hebben in de hele stad. Ik zag in gedachten al die driedelig gekostumeerde heren in een slaapzak in een refugio kruipen, leek me wel aardig. Maar het bleek toch vol te zijn met een ander soort mensen, meer zoals ik, alleen een toevlucht zoeken in een hotel was er dit keer dus niet bij. De enige mogelijkheid die er nog voor me was, was te slapen op de campus van de universiteit aan de andere kant van de stad. Daar staan gebouwen, waar studenten en docenten een kamer hebben en als die er niet zijn, worden ze in geval van nood verhuurd. Niet goedkoop, maar dat heb ik natuurlijk wel gedaan, want anderen die dat te duur vonden, werden onverbiddellijk weggestuurd zonder onderdak, omdat er echt niets was. Toen ben ik dus dat stukje met de bus gegaan met het verlies van mijn staf tot gevolg. En nu zit ik in een prachtige kamer op de campus. En opeens middenin de moderne techniek. Als je aankomt, word er een foto van je gemaakt, die komt op een pasje en als je dan bij je kamer komt, gaat de deut vanzelf open, dan word je herkend. Hoe het precies werkt, daar heb ik geen flauw idee van, maar de tegenstellng is wel grappig: aan de ene kant treuren om een staf, die in feite alleen maar een ouwe boomtak is en aan de andere kant gebruikmaken van de meest moderne snufjes! Dus nog steeds genoeg te beleven onderweg. Omdat ik niet precies weet op welk punt ik naar de route van vorig jaar terug zal keren, kan ik geen poste restante adressen opgeven, want misschien kom ik daar dus helemaal niet. Daarom lijkt het me het handigst om Santiago zelf als poste restante adres op te geven:
M.J.den Otter
c/o POSTE RESTANTE Santiago de Compostela
SANTIAGO DE COMPOSTELA
Spanje
Vergeet niet duidelijk de afzender te vermelden! Voor nu: gegroet gij allen, tot morgen! Theo
P.S. Een ‘special’ voor Jan van den Brink: Jan, ik hoop dat de letters nu groot genoeg zijn voor je, groeten, Gery
Het was vandaag tot een uur of vier erg mooi weer. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, wel tot half acht, daarna hebben we uitgebreid ontbeten, je zoon is er tenslotte niet elke dag. Daarna zijn we even naar Spanje gereden, jullie weten niet hoe snel dat gaat met een auto, om boodschappen te doen. Het duurde even voor we een supermarkt gevonden hadden, maar toen was het dan ook een hypermarché. Daar heb ik scheerzeep, tandpasta en een T-shirt gekocht, want ik ben er weer ergens een kwijtgeraakt, zeker laten liggen, en vervolgens heb ik een Spaanse sim kaart aangeschaft.
Ik heb nu dus weer een nieuw nummer: 0034 654420584
Ja, toen was het alweer bijna etenstijd, dus zijn we teruggereden naar Frankrijk en hebben ons in Hendaye op de boulevard geïnstalleerd met uitzicht op de Atlantische oceaan om eens even uitgebreid te eten, want een mens moet toch af en toe wat in zijn maag hebben, zeker een pelgrim met zoon natuurlijk. Het was hartstikke gezellig zo!
Daarna naar het postkantoor, waar we sigaartjes vonden van Ton en Suzanne en een heel leuke kaart van een haan met wandelschoenen (vanwege die haan in het kippenhok natuurlijk)
En toen heeft Marnix mij weer naar de route gebracht en is weer vertrokken om in Toulouse naar het vliegmuseum te gaan. Vervolgens gaat hij richting huis weer via Millau om daar de brug te zien (en niet die van Bommel). En voor mij lag daar weer de weg naar Spanje, maar nu lopend. Zo’n ramp was dat nu ook niet vandaag, want het was maar een kippeneindje van vijf klometer en toen was ik al in Irun.
Dus: I am in Spain en meteen begint het verschil: ik kan pas om half negen eten en ik zit weer in een refugio waar wij wandelaars en pelgrims mopperen over het feit dat we zo laat eten. Want morgen is het weer vroeg dag voor ons. Het is lekker weer in een refugio te zijn, dat is toch heel anders. Hier ben je met perlgrims onder elkaar en in een hotel zit je tussen de zakenlui, die je dom aankijken en niet eens weten dat er een route bestaat. Dat klinkt nu wel mooi zoals ik dit zeg, maar zeer waarschijnlijk ben ik over een poosje weer doodziek van al die stinkende refugio’s en wil ik in bad liggen in een luxe hotel! Ja, zo is het leven, ook dat van een pelgrim, die vindt een warme douche ook lekkerder dan een emmer met koud water en gaatjes boven zijn hoofd!
Het was vandaag tot een uur of vier erg mooi weer. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, wel tot half acht, daarna hebben we uitgebreid ontbeten, je zoon is er tenslotte niet elke dag. Daarna zijn we even naar Spanje gereden, jullie weten niet hoe snel dat gaat met een auto, om boodschappen te doen. Het duurde even voor we een supermarkt gevonden hadden, maar toen was het dan ook een hypermarché. Daar heb ik scheerzeep, tandpasta en een T-shirt gekocht, want ik ben er weer ergens een kwijtgeraakt, zeker laten liggen, en vervolgens heb ik een Spaanse sim kaart aangeschaft.
Ik heb nu dus weer een nieuw nummer: 0034 654420584
Ja, toen was het alweer bijna etenstijd, dus zijn we teruggereden naar Frankrijk en hebben ons in Hendaye op de boulevard geïnstalleerd met uitzicht op de Atlantische oceaan om eens even uitgebreid te eten, want een mens moet toch af en toe wat in zijn maag hebben, zeker een pelgrim met zoon natuurlijk. Het was hartstikke gezellig zo!
Daarna naar het postkantoor, waar we sigaartjes vonden van Ton en Suzanne en een heel leuke kaart van een haan met wandelschoenen (vanwege die haan in het kippenhok natuurlijk)
En toen heeft Marnix mij weer naar de route gebracht en is weer vertrokken om in Toulouse naar het vliegmuseum te gaan. Vervolgens gaat hij richting huis weer via Millau om daar de brug te zien (en niet die van Bommel). En voor mij lag daar weer de weg naar Spanje, maar nu lopend. Zo’n ramp was dat nu ook niet vandaag, want het was maar een kippeneindje van vijf klometer en toen was ik al in Irun.
Dus: I am in Spain en meteen begint het verschil: ik kan pas om half negen eten en ik zit weer in een refugio waar wij wandelaars en pelgrims mopperen over het feit dat we zo laat eten. Want morgen is het weer vroeg dag voor ons. Het is lekker weer in een refugio te zijn, dat is toch heel anders. Hier ben je met perlgrims onder elkaar en in een hotel zit je tussen de zakenlui, die je dom aankijken en niet eens weten dat er een route bestaat. Dat klinkt nu wel mooi zoals ik dit zeg, maar zeer waarschijnlijk ben ik over een poosje weer doodziek van al die stinkende refugio’s en wil ik in bad liggen in een luxe hotel! Ja, zo is het leven, ook dat van een pelgrim, die vindt een warme douche ook lekkerder dan een emmer met koud water en gaatjes boven zijn hoofd!
Vanmorgen vertrok ik dus voor mijn route langs de kust richting St Jean de Luz. In het begin liep de route vlak langs de kust, erg mooi. Na een tijdje week de route iets van de kust af, maar nou ja, dat kan natuurlijk. Maar toen ik steeds verder van de kust afraakte, dacht ik: ”dit kan niet goed zijn“?. Dus ben ik op een gegeven moment een andere route ingeslagen. Helaas, dat bleek ook niet de juiste route te zijn. Al met al heb ik vier uur gelopen en was toen hemelsbreed nog geen tien kilometer verder. Ja, ook dat gebeurt als je maar afwacht waar de weg je heenbrengt, het pad gaat niet altijd over rozen. Maar goed, uiteindelijk kwam ik in St Jean de Luz aan. Daar stond een aantal bussen en bij een van die bussen een stel Duitsers, die met de bus naar Urun wilden. Hoe de buschauffeur ook probeerde uit te leggen dat dat niet ging en dat ze dan in Hendaye over moesten stappen, ze begrepen er geen hout van. Dus toen ben ik er maar op afgegaan om het probleem op te lossen. Dat lukte aardig, maar toen zat ik eenmaal in die bus“““. en een kaartje naar Hendaye kostte maar € 1““. en het was toch eigenlijk ombeleefd om nu die bus weer uit te gaan. Dus ik zei tegen de buschauffeur: Nou, voor die ene euro kun je niet gaan lopen“?, waarop de man meteen vurige kolen op mijn hoofd stapelde door te zeggen: ”O jawel, hoor!“?. Maar ik dacht: ”Wat of wie let me?“? en ben de bus ingestapt om naar Hendaye te gaan.
Onderweg ging tot mijn verbazing de telefoon. Er komen natuurlijk regelmatig sms-jes, maar een telefoon, die afgaat, maak ik niet zo vaak mee. En die kun je niet negeren of denken: ”Dat doe ik straks wel“?, zoals bij een sms bericht. Dus ik nam op en dat bleek Marnix te zijn, die uitgebreid vroeg waar ik zat en hele verhalen hield. Ik dacht net: ”Nou, die heeft de tijd“? en: ”Ik ben betrapt in de bus“?, toen hij zei: ”Laten we dan afspreken bij het station in Hendaye!!“? En ja, bij het station in Hendaye stond een bekende auto met mijn zoon erin. ik wist niet wat ik zag! Dat hebben die twee mooi bekokstoofd! Arme Geer, die gaat nu met het openbaar vervoer naar haar werk. Achteraf gezien vond ik wel dat ze rare antwoorden stuurde, als ik sms-te of ze al thuis was uit haar werk. Dan was het: ”Ik sta nu buiten en ga naar huis“? of ”Ik bel later, want ik moet eerst boodschappen doen“?, alles om te verbloemen dat ze er langer dan normaal over deed om thuis te komen.
Dat was dus een hele leuke verrassing. We zijn met zijn tweeen naar de VVV gestapt om een hotel te zoeken en werden daar te woord gestaan door een zeer chagrijnige vrouw. Of te woord gestaan? Er werden een paar boekjes over de toonbank gesmeten met een gezicht dat zei: ”Zoek het zelf maar uit!“? Maar alla, we zitten nu in een Campanile hotel en vanavond ga ik dus ‘met een relatie’ uit eten!!
Ja, ik heb weer een hotel met internet gevonden, een luxe die je niet dagelijks vindt. Ik ben vanmorgen met een beetje lood in de schoenen vertrokken uit St.Jean Pied de Port. Dat vond ik toch wel een beetje schijterig van mezelf om met de trein te gaan. Iedereen is een beetje opgewonden voor de grote klim naar Roncevalles en ik ga op de trein staan wachten. Maar aan de andere kant ben ik in dit gezelschap bijna een crack, want ik heb vorig jaar Amsterdam – Santiago gelopen en nu zelfs Arles – Santiago. Ze vragen mij dan om raad (????) Ik sta er steeds weer een beetje van te kijken, want eerlijk gezegd kom ik ‘s avonds toch ook niet meer kakelvers aan en of ik nu in Santiago aankom, is ook helemaal niet zeker.
Maar goed, ik ben dus vanmorgen met de trein naar Bayonne gegaan in ongeveer anderhalf uur. Heel mooie rit trouwens door de bergen. In St Jean Pied de Port heb ik een nieuwe credencial gekocht en daar in heb ik daar niet het eerste stempel laten zetten. Dat heb ik in Bayonne laten zetten in de kathedraal, waar weer eens een echt ontvangstcommite was. Ik vind dus eigenlijk dat er nu een tweede reis begint. Zo hoef ik ook niet een smoes te verzinnen, omdat ik met de trein ging. Gery zegt dat dit een echte ‘van der Reesten’ smoes is. Zou het?
In Bayonne heb ik eerst lekker een pizza gegeten op een terras in de zon en daarna ben ik gaan lopen – en dus niet met de bus – naar Biarritz. Daar ben ik nu dus. Biarritz is een badplaats met de oude glorie van een rijke badplaats voor de bourgeoisie, zoiets als Domburg vroeger bij ons. Er staan allemaal gebouwen uit de jaren twintig en alles is gericht op de badgasten, hoewel hier ook veel pelgrims langskomen, maar ja, die brengen geen geld in het laatje. Om Geer te bellen heb ik mij naar de oceaan begeven en ben daar op een muurtje gaan zitten boven rotsblokken, waar enorme golven tegenaan slaan. Een mooi gezicht en Geer hoorde de golven ruisen door de telefoon. Het wemelt hier ook van de surfers, hier schijnen de wereldkamioenschappen surfen te worden gehouden en dat kan ik me best voorstellen.
Ik had gehoord dat hiet een mooie route schijnt te lopen naar Hendaye, helemaal langs de kust. Dat lijkt me wel wat, dus ben ik hier naar de VVV gegaan. Dat was weer geweldig. Het ging ongeveer als volgt: ”Klopt het dat er hier vandaan een wandelroute langs de kust is naar Hendaye?“? ”Ja, ik geloof het wel, die schijnt wel te bestaan“?“?Heeft u misschien ook een beschrijving daarvan?“? Ëen beschrijving? Ja, die bestaat wel, geloof ik, en die hebben we geloof ik ook ooit wel gehad, maar waar die is gebleven?“? ”Nou, zoek maar niet verder, zijn er ook wegwijzers?“? ”Ja, de route zal heus wel aangegeven staan“? ”Waar moet ik dan op letten? Zijn het paaltjes of een bepaalde kleur?“? ”Ja, dat weten we niet, wij hebben de route nooit gelopen, wij nemen altijd de trein als we naar Hendaye gaan“? Heerlijke mensen!! Nou, ik zal het wel zien morgen, ik ben van plan om tot St Jean de Luz te lopen, maar of dat gaat lukken?
Vanmorgen ben ik in de mist vertrokken en het eerste stuk stuurden ze me letterlijk het bos in, waar het nog erg nat en heel erg modderig was. Het was dus een partijtje glijden en glibberen. Daarna werd het beter en om twaalf uur scheen er een heerlijk zonnetje en was het prachtig weer. Kijk, dat moeten we hebben: zalig de pelgrim op wie de zon schijnt! Om een uur of één was ik in St Jean Pied de Port, waar ik vorig jaar ook geweest ben en het was allemaal nog heel erg bekend. Het verbaasde me bijna dat mensen niet zeiden: ”Zo, ben je er weer?“? Het was er weer gezellig druk met heel veel wandelaars, dus geen pelgrims. Wat het verschil is tussen wandelaars en pelgrims?? Daar kan ik kort en duidelijk over zijn: pelgrims zijn mensen die wel zien waar de weg hen heen brengt en vooral wat de weg hen brengt. Zij rekenen niet op hulp en krijgen het dan bijna altijd. Wandelaars zijn mensen die thuis een reis hebben georganiseerd, waarbij alles al bekend is. Er is een busje dat hun bagage vervoert en om twaalf uur ’s middags komen zij langs dat busje (toevallig) en dan staat er ook een lunch voor hen klaar. Daar is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee, maar ze missen wel het belangrijkste: loslaten en maar zien wat er gebeurt. Ik heb een stempel gehaald op het pelgrimskantoor bij een vrouw van 83 jaar en die zei het als volgt: ”Dat zijn geen pelgrims, dat zijn wandelaars die op weg zijn naar de haarfohn in het hotel. Ik schrijf ze niet in en ze krijgen geen stempel“?. Ze vond het duidelijk niet tellen. Vervolgens raadde diezelfde vrouw mij dringend aan toch vooral niet naar Hendaye te gaan lopen, maar de trein te nemen. ”U hoeft het toch niet meer te bewijzen, u moet niet zo streng voor uzelf zijn“?. Nu zat ik al in een dilemma wat het volgende stuk betreft. Als ik namelijk de Grande Randonnee zou nemen, wordt dat een zeer zware tocht en in de gids wordt zelfs vermeld dat ik touwen en dergelijke mee moet nemen. Nou, dat vind ik echt te gek worden. Je moet wel leren loslaten, maar stel dat ik dat touw loslaat??! Het alternatief is dan drie dagen over asfaltwegen lopen en dat trekt me ook helemaal niet aan. Nou, deze 83-jarige mevrouw maakte een einde aan dit dilemma. Ik heb besloten morgen de trein te nemen en dan of naar Hendaye te gaan of naar Biarritz. Dat is wel wat noordelijker, maar dat lijkt me ook wel leuk om eens te zien. Ik weet niet wanneer de treinen gaan en waarheen, dus ik zie het morgen wel en handel dan naar het me uitkomt. Dat beschouw ik dan als een vrije dag, hoewel Geer zegt dat dat niet telt als vrije dag en dat ik er nog eentje bij moet nemen. Ik zal wel zien.
Voorlopig zit ik in dezelfde gite als vorig jaar: Chemin de l’Esprit. Ik slaap op een driepersoonskamer. Ter linkerzijde word ik geflankeerd door Frans, die uit Tilburg is komen lopen, en ter rechterzijde door een Canadees. Frans had vandaag zijn vrije dag en slaapt hier nu voor de tweede nacht. Hij zei zorgelijk: ”Nou hoop ik wel dat ze vanavond een stukje vlees geven, want gisteren was het niks en ik heb trek in vlees“?, dus ik ben benieuwd. En verder liep ik vandaag Amerikaanse Pam weer tegen het lijf. Ze is nog steeds onderweg, maar heeft wel een erg zere voet. Dat komt me bekend voor, hoewel het nu wel beter met die voet van mij gaat. Alles went, zullen we maar zeggen.
Verder heb ik mij weer een nieuwe stappenteller aangeschaft en twee paar sokken, zodat ik ook zonder fohn weer droge sokken heb. Tot drie uur vanmiddag was het schitterend weer, daarna betrok de lucht weer. Erg warm is het niet, ongeveer twintig graden. “?Echt wandelweer“?, sprak Geer wijs. Hoe kan zij dat nou weten???????
Hoera, het is droog. Grijs, maar droog, alleen bovenin de bergen loop je letterlijk met je hoofd in de wolken en daar is het dan vochtig, maar niet zo dat je de poncho aan moet. Een pelgrimshand is gauw gevuld.
Het was een pittige tocht vandaag met veel klimmen. Het was niet eens zo gek hoog, maar wel heel steil met af en toe hellingen boven de 9 %. Dus dat is klimmen en klauteren en als je dan eenmaal boven bent, ga je ook heel steil weer naar beneden. Dan krijg je ineens een heel andere houding en dat is lastig.
Gisteravond heb ik na het eten eerst nog even op het terras gezeten en ben toen een ommetje gaan maken door het dorp. Ik heb even in de kerk gekeken, maar daar was niet veel te zien. Toen ik weer buiten kwam, zag ik bij het huis naast de kerk een vrouw met een rugzak aan de bel rukken. Nou, daar loop je dan even naar toe. Ze vraagt of ik een beetje Engels spreek en als ik ja zeg, barst ze los: ”O gelukkig, want ik ben Amerikaanse en spreek geen woord Frans! Ik ben net begonnen met lopen en ze hebben tegen me gezegd dat ik, als ik onderdak zoek, maar aan moet bellen bij het huis naast de kerk, maar dat doe ik en er doet niemand open!“? Ze was in Lourdes gestart en was in één dag van Oloron naar hier gelopen en was compleet versleten. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat ik over datzelfde stuk twee dagen heb gedaan. Dus ik heb me als een goed pelgrim over Amerikaanse Pam ontfermd. We zijn eerst maar eens op een muurtje gaan zitten om een beetje te praten en toen kwam er een auto aan met de curé erin. Die had echter weinig zin Pam liefdevol op te nemen en had allerlei excuses: de verwarming was stuk, hij had lekkage, de huishoudster was er niet omdat het zondag was, enz. Nou heb ik vaker met dat bijltje gehakt en wist dus wat ik moest doen: me nederig gedragen en blijven lullen, want Fransen zijn beleefd en zolang jij praat, lopen ze niet weg. Trouwens, dat had ook geen zin, want hij liep wel naar zijn huis, maar ik liep mee en maar blijven praten. Uiteindelijk kon hij gewoon geen nee meer zeggen, dus Pam kreeg een kamer, maar eten had hij niet. Geen punt, we spraken af dat we eerst zouden gaan eten en dan terug zouden komen.
Waarop het volgende probleem rees: hoe we ook zochten, er was echt helemaal niets dat open was. We kwamen twee jongens tegen en vroegen waar we ergens nog iets te eten konden krijgen. De jongens hebben met ons het hele dorp rondgelopen langs alle restaurants en eetgelegenheden, maar alles zat echt potdicht. Inmiddels was het al na achten en ineens vroeg een van de jongens of we ook tevreden zouden zijn met een sandwich. Natuurlijk, als we maar iets in onze maag hadden. ”Nou, ga dan maar mee naar mijn moeder“?, zei de jongen. En zo kregen we van de moeder een sandwich met chorizo, lekker warm gemaakt in de magnetron. Die hebben we buiten genoeglijk samen op zitten eten met de eeuwige dankbaarheid van Pam.
Toen ik vanmorgen vertrok, was het hetzelfde liedje: alles potdicht, er was nog geen brood te krijgen, dus ben ik met een lege maag vertrokken. Uiteindelijk belandde ik halverwege in een piepklein barretje, waar ik ook niets te eten kon krijgen, maar wel koffie. Dat was in ieder geval iets, dus ik aan de koffie en ondertussen weer met iedereen aan de praat natuurlijk. Over van alles en nog wat, en over de Baskische taal natuurlijk. En wat denk je? Wonderbaarlijk verscheen er ineens een sandwich en zei de patron: ”Hier, eet die maar op“?. Geweldig toch? Hij wilde er niets eens geld voor hebben, maar dat heb ik natuurlijk wel gegeven, hij moet er ook hard voor werken.
Toen ik hier in Larceveau in het hotel (weer geen gites te bekennen) vertelde dat ik sinds gistermiddag bijna niets gegeten had, stond er in een mum van tijd weer een enorme sandwich voor mijn neus met een fles bier, een stuk Baskische taart en koffie, want een pelgrim zonder eten, dat kan natuurlijk niet. Dus jullie zien wel dat mijn charmes zorgen voor een volle maag!
Hier in het hotel komen vanavond trouwens negentien gasten: allemaal wandelaars, die hun bagage laten vervoeren. De bagage is inmiddels al gearriveerd, de wandelaars komen nog. Daar zal ik vanavond eens een hartig woordje mee moeten spreken, want zo gaat dat niet natuurlijk!
Gery leest me elke avond alle berichten voor als ik zelf niet kan kijken en ik geniet er ontzettend van. Heerlijk, al die commentaren! En ik was blij verrast een berichtje van Marjoleyne te krijgen, ontzettend leuk en bedankt voor de ’sokkentip’, ga ik zeker doen. Maar““. het weerbericht belooft dat het morgen beter weer wordt met meer zon en hogere temperaturen, dus we gaan eindelijk de goede kant op. Ik loop nu weer een stukje dezelfde route als vorig jaar van Le Puy en naar verwachting zal ik morgenavond in St Jean Pied de Port arriveren. Daarna wijk ik dan weer van de route af, omdat ik naar Hendaye loop. Er loopt wel een Grande Randonnee, maar ik denk niet dat ik die neem, want die gaat over de hoogste toppen van de Pyreneeën en dat is wel een beetje veel van het goede. Dus ik zoek mijn eigen weg en geen zorgen““ik vind mijn weg wel!
Is het pas een week geleden dat ik meldde dat het achtentwintig graden was? Niet te geloven! Is het pas een week gelden dat ik mijn trui naar huis stuurde, omdat ik die toch niet meer nodg zou hebben? Niet te geloven en knap stom, want nu zit ik met twee T-shirts over elkaar nog te bibberen van de kou. Het blijft maar slecht weer. Je stuurt er geen hond op uit met dit weer, maar de pelgrim gaat moedig voorwaarts. Halverwege liep ik door een dorpje, toen er ineens een vrouw naar buiten kwam (een oude dit keer), die riep dat het onweerde. Nou had ik dat ook wel gehoord, maar ze riep er meteen achteraan: ”Dus moet je gauw binnenkomen, want je kunt niet buiten blijven als het onweert“?. Dus ben ik mee naar binnen gegaan en daar zaten ook drie mannen om de tafel en toen hebben we gedurende drie kwartier een zeer geanimeerd gesprek gevoerd. Te beginnen met het verhaal van een Engelse vrouw, die niet naar het weerbericht geluisterd had en dus vorig jaar in de bergen de dood gevonden had. Dat was om mij op te kikkeren. Verder hebben we uitgebreid zitten klagen over het vreselijk weer en de mannen vertelden dat de bakker in het dorp hoog in de bergen geen brood meer kon bakken vanwege het weer. Waarom nioet werd me niet goed duidelijk, maar daar ga je ook niet over zitten zeuren tijdens zo’n gesprek natuurlijk. Het had iets te maken met het water dat heel erg hoog in het stuwmeer stond. Ze gingen ook om de beurt mijn rugzak wegen om dan te kunnen zeggen: ”Wat zwaar! En moet je daar nu het hele eind mee lopen?“? Kortom, aandacht genoeg voor deze arme pelgrim.
Vandaag ben ik gestopt in Mauleon, want toen onweerde het zo verschrikkelijk, dat ik het voor gezien hield. Nu zit ik ‘Chez l’habitant’, dat is weer een andere vorm van bed and breakfast. Je krijgt namelijk wel een bed, maar geen breakfast. Nou ja, weer eens iets anders. Iedereen zwaait hier weer naar me, terwijl ik loop. Leuk is dat. Onderweg werd ik eerst gepasseerd door twee Nederlandse fietsers en vervolgens dor een Duitser, die een eindje verder afstapte en weer terug kwam fietsen, want hij had namelijk de klompjes van Ursula gezien, die nog steeds aan mijn rugzak hangen. Grappig, ze zijn maar klein, maar vallen iedereen meteen op!
Hier zie je overal in oude kerken benden stoelen staan en dan zijn er hele grote gaanderijen, waar banken staan. Het was me al een paar keer opgevallen, maar ik weet nu ook waarom dat zo is. Vroeger zaten namelijk de vrouwen beneden en de mannen boven. De mannen zaten braaf op de banken, maar de vrouwen brachten hun eigen stoel mee van thuis. Die dachten waarschijnlijk: ”Thuis heb ik geen tijd om te zitten, dus als ik eenmaal zit, wil ik ook lekker zitten!“?
Volgens de weerberichten wordt het na dinsdag iets beter, dus ik houd hoop op droge sokken!!
Regen, regen, regen. De hele morgen regende het dat het goot. Toen ik om één uur vanmiddag even stond te kijken waar ik ook alweer heen moest stoptre er een heel, heel oud vrachtautootje met een beeldschone vrouw erin, gehuld in een grote overall. Ze gooit het portier open en roept: ”Je moet naar l’ Hopital St Blaise, kom op, zitten!“? Dus zo ben ik de laatste zeven kilometer glorieus vervoerd. Nou, glorieus? Ik voelde me net Louis de Funes in die film, waarin hij met een non in een eend meerijdt, die net een dag haar rijbewijs heeft. Ik scheurde links en rechts de bochten door in een duizelingwekkend tempo, dat wil je niet weten. Maar leuk was het wel, weer een hele belevenis. Enfin, ik kwam veilig en droog aan zowaar. In l’ Hopital St Blaise stond vanaf de Middeleeuwen een opvanghuis voor pelgrims, maar nu bestaat het hele dorp uit twee hotels, vier huzen en een beauty van een kerk, echt schitterend!
Dit is weer echt een gezellige streek. Vanmiddag zat ik in een café aan de koffie met twee mannen, van wie de een een hele dikke meneer was. Toen er nog iemand bijkwam, riep de dikkerd: ”Hier is een collega van je, die heeft hem vorig jaar gelopen“?. Inderdaad, dat klopte en we hebben gezellig staan praten, terwijl de dikke meneer steeds riep: ”Moet je nog een wijntje? Het is toch rotweer, je hoeft vandaag toch niet meer verder“?. Reuze gezellig was dat en de dikke meneer ging volgend jaar ook, riep hij. Ik keek zker bedenkelijk, want blijmoedig voegde hij eraan toe: ”Ja, met de auto natuurlijk!“? Heerlijk land, ik geniet van zulke dingen. Helaas kon ik niet filmen, want mijn camera is vochtig door al die regen en dan doet ie het niet.
In een van die twee hotels heb ik mijn intrek genomen, want een gite is hier niet. Maar vooruit, ik heb nu avondeten, een kamer en morgenochtend een ontbijt voor € 50, dus niet al te duur. En wat dan nog? Zoals Geer altijd zegt: ”Laat de armoe de pest maar krijgen!“?
Toen ik vanmorgen vertrok, was het mistig, daarna miezerde het een beetje, om een uur of twaalf werd het droog en ook zonnig, om drie uur trok het weer dicht en nu zie ik een inktzwarte lucht, dus dat voorspelt niet veel goeds. Maar nu geeft dat niet meer, want ik ben er toch al. Om kwart over acht betrad ik ’s Heren wegen en die bleken meteen al wonderbaar. In de gids stond al dat bij regenachtig weer het pad erg modderig kon zijn en dat er daarom treden waren gemaakt op veel plaatsen. Nou, die treden waren er wel, maar als je dan met drie treden tegelijk naar beneden glibbert, heb je er niet veel aan. Na tien kilometer glibberen en glijden, vond ik het wel genoeg en ben vervolgens maar snel de ‘brede weg’ opgegaan. Dat was wel een stuk om, maar het grote voordeel was wel weer, dat er genoeg plaatsen zijn waar men zich kan laven en voederen. Dus ik heb tussen de middag een uurtje heerlijk op een terras gezeten om te eten. De mensen zijn hier zuinig, zoals we in de Pyreneeën ook al vaak hebben gemerkt. Toen ik dus om een flesje water vroeg, zeiden ze: ”Dat kunt u natuurlijk wel krijgen, hoor, maar hier is het water uit de kraan lekkerder dan Vitel, want die komen het bij ons halen. Waarom zou je het dan kopen als het voor niets uit de kraan komt?“? En inderdaad, het water was fantastisch.
Het voordeel van die zuinigheid is wel dat ik, toen ik bij het Bureau de Tourisme op zoek ging naar een routebeschrijving van Oloron naar St Jean Pied de Port, ik een hele stapel kopieën kreeg, want het was zonde om daarvoor een hele gids te kopen!
De Bearn is een prachtige streek en er begint hier ook weer wat meer leven te komen, het is niet zo leeg meer als de streek, waar ik hiervoor doorheen liep. Gezellig, ik heb een poosje gepraat met een Berlijner, die de tocht ook voor de tweede keer loopt en verder wordt ik weer overal door de Fransen aangesproken, die allemaal roepen: ”O, dat wil ik ook zo graag!“? ”Doen“?, roep ik dan. Het is hier heel erg groen en er zijn heel veel bloemen, echt een mooie streek is dit.
Ik had een gite besproken, maar toen ik daar aankwam, bleek dat ik met een ander in een tweepersoonsbed moest slapen en dat werd me een beetje al dol. Dus ik heb mijn toevlucht opnieuw tot een hotel genomen en daar zit ik nu tegenover luisterrijk op een terrasje te overwegen dat het leven best meevalt, vooral omdat mijn voet lijkt op te knappen. Ik heb vandaag hele stukken gelopen zonder er zelfs maar aan te denken, dus dat is een goed teken. Alleen de laatste drie kilometer werd het gevoelig, maar ja, het waren er vandaag dan ook al met al drieëndertig! Dus de pelgrim blijft smeren met de eoline!
Overigens zit ik nu wel in de Bearn, maar bearnaisesaus heb ik nog niet geproefd!!
Ja, dan vragen ze me om de plaats te noemen waar ik nu zit, maar het is iets van Artiquelouve of zoiets, ik weet het niet precies, in ieder geval iets verder dan Pau op de weg naar Oloron Ste Marie.
Vanmorgen was het droog, vanmiddag begon het te miezeren en nu regent het! En het is koud, temeer omdat ik natte voeten heb. Je zou zeggen: Hoe komt hij aan natte voeten in die grote schoenen? Nou, dat kan ik uitleggen. Ik ben namelijk een paar sokken kwijt. Waar ze gebleven zijn? Geen flauw idee. Ik had drie paar en nu heb ik dus nog twee paar. Dat zou genoeg zijn, als het een beetje warmer en droog zou zijn. Kijk, ik stop als een keurig mens de sokken die ik aanhad, in de was en kom erachter, als ik schone sokken aan wil trekken, ik die niet meer heb. Het andere paar heb ik natuurlijk gisteren keurig gewassen en dat is nog niet droog. Dus zo kom je aan natte sokken in je schoenen en als gevolg aan natte voeten. Aangezien ik toch naar buiten moet om Gery te bellen, anders heb je hier haast geen bereik, trotseer ik deze beproeving van harte.
Onderweg heb ik, behalve ‘mijn’ vier dames, alleen een man met een hond gezien et wie ik een praatje heb gemaakt. Deze route is erg rustig, soms is dat fijn, maar af en toe wel een beetje saai. En Geer zegt dan wel vermanend dat ik op de natuur moet letten en ondervraagt me ’s avonds welke planten en bomen ik heb gezien, maar ja, planten en bomen praten niet. Maar ja, verder was het een heerlijke dag, dus ik hb niet echt veel te klagen. Ik was al vroeg in het hotel en zag veel mensen in het restaurant dat erbij hoort. En toen kreeg ik slecht nieuws: het restaurant is namelijk vanavond gesloten en er is niets anders in dit dorp. Dus behalve die natte voeten vreesde ik al voor een andere beproeving: die van een hongerige maag. Maar gelukkig, de koks in het restaurant hebben voor mijn plezier een koude schotel gemaakt, die ik vanavond kan eten.
Zo zie je maar dat alles weer goed komt en de weerman zegt dat het in het weekend iets beter weer wordt en minder koud, dus morgen droge sokken en ““. misschien wel een heel bescheiden zonnetje?
Gisteravond was ik dus echt de haan in het kippenhok, zo met mijn vier dames. En in het verenigingsgebouw naast het schooltje waren de majorettes aan het oefenen met van die leuke, korte rokjes, dus de dames vonden dat ik erg verwend werd. Gezellig was het wel.
Maar vanmorgen was het even anders piepen. Toen ik vertrok, regende het en toen ik aankwam, regende het nog. En niet zomaar een beetje regen, nee, van die grote plensbuien. Ik ben maar over de weg gelopen, maar dat is wel voortdurend uitkijken geblazen. Ik moet zeggen dat de mensen wel voorzichtig rijden als ze me zien, maar als je net door de bocht bent, zien ze je pas op het laatste moment natuurlijk. Maar alles ging goed en het was maar een stuk van 17 km vandaag, dus om 12 uur was ik al in Morlaas in mijn besproken hotelletje. Het ziet er netjes uit en naast het hotel is een soort veredelde bar, waar ik tussen de middag heerlijk heb gegeten en inclusief de wijn en de koffie na was ik maar € 11 kwijt. Vanavond eet ik in het restaurant van het hotel en dat zal wel niet lukken voor dezelfde prijs. Morgenavond heb ik ook al iets besproken, dus dan ben ik ook weer onder de pannen.
Ik smeer mijn voet dapper in met de eoline elke keer, maar volgens mij helpt het geen zak. Mijn zusjes zullen nu wel weer commentaar hebben en het commentaar morgen zal er wel niet om liegen, gevoegd bij het commentaar van Geer. Ja, er valt dan een hoop wijze raad te weerstaan. Maar zoals ik gemerkt heb, verdedigen ze me ook, zelfs als het vrouwen betreft.
Ik begin al aardig op te schieten naar Oleron St. Marie. Daar houdt de gids op en vanaf daar moet ik dus zelf de weg gaan zoeken. Dat zal me wat worden. Ik heb wel al een goede kaart gekocht, het enige vervelende is dat daar uiteraard niet op staat waar ik kan slapen en, dat is nog erger, of ik onderweg kan eten en waar!! Ziehier het leven vol ontberingen van de pelgrim!!
Na een zeer uitgebreid Engels ontbijt, waar de vrouw des huizes en ik het erover eens waren dat de Fransen geen lekkere melk hebben en geen goede slagroom, ben ik weer met frisse moed vertrokken. Ik begon natuurlijk weer heel dapper met het vervolg van de Grande Randonnee, maar dat was echt erschrikkelijk. De weg was gewoon onbegaanbaar, binnen een mum van tijd had ik kilo’s modder aan mijn schoenen. Op een gegeven moment moest ik door een beekje met steile kanten en naar benden ging nog wel, maar weer naar boven was een hele klim en ik ben twee keer omgedonderd. Nou ja, weer eens iets anders dan over een boom heen vallen. Toen had ik echter niet alleen modder aan mijn schoenen, maar de modder zat werkelijk overal. Dus ik heb maar korte metten gemaakt met de voorgeschreven route en ben over de gewone weg verder gegaan. Lekker over het asfalt zogezegd. En dat dat een beslissing was die door St Jacob hoogstpersoonlijk werd goedgekeurd, bleek toen ik op een kruispunt overstak en tegen de paal een wondermooie staf zag staan. Die staf stond daar gewoon op mij te wachten! Een beetje korter dan die van vorig jaar, een beetje dikker, kortom, deze staf diende meegenomen te worden. Dat heb ik dus ook gedaan en zo komt een arme pelgrim aan zijn uitrusting.
Het lopen over de weg ging uiteraard een stuk beter en sneller en zo was ik om half drie al op de plaats van bestemming. Onderdak heb ik dit keer gekregen in een schooltje naast het gemeentehuis. Het schooltje staat leeg en daar bivakkeer ik nu met 4 Franse dames, van wie er één half Spaans is en een lekkere vet accent heeft. De dames zijn verpleegsters en stonden erop mijn voet te verzorgen. En dat heb ik me graag laten aanleunen, nog wat extra gekreund natuurlijk en me lekker laten vertroetelen. Ze zagen het, geloof ik, niet al te somber in, er werd tenminste geen: ”o la la“? geroepen. Ja, dat heb je met verpleegsters natuurlijk, dat was nou weer een beetje een nadeel. De vier dames heb ik onderweg ook al een aantal keren gezien en vanmorgen nog een jonge knul, maar waar die gebleven is, weet ik niet.
Ik zit nu in Anoye en in dit dorp is geen enkele winkel, zelfs geen bakker of epicerie. Maar voor het eten is hier wel weer een originele oplossing bedacht. Er kwam een man naar het schooltje en die maakte met een sleutel allerlei koelkasten open. We mochten daaruit kiezen wat we wilden eten en dat betalen. Vervolgens werden de uitgekozen spullen overgeheveld naar een koelkast, die open is en waar we dus in kunnen. En er is een magnetron, dus vanavond eten we met zijn allen hier. De rest van de middag ben ik trouwens druk geweest met mijn kleren wassen en mijn trui heeft nog hier en daar wat modderspatten, zag ik net. Maar vooruit maar, het mooie is al weer van mij af. De veters van mijn schoenen waren stuk en het valt lang niet mee om hier aan veters te komen. Ze hebben natuurlijk wel veters, maar niet van twee meter lang. Uiteindelijk vond ik veters van 1 meter 80 en dat is wel goed, alleen zijn het witte veters en dat staat erg charmant bij mijn bruine schoenen! Maar met die witte veters ben ik toch weer 22 kilometer verder, dus alles gaat goed. Voor morgenavond heb ik al een hotelletje geregeld, want vanwege het lange weekend is alles hier stampvol en kun je het risico niet nemen om niet te bespreken.
Geer heeft de binnengekomen berichten aan me voorgelezen en ik geniet ervan. Heel leuk dat er een ook een berichtje van Mireille was, ik heb hele goede herinneringen aan de tijd met haar vorig jaar en jammer dat ze er nu ook niet bij is! Verder geniet ik van alle meebeleven van jullie allmaal en ook van jullie reacties. Verder vertelde Gery dat ze moppers krijgt omdat ik een poste restante adressen opgeef. In alle eerlijkheid, ik was het echt helemaal vergeten en heb Geer beloofd dat ik morgen een paar adressen op zal geven. Doe ik echt!!
Daar ben ik weer vanuit een cybercafe. Wat een water vandaag, zeg! Dit was afzien. Vanaf vanmorgen vroeg plensde het van de regen en om 12 uur had ik geen droge draad meer aan het lijf. Dus ook deze poncho is niet bestand tegen echt slecht weer.
Ik ben niet via de route van de Grande Randonnee gegaan, want die is bijna onbegaanbaar met dit weer. Ik heb de gewone D-weg genomen, maar dat is dan weer uitkijken voor al het verkeer met die regen. Je kunt geen moment wegdromen tijdens het lopen, want dan loop je het risico van de weg gereden te worden en dat wil pelgrim Theo niet nog een tweede keer, dus opletten geblazen en steeds in de natte berm gaan staan.
Om twee uur was ik hier al, want via de weg is de afstand natuurlijk korter. Toen wilde ik nog 7 kilometer verder lopen naar een gite,maar ik kon die mevrouw niet aan de telefoon krijgen en het leek mij een te groot risico er heen te gaan. Misschien was ze er wel helemaal niet.
Dus ben ik weer naar het Office de Tourisme gegaan en daar hadden ze de oplossing: een bed and breakfast bij Engelsen. Daar ik zit nu dus. Het is er keurig netjes, schoon en de mensen zijn supervriendelijk.
Maar ik moest meteen in de tuin (koud, koud, koud!!!) de TEA gebruiken met koekjes en boterhammen en allemaal toeters en bellen. Het was heel zoet allemaal. Omdat op maandagavond de hele boel hier dicht is, heeft ze aangeboden voor mij ook eten te maken. Ik ben benieuwd wat dat wordt. Brrr.
Maar ik heb een mooie kamer met uitzicht op de tuin, waar ze vreselijk trots op zijn. Verder heb ik weinig nieuws. Met mijn voet gaat langzaam wat beter. Nu het weer nog!
Het ging er vandaag lekker rustig aan toe en ik heb ook lekker gelopen. Het eerste half uur na het opstarten doet mijn voet nog pijn, maar daarna gaat het goed, dus wie doet je wat. De open plek krijgt witte randjes en het lijkt kleiner te worden, dus ik beschouw dat maar als een goed teken. Ik heb nog wel even aan het einde van de route een ommetje moeten lopen, omdat ik de weg kwijt was. Ik zag vanuit de verte de kerktoren al van Marciac, dat vandaag mijn eindpunt was, maar oen moest ik nog door een koolzaadveld. En de toren verdween achter een heuvel en dan weet je niet meer welke kant je uitgaat. Maar goed, het was maar drie kilometer om en morgen hoef ik maar een kilometer of achttien waarschjnlijk. Gisteravond hebben we gezellig zitten praten over de aard van de Hollanders. Hier in de buurt zijn een paar campings die door Hollanders zijn gekocht en het was wel komisch om daarop het commentaar te horen: ”Ja, het is er altijd wel schoon en netjes, hoor, maar je mag er niks en het eten is gewoon verschrikkelijk, overal gooien ze liters saus overheen“?. En vandaag kwam ik twee vrouwen tegen (ja, het zijn weer vrouwen, daar kan ik ook niets aan doen), die vertelden dat in hun woonplaats een Nederlandse ambassadeur woont, die niet anders doet dan protestbrieven schrijven tegen van alles en nog wat.
Marciac is een erg leuke plaats met een groot plein en daar omheen allemaal balustrades en met achtentwintig graden is het gier prima toeven, vooral met een grote pils voor je neus. Maar de weerberichten voor morgen zijn minder: ze geven regen op. Nu wil dat niet zoveel zeggen, want aan de ene kant van de berg kan het regenen en aan de andere kant is het dan droog. Dus maar hopen dat ik morgen aan de goede kant van de berg loop“.
Ik heb een prachtige dag gehad vandaag. Het was stralend mooi weer en zes- Ã zevenentwintig graden, dus wat wil je nog meer. Om zeven uur vanmorgen trok ik de schoenen aan en ben op stap gegaan voor een wandeling van 32 kilometer. Het eerste stuk heb ik samen gelopen met een Fransman, Patrick uit Mulhouse. Die vertelde me trouwens een aardig verhaal. Hij was ook door l’Isle-Jourdain gekomen na Toulouse en had daar zijn familie ge-sms’t , waar hij zich bevond. Vervolgens kreeg hij een sms van zijn vader van 83 jaar, die meldde: ”Weet je wel dat je familie daar vandaan komt?“? Hij was hogelijk verbaasd, want hij wist daar niets van, maar het bleek dat zijn overgrootvader uit die plaats kwam. Volgens zijn vader was die daar geboren en ook gestorven. Dus hij is naar de begraafplaats gewandeld en na een half uurtje zoeken vond hij daar dus het graf van zijn overgrootvader, nog geheel intact. Wat hem het meest verbaasde, was dat het graf keurig verzorgd was en dat er zelfs bloemen bij stonden, dus hij vermoedt dat er ergens in de buurt ook nog iets als familie woont. Patrick is ambtenaar op het Ministerie van Arbeid. Alle ambtenaren hebben vakantie gekregen, omdat het verkiezingstijd is en ”dan doet de zittende minister toch niets meer“?. Mooie baan dus.
De route was perfect, vooral omdat er dit keer keurig getimed elke 10 kilometer een bar was, waar je wat kon drinken of eten. Kijk, zo hoort het. Op weg naar een van die rustpauzes zag ik een meisje aan de kant van de weg zitten en uiteraard maak je dan een praatje en zijn we een stuk samen opgelopen tot de volgende bar. Zij was komen lopen vanuit een plaats die 80 km van München afligt naar de Oostenrijkse kant toe dan. Ze was nu elf weken onderweg en had de route vanaf Le Puy genomen. Een paar dagen is ze met een Francaise opgetrokken en ze vonden het allebei zo walgelijk druk op de pelgrimsroute vanuit Le Puy, dat ze zomaar ergens lukraak van de route zijn afgeweken en zonder de weg te weten een andere route hebben genomen. Uiteindelijk kwamen ze in Auch uit en nu liep ze dus hier. Na de koffie en de cola scheidden zich onze wegen, want zij moest wachten op een vriendin.
Nu ben ik in een hotelletje in Motesquiou, nou ja, hotelletje? Het is meer een soort refugio, gewoon een aantal hokjes gebouwd, waar alleen pelgrims slapen en geen toeristen. Gelukkig, dit is echt veel en veel leuker. Ik zit nu in het land van d’Artagnan, een van de drie Musketiers. Het was een heerlijke dag!!
Het was heerlijk weer toen ik vanmorgen aan de etappe begon: warm, maar niet te warm. Tussen de middag heb ik lekker buiten in het gras gezeten om mijn broodje op te eten. Verder was de route ”gezellig heuvelachtig“?, een beetje op en neer, maar dat noemen wij als doorgewinterde pelgrims ”plat“?. Het leuke is dat je steeds op je gemakje naar een andere streek wandelt en omdat het langzaam gaat, je dus ook de overgang meemaakt van de ene streek naar de andere. In de omgeving van Toulouse zijn alle huizen van rode baksteentjes gebouwd, zelfs de daken vaak en dat geeft een vrolijke aanblik natuurlijk. Hier bestaan de huizen weer uit grote blokken steen, maar de streek op zich is veel mooier, althans, dat vind ik. En je ziet de boerderijen van vorm veranderen en ook de kleuren. Ik nader nu alweer het Baskenland en dat is duidelijk te merken.
Ik heb onderweg helemaal niemand gezien, er lopen hier duidelijk veel minder mensen. De afstand was ongeveer 34 kilometer, maar ik heb hier en daar een beetje gesmokkeld en af en toe een stukje afgesneden. Sint Jacob glimlachte daarbij vriendelijk, want die wist wat ik nog niet wist. Toen ik in Auch aankwam, kwam ik namelijk precies aan de verkeerde kant van de stad binnen en moest daardoor door de hele stad lopen. Ik wist dat hier een gite was, die bij de kerk hoorde, dus eerst maar naar de kerk. Daar was echter een grote begrafenis aan de gang en om daar nou midden tussen te gaan staan, vond ik natuurlijk te genant. Ik begreep dat de mensen even iets anders aan het hoofd hadden, ook de pastoor. Dus ben ik naar de VVV vlakbij gestapt en heb hen gevraagd waar de gite was. Die hebben mij dat keurig gewezen en dus klom ik naar de bovenstad en kwam bij de gite. Maar daar werd gemeld dat de gite vol was. Vol??? Hoe kan dat?? Ik heb onderweg geen mens gezien! Dus ik vroeg: ”Zijn er zoveel pelgrims dan?“? Nou nee, maar er was een familie aangekomen van acht personen en er kunnen er maar acht in de gite en de familie bleef twee dagen. Ja, dat zijn dus echt geen pelgrims, maar gewoon toeristen, die een uitermate goedkoop onderdak willen hebben. ‘t Moest niet mogen!! En“ het waren nog niet eens Hollanders!!
Maar goed, er bleef me dus niets anders over dan weer een hotel en ja“.. dat was weer in de benedenstad, dus kon ik het hele eind weer naar beneden lopen. Sint Jacob kreeg volgens mij toen een zeer brede glimlach. Nu zit ik in de benedenstad in een klein straatje met allemaal toeristenwinkeltjes en dure kledingboetieks. Wel erg leuk. Auch is trouwens een leuke stad, met een boven- en benedenstad, natuurlijk een kasteel en een kerk met allemaal nauwe straatjes er omheen en een riviertje dat dwars door de stad loopt.
Alleen het verblijf in een hotel heb ik nu wel gehad. Af en toe is dat wel prettig natuurlijk, maar de gites zijn toch veel leuker. Maar ach, nu ik zo om zeven uur nog lekker op een terrasje buitenzit en de winkelende mensen voorbij zie komen, omdat de winkels gaan sluiten, een drankje erbij heb, ach, dan valt dat toch ook weer reuze mee, nietwaar?
Ho, ho, eerst maar weer eens wat luider klagen, aangezien sommige mensen denken dat mijn voet al over is. Kijk, dat is natuurlijk niet de bedoeling, jullie moeten wel medelijden met me houden. Jullie moeten dus niet denken: ”Zijn voet is zeker over, want hij klaagt er niet meer over“?. Dit is echt fout. Jullie moeten denken: ”Wat een dappere pelgrim toch, loopt maar door met die zere voet en geen klacht komt over zijn lippen“?. Alle gekheid op een stokje, mijn voet is nog steeds niet dicht, maar dat gaat gewoon lang duren, omdat ik er elke dag mee loop. Ik voel hem wel, maar ik kan er wel weer goed mee lopen. Vooral vandaag, want het was een rustig parcours en de weg was niet al te moeilijk. Wel erg warm, toen ik vanmiddag om vier uur in Gimont aankwam, was het nog negenentwintig graden. Is het bij jullie ook zo warm (sprak hij vals, terwijl hij net gehoord heeft dat het er pijpenstelen regent en koud is). Ja kijk, als jullie geen medelijden met mijn arme voet tonen, toon ik dat niet met jullie slechte weer. Volgens mij is dit trouwens geen echte pelgrimsgedachte, maar af en toe een zondetje moet natuurlijk wel kunnen, dat houdt de spanning erin. Morgen schijnt het trouwens minder warm te worden, dus ik word meteen gestraft.
Vandaag zag ik af en toe in de verte de Pyreneeën met nog heel veel sneeuw op de toppen. Dat is werkelijk een schitterend gezicht. Alleen is het met die Pyreneeën wel zo, dat je ze steeds ziet en dat ze dan dichtbij lijken, terwijl ze in werkelijkheid nog heel ver weg zijn. Terry is vandaag weer gaan lopen, klaagt nog over hoofdpijn, maar verder gaat het weer. Hij zit nu in Auch en is mij dus maar één dag voor, want ik hoop morgenavond daar te zijn.
Ik zit nu weer in een hotelletje, want hier in de buurt zijn weinig andere overnachtingsmogelijkheden. Dat is wel duur, maar Geer zegt dat ik daar vorig jaar ook over liep te zeuren en dat het in Spanje goedkoper wordt. Nou, als ik de zegen van mijn eigen minister van financiën krijg, zit het wel goed.
Ja, daar zit ik dan in een internet café in Toulouse. Met een Engels toetsenbord, dus dat gaat dan wat sneller dan met het Franse.
Vanmorgen ben ik al om zeven uur uit mijn keuken vertrokken. Gisterenavond gegeten met de curé, een geweldige vent met een grote baard, die kennelijk door zijn parochianen op handen gedragen wordt. Hij ondersteunt een project in Letland en heeft daardoor nu ook een soort huishoudster in dienst die Letse is. Ook heeft hij nog een Duitse jongen die hij als het ware opleidt in het begeleiden van mensen. Die jongen komt uit Beieren en is protestant, het meisje trouwens orthodox. Dus er zaten nogal wat verschillende geloven aan een tafel. Maar het eten was daarom niet minder lekker. De curé sluit de gite trouwens, want hij wordt overgeplaatst naar een andere plaats en er is niemand die het in Baziege van hem overneemt. Het is ook overal hetzelfde“
Goed, na mijn vertrek heb ik direct het jaagpad naast het kanaal genomen. Dat ging lekker makkelijk, want er waren geen stijgingen en afdalingen. Bovendien waren er overal bomen voor de schaduw. Er waren wel weer heel veel fietsers en dat is echt opvallend. Nergens in Frankrijk heb ik zoveel fietsers gezien als in deze omgeving. Er zijn zelfs fietspaden in de stad. Nou moet Frankrijk toch niet gekker worden!
Overigens zag ik onderweg in het Canal du Midi nog een bootje, afkomstig uit Voorschoten. Zij waren onderweg naar Beziers. Om twee uur kwam ik in Toulouse aan. Dat was voor pelgrims vroeger en is nu ook nog steeds een hoogtepunt, te vergelijken met Vezelay en Le Puy vorig jaar. Toulouse is een heel grote stad, dus er zijn lange wegen door de buitenwijken. Op een gegeven moment liep ik bij een bouwactiviteit en vroeg of ik kon doorlopen langs het kanaal. Ja hoor, geen enkel probleem. Alleen““ er was geen wandelpad meer. Ik liep dus over een brede vierbaansweg met mijn rugzak. Zo liep ik Toulouse binnen als een generaal zonder leger. Het was toch wel een grootse binnenkomst, want mensen toeteren naar je en steken hun hand op.
Ik ben direct naar het station gelopen omdat je daar meestal de goedkopere hotels hebt. Dat klopte“. alleen staan er verdacht veel meisjes op straat die heel aardig tegen je zijn. Dus wat heb ik te klagen???
Vanmiddag heb eerst mijn stempel gehaald in de Saint Sernin, waar ik ontvangen ben met de egards die bij een pelgrim horen, dus niet als een gewone, wandelende toerist. Men weet hier nog hoe het hoort. Of is dit nu weer hoogmoed??
Enfin, ik ga hier vanavond lekker eten en ik groet jullie allemaal.
Goed, de vaste burcht waarin ik vannacht mocht schuilen, bleek te worden beheerd door twee kapitaalkrachtige homo’s, die naar de zin van het leven zoeken bovenop de berg. Heel aardige mannen trouwens en zeer katholiek. Dus met recht het rijke, roomse leven. Het kerkje hebben ze al helemaal gerestaureerd en dit bevat nu glas-in-lood ramen, die komen uit het klooster waar ik vorige nacht geslapen heb.
Vanmorgen ben ik weer fris op pad gegaan en tot Villefranche heb ik in de heuvels gelopen. Dat was om een uur of twaalf, dus daar heb ik eten ingeslagen en toen ben ik verder langs het Canal de Midi gelopen en dat is gewoon vlak, dus dat loopt lekker. Het enige nadeel is, dat het er vandaag wemelde van de fietsers, want Frankrijk heeft vrij, het is bevrijdingsdag hier. Dat ze fietsen is niet erg, maar er is geen Fransman die een bel op zijn fiets heeft zitten, dus ze komen uit alle hoeken en gaten en flitsen je links en rechts voorbij met een noodgang. Halverwege stopt er naast mij ineens een auto met een mevrouw achter het stuur (Ja, weer een vrouw, ik kan het ook niet helpen). Ze stapt uit, komt naar me toelopen en zegt: ”Het spijt me, ik kan u helaas niet meenemen en ik ben ook bang dat u dat toch niet wilt, maar ik moet u even een hand geven, want ik vind het zo leuk dat u dit doet“?. En vervolgens vertrok ze weer. Leuk, hè? Verder lopen in deze omgeving heel weinig mensen, op deze route lopen trouwens toch veel minder mensen dan vanuit Le Puy.
Na zo’n dertig kilometer kuieren bij een temperatuurtje van 15 – 20 graden (en droog, wat bij jullie weer niet het geval was, ha, ha) besloot ik te stoppen in Baziege. Maar ja, vanwege de bevrijdingsdag is alles dicht, er is geen winkel open, maar ook geen restaurant of hotel. Dus dat werd weer aankloppen bij de kerk en gastvrij werd ik binnen gehaald. Ik slaap nu op een matras op de grond in de keuken van de kerk. Komisch is wel, dat midden tussen de volle en lege wijnflessen een crucifix staat. Ik vreesde even dat dit het symbool was dat ik het vanavond alleen met geestelijk voedsel moet doen, want dan komen we niet ver. Maar nee, ik eet vanavond samen met de curé en diens huishoudster, dus dat zit wel goed.
Terjé is al door Toulouse heen, maar sms-te dat hij het niet meer zag zitten. Hij is verkouden en zijn schoenen zijn kapot, dus hij ligt in bed. Volgens mij komt dat gewoon omdat het eerste stuk van de route erg zwaar was met veel te grote afstanden per dag. Vooral omdat je net begint met lopen, vergt dat gewoon heel veel van je. Zo beschouwd is het dus maar goed dat ik een zere voet had, waardoor ik gedwongen werd wat rust te nemen en de afstanden in te korten. Het zou me trouwens niet verbazen als hij gewoon wacht tot ik weer in de buurt ben. Morgen hoop ik in Toulouse aan te komen. Een kleine pelgrim in de grote wereldse stad dus, weer eens iets anders dan in een klooster.
Vanmorgen in het hotel werd mijn ontbijt verzorgd door een mevrouw die op Moe leek, vond ik. Dat dat niet alleen uiterlijk zo was, merkte ik toen ik vertelde dat ik vandaag naar Montferrand ging lopen. Ze zei verschrikt: ”Helemaal naar Montferrand? Maar dat is ver, hoor“?. Daarna boog ze zich naar me toe en fluisterde samenzweerderig: ”Maar er zijn onderweg bushaltes, hoor, en niemand zal er iets van zeggen als je een stukje met de bus gaat“?. Toen bedacht ik weer, dat ik ook zou kunnen liften en dan net zou doen alsof ik zwaaide als er een auto stopte, maar als die dan zou vragen of ik mee kon rijden, ja, dan kon ik niet weigeren natuurlijk“?. Daar hadden we dikke pret om samen.
Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik ben braaf gaan lopen, het hele eind, drieëndertig kilometer en onderweg echt niemand gezien. Het was koud en er stond veel wind, maar het was wel droog en volgens mij kunnen jullie dat niet zeggen vandaag! Het was op zich wel gemakkelijk lopen, langs een riviertje en een goed begaanbaar pad. Alleen aan het einde moest ik nog even een berg op, steil omhoog. Onderaan de berg lag een schooltje van één klas en dat was alles. Halverwege de berg was toen iets wat op een dorp leek, maar daar moest ik natuurlijk niet zijn. Nee, ik moest zo nodig helemaal bovenop de berg gaan logeren. En waar ik nu aanbeland ben, ik heb geen flauw idee, maar het lijkt op een soort religieuze commune of zoiets. Er is een ruïne en een heel oude kerk, daar hebben ze ook weer zoiets als vespers en lauden en metten en al die andere dingen, maar ik weet niet, er lopen hier allerlei alternatievelingen rond. Enfin, vanavond bij het eten zal ik er wel achterkomen wat dit nu precies is. In ieder geval mag er gepraat worden dit keer. En ik heb een grote kamer, leiver gezegd een soort zaal van acht bij tien meter, dus ik kan in mijn eentje wel een dansje doen. Maar dat gaat niet met mijn voet. Die is nog steeds niet over, maar ik denk elke avond, dat het er toch iets beter uitziet, dus ik houd de moed erin. De afstanden elke dag zijn hier groot, want er is onderweg geen slaapplaats en dat komt nu niet zo goed uit, want ik had liever even wat kortere stukken gelopen, maar ja, voor pelgrims worden geen lieverkoekjes gebakken, rijst met bessensap is genoeg. Deze kamer is trouwens wel erg koud, dus aan ontberingen ontbreekt het mij niet. Zo hoort het natuurlijk ook op het smalle pad. Bij Toulouse hoop ik dan ook een stukje brede weg te mogen proeven, want laten we eerlijk zijn, verleidingen horen er ook bij.
Het was een heel bijzondere belevenis om vannacht in een klooster te slapen. Het was de eerste keer dat ik in een klooster sliep, waar je geacht werd gewoon aan alles mee te doen. Ik ben gisteravond dus eerst naar de vesper gegaan en er werd heel veel gezongen. Inderdaad kwam een monnik me om precies vijf voor acht halen voor het eten en toen heb ik de maaltijd in de refter gebruikt. Eerst alle monniken en helemaal onderaan, aan de laagste plaats aan tafel, zat ik. En er wordt gedurende de hele maaltijd gezwegen, echt gezwegen zelfs geen ”alsjeblieft“?of ”dankjewel“?. Er wordt wel vriendelijk geglimlacht en geknikt, maar er wordt geen woord gesproken. Een monnik zat aan het hoofd van de tafel en die ging voorlezen uit een tijdschrift met alle nieuwtjes, wie er zalig verklaard was en zo. We kregen soep en brood en kaas, er was genoeg en omdat het zaterdag was, kregen we ook iets extra’s, rijst met boter en een soort bessensap. Ik vond het heel bijzonder om dit mee te maken.
Vanmorgen zat ik dus om zeven uur weer aan een zwijgend ontbijt met 63 monniken en slechts drie leken. Maar het geestelijk voedsel had ik toen al gehad: de lauden in de kerk. Weer heel veel zingen, erg indrukwekkend.. Toen de maaltijd afgelopen was, begon de leek naast me, die al die tijd al nieuwsgierig naar me gekeken had, toch tegen me te fluisteren. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam en waar ik naar toe ging. Toen hij hoorde dat ik naar Santiago ging, fluisterde hij: ”O, geweldig, ik ben Spanjaard en St Jacob is ONZE heilige. Elk Spaans gezin moet een keer naar Santiago gegaan zijn. Ik ben er al zeven keer geweest“?. Dat vond ik nogal wat, tot bleek dat hij het al die keren per auto had gedaan. Schuldbewust zei hij ook: ”Ja, eigenlijk moet het zoals u dat doet“?.
Bij het afscheid heb ik een fluisterend paatje gemaakt met de gastheer-monnik en hem gevraagd waarom hier eerst de Cartharen geweest zijn en later de Hugenoten. Volgens hem kwam dat omdat deze streek ver van Parijs ligt en er altijd een soort verzet is tegen Parijs. De Cartharen verzetten zich tegen Parijs en werden uitgemoord. Later werden de Hugenoten daarom ook van harte welkom geheten als een soort wraak tegen Parijs. Ik citeerde iets uit de bijbel en toen was hij helemaal verrukt. Hij kon wel merken dat ik een echte Protestant was, want anderen weten daar niets van. Hij vertelde ook nog dat dit klooster beïnvloed is door het protestantisme, omdat veel monniken van origine protestant geweest zijn en dat het klooster om die reden bekend ston om zijn zeer goede bijbelstudies, aangezien ze meer bezig zijn met wat er in de bijbel staat dan naar Rome te luisteren.
Toen ik de oprijlaan afliep van het klooster, kwam ik allemaal kerkgangers tegen, die me aanhielden en vroegen of ik naar Santiago ging en of ik dan voor hen wilde bidden. Hier in deze streek zijn ze er weer veel meer mee bezig dan in de streek waar ik vorige week was. Nou, na mijn vertrek mocht ik weer praten, alleen was er toen niemand meer om mee te praten, maar dat geeft niet. Ik ben nu uit de bergen, het is hier heuvelachtig zoals in Zuid-Limburg, dus het loopt makkelijker. Ik heb het rustug aan gedaan en heb zo’, twintig kilometer gelopen en nu zit ik in een Logis de France in Revel, een klein stadje, waar op zondagmiddag werkelijk niets te beleven valt. Verder kreeg ik een telefoontje van Terjé, dat ik in Toulouse niet de gids moet volgen, maar gewoon langs het kanaal moet lopen, want dat de rest allemaal onzin is. Nou, dan is het in ieder geval vlak! Tot morgen maar weer.
…….klopte eens een pelgrim aan
Nou, of ’s Heren zegen op mij neerdaalde vandaag, weet ik niet, maar ’s Heren regen in ieder geval wel. Althans vanmorgen. Ik loop nu weer in mijn eentje natuurlijk en eerlijk gezegd bevalt me dat ook uitstekend. En wat me nu toch weer overkwam. Om een uur of half een werd het droog, dat loopt een stuk gezelliger en ik liep op een weggetje toen er ineens een auto naast mij stopte met een vrouw erin. ”Stap gauw in“?, zei ze, ”dan gaan we eten!“?. Nou, een pelgrim moet natuurlijk blij zijn met alles dat op zijn weg komt, dus ik stap in. We reden naar haar huis, ze woont alleen en het was er een verschrikkelijke bende, maar in een mum van tijd had ze een pan spaghetti met kip klaar en verscheen er van alles op tafel, chocola en toetjes en fruit. Zulke dingen maak je echt alleen maar mee, als je alleen loopt, maar het zijn wel ontzettend leuke dingen natuurlijk. Ik heb er zo’n twee uur gegeten en gezeten en ben toen weer op mijn gemakje doorgekuierd. Mijn voet is nog steeds open, maar als ik maar blijf lopen gaat het wel. Als ik een tijd gezeten heb zoals vanmiddag, dan kost het moeite om weer om gang te komen en loop ik wel een half uur pijn te hebben. Dat is tegenwicht tegen de luxe, Jaap.
Nu ben ik aangekomen in Encalcat en klopte deemoedig aan de deur van het klooster aan. Een prachtig klooster overigens en niet zo oud, maar honderd jaar of zo. Ik werd ontvangen door twee monniken met de woorden: ”Een pelgrim voor St Jacob sturen we nooit weg“?. Ik heb een hele ruime kamer, dus echt geen monnikscel oftewel, de monniken hebben het ook wat beter gekregen.
Ik ben uitgenodigd voor de vesper van zes uur en kan dan binnendoor naar de kerk, ”Dan hoeft u niet helemaal om te lopen“?, zei de broeder. En dan ga ik weer naar mijn kamer en wordt om 18.55 uur opgehaald door een monnik die me gaat begeleiden naar de eetzaal en daar eet ik gezamenlijk met de monniken. Dit is weer een heel nieuwe ervaring, maar wel genieten! Ik heb vandaag maar twintig kilometer of zo gelopen en ben van plan om morgen ook zoiets te gaan lopen. Rustig aan, maar wel doorlopen, dan maar pijn in mijn poot! Ja, zoet maar, als het zo blijft, ga ik nog wel een keer een dokter of zo opzoeken!
Nou, er valt dit keer niet veel te melden van het front. Ik heb namelijk zitten wachten tot mijn voet dichtging en het is nog steeds koud en het regent de hele dag. Hier word ik niet vrolijk van. Mijn voet ziet er wel iets beter uit, maar hij is nog steeds niet dicht. Nou, open of niet, morgen ga ik weer lopen en dan zie ik wel hoe ver ik kom.
Gisteravond heb ik voor een slaapplaats voor Terjé gezorgd en hebben we samen gegeten. Opvallend is dat we allebei het gevoel hebben dat het veel zwaarder is dan vorig jaar. We snappen zelf niet hoe dat komt, maar het is meer gedoe, zeggen wij. Waaruit dat gedoe dan bestaat, geen idee. Vorige keer konden we beter loslaten.
Wat een waarheid is als een koe, is dat je je van vorig jaar vooral het laatste stuk het beste herinnert, toen we al maanden gelopen hadden. Hoe het in het begin ging, weten we niet meer eigenlijk. En ik denk voor mezelf dat het er ook mee te maken heeft dat je er nu als het ware ineens middenin ploft en er vorig jaar meer langzaam aan naar toeleefde. Eigenlijk zit ik nu gewoon te zwammen, want ik weet gewoon niet hoe het komt, maar kennelijk ben ik niet de enige die het zo ervaart.
Nou, in ieder geval, vannacht lekker slapen en“. morgen weer verder!!
Gisteravond hebben we zeer uitbundig gegeten met zijn allen, het was in één woord geweldig. Dus vanmorgen na een sober ontbijt weer op pad voor een tamme wandeling (zoals wij dat noemen). Het was somber weer, maar tot 12 uur bleef het droog. Alleen moesten we door heel veel beekjes waden en dan houd je het ook niet droog. Gezien mijn arme voet heb ik besloten vandaag maar twintig kilometer te lopen tot Angles en daar de bus te nemen naar Castres. Ik heb mij dus het hoongelach van mijn medepelgrims moeten laten welgevallen, dat snappen jullie. Maar ik heb het gedragen als een man, want ik wil gewoon verder en dus geen risico’s nemen. Geer humde goedkeurend bij dit wijze besluit en mompelde al iets van: ”Dan neem je toch gewoon elke dag een stuk de bus“?, maar dat is geen zaken doen. Bovendien heb ik het weer geweldig naar mijn zin met dat geloop.
Om ongeveer half twee was ik in Angles en toen ik geld ging pinnen (want een pelgrim komt er niet alleen met een bete broods, wat pegulanten in de achterzak is ook wat waard, een moderne pelgrim dus die met zijn tijd meegaat), kwam het meisje van de bank met twee collega’s er juist weer aan na de lunch. Kon ik mooi meteen vragen waar de bus naar Castres stopte en hoe laat die ging. ”Nou“?, zei het lieve kind toen, ”die stopt hier niet en komt hier ook niet. Er komt hier geen enkele bus“?. ”Kijk“?, dacht ik berouwvol, ”Jacob bestraft me meteen al“?, maar het bleek dat hij toch ook medelijden kon tonen, want het meiske zei tegen een van haar collega’s: ”Waar ga jij vanmiddag naar toe? Naar Rodez? Nou, dan kom je door Castres“?. En toen stond ik een half uur later in Castres, keurig afgezet in het centrum. Eerst maar op zoek naar een kamer, dus op naar de VVV. Die wisten eerst alleen maar hotels, waar de kamers 60 Ã 70 Euro per nacht kosten en aangezien ik twee nachten wil blijven, vond ik dat toch te gortig. Uiteindelijk vonden ze toch nog een ander hotel, het minimum voor de minima zogezegd. Ik heb een kamertje met een bed, een wastafel, een houten keukenstoel en een piepklein tafeltje. Douche en toilet zijn op de gang, maar“..ik zit midden in het centrum en betaal € 51 voor twee nachten. En nu kan ik tenminste als een echte pelgrim peinzen. Morgen kan Geer dus de website openen met: ”De vermoeide, oude pelgrim zat peinzend op zijn sobere kamertje““““““?
Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een apotheek. Nou, het is hier nog net als vroeger, de apotheek staat vol met mensen die met zakken vol medicijnen de deur uitgaan. En als ze iets tegen je zeggen, praten ze niet gewoon, maar gaan ze tegen je fluisteren, zodat je verschrikt denkt: ”Ik zal wel een hele enge ziekte hebben“?. Dus ik zeg tegen de fluisterende apothekersassistente dat ik pelgrim ben, dat mijn voet open is en dat ik nog veel moet lopen, en vraag of ze er een zalfje of zo voor heeft. Ja, dat kon ze zo niet zeggen, ze moest het eerst zien. En dus stond pelgrim Theo in een overvolle apotheek zijn schoen en zijn sok uit te trekken onder de belangstellende blikken van de bezoekers, die nadrukkelijk deden alsof ze niets zagen. Dus zo privé is dat fluisteren nou ook weer niet. Maar toen ze mijn voet zag, was het ”O la la“? niet van de lucht en werd ik plechtstatig naar een klein kamertje geleid, want hier moest iets aan gedaan worden. Toen werd de ”docteur en pharmacie“?erbij gehaald, die zich ernstig over mijn bezwete voet boog. Kijk, dan heb je weer status, zoals het hoort. De voet werd ingesmeerd met een of andere knalrode vloeistof, want zalf erop was helemaal fout, en liefdevol verbonden met een prachtig verband. En verbazend hoeveel personeel er tijdens deze behandeling ineens even in dat kamertje moest zijn. Kijk, een paar maal is mij al verteld dat ik ”schöne beine“? heb, maar mijn voeten mogen er kennelijk ook zijn. Ik kreeg een paar dozen mee van dat spul om er op te smeren en dat alles voor € 4. Ik mocht er ook wel mee lopen, maar het zou beter zijn als mijn voet, die zojuist zo keurig was ingepakt, zoveel mogelijk blootgesteld zou worden aan de open lucht terwille van de genezing. ”Dan droogt het uit“?, zei het lieve kind, terwijl het buiten hoosde. Ik zag mijzelf morgen al de hele dag op mijn keukenstoel zitten met een voet buiten het raam vanwege die open lucht, maar dat schijnt iets anders te zijn dan buitenlucht. Ik moet er alleen maar geen sok of verband omheen doen. Dus Geer kan haar mooie begin van morgen niet vervolgen met: “““..en staarde mistroostig uit het raam naar zijn opgezwollen voet, die uit het raam bungelde“?. Maar, geloof het of niet, ik liep naar buiten (weer met sok en schoen aan natuurlijk) en het hielp meteen, ik liep stukken beter. Ik zie nu mijn familie denken: ”Ja, ja, op wie lijkt hij nu?“?, maar het is echt waar. De apotheker wist niet of één dag genoeg was om mijn voet geheel te laten herstellen, maar ik weet het wel. Morgen een rustdag, maar dan weer verder. Waarschijnlijk zie ik morgenavond Terjé en ‘mijn’ Zwitsers weer, want die zullen dan wel hier zijn.
Vanmiddag ben ik naar het postkantoor gegaan en heb een doos naar huis gestuurd met spullen die ik niet nodig heb. En dat kost dan weer € 29 maar liefst. Gery heeft me vermanend toegesproken en gezegd dat ik nu morgen de hele dag kan nadenken over een paar Poste Restante adressen, zodat mensen een kaartje kunnen sturen. Ik beloof het!!
Het ging vandaag lekker met mij, maar met het weer allesbehalve. In de gids staat dat ik nu in een streek ben die onder invloed staat van de Atlantische Oceaan en dat heb ik geweten. Het is ook een groene streek en dan weet je het wel: regen, regen, regen! Het viel met bakken uit de hemel. Maar onder mijn poncho blijft het nog droog en de tocht was minder zwaar. Mijn voet is nog open en ik heb besloten morgen naar Angles te lopen en dan de bus te nemen naar Castres. Dat is een grote stad. Daar wandel ik dus naar een apotheek en neem een dagje rust, zodat het voetje kan genezen. Op deze manier gaat het niet dicht; ’s morgens is het beter, maar als ik er dan weer mee ga lopen, gaat het weer open. Wat ben ik toch verstandig!! Laat mij maar gaan.
Toen ik La Salvetat naderde en mijn hotel moest zoeken, dacht ik wijs dat het wel in het centrum zou zijn. Dus ik bestijg de berg zo’n anderhalve kilometer naar het centrum, maar kon het niet vinden. Maar eens vragen aan een paar jongens. Nou nee, dan zat ik echt helemaal verkeerd, ik moest weer naar beneden, de brug over en aan de andere kant weer omhoog en dan na een kilometer of twee was het hotel. Dus ik daal weer af, steek de brug over en stijg aan de andere kant weer op. Lopen, lopen, lopen. Na twee kilomerter: niets, na drie kilometer niets, na vier kilometer nog niets. En maar regenen ondertussen. Het land werd leger en leger, dus ik dacht: ”Dit kan niet goed zijn“?. Ik had een klein eindje terug iemand in zijn tuin zien staan, dus daar maar eens vragen. Ik wilde de man net aanspreken, toen naast mij een auto stopte“““. met een van de Zwitsers erin. Zij hadden in het dorp een pizza gegeten en toen ook de weg gevraagd, waarop een vriendelijke man had gezegd: ”Mik die rugzakken maar in de auto, ik breng jullie wel even, want het is nog een heel eind“?. Onderweg zagen ze mij lopen, zijn doorgereden naar het hotel en toen is een van de Zwitsers weer met de man mee terug gereden om mij op te halen. En toen werd ik dus ook vorstelijk in de auto tot de deur van het hotel gereden. Het bleek inderdaad nog verder te liggen en het was zeker een kilometer of zeven buiten het dorp.
En nu zit ik weer prinsheerlijk in een ”Logis de France“?. Dat kan ik echt niet helpen, want de gite was vol, daar konden maar zes personen in. Het is dus pure overmacht, een kamer voor Terjé en mij, een warme douche en lekker eten vanavond. Maar ja, een pelgrim moet met alles tevreden zijn toch??
Volgens het weerbericht hier blijft het regenen voorlopig, wees blij dat ik hier ben, want nu hebben jullie het droog. Je weet: Als ik ergens kom, gaat het er regenen, zelfs in de woestijn!
Ik ben vanmorgen met de zomer vertrokken, bovenop de bergen was het winter en nu ben ik in de herfst beland. Dus warm heb ik het niet meer.
Gisteravond hebben we een geweldige avond gehad, het jonge stel haalde na het eten twee gitaren tevoorschijn en een drumstel en zo werd het groot feest. Ik heb genoten.
Vanmorgen weer met frisse moed op weg door een streek die vroeger bekend stond als heel gevaarlijk door de eenzaamheid en het slechte weer. Nou, gevaarlijk is het niet zo erg, maar wel heel eenzaam, het is echt een verlaten streek met heel af en toe een dorpje. Het is een leeg land. Ik heb vandaag de hoogste top beklommen voor de Pyreneeën, nu gaat het weer langzaam naar beneden. En wat het slechte weer betreft: dat kwam uit, want bovenop de berg barstte er een verschrikkelijk onweer los en zag alles binnen korte tijd wit van de hagel. Maar onder mijn nieuwe poncho blijf ik droog!
Ik dacht vandaag een stevige stok gevonden te hebben, maar het was maar een stok en geen staf. Want hoe hard ik ook op het water sloeg van een beekje waar ik doorheen moest, het water week niet, maar mijn stok brak! Dat heb je er nou van als je je eigen trouwe stok vergeten bent. Zo’n staf moet je ook krijgen natuurlijk, dan is het pas een echte!
Nu zijn we beland in een Logis de France in Murat sur Vèbre, na 28 kilometer. Valt mee, hè, de afstand vandaag. Het is hier gewoon pure herfst. Koud en nat, ik heb mijn trui aangetrokken. Het klettert van de regen en binnen heb ik geen bereik met de telefoon, dus ik sta nu buiten onder het balkon. Het is wel grappig, want dit geldt voor iedereen natuurlijk en nu zie ik de een na de ander naar buiten komen met de telefoon. Maar er is geen ruimte meer onder het balkon, dus zij worden nat en ik niet. Aangezien dit geen echt nette pelgrimsgedachte is, ga ik maar naar binnen om het Wilhelmus te zingen in mijn eentje.
Tjonge, wat was dat een verschrikkelijk zware dag vandaag. Ik moest steil omhoog over een pad met allemaal rollende stenen. Kortom, het was zwoegen en zweten. En ik heb nu wel een pet, maar nog geen stok en die had ik vandaag goed kunnen gebruiken. Terry, die overigens geen Terry heet, maar Terjé, en ik vertrekken ’s morgens samen, lopen verder voor het grootste deel óp onszelf’en zien elkaar dan ’s avonds weer. Dat gaat prima zo en we lopen nu al een week zo. Dat is weer een nieuwe ervaring. Maar goed, vandaag was hij er een uur eerder dan ik en had toen al een kamer voor me gereserveerd en had zo’n medelijden met me dat hij zelfs mijn rugzak gedragen heeft. Nou moet je niet denken dat hij dat kilometers lang gedaan heeft, het waren maar vijftien meters. Ook hij had het verschrikkelijk zwaar gevonden vandaag, dus zijn we eerst maar eens onderuit op een terras gaan zitten om eens hard te klagen over deze zware tocht. Net toen wij elkaar en onszelf zo heerlijk zaten te beklagen dat het geen doen was en zo en dat het vandaag lijden was, kwamen er drie Zwitsers het terras op. Daar maak je dan natuurlijk het gebruikelijke praatje mee en wat zeiden die: ”Het viel vandaag gelukkig mee, hè?“? En het is echt waar, die gasten kunnen klimmen, dat wil je niet weten. Na 30 kilometer klimmen, struikelen Terjé en ik buiten adem de berg af en zij gaan jodelend naar beneden.
Gisteravond zaten we trouwens in het hotel, waar bleek dat we de enige twee gasten waren, met een zeer chagrijnige hotelière. Er kon geen goed woord af en alles wat we vroegen, kon niet. Wat doe je eraan? Ik wist het ook niet, maar toen we gingen eten en in het restaurant kwamen dat bij het hotel hoort, riep ik: ”Wat ziet het er hier gezellig uit!“? En geloof het of niet, maar Madame draaide om als een blad aan de boom, alsof je een knop omdraaide. Uiterst vriendelijk en ineens was het natuurlijk helemaal geen bezwaar dat we de andere ochtend al om 7 uur wilden ontbijten! En wat spraken we toch goed Frans, enz. enz.
Vandaag ziet het er wat dat betreft een stuk beter uit. We hebben 29 kilometer gelopen en zitten nu in St. Gervais-sur-Mare in een heel leuk huis met allerlei kruip-door-sluip-doorgangetjes en hoekje bij een jong stel, die ons enthousiast begroetten. We eten hier ook vanavond en er staat lamsvlees op het menu met een toetje uit de streek. Dus dat komt wel goed vandaag.
Het is heel anders dan de vorige keer, er is een heel andere sfeer met al deze érvaren’ lopers en de route is veel zwaarder. Maar dat komt waarschijnlijk, omdat ik er nu zo vanuit de trein middenin plofte en meteen met de zware bergtochten begonnen ben, terwijl dat de vorige keer natuurlijk veel later aan de orde was, toen ik al helemaal ingelopen was. Denk niet, dat ik het nu minder goed naar mijn zin heb, want ik begin er weer helemaal in te komen. Mijn voet ziet er iets beter uit en eigenlijk zou ik er natuurlijk verstandig aan doen een dag rust te nemen, maar dat kan altijd nog en dat wil ik eigenlijk doen als ik in Toulouse ben, want die stad wil ik wel even goed bekijken, dus daar neem ik dan tijd voor. Jawel, ik doe heus wel verstandig en als ik denk dat het niet gaat, neem ik gewoon eerder een vrije dag! Maar voorlopig moet ik nu even naar de koele pils op het terras en dat gaat echt wel lukken!
Nou, de zusterlijke raad een briefje om mijn nek te doen, is niet meer nodig, want ik heb een petje. Vanmorgen zijn we in Lodeve eerst naar de markt gegaam om een petje te kopen en een bekijks dat we hadden! Op den duur stond er een hele groep om ons heen. We hoefden nog net geen handtekeningen uit te delen. Maar..ik heb een pet.
Het was vandaag zo’n vijfentwintig graden, dus iets koeler, al is het bergje op, bergje af nog wel steeds zweten natuurlijk. Mijn voet is nog open en rood en dat geeft vooral bij het opstarten problemen, als ik eenmaal loop gaat het wel weer. Ik houd het in de gaten. En zolang ik (alweer) geprezen ben om mijn mooie benen verzoet dat het lijden. Er liepen twee Franse dames een stukje mee en de ene dame ging achter mij lopen, want dan kon ze steeds kijken naar die ”jolies jambes“?. Kijk, dat bedoel ik, doet Geer dat wel eens? Er lopen hier weer allerlei nationaliteiten en soms weet ik zelf niet meer welke taal ik nu eigenlijk spreek: Duits, Engels, Frans of Nederlands. Dan roept Terry: “? Engels!!“? Hij spreekt heel goed Engels en daar rommelt hij dan wat Skandinavisch doorheen.
Het is behoorlijk druk met wandelaars, want de meeste Fransen hebben een week vrij in verband met 1 mei. Het zijn meestal geen pelgrims, maar mensen die een stuk van de Grande Randonnee lopen, maar ja, ze moeten allemaal slaapplaats hebben, dus dat wordt vechten om een bed. Ik wandel de hele dag met Terry en dat bevalt tot nu toe goed, we verstaan elkaar letterlijk en figuurlijk. En we hebben vandaag, verstandig als we altijd zijn, maar 17 kilometer gelopen, een heel lang stuk omhoog en vervolgens weer een heel lang stuk omlaag. Het is hier echt op en neer, maar wel een prachtige streek.
Nu zitten we in een waardeloos hotel. Ze hebben wel kamers met twee losse bedden, maar die kregen we niet, wij moesten maar twee kamers nemen. Ik beken, ik geef toe, niet alle Fransen zijn aardig! Mijn wasje is weer gedaan, dus ik ben voor vandaag weer klaar. We zitten nu in Le Bousquet d’Orb, een paar kilometer van Lunas. En het barst hier in de omgeving echt van de Nederlanders, een op de drie toeristen is een Nederlander. Zeg, zijn er eigenlijk nog wel mensen daar in het lage land? Of zitten die allemaal hier?
Morgen gaan we voor dertig kilometer en dat wordt dan tweemaal duizend meter omhoog en weer naar beneden. We gaan er weer voor!
Nog even terugkomen op de Fransman met zijn harem: vandaag vernam ik dat hij vanmorgen een taxi heeft genomen en naar huis is gegaan. Hij is dus afgehaakt. Wat zou Freud daarvan zeggen?
Maar wat hebben Terry en ik vandaag geleden, zeg, we zijn helemaal kapot in Lodeve gearriveerd en mijn ene voet is bovenop stuk. Maar ja, we wilden zo nodig stoer zijn. Na circa vijfentwintig kilometer lopen was er een slaapplaats, dus daar hadden we kunnen stoppen. Ik liep met Terry, we waren al om zeven uur vertrokken, dus rijkelijk vroeg en we keken elkaar aan: ”Wat zullen we doen? Blijven we hier?“? Op dat moment passeerden ons de twee Zwitserse klimgeiten, die stoer doorliepen. Wij keken elkaar weer aan en Terry zei: ”Wat zij kunnen, kunnen wij ook“?, dus wij vervolgden stoer onze weg. Hadden we nou maar nooit op dat onzalige idee gekomen, want vervolgens hebben we 15 kilometer geklommen, omhoog en omhoog en omhoog. Vervolgens raakten we op de een of andere manier de weg kwijt, want we kwamen in een dorp terecht, dat 7 kilometer voorbij onze bestemming lag, dus dat betekende weer 7 km teruglopen. We zagen wel een pad, dat een kortere weg leek, maar gezien onze zojuist opgedane ervaringen durfden we dat niet te nemen, want wie weet waar we dan weer terecht zouden komen. En ja, na 5 kilometer lopen stonden we dus aan de andere kant van dat pad, we hadden zo door kunnen steken!
De laatste tien kilometer hebben we om beurten geroepen: ”Wat er ook voorbij komt, al is het een kinderwagen, ik stap in en loop geen stap meer“?. Maar natuurlijk kwam er niets. Uiteindelijk waren we dus om half acht vanavond in Lodeve, 12 1/2 uur na vertrek en ik schat 47 km (!!!!). Compleet versleten, maar gelukkig hadden we vanmiddag een hotel geregeld, dus een riante kamer hadden we vandaag echt wel verdiend, niet dan?
Het was gelukkig iets minder warm dan gisteren, maar ik heb vandaag 4 liter water gedronken! Geer eiste voor morgen een rustdag, maar die thuisblijvers hebben er natuurlijk geen verstand van, we gaan morgen gewoon weer een stukkie lopen!Mijn voet is netjes verzorgd en voor morgen heb ik een soort nylon sokje gekregen om er omheen te doen, dat schijnt goed te zijn. Dus“. wij dispereren niet! Maar namen wel een kloek besluit: morgen een Michelinkaart kopen, zodat we weten waar we ons bevinden en een kortere route kunnen uitzoeken, wanneer we dat nodig vinden. Wat ik nu heb is een gids van de Grande Randonnee en dat is net als in Nederland, zo’n route maakt omwegen om je langs de mooiste plekjes te laten gaan. Nou, die mooie plekjes zien we dan wel ergens anders!
Vanmorgen om kwart voor zeven stegen we in de bus om het industrieterrein zo snel mogelijk achter ons te laten en daarna was het 35 kilometer lopen geblazen. Ik heb een stuk alleen gelopen, eeen stuk met een Fransman, een stuk met Terry de Noor en zo gaan de kilometers dan onder je voeten door. En voor je het weet, beland je dan in St. Guilhem-le-Desert, een schiiterend plaatsje. Wie nog eens een mooie plaats wil zien, moet daar echt heen gaan. Het is in 805 gesticht door ene Willem van Oranje. Hij was een neef van Karel de Grote en na de dood van zijn vrouw is hij hier in het klooster gegaan. En in dat klooster slaapt nu een arme pelgrim, bij de nonnetjes. Nou, niet letterlijk natuurlijk en bovendien niet alleen, maar met een aantal andere mannen: de twee klipgeiten uit Zwitserland, een Fransman en Terry de Noorman. De Franse kunsthandelaar met zijn harem is een beetje eigenwijs manneke, helaas heeft hij met zijn geschiedeniskennis een paar keer bij mij het onderspit moeten delven, omdat ik iets wist dat hij niet wist en de harem keek daarbij zeer tevreden toe. Toen bleek dat hij ook nog een stuk omgelopen had, kreeg hij van de dames de volle laag: ”Jij weet toch zo goed de weg“? Ja, dan voelt een Fransman zich natuurlijk hoog beledigd, je zag zijn ego slinken.
Ik heb hier een prachtig stempel gekregen, echt de moeite waard om te zien. Ik heb een roodverbrande kop, maar de pet is een probleem. Dat zit namelijk zo: Als er ergens petten te koop zijn, den ik er niet aan en als ik eraan denk, zijn er geen petten in de buurt.
Morgen wacht me weer een fors stuk. Dit eerste gedeelte bestaat uit grote stukken, omdat er onderweg weinig is om te slapen, maar dat wist ik thuis al, dus gewoon de blik op oneindig en wandelen maar.
Het gaat weer geweldig!En jazeker, ik ben het laatste stukje wel met de bus gegaan, maar dat was wel na 32 km lopen!Gedeeltelijk heb ik alleen gelopen, en een deel met Terry de Noor en met 4 Fransen: een kunsthandelaar en drie vrouwen, zodat we het hier hebben over zijn harem natuurlijk. En verder ook nog met twee Zwitserse klipgeiten (of liever gezegd: klipbokken): een man van 64 jaar en een man van 72 jaar. Dus ik ben nog een jonkie! Het is wel heel opvallend dat iedereen die ik hier tegenkom, de tocht niet voor het eerst doet. Sommigen gaan al voor de tiende keer! Geer zei al streng: ”Dat ga jij niet halen“?, maar ik klamp me vast aan mijn zussen, die ervan uitgaan dat dit niet mijn laatste tocht zal zijn.
Het is gewoon weer fantastisch en Montpellier is een geweldig leuke stad. Overal klinkt muziek en iedereen is op straat. Het is ook erg warm hier, ruim dertig graden. En zonder enige moeite kwam ik in het bezit van een simkaart voor mijn mobiel, dus ik ben weer bereikbaar.
We slapen vannacht in de hoofdkerk van Montpellier, de bisschopskerk. In een gedeelte hebben ze een gite gemaakt voor de pelgrims. We werden ontvangen door broeder Stephanus, die ons streng toesprak wat wel en niet mocht hier. Ik zei tegen hem dat ik Protestanter was dan Luther en Calvijn bij elkaar, maar dat vond broeder Stephanus geen ramp, want hij had ook al aan Hindoes onderdak gegeven. Dus vannacht kan ’s Heren zegen de hele nacht op mij neerdalen. Het enige nadeel zijn de kerkklokken. Die zijn namelijk vlak boven ons hoofd en volgens mij luiden ze elk kwartier met donderend lawaai. Ze gaan zo tekeer dat Gery ze door de telefoon zo duidelijk hoorde dat ze dacht dat ik er naast stond. Ja, als pelgrim heb je heel wat te doorstaan. Nu word ik door mijn medepelgrims aan mijn mouw getrokken, want ik moet Terry gaan halen, die staat alweer veel te lang onder de douche en we moeten nog een avondwandelingetje door de stad maken. Het spijt mij, maar ik moet dus gaan, de pelgrim wordt geroepen! Tot morgen!
P.S. Voor wie wil bellen of sms-en: Theo’s nummer is: 0033 637653715. Groeten, Gery
Het was vandaag prachtig mooi weer. Ik heb gigantisch gezweten en nu ziet het overal gigantisch rood, zelfs op mijn hoofd. Ja, stil maar, ik had geen pet op, maar die heb ik nog niet. Mijn trouwe visserspet van de visclub van St Etienne is vorig jaar in Santiago gebleven en ik ben nog geen nieuwe visclub tegengekomen. Ik zal toch niet zelf een pet moeten kopen dit keer?
Het was een prachtige tocht door wijn- en boomgaarden vandaag en over een goed begaanbare weg. Om kwart voor acht vertrok ik en om kwart voor drie had ik 29 km achter de kuiten. Ik zit nu met acht pelgrims (niet dezelfde acht van gisteren) in een gite. We hebben ieder een eigen kamer en er is een grote tuin bij. Ideaal, daar gaan we vanavond met zijn allen in eten, dus dat wordt gezellig. Al jaloers? Na aankomst heb ik gedoucht, mijn wasje gedaan en toen bellen, dus ik begin weer terug in het ritme te komen. Er zit trouwens veel te veel in mijn rugzak, allemaal troep die ik vast niet nodig heb. Geer zegt: Gooi maar aan de kant van de weg“?, maar dat gaat natuurlijk niet, ik ben wel een Hollandse pelgrim en die gooit niet zomaar dingen weg.
Ik heb vandaag een heel stuk gelopen met een Noor, Terry. Hij is altijd piloot geweest en is dus heel bekend op Schiphol. Maar, zoals hij zelf zegt, de rest van Nederland kent hij totaal niet. Hij is al een poosje opa en had genoeg van het oppassen en het huishouden doen. Wat wel grappig is, is dat hier allemaal mensen lopen, die de tocht al eerder hebben gedaan. We zijn dus oude rotten onder elkaar. Ach ja, die beginnelingen nemen deze route natuurlijk niet.
Morgen ga ik 25 kilometer lopen en dan““““““ stap ik op de bus!! Ja goed, kom maar op met je commentaar, maar bedenk daarbij dat ik tenminste eerlijk ben. Op de eerste plaats heb ik de hele tocht een keer gelopen, dus ik mag nu best af en toe smokkelen van mezelf en op de tweede plaats gaat het laatste stukje van 5 km alleen maar over industrieterrein en daar loop ik niet op te wachten. Morgen hoop ik dan in Montpellier aan te komen en dan ga ik vervolgens het centrum bekijken, maar eerst op zoek naar een simkaart! Nu moet ik echt gaan eten!!
Ziezo, vanmorgen om half negen ben ik vertrokken en nu ben ik na zo’n 23 kilometer met open armen ontvangen in de kathedraal van St. Giles. Ik kreeg zelfs een speciale stoel aangeboden om op te zitten en er werd ook gezoprgd voor een onderdak. Ik slaap vanavond in een huis van de kerk. Ik dacht dat ik zo ongeveer de enige was, maar ik zit vanavond in de bar aan tafel met acht andere pelgrims voor het pelgrimsdiner.
Het eerste stuk ben ik langs de Rhone gelopen, erg mooi en daarna tussen de wilde paarden in de Camargue. Het is een prachtige streek en ik liep door wat ik al dacht dat het rijstvelden waren, maar dat heb ik toch maar even gecheckt. Een paar weken gelden riep ik dat ik door een vogelreservaat in de Wijdewormer was gelopen en dat bleek toen een soort baggerveld te zijn. Je ziet, Jinze, ik ga niet over één nacht ijs en het waren inderdaad rijstvelden, die onder water staan.
Over ijs gesproken, het is hier heerlijk warm, ik zeg het maar even.
Vervolgens ben ik nog heel veel kleine riviertjes overgestoken en toen was ik er. Mijn voeten hebben zich en mij (even doordenken) uitstekend gedragen vandaag, maar verder moet ik weer aan het ritme wennen en is het nog rommelig voor mijn doen. Ik ging vanmiddag douchen na aankomst en toen ik me uitgekleed had, kwam ik erachter dat ik geen handdoek had. ”Thuis vergeten“?, dacht ik bezorgd en heb mij weer aangekleed om vervolgens een half uur heen en terug naar een supermarkt te lopen om een handdoek te kopen. Dat is allemaal prima gelukt en zo kon ik weer douchen en me ook nog afdrogen met mijn nieuwe handdoek. Het was alleen een beetje pijnlijk toen ik, fris gebaad, mijn rugzak ging ordenen en “.. daar keurig opgevouwen mijn handdoek in vond.
Verder heb ik vandaag in allerlei tabacs een simkaart proberen te scoren, maar dat is niet gelukt helaas. Ze schijnen nu eert een kopie van mijn paspoort ergens naar toe te moeten sturen en daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Nu bel ik in een telefooncel, roep tegen Geer het nummer en die belt me dan terug. Wel lekker goedkoop voor mij, maar het is toch lastig dat ik mijn mobieltje niet heb om onderweg vast slaapplaats te regelen voor ’s avonds, dus ik hoop dat het in orde komt. Het zal echter nog wel een paar dagen duren voor ik een ‘echte’ telefoonwinkel tegenkom. Tot die tijd moet de pelgrim dan maar eenzaam ronddolen.
Morgen moet ik ruim dertig kilometer lopen, dus dat zal wel iets zwaarder zijn dan vandaag en ik weet niet of er aan het einde weer een telefooncel op mij wacht, maar dat merken jullie dan vanzelf wel.
Nou, dat was wel een heel ander begin dan vorig jaar, moet ik zeggen. Om half acht vertrok mijn trein uit Amsterdam CS en om daar te komen was alleen al een hele toer. In Amsterdam kun je niet parkeren, dus met de trein vanuit Zaandam leek wel een goed idee. Alleen“.de eerste trein vertrok pas om half acht en daar heb je niets aan natuurlijk.Dus we zijn met de auto naar Amsterdam-Noord gereden en hebben daar de pont naar het Centraal Station genomen. Dus uiteindelijk weer vanaf de pont en dat was dan weer net als vorig jaar.
De reis zelf naar Arles is prima verlopen. Ik zou er vanavond om half acht zijn, maar ik was er al om zes uur. En ik wil jullie natuurlijk niet meteen de ogen uitsteken, maar het is hier prachtig weer, zo’n 25 graden en iedereen zit buiten. Dus dat wordt vanavond buiten eten. Ik zit nu in een hotelletje, dus wie doet me wat. Ik ben nog wel even op stap geweest, maar het is zondag dus alles is dicht.
Ik wilde morgenochtend mijn eerste stempel halen in het kerkje op de Alyscamps. Dat is een oude Romeinse begraafplaats, die later erg gewild was onder de Christenen ook. Iedereen wilde zich daar laten begraven, ook mensen die ver buiten Arles woonden. Die lieten dan hun doden in een kist gewoon in de Rhone wegdrijven, dan kwamen ze vanzelf in Arles terecht. Ze gaven wel een goudstuk mee voor de kosten. Nu nog staan er overal de sarcophagen, maar ook in het kerkje is niet veel leven meer, want je kunt er nog wel een stempel krijgen, alleen arriveert de pastoor pas ’s middags om 4 uur. Dus dat laten we dan maar zitten, want ik wil morgen op pad!!
Ja, zo gaat dat dan. Je denkt: “Laat ie nou maar naar Santiago lopen, dan hebben we dat weer gehad”. Mis dus. O, in het begin was het napraten en als mensen vroegen wat zijn volgende plannen waren, zei hij tegen mij: “Iedereen denkt nu dat ik volgend jaar weer ga lopen, hoe komen ze daar toch bij?” Ik zei niets, maar dacht er het mijne van natuurlijk. En zo halverwege de winter veranderde de toon al wat in: “t Was fantastisch, ik zou het best nog eens willen doen. Niet het hele stuk natuurlijk, maar een klein eindje of zo”. Naïef zei ik: “Nou, dan doe je dat toch deze zomer? Je hebt tijd genoeg” Ik dacht aan af en toe een weekje of zo, want, zoals me herhaaldelijk verzekerd werd, “Ik ga natuurlijk niet zo lang”.
De volgende zet was: “Als ik nou met de trein naar Arles ga, dan kan ik weer door de Pyreneeën lopen” “Waar kom je dan uit?”, vroeg ik argeloos. “Ja, wat denk je? In Santiago natuurlijk!” Ik zei nog bedremmeld: “Ik dacht dat je niet meer zo lang zou gaan”, maar werd meteen schaakmat gezet: “Dat is toch ook zo? Dit is ‘maar’ een maand of drie!!”
Ach, alles went en deze drie maanden zullen ook wel weer voorbijvliegen, net als de vorige keer. En eerlijk gezegd, ik geef hem groot gelijk. Wat moet je nou dag aan dag hier doen? Met een variatie op het spreekwoord: “Beter een blije vent in de verte dan een sikkeneurige naast je”.
De voorbereidingen zijn een stuk rustiger verlopen dan vorig jaar. Er hoefde niet zoveel meer aangeschaft te worden, er is wat rustiger getraind en nu is alles klaar om weer van start te gaan. Aanstaande zondag, 22 april, klinkt dan het startschot weer. Nou ja, startschot, het begint met een comfortabele treinreis. Om kwart voor zeven vertrekt de trein hier van station Kogerveld, Marnix en ik reizen mee tot Amsterdam CS (ja, als we maar met onze kont in een trein kunnen zitten, gaat het wel lekker). Zondagavond hoopt Theo in Arles te zijn en vanaf maandag, als ik per auto de 12 km naar mijn werk afleg, loopt mijn pelgrim de eerste kilometers. Ieder zijn camino, zullen we maar zeggen.
Ik verheug me er erg op jullie allemaal weer via de website te ontmoeten!! Gery
Nadat ik in 2006 weer thuis was, vroegen veel mensen mij wanneer en wat ik nog voor plannen had. Nou had ik die in het geheel niet op dat moment, want ik was nog helemaal vol van de geweldige tocht die ik toen net achter de rug had. Maar toen de ‘ ‘kruitdampen’ een poosje later wat opgetrokken waren, begon ik mezelf dat ook af te vragen: Wat nu? Ik had bijvoorbeeld naar Rome kunnen lopen, nietwaar? Of laten we zeggen van Londen naar Wenen, dat ook een lange-afstandspad is. Maar met de ervaringen van de camino nog vers in het geheugen wilde ik graag die indrukwekkende tocht nog een keer doen. De sfeer onderweg is zo fantastisch dat ik dat best voor een tweede keer wil meemaken, nu het nog kan. Er zijn mensen die deze tocht bijvoorbeeld eenmaal in de vijf jaar doen,maar gezien de leeftijd is dat misschien een beetje riskant voor mij. Bovendien: de gezondheid laat het nu nog toe en zoals ik vorig jaar in de mist op Fisterra al zei: ”Je kunt niet in de toekomst kijken“?. Gery is het met mij eens, alhoewel ze er ook wel een beetje tegenop ziet, geloof ik, om weer een paar maanden alleen te zijn. Maar de afstand vanaf Arles naar Santiago moet in ca 3 maanden gelopen kunnen worden. En dat is dan anderhalve maand korter dan vorig jaar vanuit Zaandam. Het startpunt Arles is sinds de Middeleeuwen al een verzamelpunt voor pelgrims die dan vooral uit Zuid Europa (de Provence en Italie) daar samenkwamen om in grote groepen dan verder te gaan. Dat was voor de veiligheid, want alhoewel pelgrims beschermde reizigers waren, gebeurde er nogal eens wat onderweg. Ik wandel dan van Arles naar Toulouse en vandaar naar Oloron Ste-Marie. Dan heb ik de keuze: of ik steek de Pyreneeen over bij de Col de Somport en ga verder naar Puente la Reine om daar de route van vorig jaar verder te volgen, of ik loop door naar St. Jean Pied de Port om vervolgens via de gewone weg naar Biarritz/Hendaye te gaan. Vandaar kan ik de Camino del Norte volgen. Die loopt langs de noordelijke kust van Spanje via San Sebastian ““Guernica (beroemd van het schilderij van Pablo Picasso)- Bilbao (waar ik het beroemde Guggenheim museum wil bezoeken) – Santander ““ Picos de Europa ““ Gijon ““ Ribadeo en vervolgens via Arzua weer naar Santiago de Compostela. De laatste route trekt mij het meest omdat de reis dan weer heel anders is dan vorig jaar. Maar ik weet het nog niet zeker, want de sfeer op de Camino Frances trekt mij toch ook wel weer. Nou ja, als pelgrim moet je leren loslaten, dus we zien wel hoe het komt.
Vanaf januari heb ik wat getraind, maar nu de datum dichterbij komt, word ik toch wat onzeker daarover… was het wel genoeg? Vooral de eerste dagen zijn de etappes nogal lang, dus dat wordt afzien voor Pelgrim Theo. Ook dat hoort bij pelgrimeren, maar toch. Ik neem wel minder mee dan vorig jaar. Maar toen ging ik ook eerder in het jaar en hier vandaan. Dus alles was nog op de wintertijd berekend.
Kortom, het is weer zoals vorig jaar: je kunt geen enkele zekerheid meenemen. Loslaten dus toch!!!
Gery en Marnix willen de weblog weer gaan bijhouden, dus mensen, kom maar op met jullie commentaar. Het geeft een kick onderweg om te zien dat zoveel mensen met je meeleven. Of is dat dan weer ‘hoogmoed’? Ook de rubriek ‘kaarsje branden’ is weer beschikbaar. Ik hoop daar dan weer aan te kunnen voldoen, want dat betekent dan dat ik aankom in Santiago.
Ik hoop dat jullie evenveel plezier aan de weblog beleven als ik aan het wandelen, en met de groet van de Spanjaarden gaan wij allen op onze eigen wijze van start:
VAYA CON DIOS
Theo


1 Comment »