Pelgrim Theo: Pelgrim Theo's avonturen onderweg naar Santiago de Compostela
Maak hier een keuze:
  • Fri
    18
    Aug '06

    Geen milde regen, maar waterstromen

    Dag 133  km 26,25     stappen 37.652 / totaal km 3093,44     totaal stappen 4.440.387

    “Laat ook van die milde regen dropp’len vallen op mij neer” is één van de ‘gouwe ouwe’ liedjes die Gery zingt, maar volgens mij dacht de Heer vandaag: “Waterstromen wil ik gieten”. Het stortregende vanmorgen, vanmiddag en nu sta ik buiten te bellen en Gery hoort de regen op mijn poncho vallen, dus volgens mij zal het ook vanavond regenen. De wegen zijn één en al modder en ik dus ook. Dat zou niet geven, maar ik kan vanavond zelfs niet wassen, omdat ik niet weet hoe ik het droog moet krijgen. Dat wordt dan de eerste dag dat ik mijn wasje niet doe. Het is ook nog steeds erg koud, dus vannacht was het met kleren aan slapen en dat zal komende nacht weer zo zijn, want ze hebben hier geen deken. Dus ik word op het laatst toch nog een ‘ouwe vieze pelgrim’. Elke avond komt op het journaal een reportage over de vreselijke kou die hier heerst. In Madrid wordt het niet warmer dan 24 graden en dat kun je toch niet overleven??

    Overigens trek ik mijn woorden terug dat hier niets spiritualistisch of religieus te bekennen valt. Ik kom vandaag in een dorpje aan bij een kerkje en voor de kerk staat een pastoor in vol ornaat te wenken en te roepen: “Kom, kom!” Dus ik netjes naar binnen en inmiddels had hij al zo’n 30 mensen naar binnen gekregen, zodat hij gewoon een dienst kon houden. Dat vond ik erg leuk, ik had dat nog nooit meegemaakt. Na de dienst loop ik weer verder en na een paar kilometer weer een kerkje met pastoor in vol ornaat, die ons binnen probeert te krijgen. Dat is toch fantastisch? Ik zou zeggen: “Trouwe zieleherders, doe er iets mee!. Dit is tenminste klantenbinding”.

    Ik ben eigenlijk veel te vroeg gestopt, omdat ik bang was geen plaats meer in de refugio te vinden. Van schrik was ik hier in Rabadiso al om twee uur en Rabadiso is nou niet een plaats waar je uren rond kunt lopen. Met andere woorden: het is een gat van drie keer niks. Ik heb al om zes uur gegeten, vandaag met een Spanjaard en twee Canadezen, omdat de kroegen en restaurantjes hier ‘s avonds dicht gaan en dan heb je dus geen eten meer. Het is trouwens een armoedige streek, alles ziet er armoedig uit en van het toerisme zullen ze ook niet echt rijk worden, want ik betaalde voor een heel menu, met net zoveel wijn en water als je maar wilt, zegge en schrijve € 8,50.

    De refugio is weer in een oud hospitaal voor pelgrims met daarnaast een oud Romeins bruggetje en daar sta ik nu bovenop te bellen, anders heb ik geen bereik. Voor mij zitten nu een heel stel pelgrims op een stoeltje te blauwbekken, want de stoelen kunnen alleen buiten staan.

    Het leven in de refugio is nog steeds iets bijzonders. Als je ‘s middags binnenkomt, ligt het hele stel te slapen en als je dan een piepklein beetje herrie maakt omdat je toch je rugzak uit moet pakken, wordt er driftig “sst” geroepen. ‘s Avonds echter, als ik wil gaan slapen, is de heleboel tot leven gekomen en is het dus een herrie van jewelste. Denk maar eens aan een groep van 50 Italianen bij elkaar, dan kun je je ongeveer voorstellen hoe het klinkt. En ‘s morgens gaan de mobieltjes af en dat is ook een feest, want iedereen heeft zijn eigen weksignaal. Je hoort dus alle mogelijke signalen door elkaar heen, van Bach via trompetgeschal naar hanengekraai.

    Ik heb weer een stempel gehaald en erg gelachen. Ik heb natuurlijk een heleboel stempels inmiddels en naast mij staan een paar Spanjaarden en die zien die stempels. Dus dan is er de geijkte vraag: “Waar kom je vandaan?” en mijn geijkte antwoord: “Uit Amsterdam”. De ‘normale’ reactie is dan meestal bewondering. Nou, niet in dit geval dan toch. De Spanjaarden barstten gezamenlijk in luid gelach uit. Als ze uitgelachen zijn, zegt er één: “Maar meneer toch, wist je niet dat je maar honderd kilometer hoeft te lopen?” Zo zie je maar weer, ik hoef niet van hogerhand te horen dat ik niet op moet scheppen, mijn medepelgrims verklaren me gewoon voor gek. Wie gaat er nu drieduizend kilometer lopen als het ook met honderd kan????  

    2 Comments »

    2 Responses to “Geen milde regen, maar waterstromen”

    1. etienne en arlette Says:

      Berste Theo,
      ik lees gretig je verslagen en leef met je mee elke dag. Het einde van de camino is in zicht. Een kleine raadgeving : niet in elke refugio liggen de dekens op de bedden maar als je erom vraagt kan je ze meestal krijgen ! Heb ik ook gedaan.
      Ultreia !!
      Arlette

    2. Suzanne van de Stadt Says:

      Jammer dat je laatste kilometers zo nat moeten zijn en dan niet van tranen. Helaas voor jouw hebben wij het hier nu wat beter. Vanmorgen regende het nog wel, maar vanaf 11 uur is het droog geworden en zijn wij ook weer eens op pas geweest. Een prachtige tocht slingerend door de kennemerduinen naar het strand en van het strand weer slingerend terug. Echt een route die nog eens gelopen kan worden. We zagen ook nog twee reëen. En we hadden er een zonnetje bij. Iets wat we jouw voor de laatste dagen zeker toe wensen, alhoewel voor Gery zijn dit geweldige temperaturen. Dat is natuurlijk ook belangrijk tenslotte heeft die de vorige keer al zo af moeten zien toen ze bij je is geweest. Daarnaast is het weer even terug naar temperaturen die je hier straks in Nederland toch ook weer als normaal zult moeten aanvaarden. Kun je er nu al weer een beetje aan wennen.
      Wat ik mij af vroeg hebben die refusioos geen kachel waar je je wasje boven kunt drogen daar heb je in de Morvan toch al ervaring mee op gedaan.
      Dit is natuurlijk allemaal maar gekkigheid en wens ik je heel veel warmte tijdens je laatste stappen.

    Leave a Reply